De brandweer heeft in het recreatiedomein Miramar in Mol het lichaam van ex-motorcrosser Eric Geboers (55) teruggevonden. Gisteravond rond 22 uur sprong Geboers van een plezierboot om een hond te redden. Iemand op de plezierboot is nog achter Geboers gesprongen om hem uit het water te helpen, maar die persoon moest zijn actie staken omdat het water ijskoud was. Sindsdien was de voormalige wereldkampioen vermist tot zijn lichaam deze middag werd gevonden. Het spreekt vanzelf dat ik erg aangedaan ben door deze feiten. Bij het begin van 1984 ben ik immers Geboers nog gaan interviewen tijdens een indoorcross in Genk…

Niet minder dan vier wereldtitels werden in 1983 door ons land in de wacht gesleept wat het motorcrossen betreft. Naast de landentitel voor de 125 cc-klasse waren het Georges Jobé (250 cc), Eric Geboers (125 cc) en Eddy Lejeune (trial) die voor de individuele successen zorgden. Dat André Malherbe in de 500 cc-klasse pas in de allerlaatste reeks definitief het hoofd moest buigen voor de Zweed Hakan Carlqvist, kan nauwelijks iets afdoen van de Belgische superioriteit, al was het maar omdat « Carla », zoals de Zweed in het milieu wordt genoemd, toch niet de eerste de beste is, zoals zijn wereldtitel van 1979 in de 250 cc-klasse bewijst.
Neen, als er dan al tegenwind kwam voor de Belgen (en met name is dat gebeurd in de Motorcrosstrofee en de Trofee der Naties waar België telkens tweede werd), dan kwam die uit Amerika toegewaaid, waar het alweer een landgenoot is, namelijk Roger De Coster, die een team van geduchte piloten heeft klaargestoomd. Die Amerikanen munten vooral uit door hun stuurvaardigheid en die hebben zij dan, aldus onze gesprekspartner Eric Geboers, vooral opgedaan in de indoorcrossen die ginds erg populair zijn. Het is geweten dat Eric Geboers zelf een grote propagandist is van dit soort wedstrijden en zelfs als hij op het ogenblik van het interview niet kan deelnemen aan de wedstrijd in de Genkse Limburghal vanwege een kwetsuur aan de hand, dan nog kan hij niet stilzitten en is druk in de weer om het parcours hier en daar te fatsoeneren. Een sympathieke kerel, deze Geboers, en er bestond dan ook niet veel discussie over wie we zouden gaan interviewen, nu de rode vaan voor het eerst sinds lange tijd weer eens aandacht besteedt aan de motorsport.
Ik hoor u echter al zeggen, net zoals die Vlaamse charmezanger: « Sympathie is geen liefde », maar wat dan gezegd van dit indrwekkend palmares ? In de twaalf Grote Prijzen die vorig jaar in zijn klasse werden betwist, slaagde Geboers erin om zo maar eventjes zes keer een dubbele reekszege te behalen (een G.P. wordt telkens betwist in twee reeksen), voeg daarbij nog drie « losse » reeksoverwinningen en je komt aan een totaal van 283 punten, zo maar eventjes 63 meer dan zijn ploegmaat, de Italiaan Michele Rinaldi, de enige die hem tweemaal op zijn waarde heeft kunnen kloppen (hij werd ook eens uitgeschakeld door een val). Toevallig of niet gebeurde dit tweemaal in Italië…
1984 wordt echter belangrijk voor Eric Geboers, want niet enkel krijgt hij een nieuwe machine tussen de benen geschoven (Suzuki heeft de competitiesport — tijdelijk ? — vaarwel gezegd, Geboers rijdt nu op Honda), hij komt nu ook uit in de gevreesde 500 cc-klasse.
Hard labeur
— Wat is nu voor een rijder precies het verschil tussen die drie klassen, Eric ?
Eric Geboers :
Voor een jonge piloot is het een gemakkelijke start in de 125 cc-klasse, zoals ik dat dus ook gedaan heb. De 500 cc-klasse daarentegen dat zou men de koninginneklasse of de Formule één-klasse kunnen noemen. Natuurlijk zijn het zwaardere motoren, maar daar staat dan tegenover dat de 125 cc-klasse fysisch zwaarder is. Voor de 500 cc heb je vooral veel kracht nodig.
