Het is vandaag al twintig jaar geleden dat televisiepionier Nic Bal is overleden (foto AMSAB).

Soms sta je toch verbaasd van wat er allemaal niet op het internet staat! Kom, lees deze zin nog eens opnieuw en leg nu goed de nadruk op “niet”, want het is wel degelijk dàt wat ik wil zeggen en niet dat je op het internet zowat àlles kunt vinden (*). Eerst en vooral is er al alles wat aan het internet voorafgaat. Daarover heb ik het al vaker gehad en dat was juist één van de redenen om met deze blog te beginnen. Maar dat een belangrijk iemand als Nic Bal, die vrij onlangs is gestorven, zo maar in het niets verdwijnt, daar staat mijn verstand toch bij stil. Die man heeft bijvoorbeeld geen lemma op Wikipedia. De enige plaats waar hij min of meer opgelijst wordt is – de wonderen zijn de wereld niet uit – op het Marxistisch Archief. Maar zelfs daar plaatst men een vraagteken achter het jaartal van zijn dood. Over de precieze datum kan blijkbaar niemand iets mededelen, evenmin als over zijn juiste geboortedatum. Daarom vind ik het noodzakelijk om een item aan hem te wijden, ondanks het feit dat de tekst waarover ik beschik niet uit De Rode Vaan komt. Ik heb hem namelijk eerder toevallig bewaard en dus geen bronnen genoteerd (mijn eeuwige kwaal, waarvoor nogmaals mijn excuses). Aan het lettertype kan ik wel zien dat het uit Film & Televisie komt, maar wie de auteur is, kan ik dan ook alweer niet meedelen, sorry ook dààrvoor…
Dat de slopers van de openbare omroep beseffen dat ze de geschiedenis zullen ingaan als dwazen, die de vermuilezeling van het Vlaamse volk op hun geweten hebben… Deze harde taal besluit de BRT-memoires van gewezen directeur-generaal Nic Bal, gebundeld in het boek « De mens is wat hij doet ». Nic Bal bracht het van verzetsstrijder en radio-reporter tot programmadirecteur (vanaf ’72) en directeur-generaal (vanaf ’80) bij de BRT. In een vaak pittoresk ouderwetse, maar sappig gekleurde taal beschrijft hij vol details en anekdotes de groei van de televisie. Pakweg 1/4 van het boek zit nog vol oorlogs- en/of bevrijdingsmemoires, met als hoogtepunt Bals bezoek aan de «Reichskanzlerei» en het verzamelen van enkele oorlogssouvenirs aldaar. Bal beleeft duidelijk pret aan het verhalen van de BRT-pionierstijden. Jaren waarin alles mogelijk is geweest (**). Als N.I.R.-radioreporter had hij in de bevrijdingsjaren zwaar moeten improviseren. En toen televisie als het ware uit de lucht kwam vallen, konden praktische geesten als Bal daarin best aan hun trekken komen. Slagzin uit de beginperiode was « geen geld, geen middelen ». En daar bovenop kwam de politisering. Bal werpt zich als socialist in dit debat als een ruimdenkende strateeg op. Hij ergert zich geregeld blauw aan het feit dat de katholieke zuil steevast alle belangrijke posten naar zich toetrok, maar anderzijds liet hij zich niet inlijven bij de BSP, hoewel tijdens het rood-blauwe kabinet Van Acker, mede door toedoen van Bal, de BRT een minder uitgesproken christelijke kleur kreeg. Bal bekent zich doorheen dit boek als een milde leidersfiguur die geen kwaad woord kwijt wil over zijn collega’s en ondergeschikten (op één uitzondering na). Zelfs de figuur van Bert Leysen wordt door hem bevestigd, met die nuance dat alle pioniers destijds het heilige TV-vuur in zich hadden en dat dus de geestdrift niet aangestoken werd door de eerste directeur-generaal. Als een rode draad doorheen het boek loopt ook Bals liefde voor de film. Hij stond mede aan de wieg van Delvaux’ eerste, De man die zijn haar kort liet knippen, de eerste co-productie met de BRT. Het is dan ook jammer dat een figuur als Bal niet de behoefte gevoeld heeft om dit co-productiesysteem te institutionaliseren, daar waar dat in de ons omringende landen wél is gebeurd. Met betrekking tot deze problematiek mis je dus een duidelijke visie bij de BRT. En misschien schuilt dat euvel een beetje in het hele boek, waarin nostalgisch gekout wordt over de vele successen ( « Schipper naast Mathilde », Toni Corsari, « Kapitein Zeppos », « De Heren van Zichem ») en al te vaak niet meer dan een opsomming gegeven wordt van wat er vanaf de jaren vijftig tot 1980 is gebeurd. Met een spontane en sympathieke blik achter de schermen van het grote BRT-huis, waar (goede en slechte) programma’s ten tijde van Bal « toevallig » en op de « allervreemdste manier » (cfr. « De Etrusken ») tot stand kwamen. Mocht in dit geval, Nic Bal niet op dienstreis geweest zijn in Rome, geen verwoed boekenlezer in bed geweest zijn en daar bovenop nog in een Romeinse boekenzaak niet Raymond Blocks « The Etruscans » gevonden hebben, dan had dié programmareeks alvast nooit het levenslicht gezien.

(*) Precies als reactie op mijn stukje is er nadien wel een lemma op Wikipedia geplaatst (dit werd mij in een mail medegedeeld). Dank daarvoor.
(**) In die tijd zelf wel, ja, maar ook hiervan is zo goed als niks overgebleven voor latere generaties. Ik breng b.v. nog eens in herinnering dat de Vlaamse televisie van start is gegaan in mijn geboortedorp Temse. Ik kon hiervoor rekenen op de medewerking van burgemeester Luc De Ryck, maar zelfs onder zijn leiding vond het gemeentepersoneel niks meer terug dat aan die periode deed terugdenken, noch in tekst, noch in fotomateriaal, noch in voorwerpen…

3 gedachtes over “Nic Bal (1916-1999)

    1. Nic Bal is overleden in Brussel op 12 april 1999. Ik kan het weten, ik ben namelijk zijn (jongste) dochter. Vandaag 3 april 2016 zou hij exact 100 geworden zijn !

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.