Vandaag wordt Freddy De Kerpel zeventig jaar.

Op de Olympische Spelen staat de bokssport na atletiek (en misschien zwemmen) het meest in aanzien! Toch werd boksen “pas” in 1904 op de Olympische Spelen ingevoerd: turnen, zwemmen, gewichtheffen, zelfs wielrennen en tennis waren er reeds van in 1896 bij en in 1912 was boksen er in Stockholm opnieuw niet meer bij omdat boksen in Zweden verboden was (is?). Freddy De Kerpel is zelf nooit naar de Spelen geweest: “In ’72 had ik misschien naar de Olympische Spelen kunnen gaan, maar ik ben toen in het leger gegaan en daarna ben ik prof geworden (in die tijd waren de OS enkel voor amateurs, RDS). Maar Rudy Gauwe is in ’76 naar Montreal geweest en daarvoor was er Becaus die in ’60 tegen Cassius Clay heeft gebokst.”
De laatste publieke verschijning van Hugo Claus was om een bokswedstrijd van Sugar Jackson bij te wonen. Welke hulde kan een sport nog méér krijgen? Hugo Claus heeft de belangstelling van zijn in 1991 overleden broer Guido geërfd. Toen hij in Oostende woonde (van 1948 tot 1950) is hij zelfs nog lid geweest van een boksclub (“Box 38”), maar de uitbater, een zekere Theo, zei dat hij het nooit ver zou schoppen (als bokser dan): “Je bent veel te bang voor je scone mule.” En of Hugo een “scone mule” had. Op de foto zie je weliswaar de jonge Elvis Presley, maar de onaandachtige kijker was er vast en zeker van overtuigd dat het om Claus ging! Maar goed, ik mag dan al met Hugo Claus over wielrennen gesproken hebben, het was met Guido dat ik het kort vóór diens dood over boksen heb gehad. Guido was destijds de baas van de Hotsy Totsy, het was dus niet toevallig dat ik daar met Freddy De Kerpel had afgesproken voor een interview met hen beiden.
Freddy De Kerpel (°Wetteren 1948) was Belgisch kampioen halfzwaar 1974-1978 en is een wandelende boksencyclopedie. Ik heb me wat dat betreft nogal goed voorbereid en toch moet hij mij af en toe nog terechtwijzen. Ik denk er zelfs niet aan om met hem in de clinch te gaan. Mijn bronnen zullen dan wel verkeerd zijn. De Kerpel was toen nog getrouwd met de Braziliaanse Cleide Napoleao, die hij had leren kennen na zijn bokscarrière. Hij was namelijk naar Brazilië gegaan om er te herstellen van… plastische chirurgie. Ondertussen is hij gescheiden, maar alweer hertrouwd, opnieuw met een Braziliaanse: Fernanda de Oliveira Andrade, 33 jaar jonger dan hijzelf. Het gesprek vond plaats vlak na de afbraak van het Gentse Coliseum…
Guido: “Natuurlijk is dat droevig, daar hebben ontzettend grote sportgebeurtenissen plaatsgehad en wat boksen betreft was er bijna driewekelijks een meeting. Die nostalgie is er dus zeker. Maar anderzijds had men het zo laten verkrotten, dat ik me er toch niet wil over uitspreken of het dan toch geen goed idee is om het te laten wijken voor iets nieuws. ’t Is niet omdat er daar ‘k weet niet wat is gebeurd dat het nog moet in ere worden gehouden als een soort van tempel. Ik zou daar niet te veel romantiek rond weven.”
De Kerpel heeft niet meer in het Coliseum gebokst, want sedert 1960 was het niet meer geschikt voor sportwedstrijden. Hij werkte in de periode van het interview met twee jonge boksers: Wanyama (kwartfinale in Seoel) en Nyakana (winnaar Commonwealth Games). Ze waren beiden afkomstig uit Oeganda, het land waar ene Idi Amin zich nog als bokser heeft voorgedaan.
De meest legendarische bokser is ongetwijfeld Joe Louis. Hij was wereldkampioen tussen 1937 en 1949 en heeft z’n titel 25 keer met succes verdedigd (o.a. tegen Max Schmeling, een waar politiek duel).
De “tweede”, Larry Holmes (kampioen tussen 1980 en 1985), heeft “slechts” twaalf keer z’n titel verdedigd. Maar dat heeft misschien te maken met het feit dat vóór 1960 het boksen minder gereglementeerd was. Dat betekent ook dat er meer ongevallen waren, ook omwille van vuile truken, zoals het gebruik van plaasterwindels. Maar dat heeft De Kerpel kort voor het interview nog meegemaakt met José Seys in het Belgisch kampioenschap!