Geboers, nu 21, begon op zestienjarige leeftijd. Dat is vrij laat tegenover b.v. alweer die Amerikanen die reeds op hun tiende op een motor zitten. Het is zijn broer Sylvain (zelf in de jaren zestig tweemaal vice-wereldkampioen) die dit zo heeft beslist. « Ik ben tegen kindercompetitie », zegt hij in Sportmagazine, « Ik ben er niet op tegen dat ze wat in de tuin rondrijden, maar wel tegen competitie. Als ze dan 20 jaar zijn, zijn ze volledig uitgeblust, en hebben ze geen zin meer om nog te rijden. Een ander aspect is dat het een enorm dure sport is, en in die periode moeten de ouders ervoor opdraaien. Die zitten dan ook, als hij 20 is financieel aan de grond, in een periode dat het eigenlijk pas moet beginnen ».
Niet zo voor Eric Geboers dus die in 1980 zijn eerste Grands Prix reed en al meteen derde werd in het wereldkampioenschap. Nadien is hij nog tweemaal wereldkampioen geworden en één keer tweede.
— Die laatste wereldtitel heb je haast zonder tegenstand binnengehaald…
Eric Geboers
: Dat mag je niet zeggen, vind ik. Natuurlijk, ik was de sterkste. Maar ik heb er dan ook hard voor gewerkt, hard voor getraind. En trouwens, ik ben ook een paar keer verslagen, hé.
— Ja, maar dat was door je ploegmaat Rinaldi en dan nog voor zijn eigen deur om zo te zeggen. Er is toen gesuggereerd dat dit wel eens een geschenkje van Geboers zou kunnen geweest zijn…
Eric Geboers
: Dat werd in de volksmond gezegd, ja, maar ik zie dat wel enigszins anders. Ik weet hoe hard ik ervoor heb moeten knokken.
— Dit seizoen zal desondanks nog veel zwaarder zijn. Wat zijn dan je verwachtingen ? Al onmiddellijk wereldkampioen ?
Eric Geboers
: Dat weet je nooit. Maar verwachtingen… dat is allemaal heel moeilijk, hé. Je kan dan rap teleurgesteld zijn. Daarom verwacht ik eigenlijk niets. Ik zal gewoon mijn best doen en ik denk dan toch bij de eerste drie te kunnen eindigen.
— Wie zie je dan als je voornaamste tegenstanders ?
Eric Geboers
: Dat zullen wel Carlqvist, Malherbe en Jobé zijn.
Sport of show ?
— Je bent niet alleen van klasse veranderd, ook van merk. Dat heeft echter heel andere oorzaken. Suzuki stapt eruit. Dus toch crisis in de motorsport ?
Eric Geboers
: Waarom ze eruit gestapt zijn, dat weten we eigenlijk niet. Zij zeggen dat ze willen terugkomen met nieuwe technologie, dat is dus toch heel iets anders dan crisis !
— Ja maar Suzuki stond toch nu ook al aan de spits ?
Eric Geboers
: We waren alleszins het grootste team met twee wereldkampioenen dit jaar en vorig jaar en van inkrimpen was er eigenlijk geen sprake. Om financiële redenen zal het dan wel niet zijn, denk ik.
— Iets anders dan maar. Wie zegt Geboers, die zegt stuurvaardigheid, stunts zelfs, denken we maar aan bepaalde taferelen tijdens de indoorcrossen of superbike-wedstrijden, waaraan je zo graag deelneemt. Voel je je dan op zo’n momenten eerder showman dan sportman ?
Eric Geboers
: Neen, het is gewoon een andere opvatting. Kijk, heel professioneel zijn de Grands Prix. Iets minder zijn de wedstrijden in België en zo’n indoorcrossen als deze hier in Genk, dat is dan nog wat minder. Eigenlijk is dat zelfs zo weinig professioneel dat we ons reusachtig amuseren. Dat maakt het trouwens ook voor de toeschouwers zo fijn.
— Zou ik het een rondtrekkend circus mogen noemen ?
Eric Geboers
: Toch niet, want ’s morgens komen we toe en ’s avonds gaan we naar huis, het is dus geen echt rondtrekkend circus. Trouwens zoveel indoorcrossen zijn er ook niet. Deze hier in Genk is de eerste dit jaar, als je die in Hoogstraten niet meetelt, want dat was op beton, wat nog iets heel anders is. (De Limburghal is inderdaad in een reusachtige zandbak veranderd, wat aanleiding geeft tot spectaculaire sprongen, red.).
