Ik ben op dit moment “Les misérables” aan het lezen van Victor Hugo. Ik geef toe dat ik heb getwijfeld. Het verhaal is zó bekend, nietwaar? Bovendien is het geen Franse editie, maar een Nederlandse en dan nog zonder vermelding van de vertaler. (Maar het is wel een mooie editie, dat moet ik toegeven; niet enkel uiterlijk – ingebonden – maar ook binnenin met mooie eigentijdse gravures, o.a. de bekende tekening van Cosette).

Maar goed, de vertaling is o.k. en ik ben uiteindelijk heel blij dat ik voor dit boek heb gekozen. Ook omwille van de grote rol die de slag van Waterloo erin speelt. Ik had dit eigenlijk al moeten weten van mijn blog, maar ik was dat natuurlijk alweer vergeten. En waarom is dat nu zo belangrijk? Omdat deze ook een grote rol speelt in die andere klassieker die ik me heb voorgenomen om te lezen, “Vanity Fair” van William Makepeace Thackeray. Uiteraard komt dit door de nieuwe televisiereeks waarin ik tot over mijn oren verliefd ben geworden op de actrice die het verwerpelijke maar verrukkelijke schepseltje Becky Sharp speelde (Olivia Cooke). Oh, die openingsscène van iedere aflevering waarbij ze op die carrousel gezeten haar hoofd in de nek gooit en het orgastisch uitschreeuwt van de pret!
“Vanity Fair” is ondertussen besteld bij de Standaard Boekhandel omdat ik voor mijn verjaardag een geschenkbon heb gekregen. Zelf zou ik die winkel niet hebben gekozen, gezien wat mij daar is overkomen. Ik bestelde het boek namelijk per mail (ik doe àlles per mail de laatste tijd) en ik kreeg als antwoord van de winkeljuffrouw: mijnheer, als ik dat boek intik, krijg ik meer dan 150 mogelijkheden, kunt u niet wat preciezer zijn? Nu, wat was er gebeurd? De overgrote meerderheid van die mogelijkheden gingen natuurlijk over het modetijdschrift met dezelfde naam! Ik zeg tegen die juffrouw: als u de naam van de auteur aan uw zoekfunctie toevoegt zal het al heel wat simpeler zijn. En inderdaad, uiteindelijk moest ik kiezen uit twee uitgaven: een spiksplinternieuwe, geïnspireerd door de serie, en één uit de jaren negentig van Penguin. Ondanks het mooie gezichtje van Olivia Cooke heb ik toch maar voor good old Penguin gekozen, omdat ik bang was opnieuw met een bewerking te maken te hebben en zo had ik er al één uit de jaren zestig zoals ik al heb gezegd, naar ik meen. Ik kijk er nu naar uit om beide werken te vergelijken. Ze schijnen me inderdaad allebei om de verhouding tussen schijn en realiteit te handelen vooral dan wat de sociale implicaties daarvan aangaat.
Ondertussen kon ik wel de verfilmingen reeds vergelijken, want onmiddellijk na “Vanity Fair” startte op de BBC een nieuwe interpretatie van “Les misérables” (van Tom Shankland). Een erg “miserabele” versie als je het mij vraagt. Er lopen daar in de vroege negentiende eeuw immers evenveel kleurlingen rond als nu, in de 21ste eeuw! En als het dan b.v. nog allemaal dienstboden of gevangenen waren, maar zelfs inspecteur Javert door een zwarte laten spelen (David Oyelowo) is toch wat teveel “politieke correctheid”!