Freddy De Kerpel: “De manager van de uitdager had de sparadrap zo tot een koord gedraaid en die onder de windels aangebracht. Belachelijk eigenlijk want dat was ook gevaarlijk voor de vuisten van zijn eigen bokser. Zoiets kan je misschien met een amateur proberen maar niet met mij, hé! Ik heb de scheidsrechter erbij geroepen en hij is kunnen herbeginnen. Nu, dat bewijst dat je niet mag veralgemenen. Die tiep is een krapuul en dat soort mensen kom je in alle milieus tegen. Meestal zijn dat ook tiepen die nooit gebokst hebben. Want dat kom je ergens anders inderdaad misschien niet tegen: men geeft hier vergunningen als manager of als trainer weg, precies alsof het niets is. Iedereen kan hier manager worden: de beenhouwer, de bakker, het is voldoende om een paar belachelijke vraagjes te beantwoorden zoals hoeveel weegt een handschoen en dergelijke.”
Guido Claus: “Als ik nu nog eens naar een match ga, dan zie ik daar twintig, dertig mensen die beweren dat ze boksles geven. In werkelijkheid zijn dat dan cafébazen of de nonkel van een vroegere bokser of weet ik veel. Louis Ceulemans, een Antwerps boksjoernalist en gewezen bokser, gaat zelfs zover om te beweren dat je eigenlijk het boksen niet zou mogen beoordelen als je zelf niet hebt gebokst!”
Het eeuwige probleem: als je als journalist zegt dat een violist vals speelt, dan vraagt die je of je zelf wel viool kan spelen. Nee, maar je kan toch wel horen of iemand vals speelt, zeker?
Guido Claus: “In mijn ogen moet je twee dingen steeds goed gescheiden houden: je hebt het boksen als sport, als amateurisme en je hebt het beroepsboksen. Dit laatste vergt een andere mentaliteit. Daarom dat die discussies over of boksen nu al dan niet toegelaten moet zijn, mij de keel uitkomen. Wie gaat er beslissen of iemand al dan niet in de mijnen mag gaan werken? Of mogen circusartiesten ook niet langer meer aan de trapezen hangen misschien? Wie ervoor kiest beroepsbokser te worden, weet dat het een hard beroep is. Hij moet dus maar zien dat hij zich daarop voorbereidt en ernaar leeft.”
– Maar de grootste beroepsboksers (Mohammed Ali, Joe Frazier, Georges Foreman) zijn toch allemaal Olympisch Kampioen geweest in een tijd dat dit nog puur voor amateurs was?
Guido Claus:
“Uiteraard word je geen prof zonder eerst een goede amateur te zijn geweest. Maar de regels zijn toch anders. B.v. voor de beoordeling. Ik heb o.a. in Roemenië een Europees kampioenschap meegemaakt, waarbij er een Rus kampioen werd ondanks het feit dat hij in de drie ronden (bij amateurs bokst men maar drie maal drie minuten, RDS) drie keer tegen de grond was gegaan. Men hield daar gewoon geen rekening mee. De techniek primeerde. In beroepsboksen daarentegen is het duidelijk: gij of ik, we zullen wel zien wie er hier de sterkste is.”
Freddy De Kerpel: “Als ge neergaat, kan dat tot twee punten per ronde oplopen. Bij de liefhebbers houdt men m.a.w. geen rekening met de hardheid van de slag. Dat men geraakt wordt, telt uiteraard wel mee, maar of men er nu al dan niet van tegen de grond gaat niet. Bij de profs is het dan ook lastiger. Men heeft zelfs de wedstrijden van vijftien naar twaalf ronden moeten terugbrengen. Voor kampioenschappen dan. Gewoonlijk begint men met zes ronden, hoofdkampen op meetings gaan meestal over acht ronden, in mijn tijd ging dat nog over tien ronden.”
Op een debat op A2 na “Raging bull” (over Jake La Motta, aanwezig in de studio) blijkt dat in Frankrijk slechts 5 beroepsboksers op de 200 echt van hun sport kunnen leven. Toch wordt een beroepsorganisatie weggelachen: is de solidariteit in de bokswereld nog beperkter dan “het doorgeven van een drinkbus in het wielrennen” (cfr.Maurice Lippens van Sporta)? Als iemand niet meer mag boksen omwille van zijn gezondheid, heeft die dan recht op sociale zekerheid bijvoorbeeld?
