Vandaag is het reeds 25 jaar geleden dat de Britse schrijver en Nobelprijswinnaar William Golding is overleden na een feestje voor z’n 81ste verjaardag.

William Golding (19/9/1911-19/6/1993) was wellicht een beetje te erudiet om tot eender welke literaire strekking te behoren (vooral zijn “point of view”-techniek uit “Pincher Martin”, 1956, maakte ophef in de literaire wereld), maar met zijn debuut “Lord of the Flies” uit 1954 maakte hij wel een erg “kwade” indruk, zodanig dat hij een beetje voorbarig bij the angry young men werd gerekend.
Grappig is wel dat Goldings uiterst pessimistische levensvisie eigenlijk voortkomt uit zijn ervaringen in het onderwijs! In beide boeken komt ook een schipbreuk ter sprake en dat is niet toevallig want Golding (die o.a. de landing in Normandië meemaakte) is altijd gefascineerd geweest door de zee. Toeval of niet, maar later is hij zelf tweemaal het slachtoffer geworden van een schipbreuk (in 1953 en 1967).
Andere bekende romans van Golding zijn “The Spire” uit 1964, waarin een middeleeuwse monnik weigert zijn vleselijke lusten onder ogen te zien en dat maar compenseert door een enorme torenspits te bouwen voor zijn kathedraal, en “Rites of passage”, waarvoor hij in 1980 de Booker Prize kreeg en dat handelt over een priester uit de negentiende eeuw die in een seksschandaal betrokken raakt. Met “Close quarters” uit 1987 en “Fire down below” uit 1989 vormt dit een soort van trilogie.
Golding was ook een gepassioneerd liefhebber van muziek (hij was een geschoold pianist) en had als kind reeds een fascinatie voor de oudheid en esoterisme. Door het lezen van werk van Jules Verne begon hij een belangstelling voor wetenschap te ontwikkelen, maar in Oxford veranderde hij opnieuw van mening en koos uiteindelijk dan toch voor literatuur en filosofie, twee vakken die hij twintig jaar zou onderwijzen. Alle wetenschappelijke vooruitgang zou hij later trouwens afdoen als een laagje vernis op de holbewoners die we uiteindelijk toch blijven. Dat is niet alleen duidelijk uit “The Lord of the Flies”, maar ook uit “The Inheritors”. Anderzijds zijn “Free Fall”, “The Pyramid” en zelfs “The Spire” toch wel optimistischer.
In 1983 werd hem de Nobelprijs voor Literatuur toegekend. “Ben jij het daarmee eens?” vroeg ik aan Luk De Vos.
L.D.V.: Iemand selecteren uit het hele wereldaanbod lijkt natuurlijk op vogelpik. Dit gezegd zijnde vind ik het echter niet onbelangrijk dat eindelijk eens een schrijver werd bekroond omwille van zijn schrijverskwaliteiten en niet zozeer omwille van zijn politieke overtuiging of omwille van het evenwicht dat moet worden gehanteerd tussen westerse en niet-westerse literatuur. Bovendien is het een vrij toegankelijke schrijver, niet zo moeilijk dus. Kortom een goede doorsnede van hoe men literatuur maakt, met alle terkortkomingen vandien. En op die manier vind ik het dus eigenlijk we een goede keuze, ja.
– Golding is bij de lezers van De Rode Vaan wellicht amper bekend, er waren trouwens op dat moment maar twee boeken van hem in het Nederlands vertaald, “Rites of passage” als “Evenachtsriten” (Standaard Uitgeverij) en “The Lord of the Flies” als “De Heer der Vliegen”. Laten we het over dit laatste even hebben, ten eerste omdat dit misschien toch wel een béétje gekend is en ten tweede omdat het een duidelijke illustratie is van zijn zogenaamd cultuurpessimisme…
L.D.V.:
Er zijn om precies te zijn twéé interpretaties die aan dat boek worden gegeven. Enerzijds zien bepaalde critici het inderdaad als een soort parabel waarbij Natuur tegenover Cultuur wordt geplaatst en waarin de onontkoombaarheid van het Kwaad centraal staat. Vooral uit reactionaire hoek wordt daartegen een andere interpretatie geplaatst. Zij beschouwen de kinderen die op dat onbewoond eiland op zichzelf zijn aangewezen als “edele wilden” die echter van zodra ze een samenlevingsverband moeten opbouwen met onrechtvaardigheid worden geconfronteerd. In feite bedoelen ze daarmee dat elke maatschappij gedoemd is te mislukken omdat ongelijkheid tussen de mensen onvermijdelijk is.
Zelf vind ik van beide interpretaties wel elementen weer, maar tevens vind ik dat er nog veel meer inzit. Zoals gezegd dateert het werk van het begin van de jaren vijftig, het hoogtepunt van de koude oorlog met andere woorden. Voor mij is het dan ook een post-atomair boek. Het is een waarschuwing tegen de atomaire hetze die toen werd gevoerd en waarmee we nu opnieuw worden geconfronteerd. En in die zin moet je het einde van het boek, wanneer een kind uit de klauwen van de anderen worden gered door een marine-officier, interpreteren als een serieuze kritiek op de imitatie van de bestaande burgerlijke maatschappij. Men moet namelijk weten dat de marine-officier tot de verwilderde college-jongens zegt: “Ik had gedacht dat we jullie toch wel tot iets beters hadden opgevoed dan dit!” maar hij zegt dat net op een moment dat die “opvoeders” in een kernoorlog verwikkeld zitten.
– Een post-atomair boek zeg je. Inderdaad, en zo zijn we ook terecht gekomen bij science-fiction en aanverwante. Vandaar mijn slotvraag: vinden we bij Golding ook geen vorm van “Orwelliaans” pessimisme weer?
L.D.V.:
Zeer zeker. Orwells werk dateert immers ook uit die periode. Een tijdperk waarin het doemdenken, de negatieve utopie overheerste. Ik denk dat zowel Golding als Orwell ervan overtuigd waren dat de maatschappijorganisaties die men in onze cultuur kende aan hun eind waren gekomen, dat men eigenlijk geen inventiviteit meer had. Bij Orwell was dat natuurlijk door zijn grote desillusie na de Spaanse burgeroorlog. Volgens Golding zou de mens toch moeten in staat zijn om zonder hypocrisie een betere maatschappij op te bouwen, maar het ontbrak hem aan modellen en dat leidt tot een soort desillusie net zoals bij Orwell. Vandaar dat zijn werk ook aansluiting vindt bij die bewegingen in onze huidige maatschappij die hun geloof hebben opgezegd in het soort mens waar men in de jaren vijftig en zestig naar heeft gestreefd. En indien men dan achter die keuze van Golding iets mag gaan zoeken, is het misschien toch wel dat feit dat hij een typisch symbool is van het verlangen naar vrede. Dat is mooi om te eindigen, hé?

Referentie
Jan Draad, Luk De Vos aan het lijntje, De Rode Vaan nr.45 van 1983

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.