Het hoogtepunt van de viering van het 200-jarig bestaan van de St-Ceciliaharmonie uit Tielrode was het optreden op 26 juni van het wereldvermaard orkest van de Gidsen. Dit elitekorps van België stond toen onder de zeer deskundige leiding van streekgenoot Lt-Kapelmeester Yves Segers. Net als 25 jaar eerder werd de sporthal van Tielrode omgebouwd tot een heus concertpodium, zodat iedereen optimaal kon genieten van dit unieke gebeuren. Eveneens zoals bij vorig jubileum opteerde het bestuur voor een gastsolist. In 1987 was dit Walter Boeykens. Anno 2012 was het Anne Boeykens, zijn dochter. Zij vertolkte het ‘Concerto nr 1 voor klarinet van C.M. Von Weber’.

Als ik twintig jaar geleden klarinettiste An Boeykens ging opzoeken om met haarzelf, tweelingzus Sabine en jongere broer Johan over muzikaliteit in de genen te praten, knalde Studio Brussel uit de radio. Het doet me denken aan die reclamespot van Pioneer, waarin een violist na een concert letterlijk en figuurlijk zijn jas omkeert en in zijn auto Sniff’n’the Tears draait…
An schatert het uit: “Dat zou ik wel kunnen zijn! Als we gedaan hebben met een concert en ik stap in de wagen, dan is het eerste wat ik doe Studio Brussel opzetten. Dat ontlaadt de spanningen. Bij die muziek hoef ik niet na te denken. De laatste tijd speel ik weer meer en meer klassieke CD’s, maar om te ontspannen lukt dat niet. Ik ben daar te veel mee bezig. Als ik dus naar klassieke muziek wil luisteren, dan moet ik daar echt tijd voor maken. Zorgen dat ik niets anders te doen heb dan echt luisteren. Terwijl popmuziek, dat kan je opzetten terwijl je aan het strijken of aan het kuisen bent. En bij ons vader was dat juist hetzelfde. Alleen was het in zijn tijd jazz in plaats van pop.”
An is in het BRTN-Filharmonisch Orkest vader Walter (1938-2013) opgevolgd, die aan een indrukwekkende solo-carrière is begonnen. Walter: “Ik heb zelfs nog jazz gespeeld in nightclubs en zo, maar dan als pianist, want de klarinet vond ik daarvoor te edel, als ik dat zo mag zeggen. Nu denk ik daar een beetje anders over. Ik heb heel veel respect voor jazzmusici. Ik was b.v. één van de eersten om mij een kaartje aan te schaffen voor Frank Sinatra toen hij hier op 76-jarige leeftijd passeerde. En ik heb met het BRT-orkest het concerto van Artie Shaw nog uitgevoerd. Ik heb zelf trouwens ook nog een eigen big band gehad. Ik moest wel, want wie kan er nu voor zijn academie of muziekschool een leraar van zestien jaar aannemen? Ik ben dan terechtgekomen in een militaire muziekkapel omdat men vond: dat is toch een vaste baan. En eigenlijk is dat nog niet zo’n slecht gedacht, op voorwaarde dat men er niet te lang bijblijft. Ik heb toen ook drie, vier amateurkorpsen gedirigeerd, eigenlijk gewoon om een beetje centjes te verdienen, moet ik eerlijk zeggen. Ondertussen was ik dan al twintig geworden en toen kon ik toch leraar worden in Sint-Niklaas. Maar alles bij elkaar heb ik geen spijt van die periode omdat ik me nu veel meer kan inleven in de problemen die jonge mensen hebben die uit een dorp komen.”
Is het dan nog altijd zo problematisch?
An: “Op de kunsthumaniora was het verschrikkelijk: je had daar twee richtingen, plastische kunst en muziek en die van de plastische kunsten die keken echt op ons neer, want wij waren de sullen, wij waren niet modern genoeg. Ik heb thuis nochtans meer CD’s van popmuziek dan van klassieke muziek.”
De dochters Boeykens zijn trouwens goed bevriend met Paul Michiels (Polle Pap van Soulsister). In “De Lange Mars” van 12 december 1992 kon hij er maar niet over zwijgen. Hij had de familie ontmoet in het zuiden van Frankrijk en kon op die manier zelfs bij de “blinddoektest” vader en dochter herkennen in een dubbelconcerto van Krommer (de componist kende hij niet, maar kom).