Dat is een utopie,” zegt De Kerpel die meer dan tien jaar heeft gebokst, waarvan zes jaar (tussen 1973 en 1978) als beroepsbokser. Toch heeft hij vier oogkwetsuren opgelopen in 28 profkampen. (Hij heeft ook slechts vier kampen verloren: die vier?)
Volgens Felice is hij ook “nooit tegen de grond gegaan“. De Kerpel ontkent dit, het is één keer gebeurd, in de voorlaatste ronde van het Europees titelgevecht in 1975, maar hij was niet K.O. Jef Van Driessche was toen zijn manager en gooide de handdoek. Terecht volgens Freddy. (Ik heb het hem niet kunnen vragen, aangezien ik het pas later heb opgezocht, maar ik vermoed dat dit tegen Chris Finnegan, Olympisch Kampioen van 1968, was.)
Op sportief vlak groeide vanaf de jaren zeventig de overtuiging dat het zwarte ras, althans op dit vlak “superieur” was. Begin 1997 kwam antropoloog Jeroen Scheerder (KUL) echter tot de bevinding dat de individuele verschillen in atletische kwaliteiten veel groter zijn tussen zwarten onderling dan tussen het blanke en het zwarte ras in het algemeen. Zijn conclusie was dan ook dat het eerder sociaal-culturele factoren waren die tot het onderscheid hebben bijgedragen. Denkend aan de “Flandriens”-theorie (het moeten knokken om toch ergens te geraken op de maatschappelijke ladder) zou men als “bewijs” van Scheerders stelling vooral het boksen kunnen aanhalen. Denk in dat verband aan het “politieke” duel tussen de Duitser Schmeling en Joe Louis ten tijde van nazi-Duitsland, wat evenveel ophef maakte als de overwinningen van Jesse Owens. Maar Scheerders spreekt eerder over voorbeeldfiguren, trainingsfaciliteiten (al zou men dan kunnen veronderstellen dat eerder de blanken zouden bevoordeeld zijn?) en… bijgeloof.
De laatste jaren kent de bokssport in België opnieuw een herleving. Als je echter de namen van de opkomende vedetten afleest dan denk je eerder dat je met de Turkse ploeg te maken hebt. Die populariteit is dus m.a.w. bijna uitsluitend op rekening van de jonge migranten te schrijven. Nochtans was het juist het Vlaams Blok dat met een paar bokshandschoenen meende de verkiezingen te moeten ingaan!
Uiteraard heeft dit ook te maken met het feit dat boksen, naast het alomtegenwoordige voetbal, nog altijd een goedkope sport is. Wielrennen b.v., ooit toch ook een volkssport, is door de technische snufjes zo duur geworden dat het stilaan bijna even elitair wordt als tennis of golf.
Anderzijds is het een goede zaak dat boksen zozeer in de smaak valt bij de migranten. Oudjes die reeds sidderen en beven en denken dat ze nu zeker geen enkele kans meer maken als zo’n boefje er met hun handtas vandoor wil, moeten voor ogen houden dat beoefenaars van gereglementeerde gevechtssporten zich in het dagelijkse leven juist uiterst gedisciplineerd moeten gedragen. Bokskenner Jef Van Driessche formuleert het als volgt: “Boksen is discipline, gekanaliseerde agressie. Het is dus juist een aangewezen middel om delinquentie te bestrijden.”
Guido Claus beaamt dat: “Boksers zijn opvallend zachte jongens. Zij vechten voor de overwinning, maar zodra de laatste gongslag heeft weerklonken, vallen ze in mekaars armen.”
Freddy De Kerpel: “Geen enkele bokser is agressief.”
Toch was één van zijn boksers ooit bij incident betrokken en Rudy Gauwe heeft toch eens een paar rijkswachters in elkaar geslagen?
Freddy De Kerpel: “Zij hebben hem ook een beetje uitgedaagd, hé. Rijkswachters zijn ook allemaal geen koorknaapjes, hé. Ze zien daar Gauwe lopen, een grote dikke, en ze zeggen: we gaan die dikke daar ne keer wat stampen geven. Maar ze hebben zich een beetje mispakt.”
Guido Claus: “Automatisch leidt zoiets tot een schorsing, want op hun vergunning staat dat ze geen misbruik mogen maken van hun kracht.”