— Zijn zo’n indoorcrossen dan niet schadelijk voor je voorbereiding ? B.v. wat het risico voor kwetsuren betreft, op dit moment heb je er trouwens een tastbaar bewijs van. Ik kan me voorstellen dat de sponsor zich dan wel eens zorgen maakt, al is de publiciteit bij die indoorcrossen zelf natuurlijk óók meegenomen…
Eric Geboers :
We moeten stééds opletten, hé, ook tijdens onze andere voorbereidingen. En je kan nu eenmaal moeilijk aan een seizoen beginnen zonder voorbereiding…
– Maar is het ook een goede voorbereiding?
Eric Geboers
: Jazeker, anders deed ik het niet. Hoe goed het financieel ook zou mogen zijn, als het nadelig zou zijn voor de eigenlijke competitie dan zou ik het zeker niet doen.
— De sport gaat dus toch boven de show ?
Eric Geboers
: Absoluut.
— Welke snelheden worden er bij zo’n wedstrijden gehaald ?
Eric Geboers
: Hier is dat niet zo hoog, daarvoor zijn het teveel korte stukken, maar « op den buiten » b.v. in Zwitserland haalden we wel 120/uur en tegen die snelheid werd er zelfs gesprongen, maar doorgaans ligt de snelheid rond de tachtig, negentig.
De dag na ons interview was ook het Extra Time-team in Genk voor een gesprek met Geboers en aan onze televisie-collega’s verklaarde hij verder nog dat deze indoorcrossen vooral de stuurvaardigheid aanscherpen en hij aarzelde dan ook niet om de doorbraak van de Amerikaanse piloten aan deze spektakels toe te schrijven. Als klap op de vuurpijl drukte Eric Geboers de wens uit om ooit eens op een voetbalveld zijn kunsten te mogen vertonen.
Parijs-Dakar
Wat wij nog niet wisten toen we het plan hadden opgevat om Geboers te gaan interviewen, dat was dat hij ook aan de befaamde rally van Parijs naar Dakar zou deelnemen. Voor velen van onze lezers is deze rally wellicht een doorn in het oog. Jaak Vandijck zette in « De Morgen » van 28 december jl. alle bezwaren nog eens op een rijtje : « Ze doen maar, zou je zeggen, ware het niet dat de vele tientallen miljoenen die gepaard gaan met deze in wezen volstrekt zinloze onderneming elk weldenkend mens tegen de borst moeten stuiten. In deze krankzinnige wereld ontbreekt de politieke en economische wil om ten behoeve van de armsten onder de armen een min of meer fatsoenlijk programma van ontwikkelingshulp op te zetten. Maar terwijl zwarte kinderen met opgezwollen buikjes in Niger, Opper-Volta of Guinea liggen te creperen, zijn Mercedes, Fiat, Honda, Toyota… en noem ze één voor één maar op, wel schaamteloos genoeg om daar met protserige wagens gaan rond te rijden, complete équipes te bemannen, vliegtuigjes in te schakelen, medische en technische teams uit te zenden en met de modernste technologie te pronken in gebieden waar de mensen niet eens hun meest elementaire behoeften kunnen voldoen. Een schande is dat ».
Maar Vandijck voegt er in één adem even terecht aan toe dat organisator Thierry Sabine wel juist heeft gezien door zijn opzienbarende manifestatie precies in de stille januari-maand te organiseren. De voetbalcompetitie kent een winterstop, de motorcrossers komen slechts met mondjesmaat aan hun trekken in indoor-wedstrijden en Roland Liboton wint toch alle veldritten, wat valt er dus nog te schrijven ?
Komt daarbij dat de zucht naar het Grote Avontuur, het Onbekende, het Ongerepte zelfs, bij ieder van ons ingebakken zit. Voeg daarbij nog de belangstelling die speciaal in ons land is gewekt door de zege van Jacky Ickx vorig jaar en je beseft meteen dat je protest machteloos is.
Confrater Vandijck eindigt dan ook cynisch met de vaststelling : « Geen gezeik over kreperende negers. De Porsche 911 van Ickx en de Mercedes 280 GE van Geboers, dát is belangrijk ».
Ondertussen is Eric al uit de wedstrijd verdwenen, zij het niet zonder toch in positieve zin te zijn opgevallen. Nochtans had hij wél verwacht Dakar te kunnen halen…
Eric Geboers : Ik zal me wel goed kunnen weren, ik ben immers gewoon van op mijn tanden te bijten. ’t Is natuurlijk wel drie weken aan één stuk, dat is misschien wel een ander paar mouwen. Toch zie ik het zeker zitten om aan de aankomst te geraken. Als de wagen het niet begeeft, denk ik dat we binnen de gestelde tijd kunnen arriveren, hoe zwaar het ook mag zijn.