Sabine vindt het wel belangrijk dat, al was het maar één uurtje per week, er muziek gegeven wordt op de middelbare scholen. “Dat men toch eens in contact komt met muziek, met klassieke muziek dan, want door de rest worden we juist overstelpt. Ik zeg niet dat dat niet goed is, want ik hou zelf ook wel van popmuziek, maar het is gewoon noodzakelijk voor de algemene ontwikkeling. Soms kom ik mensen tegen die denken dat een klarinet hetzelfde is als een fluit. Ja, dan zou ik iets krijgen, hé.”
“Daarom hou ik ook van Nigel Kennedy,” voegt An eraan toe, “al weet ik wel dat veel mensen uit het beroep, violisten uit het radio-orkest b.v., aan wie ik hun mening heb gevraagd, er niet zo hoog mee oplopen. Hij wordt wellicht inderdaad wat overschat, maar ik vind als je op die manier klassieke muziek populair kunt laten worden bij jongeren, waarom niet? Want laten we eerlijk zijn, het is door zijn imago. Mocht hij daar zo niet aangetroeteld staan, dan was hij gewoon één uit de zovelen. Maar ik vind dat tof dat hij op het podium komt zonder een smoking aan, want dat hangt nog veel te veel samen met klassieke muziek. Daar hangt altijd iets deftigs rond. Een stijf wereldje.” (*)
En wat met hedendaagse muziek?
An Boeykens: “Ik vind hedendaagse muziek heel interessant. Vooral technisch. Maar gevoel kun je daar niet echt inleggen, dat is waar. Het heeft vooral met effect te maken en de techniek van uw instrument beter leren kennen. Dat er nog zoveel mogelijkheden zijn, die we normaal nooit gebruiken, maar die wel van toepassing zijn voor die hedendaagse muziek. Ik zou het alleen niet elke dag willen spelen.”
Haar broer Johan zegt echter volmondig: “Ik hou er helemaal niet van.” En tweelingzus Sabine sluit zich daarbij aan: “Ik evenmin.”
Dat is typisch, nietwaar, dat enkel de actieve beoefenaar er iets aan heeft. Het is dus echt muziek voor een klein kringetje. Men maakt muziek voor elkaar. Het is dus niet te verwonderen dat hedendaagse componisten in een ivoren toren zitten.
Waarom is alleen An in zijn voetsporen getreden, terwijl Sabine en Johan toch ook overweg kunnen met diverse instrumenten? Om het antwoord te geven vertelt Sabine eerst hoe Walter op zevenjarige leeftijd begonnen is als violist: “Zijn vader, mijn grootvader dus, was een speciaal geval. Die kon geen noot muziek lezen, maar als hij iets hoorde op de radio, kon hij dat onmiddellijk naspelen. Hij was eigenlijk mandenvlechter, een typisch beroep uit de streek, maar op een of andere manier had hij een viool in handen gekregen.”
Als ik de vurige ogen en het ravenzwarte haar van de tweelingzusjes zie, vraag ik me af of hij soms zigeunerbloed in de aderen had…
Dat Spaanse temperament moet men echter in de familiegeschiedenis eerder langs moederszijde gaan zoeken. Maar terug naar het verhaal van Sabine, want ook zij begon met viool: “Ik heb drie jaar viool gedaan en dan ben ik overgeschakeld naar piano. Dat kwam vooral omdat ik een heel strenge leraar had. Die staat nu nog altijd bekend als één van de besten, maar voor een kind van acht jaar was dat soms ondraaglijk. Als ik onvoldoende gewerkt had, dan sloeg hij soms met de strijkstok op mijn vingers. En ondertussen zag ik dat An zo’n heel lieve pianolerares had, een echte bomma.”
Of vader Walter ook met de strijkstok op de vingers werd geslagen is twijfelachtig, maar toch schakelt ook hij op tienjarige leeftijd over op een ander instrument. Dat werd dan de klarinet om deel te kunnen uitmaken van de plaatselijke harmonie, die hij overigens later gedurende lange tijd zal leiden (“met een viool in de stoet lopen is niet echt praktisch“).
En waarom is An dan van piano overgeschakeld op klarinet? Omdat een piano nóg minder praktisch is in een optocht?
An: “Ik miste geen enkel concert van mijn vader en natuurlijk slingerden er altijd wel een paar klarinetten in huis rond. Spontaan begon ik daarop te spelen en toen bleek dat ikzelf ook wel aanleg had, heb ik uiteindelijk voor dat instrument gekozen.”