Eén van de belangrijkste regels daarbij is het dragen van bokshandschoenen. Nochtans wordt het nut daarvan ook soms aangevochten. Als men met de blote vuist vocht dan vloeide er immers veel sneller bloed en werd een kamp dus ook veel vlugger stilgelegd. Nu beweren sommigen dat de letsels minder zichtbaar, maar daarom niet minder erg zouden zijn.
Voor dodelijke ongevallen staat boksen op 10de plaats (in België is er nog nooit een dodelijk slachtoffer geweest) en voor permanente letsels is het de 15de plaats (de ziekte van Alzheimer treedt wel degelijk sneller en vaker op bij boksers).
Op z’n minst kan men aanvoeren dat boksen meer schade oplevert voor de gezondheid dan dat ze de gezondheid bevordert? Of men kan zeggen dat het geen sport is omdat men erop uit is de tegenstrever een letsel toe te brengen? Daarom wilde Minister Weckx hoofdbeschermers ook voor profs verplichten.
Freddy De Kerpel: “Ik ben pro of beter gezegd, ik ben er niet tegen.”
Guido Claus: “Ik heb horen zeggen dat boksers er niet voor te vinden zijn omdat ze naar het schijnt evenveel kwetsuren kunnen veroorzaken dan ze verhinderen. B.v. voor de wenkbrauwen, als die helm verschuift…”
Freddy De Kerpel: “Als je een goede helm hebt, gebeurt dat niet. Ik heb daar altijd mee getraind. In het begin zie je er wel minder mee, maar dat moet je gewoon worden. Maar eerst en vooral: beroepssport is nooit gezond. Acht uur per dag op een fiets zitten, dat kan niet gezond zijn. Competitiesport is niet gezond, maar de mens is nu eenmaal geboren met een competitiegeest. Zelfs bij het kaartspel. Maar ik heb meer dan zeventig gevechten geleverd, ik ben nu 43 en ik voel mij zeer gezond, ik ben nog altijd in een goede conditie. Ik denk ook niet dat er één ziekte zou bestaan die alleen boksers zouden hebben. Ali heeft Parkinson, akkoord, maar ook andere mensen hebben dat. Anderzijds heb je Jake LaMotta gezien? Bijna zeventig en nog een heel kloeke vent. Nochtans heeft die veel meer slagen geïncasseerd dan Ali. Plus het feit dat dit in de jaren veertig was, toen er nog bijna geen reglementen of medische controle was, toen het er nog keihard aan toeging. Als ik nu namen opnoem van mannen uit mijn tijd: Coopman, Haeck, Carmeliet, Gauwe, Syben, De Caesstecker, en dan noem ik enkel nog maar diegenen die voor de Europese titel hebben gebokst, wel, ik kom al die gasten van voor twintig jaar nog steeds af en toe tegen (alleen Roelandts is dood, maar die is verongelukt) en niemand ziet er ongezond uit of hakkelt of weet ik veel. Volgens mij zijn de gevaren dus niet groter dan voor een profvoetballer b.v. Vraag dat maar aan Juan Lozano of Maurice De Schrijver. In mijn laatste gevecht krijg ik b.v. een onvrijwillige kopstoot, want dat is niet toegelaten, waar ik een jukbeenbreuk en een oogkasbreuk aan overgehouden heb. Ik heb daar zes ronden verder mee gebokst, want ik wist dat niet, maar waarom vertel ik dat nu? Omdat ik als ik naar het hospitaal ging om te worden geopereerd de dokter tegen mij zei dat hij wel elke week een voetballer met een dergelijke breuk binnenkreeg als gevolg van kopduels. Of moet ik je Herman Van Springel in herinnering brengen? Als je die gasten ziet afdalen tegen honderd per uur, dan ben je verwonderd dat het niet méér gebeurt. Ik ken nochtans maar twee of drie boksers die een jukbeenbreuk hebben gehad. Dat is een zeldzaamheid. Mijn eerste vijftien kampen heb ik zelfs geen blauw oog gehad, dat kan Guido getuigen.”
– Maar: bij boksen is het de bedoeling van te kwetsen, terwijl het bij andere sporten een ongeluk betreft…
Freddy De Kerpel
: “Ook in boksen is het een ‘ongeluk’. Die dodelijke K.O. van een 22-jarige bokser in Lyon, dat was echt niet te voorzien. En dan is er nog de verantwoordelijkheid van de scheidsrechter en de ringrechters!”