— Is door je kwetsuur je voorbereiding niet in de war geraakt ?
Eric Geboers :
Neen, ik ben met mijn gebroken hand gewoon blijven doorrijden met de jeep. Met de linkerhand gestuurd en met de (gebroken) rechterhand voorzichtig de versnellingsbak bediend.
— Wie is uw navigator ?
Eric Geboers
: Dat is Valeer Vandermaesen, één van de drie beste rallyrijders in België, die echter begonnen is als navigator, dus hij kent de knepen van’t vak. Het is voor hem ook wel nieuw, maar ik denk wel dat we ons daar over kunnen zetten.
— Je wordt gesponsord door het IJsboerke. Nu, als er één zaak is die je in de woestijn kunt gebruiken dan is het wel een ijsje. Zoekt mijnheer Janssens soms nieuwe afzetgebieden ?
Eric Geboers (de opmerking negerend) :
’t Zit zo, de mensen van IJsboerke zijn sowieso al sterk geïnteresseerd in de 4 x 4, zij doen al geruime tijd aan wedstrijden mee en zijn daarin goed geïnstalleerd. Ik trouwens ook. Parijs-Dakar volgen zij ook van nabij, zodat ik vorig jaar reeds de wens had uitgesproken voor hen te willen deelnemen. Toen was het echter reeds te laat, maar Staf Janssens was publicitair inderdaad zeer geïnteresseerd en vandaar dat we nu met een team vertrekken.
— Uit hoeveel man bestaat zo’n team ?
Eric Geboers
: Er zijn vier jeeps met twee personen per jeep, dat maakt acht. Daarbij is er nog een volgcamion met drie personen en de nodige reservestukken en dan tenslotte is er een vliegtuig, uiteraard met een piloot, maar ook een manager die ons gedurende de rit coacht.
Ondertussen in de hal…
Ondertussen ronkten in de hal reeds de motoren. Geboers was nieuwsgierig naar de prestaties van zijn collega’s (wij trouwens ook) en we wensten hem dan ook nog vlug veel succes toe, vooraleer ons vierklauwens in het lawaai te storten.
Het zijn nog maar (verplichte) opwarmingsoefeningen van de « Inters » en de « Supers », want de voorziene wedstrijden voor junioren en nationalen werden die morgen afgelast omdat het zand nog niet stevig genoeg aan elkaar geklit was. Nog voor we goed en wel binnen waren had een jonge piloot trouwens reeds zijn beklag gedaan tegen ons omdat hij op die manier zo’n vijfduizend frank onkosten door zijn neus geboord zag.
In de zaal is het ondanks de (nog) magere opkomst (tijdens de eigenlijke wedstrijden werd integendeel een recordopkomst bereikt) een lawaai van jewelste. Dit is inderdaad het grote probleem bij indoorwedstrijden. Op de omloop zelf werden tijdens de wedstrijd zo maar liefst 116 decibeis gemeten, wat voor het publiek toch nog steeds 102 decibels betekende, daar waar algemeen aanvaard wordt dat er beschadiging van het gehoor kan optreden bij langdurig verblijf in een ruimte waar 80 deci¬bels wordt geproduceerd. De BMB (Belgische Motorrijdersbond) heeft z’n geluidslimiet gesteld op 108 decibeis, maar is nu van plan om die naar 104 terug te brengen.
Een ander probleem is dat van de uitlaatgassen. Op het ogenblik van de opwarming is dat nog niet zo’n probleem en dat is maar goed ook, want maandag vernemen we uit de krant dat een astmalijder wegens gebrek aan zuurstof diende te worden weggevoerd. En dat in een streek waar bovendien tal van toeschouwers ongetwijfeld mijnwerkers zijn of geweest zijn.
Maar spectaculair is het wel. Ik sta van mezelf verbaasd hoe gauw ik als leek word ingepalmd door het vertoon. En dit is dan nog niet eens een echte wedstrijd ! Bij de afwezigheid van Geboers is het vooral de Fin Pekka Vehkonen die het hart van mijn kinderen steelt. Zijn reusachtige sprongen brengen hem wel soms bijna in de kliniek, maar niet op het zegepodium. Daar staat Georges Jobé te pronken. Die sprong nóg verder. Maar die had dan ook het parcours zelf ontworpen. Bijna had ik eraan toegevoegd : « Zo kan ik het ook… ! »

Referentie
Ronny De Schepper, Gesprek met Eric Geboers: “De sport gaat boven de show”, De Rode Vaan nr.3 van 198

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s