De Britse jazztrombonist en wielermecenas Chris Barber viert vandaag zijn negentigste verjaardag (foto Heinrich Klaffs via Wikipedia)

Op een dag kreeg de twaalfjarige Chris Barber een plaat van Coleman Hawkins in zijn handen. Het zou zijn leven totaal veranderen. Tot dan toe had Barber, die van “betere” komaf was, klassieke viool gestudeerd, maar nu schakelde hij over op de trombone. Later stichtte Barber verscheidene orkestjes die in Engeland een ware rage veroorzaakten (de zogenaamde “trad jazz” met o.a. Ken Colyer, Humphrey Lyttelton, Kenny Ball, Acker Bilk…).
De oorzaak van die populariteit moeten we gaan opsporen in het jaar 1934. Toen kon de Britse muzikantenvakbond een ban op Amerikaanse orkesten afdwingen. Het laatste combo dat te gast was, was dat van Louis Armstrong en men kan zeggen dat de jazz-evolutie in Engeland zo’n 25 jaar op datzelfde niveau is blijven stilstaan. Het was onder invloed van Humphrey Lyttelton dat in de jaren veertig de revival van dixieland werd ingezet.
Deze trad jazz scene situeerde zich links op de politieke kaart. En niet zo maar “flauwtjes” links: de meeste organisatoren waren lid van de communistische partij. Dat was eigenlijk vrij logisch in een tijd dat men alleen al door het spelen van zwarte muziek een radicaal standpunt innam.
Ken Colyer b.v. baatte in de jaren veertig een communistisch boekenwinkeltje uit in het centrum van Londen. Daar had hij ook een klein rekje met importplaten uit de Verenigde Staten: “Folk songs from the American working-class people”. Hierbij ook platen van Woody Guthrie en Leadbelly. Hoe het samengaan van trad jazz en Amerikaanse folk uiteindelijk tot de Britse beat boom heeft geleid, leg ik uit in mijn bijdrage over skiffle (zie elders op deze blog).
Chris Barber maakte dus furore in de zogenaamde trad jazz (een revival van de aloude dixieland jazz) in de jaren 50 en 60 en was zo trendsettend wat het bekend maken van de blues en skiffle muziek in Europa betreft. Van zijn orkest maakten musici als Monty Sunshine (klarinet), Pat Halcox (54 jaar) trompet, Lonnie Donegan (banjo, zang) en zangeres Ottilie Patterson (ooit mevrouw Barber) deel uit. Maar belangrijker nog was dat Barber twee muzikanten heeft gelanceerd die elk aan de basis hebben gelegen voor de twee richtingen in de beatboom van de jaren zestig: de zeer tekstgerichte Beatles en de rhythm-and-bluesachtige Rolling Stones.
Eerst lanceerde hij immers zijn banjospeler Lonnie Donegan, die onder zijn echte naam (hij was in 1931 geboren als Anthony James Donegan) reeds in 1952 zelf een jazzband had gevormd, namelijk The Tony Donegan Jazz Band. Donegan had, als zoon van een Schotse jazzmusicus, deze muziek leren kennen in… Wenen, waar hij in de naoorlogse dagen met Amerikaanse soldaten jamde. Toen hij in de Royal Festival Hall het voorprogramma mocht verzorgen van zijn grote idool Lonnie Johnson, veranderde hij op slag zijn naam in Lonnie Donegan.Als Donegan groot genoeg was om op eigen benen te staan, ontvluchtte hij natuurlijk het nest en Alexis Korner nam zijn plaats in in het orkest van Chris Barber. Deze keer vormde Barber een bluesband rond zijn nieuwe gitarist en ook dat sloeg weer aan. Wanneer Korner op zijn beurt er alleen vandoor trekt, laat hij zich begeleiden door wat later de kern van The Rolling Stones zal uitmaken.
Mick Jagger: “Toen ik vijftien was, wilde ik net als iedereen een skifflegroep oprichten. Dat was het helemààl toen. Vandaag de dag wordt wel eens vergeten hoe belangrijk skiffle is geweest voor de Britse rock. Vrijwel alle rockmuzikanten van de eerste lichting komen uit de skifflesfeer.”
En alsof dit alles niet genoeg is, hebben we het nog altijd niet gehad over Barbers voornaamste verdienste. Die bestaat er immers in dat hij op zijn kosten de groten van de blues- en jazzwereld naar Engeland liet overkomen (zo b.v. Big Bill Broonzy, Muddy Waters, Sonny Terry en Brownie McGhee…).
In 1959 had Chris Barber zijn grootste hit met het nummer Petite Fleur, gecomponeerd door Sidney Bechet. Op de achterkant van de single stond Wild Cat Blues. In Nederland stond deze plaat 2 maanden op nummer 1 in de hitparade, in Engeland kwam het tot plaats 3, in Duitsland op nummer 2 en in de Verenigde Staten op plaats 5. Door dit succes werd Barber als eerste Europese jazzmusicus uitgenodigd voor een uitgebreide tournee door de Verenigde Staten. Omdat het in deze pré-British Invasion periode erg lastig is voor niet-Amerikanen om in de VS op te treden, kon het alleen op basis van culturele uitwisseling. Woody Herman kwam als tegenprestatie in Engeland spelen.
Ook Nederland geraakte aangestoken door de nostalgie-rage met The Dutch Swing College Band. In Vlaanderen waren het de Cotton City Jazz Band en (later) The Jeggpap New Orleans Jazz Band, respectievelijk uit Gent en Dendermonde.
In de jaren zestig bracht Barber zowaar ook een eigen professioneel wielerteam op de been! (zie onderstaande foto van Mick Coward). Raymond Batsford zegt hierover: “The veteran jazz man Chris Barber wondered who the fit young men were who stood out so much from the long-haired, baggy-sweatered types who made up his usual audience on an island in the river Thames. He asked and found they were bikies. Barber was intrigued, perhaps because it also takes a lot of puff to blow a trombone, and he agreed a deal which put a team into the British pro peloton for several years. I met him once and he said he hadn’t the slightest idea whether they ever sold him a single extra record but the idea just appealed.” (*)
In de jaren zeventig speelde Chris Barber o.a. mee op “Dixie Toot”, een track uit het album “Smiler” van Rod Stewart.

Ronny De Schepper

(*) Het weekblad Cycling wijst er in zijn nummer van 22/6/1985 op dat er “in the early days” een merkwaardige overeenkomst bleek te zijn tussen wieler- en jazzliefhebbers, waarmee men bedoelt dat wielerliefhebbers vaak ook jazzliefhebbers waren en omgekeerd. Als voorbeeld geven zij o.a. ene Charlie Galbraith, die na de Tweede Wereldoorlog als onafhankelijke reed voor Rensch Cycles en nadien carrière maakte als jazztrombonist, eerst bij The Mike Daniels Delta Jazz Band en nadien met zijn eigen ensemble.

76 mick coward

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.