Guido Claus: “Het gevaarlijke bij het boksen is niet zozeer de K.O., maar wel het herhaaldelijk incasseren van slagen. Voor je start met boksen moet je er vooral voor zorgen dat je je goed kunt afschermen en slagen kunt ontwijken. Het is waar dat er sommige boksers zijn die enkel met hun kracht en hun moed steeds een open gevecht voeren, maar dàt is gevaarlijk. Als de bond er dan al niet voor heeft gezorgd dat zo’n bokser niet aan een vergunning geraakt, dan moet op zijn minst de scheidsrechter op zo’n moment ingrijpen en zeggen: je kunt je blijkbaar niet genoeg verdedigen. De rol van de boksleraars is dus ontzettend belangrijk. En er is ook de verantwoordelijkheid van de organisatoren, die soms ongelijke kampen organiseren. Dat wordt meestal gedaan om vedetten te creëren: als men een beginnende bokser aan een aantal overwinningen wil helpen b.v.”
Freddy De Kerpel: “Dat klopt. Proefpaarden noemt men dat. Maar ja, dat is de weerspiegeling van het leven, hé.”
Dat zijn dan ook vaak ouderen die uit financiële nood of weet ik veel zich toch nog genoodzaakt voelen om in de ring te stappen. Nochtans, het is wel te “voorzien” eens men de dertig is gepasseerd, ondanks het feit dat Georges Foreman in 1995 op zesenveertigjarige leeftijd zijn titel van wereldkampioen heeft verlengd.
Een dokter, zelf ex-bokser en grote verdediger van de bokssport, zegt dat de ziekte van Parkinson van Mohammed Ali wel degelijk is veroorzaakt door de kampen die hij “op latere leeftijd” heeft gebokst. Op 36 jaar is hij immers opnieuw wereldkampioen geworden na zijn schorsing omwille van dienstweigering; hij versloeg Leon Spinks en werd daarna onmiddellijk opnieuw door Larry Holmes verslagen.
Freddy De Kerpel: “Ik ga daar toch niet volledig mee akkoord. Het valt niet te bewijzen. Natuurlijk, dat Ali een paar kampen teveel heeft gedaan, dat staat vast. Maar of hij daardoor die ziekte heeft gekregen? Als je 39 bent, moet je geen come-back meer maken natuurlijk. Wat Foreman deed, dat is levensgevaarlijk. Dat zouden ze moeten verbieden. Maar ja, hier staan zoveel miljoenen dollars op het spel. Anderzijds, 30 jaar als grens is veel te jong. Je moet het gewoon individu per individu bekijken. Cyriel Delannoit was versleten op 25-jarige leeftijd. Maar er zijn gasten die op 35 nog zeer goed zijn. Zoetemelk werd op 40 jaar ook nog wereldkampioen hé?”
Guido Claus: “Het boksen is één van de medisch meest gecontroleerde sporten. De reglementering is heel streng. Als je eens K.O. bent gegaan, mag je b.v. gedurende een maand niet meer sporten en na twee keer is het zelfs zes maand.”
Freddy De Kerpel: “De uitdrukking: zoveel geld krijgen om zich te laten neerslaan, dat vind ik ook zoiets. Heeft Spinks in die knock-out tegen Tyson 16 miljoen dollar verdiend in één minuut? Wat moet je allemaal niet doen om dat niveau te bereiken? In ’76 was Spinks Olympisch Kampioen, hij is wereldkampioen geworden bij de halfzwaargewichten, de enige wereldkampioen die zijn titel nooit heeft verloren trouwens, want hij is dan overgestapt naar de zwaargewichten. Van ’76 tot ’88 heeft hij nooit verloren. Na die twaalf jaar carrière krijgt hij dan een top-beurs tegen Tyson. Maar het loopt spijtig genoeg op een vernedering uit. Om met het boksen geld te verdienen moet je een lange carrière achter de rug hebben. Pas dan kan je in één match goed geld verdienen. En dan bij voorkeur die nog winnen ook natuurlijk. Want je gaat je zeker niet làten neerslaan. Alleen al psychisch. Toen ik verloor in het Europees kampioenschap tegen Adinolfi ben ik er zes maanden ziek van geweest. Niet fysisch, hé. Zelfs een uur nadien was ik al opnieuw 100% fit. Je moet goed beseffen: er is niemand die voor het geld bokst. Als je op vijftien, zestien jaar voor het eerst in een ring stapt, dan denk je niet aan geld. Als je dan uiteindelijk het b.v. tot Europees kampioen kunt schoppen, dan begin je uiteraard te diskussiëren over geld, maar geld is niet de eigenlijke drijfveer. Hoeveel zijn er immers die erin zullen slagen: één op duizend? Nee, je moet ambitie hebben, talent, een goede manager, een goede begeleiding.”