Victor Hugo zelf van zijn kant werd geboren te Besançon (Franche-Comté) als zoon van Joseph Léopold Sigisbert Hugo (1773-1828), een Franse generaal onder het keizerrijk van Napoleon afkomstig uit Lotharingen, en Sophie Trébuchet, oorspronkelijk afkomstig uit Nantes.
Door het beroep van zijn vader kende Hugo een moeilijke kindertijd en werd hij meegesleurd van stad tot stad volgens het garnizoensleven. Hugo verbleef onder andere in Parijs, in het oude klooster des Feuillantines, in Napels, waar zijn vader gedurende een tijd gouverneur van een provincie was, en in Spanje (1811-1812), waar zijn vader drie provincies bestuurde. Er was bovendien een slechte verstandhouding tussen Hugo’s ouders, die er op politiek en religieus vlak verschillende meningen op na hielden. Hugo’s vader was een atheïstische republikein voor wie Napoleon een held was; Hugo’s moeder was een katholieke royaliste. Deze moeilijkheden zorgden voor een breuk tussen Hugo’s ouders. Hugo’s moeder leefde vanaf 1813 gescheiden van zijn vader en ging met haar zoon in Parijs wonen. Op aanraden van zijn vader ging Hugo naar het Lycée Louis-le-Grand, maar het was vooral zijn moeder die vanaf dan een grote invloed had op zijn opvoeding en die van zijn twee broers, Abel en Eugène. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat in Hugo’s vroege werk thema’s als “geloof” en “monarchie” veelvuldig aan bod komen. Hugo maakte zijn roeping als schrijver al vrij vroeg bekend toen hij op veertienjarige leeftijd in zijn dagboek schreef: “Je veux être Chateaubriand ou rien.” In meer dan een opzicht volgde Hugo Chateaubriands voetstappen. Hugo werd de vaandeldrager van de Romantiek in Frankrijk (o.m. met zijn historische romans, al herkent men bij Hugo ook altijd een zekere parodie op het genre), engageerde zich op politiek vlak als republikein en werd verbannen omwille van zijn politiek gedachtegoed.
In 1831 verscheen Hugo’s eerste grote roman: “Notre-Dame de Paris” (De Klokkenluider van de Notre Dame). Het werk was zo succesvol dat het al gauw in diverse Europese talen werd vertaald. Het was gedeeltelijk de bedoeling om de stad Parijs ertoe aan te zetten de verwaarloosde Notre Dame-kathedraal te restaureren, zeker nu zoveel toeristen die het boek gelezen hadden naar Parijs togen om de kerk te bezichtigen. Om u een idee te geven hoezeer de interesse voor architectuur en vooral het verzet tegen de afbraak van middeleeuwse kunstwerken een belangrijke plaats innamen bij het tot stand komen van dit boek: toen het werk bij de drukker werd gedaan, bleken drie hoofdstukken te ontbreken. Naar eigen zeggen (inleiding bij de tweede editie) was Hugo te lui om ze te herschrijven en dus werd het boek oorspronkelijk zonder die hoofdstukken uitgegeven (tegen de tweede editie werden ze teruggevonden en op de geijkte plaats ingevoegd, vandaar die inleiding trouwens). Maar dat betekent dus ook dat die hoofdstukken niets bevatten dat essentieel was voor de voortgang van het verhaal! Het boek gaf dan ook aanleiding tot een hernieuwde interesse voor pre-renaissancistische gebouwen, waardoor deze actief zouden worden beschermd.
Eerst was Hugo dus monarchist en aanhanger van de Monarchie van Juli (1830‑1848) van koning Louis‑Philippe van Orléans. Later was hij gewonnen voor de republikeinse en humanitaire ideeën die leidden tot de Tweede Republiek in 1848. Als gedeputeerde steunde hij de kandidatuur voor het presidentschap van Louis‑Napoléon Bonaparte, neef van de keizer.
Een beoordelingsfout met rampzalige gevolgen! Deze man werd een koppige twijfelaar genoemd. Onder het mom van democratische idealen pleegde hij een staatsgreep die leidde tot zijn afkondiging als keizer van de Fransen op 2 december 1852 onder de naam van Napoleon III. Hugo, die geprobeerd had de staatsgreep te voorkomen, moest zijn toevlucht nemen tot ballingschap. Hij weigerde de amnestie die hem in 1859 werd aangeboden en zou pas naar Frankrijk terugkeren na de Franse nederlaag van 1870. (*)
Zoals zovelen komt hij op die manier in Brussel terecht. Daar doopt hij zijn pen in de gal om “Napoléon le Petit” aan te vallen en zo komt hij in aanvaring met het Belgische gerecht, maar in tegenstelling tot bepaalde bronnen wordt hij niet het land uitgezet. Hij gaat wel naar Jersey en nadien naar Guernsey wonen, maar hij keert geregeld nog terug naar Brussel, waar zijn zoon Charles is blijven wonen. Het is dan ook in Brussel dat in 1861 de eerste druk van “Les misérables” verschijnt. Hij had het geschreven in Waterloo rechtstaand aan een lessenaar, aldus het verhaal, precies tegenover de heuvel van de Leeuw. In totaal verbleef hij 1.247 dagen in België. Hij vond er de vrijheid en de rust tijdens zijn lange ballingschap.
Het werk in ballingschap is imposant, geïnspireerd door een opmerkelijke kracht: literaire essays, romans, toneelstukken, gedichten en pamfletten wisselen elkaar af. De dichter, boven alles een Schepper, moet en zal de Mens dichter bij de waarheid brengen (de poeta vates). Hugo voelt zich bezield door een bijna heilige humanitaire missie, gesteund door het fiere geweten van zijn scheppend genie. In tegenstelling tot tijdgenoten als Honoré de Balzac en Alexandre Dumas zijn de werken van Victor Hugo dan ook niét als krantenfeuilletons verschenen. Anders zou zo’n anekdote als die over de verloren hoofdstukken van “Notre-Dame” trouwens niet kunnen hebben voorgekomen. Feuilletonschrijvers werkten immers altijd naar een cliffhanger toe. Een ander verschil is dat Victor Hugo de happy endings aan Walt Disney overlaat, als je begrijpt wat ik bedoel.
In de tijd van de commune keert Hugo terug naar Parijs, waar hij als vertegenwoordiger van extreem-links in het parlement is verkozen. Ondanks het feit dat de droom niet kon standhouden, was Victor Hugo “intouchable” en werd hij toch na zijn dood met pracht en praal begraven, zij het niet in de kerk, want dààr stond hij toch op. Victor Hugo overleed op 22 mei 1885 op 83-jarige leeftijd. Zijn dood gaf aanleiding tot een nationale rouw. Zijn lijkkist stond enkele dagen onder de Arc de Triomphe, vanwaar hij onder massale belangstelling werd vervoerd naar zijn laatste rustplaats in het Panthéon. Men schat dat zo’n drie miljoen mensen aan Hugo een laatste eer hebben bewezen.

Ronny De Schepper
(met dank aan Wikipedia voor de biografische gegevens)

(*) Ook al omdat hij op 31 mei 1871 uit Brussel werd uitgewezen omwille van zijn sympathie voor de Parijse Commune (die enkele dagen tevoren ten val was gekomen).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.