Guido Claus: “Ik heb een manager ooit horen zeggen: om aan een bokser iets te verdienen moet hij op z’n minst Europees kampioen zijn. Dat betekent dus dat men jaren moet investeren in de hoop dat hij daarin slaagt en dan moet hij om goed te zijn zijn titel nog een keer of twee met succes verdedigen.”
– Er wordt altijd gezegd, hoe technischer de sport, hoe minder effectief doping is. En boksen is zéker een technische sport.
Freddy De Kerpel
: “In het circuit wordt er weinig over doping gesproken.”
Guido Claus: “Doping is in het boksen niet zo erg courant. Men zal het vast en zeker wel al eens geprobeerd hebben, maar het ressorteert zo weinig effect dat het geen zin heeft om het risico te lopen betrapt te worden.”
– En hormonale doping? Voor de spieren?
Freddy De Kerpel
: “Misschien bij de zwaargewichten, maar als je een pluimgewicht bent en je kweekt op hormonale manier zo’n spiermassa dat je bij de lichte welters terechtkomt, dan kom je tegen gasten die zoveel sterker zijn dat er meer nadeel als voordeel aan is.”
Guido Claus: “Ja, en dat gewicht dat gaat werkelijk soms over twee, drie kilo, dus dat is zeer bepalend.”
– In de V.S. is de invloed van de mafia op het bokswereldje gekend. Hoe zit dat hier? Net als in het voetbal verdienen scheidsrechters heel weinig: dat maakt ze toch omkoopbaar? En het is ook makkelijk: in schermen heeft de spitstechnologie toegeslagen, computers geven nu aan of iemand werd geraakt, maar bij boksen is dat nog altijd afhankelijk van de beoordeling van de scheidsrechter.
Guido Claus
: “En dat is inderdaad subjectief. Vaak hangt het samen met het feit of zij iemand gunstig gezind zijn omwille van zijn techniek. Anderzijds kan een scheidsrechter oordelen dat een bokser die altijd aanvalt, maar geen enkele goedgeplaatste slag kan geven toch de wedstrijd heeft ‘gemaakt’ en daarom de overwinning verdient. Dat het publiek daar vaak niet mee akkoord gaat, is ook niet te verwonderen. De beoordeling van een wedstrijd kan heel erg verschillen naarmate men op de eerste rij zit of op ‘den uil’.”
Freddy De Kerpel: “Dat is allemaal wel waar, maar daarnaast moeten we durven stellen dat er ook veel scheidsrechters zijn die gewoon incompetent zijn. Dan hebben we het probleem van de thuisbeslissingen b.v.”
Guido Claus: “Ja, dat is waar. Ik heb het ook wel eens meer meegemaakt dat hier in Gent een lokale bokser als overwinnaar werd gehuldigd die dat in mijn ogen zeker niet verdiende. In een eerlijke beoordeling had het zeker niet gemogen. Maar die mensen komen dan met het argument aandraven: mijn bokser is reeds drie, vier keer naar het buitenland geweest en werd verloren gegeven, ook al spreidde hij veel meer overwicht ten toon, moeten wij dan zo streng zijn van onze eigen boksers achteruit te steken? Mijn standpunt is dat de uitdager in een bokswedstrijd duidelijk de betere moet zijn dan de titelverdediger. Dat staat trouwens ook zo in de reglementen: als er geen duidelijke winnaar is, mag degene die de titel al in zijn bezit had de titel behouden. Dat lijkt me ook vrij logisch. Wel, ik kan erin komen dat men dit ook een beetje overplaatst naar die lokale kampen. Als er iemand uit het buitenland hier een lokale bokser komt bekampen, dan moet hij maar een duidelijk meesterschap tonen, anders kan men de thuisbokser op z’n minst toch als niet verslagen beschouwen.”
– De televisie heeft de laatste tijd veel belangstelling voor het boksen. Té veel, vinden sommigen.
Guido Claus
: “Ik zie het natuurlijk honderd keren liever in het echt dan op televisie. De ambiance, de geur…”
Freddy De Kerpel: “Natuurlijk, maar dat neemt niet weg dat het toch een echte televisiesport is. Denk maar aan de Amerikaanse televisie in de jaren zestig. Het showelement komt daar natuurlijk wat meer tot zijn recht. Niet voor niets is dat de periode van Mohammed Ali.”
Guido Claus: “Als purist heb ik het daar wat moeilijk mee. Boksers dragen nu versierde shorts, soms lijken ze wel catchers. En de verschillende ronden die worden aangegeven door halfnaakte vrouwen. Maar het blijft toch sport hé. Het is geen catch.”
– Kickboxing e.d. lijken nu populairder bij de jeugd dan boksen zelf. Is dat nu een gevaarlijke tendens of juist bredere basis om te recruteren?
Guido Claus
: “Kickboxing heeft natuurlijk evenveel bestaansrecht als elke andere sport. Het probleem ligt volgens mij op een ander vlak. De laatste tijd hoort men wel eens meer over zogenaamde debutanten die al een dertigtal kampen als kickboxer achter de rug hebben. Nu kun je dat uiteraard geen echte aspiranten meer noemen, maar aangezien er geen overeenkomst is tussen beide federaties is dit op papier wel degelijk zo. En dat is natuurlijk oneerlijk t.o.v. echte debutanten.”
Freddy De Kerpel: “Kickboxen mag er zijn, uiteraard, maar geef toe, een bokser die schopt, dat is een beetje water en vuur. Het komt er een beetje op neer dat als je niet goed genoeg bent als bokser dat je dan maar begint te schoppen. Enfin, Gauwe is nu een kickboxer b.v.”
– Wordt er ook op boksen gewed?
Freddy De Kerpel
: “Onderling wel. In West-Vlaanderen b.v. komt dat veel voor. En natuurlijk in Amerika. Daar wordt er op alles gewed.”
– En daar gaat het wellicht om wat meer geld dan bachten de kupe. Als het gewoon onderling wedden is, dan zal dat de wedstrijd wel niet beïnvloeden?
Guido Claus
: “Omkoperij? Wel mijne jongen, boksen is hier in België financieel zo onbelangrijk dat dit geen enkele zin heeft. Als het over een beurs van 50.000 fr gaat, dan heeft het toch geen zin om daar 20.000 fr tegenaan te gooien?”
Freddy De Kerpel: “Ik zie het anders. Ik vind juist: hoe belangrijker, hoe moeilijker om te kopen. Als je tien miljoen dollar verdient door te winnen, dan kan je de volgende keer nog eens tien miljoen dollar verdienen. Wie gaat er dan tien miljoen dollar betalen om iemand te doen verliezen? Hoe kun je nu Tyson omkopen? Of Leonard? Of Ali? Dat is toch niet logisch? Daarom kan je ook op kleine schaal niet omkopen, omdat je beurs altijd maar verhoogt als je wint. Wat er natuurlijk wel gebeurt dat is dat men in het kader van de voorbereiding van een belangrijke titelkamp een match uitkiest ‘zonder gevaar’. En dan is het nog gebeurd dat de ‘vedette’ verliest!”
Mike Tyson is nadien natuurlijk uitgebreid in het nieuws gekomen toen hij een jarenlange gevangenisstraf opliep wegens verkrachting. Toen bleek ook dat hij analfabeet was en dat zijn manager Don King hem naar nazi-propagandafilms deed kijken. Geen wonder dat Tyson letterlijk van zich afbijt in zijn kamp tegen Evander Holyfield (1997). Jacques Rogge heeft daar geen oren naar: “Ach, aan het profboksen wil ik geen woorden meer vuil maken. Da’s geen sport, maar louter show. Doorgestoken kaart, wandelende hormonenbergen. Da’s algemeen bekend, toch?” (GVA, 23/12/1997)
Wereldwijd zijn we ondertussen al lang voorbij het 500ste dodelijke slachtoffer sinds de introductie van de boksregels van de Markies van Queensberry in 1884 (de doden in Azië niet meegeteld, want die worden niet eens geregistreerd). Deze markies (die overigens Oscar Wilde liet opsluiten omdat hij zijn zoon had verleid, waarop hij Wilde wilde te lijf gaan met zijn wandelstok: “Hij houdt zich niet aan de Queensberry-rules,” repliceerde Wilde gevat, maar het mocht niet baten…) maakte bokshandschoenen verplicht, beperkte de ronden tot drie minuten en bepaalde dat men geen gevallen tegenstander mag slaan. Hij verhief daarmee het pugilisme tot “the noble art of self-defence“. Daarmee maakte hij zich wel een geduchte tegenstander in de figuur van Arthur Conan Doyle. Die was immers voorstander van boksen met de blote vuisten en weigerde daarom als scheidsrechter op te treden bij de wereldkamp voor zwaargewichten in 1910 in Reno tussen de zwarte Jack Johnson en de blanke Jim Jeffries. Negen jaar eerder had hij in de Londense Royal Albert Hall nochtans wel het voorzitterschap aanvaard van de jury van de eerste body-buildingwedstrijd!
Het is overigens normaal dat de reglementen van zowat alle sporten worden vastgelegd in Engeland in de negentiende eeuw, maar een zekere James Figg werd reeds als kampioen boksen aan het hof gehuldigd in… 1720!
Natuurlijk werd er wel reeds gebokst bij de Grieken (ene Tixamenos werd vier maal Olympisch Kampioen, dat is dus één keer meer dan Laslo Papp en Teofilo Stevenson). En dat gebeurde allemaal naakt uiteraard want alle sporten werden toen naakt beoefend. Worstelen moet toen b.v. nog veel leuker geweest zijn. En slagen onder de gordel waren natuurlijk niet mogelijk…
Bij de Romeinen daarentegen is het “pugilisme” reeds ontaard: de windels waren b.v. “versterkt” met loden bolletjes. Op de moderne Olympische Spelen worden er slechts drie ronden van drie minuten gebokst, terwijl er dat bij de profs acht zijn en voor een kampioenschap vroeger zelfs vijftien! En dan kunnen er ook nog verschillende reglementen zijn al naargelang van de bond die de kamp organiseert.
Freddy De Kerpel: “Door het bestaan van vier federaties is de wereldtitel wreed gedevalueerd. Als ik bokste, waren er maar twee titels: wereldkampioen en Europees kampioen. Nu zijn er voor de wereldtitel alleen al vier bonden. En sommige daarvan halen geen voldoende niveau. Allé, als je ziet dat Frankrijk sedert dertig jaar geen wereldkampioen heeft gehad en nu heeft men er een stuk of vijf! Als ik sommigen van die ‘wereldkampioenen’ zie boksen, durf ik zeggen dat die nooit konden winnen tegen mij, daar ben ik pertinent zeker van.”
– Kun je dat een beetje uitleggen hoe dat is gegroeid? In het voetbal en het wielrennen zijn er b.v. ook meerdere bonden, maar enkel de BVB en de BWB hebben toch maar belang?
Freddy De Kerpel
: “Dat is door onenigheid aan de top. Politiek, hé. Bij de zwaargewichten heeft men er ter gelegenheid van de kamp van Mike Tyson naar gestreefd om maar één wereldkampioen te erkennen, maar dat is mislukt omdat er te veel geld mee gemoeid is.”
– Vind je dat logisch dat die zwaargewichten zo “doorwegen” in de bokshiërarchie? Akkoord dat in het motorrennen 500cc belangrijker is dan 125cc, maar die parallel gaat toch niet op voor wat boksen betreft?
Guido Claus:
“Ik persoonlijk vind dat een kategorie die me niet zo ligt. Ik ga liever naar midden- of weltergewichten kijken, want uiteindelijk zijn de zwaargewichten toch vrij log. Er zijn zo van die vleesbergen à la Sonny Liston bij. Mijn voorkeur gaat uit naar een klasse waar de snelheid, de techniek, de beweging een belangrijker rol spelen dan gewoonweg iemand eens goed te kunnen raken met een harde slag. Maar de massa geeft nu eenmaal de voorkeur aan die zwaargewichten.”
Freddy De Kerpel: “Er zitten natuurlijk toch ook wel legendarische figuren bij: Joe Louis, Jack Dempsey, Mohammed Ali…”
Guido Claus: “Akkoord, maar deze laatste was juist heel beweeglijk. De manier waarop hij kat en muis speelde met Liston b.v.”
UITSMIJTER
– Boksers horen het niet graag, maar er hangt ook soms een homo-erotisch sfeertje rond…
Freddy De Kerpel
: “Emile Griffith, een gewezen wereldkampioen, was inderdaad homo. Maar het is een mythe dat boksers iets zouden hebben tegen homo’s. Integendeel, hoe meer homo’s er zijn, hoe meer vrouwen er overblijven voor de boksers!”

Referentie
Ronny De Schepper, “Boksen als symbool voor het leven”, De Rode Vaan nr.37 van 13 september 1991

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.