Van heinde en verre betaalt men nu hoge sommen om bij Walter Boeykens les te mogen volgen maar An volgde les bij iemand anders! “Hij wou dat niet forceren. Het was echt een gouden stelregel bij ons thuis: niemand moet muziek doen.”
Johan beaamt: “Dat was bij mij eigenlijk ook zo. Want ik heb het als hobby altijd heel graag gedaan, maar uit schrik van mij te willen forceren, heeft hij mij eigenlijk een beetje te weinig aangemoedigd. Al moet ik toegeven: An kwam thuis en studeerde nog twee, drie uren, terwijl ikzelf wel wekelijks mijn les leerde, maar daarmee was het ook afgelopen. Toch zei vader altijd dat het goed was, misschien durfde hij niets anders zeggen, maar ik dacht: als ’t voor u goed is, dan is ’t voor mij ook goed!”
En Sabine?
“Toen ik mijn humaniora had afgemaakt, wou ik stoppen met studeren en een eigen zaak beginnen. Ik werd toen wel afgeremd en daar ben ik blij voor, maar toch was dat eigenlijk mijn droom. Meer het zakelijke dus. En zo is het muzikale op de achtergrond verzeild geraakt. Ik speel enkel nog wat cello als hobby.”
“En ik saxofoon,” valt Johan in. “Ik zit ook in zaken, maar dan wel in de muzikale sfeer (allerlei toebehoren voor muzikanten: van rietjes tot kisten) en zo ben ik saxofoon beginnen spelen.” (**)
An daarentegen, die had het écht te pakken: “Ik miste geen enkel concert van mijn vader en zelf bleek ik ook wel aanleg te hebben, daarom heb ik uiteindelijk voor dat beroep gekozen. En toen ik dan naar het conservatorium ging in Antwerpen, kwam ik uiteraard wél in de klas van mijn vader terecht. In het conservatorium geeft hij echter groepsles, waarbij ieder om beurten moet spelen. En ik was gewoon één van de tien leerlingen die dat jaar eindexamen deden. Integendeel, als de tijd bijna om was en hij moest kiezen tussen andere leerlingen en mij, dan kon het bijna niet anders of die anderen gingen voor. Maar als er problemen waren, dan had ik de juiste man bij de hand natuurlijk. Dikwijls gaf hij dan raad van in de badkamer of zo, maar kom, je had er wel iets aan.”
Krijgt An nu een voorkeursbehandeling, nu zij de enige is die in vaders voetsporen is getreden?
26 anne en sabine boeykens“Absoluut niet,” zegt Sabine. “Als ik promotie maak op mijn werk, dan apprecieert hij dat evenzeer als wanneer An een goed concert geeft.”
En An zegt zelf: “Telkens we nog eens thuis komen is het een soort van afspraak dat er niet langer dan vijf minuten over muziek wordt gesproken. Als ik raad nodig heb, dan neemt hij mij daarvoor apart. Dat is altijd perfect gescheiden gebleven. Eigenlijk denk ik dat het voor hem juist het plezantste is dat we alle drie verschillend zijn, zodat er ook over andere dingen kan worden gesproken.”
Sabine voegt daaraan toe: “We zijn allemaal kort na elkaar het huis uit gegaan en in het begin konden onze ouders dat echt niet gewoon worden. Zij gingen bijna elke avond op restaurant eten omdat ze het zo triestig vonden om onder hun beidjes aan tafel te zitten. Maar omgekeerd gaan we nu eigenlijk meer dan vroeger samen naar een concert. We beschouwen dat nu als een uitstap.”
Gaat An in het BRTN-orkest blijven spelen of heeft zij ook ambities voor een solo-carrière zoals haar vader?
“In een orkest spelen was oorspronkelijk wel mijn doel, maar nu is het misschien niet meer mijn einddoel. Als je immers echt intensief met je instrument bezig bent, wat je eigenlijk moet doen, ook als je in een orkest zit, dan krijg je toch wel de smaak te pakken voor solo-optredens en concertjes buiten het orkest. Dat geeft veel meer voldoening. Maar een solo-carrière heeft natuurlijk ook invloed op je familiale leven. Al heb ik het met mijn man wel getroffen. Ondanks het feit dat hij helemaal niks met muziek te maken heeft, hij zit in de computerbusiness, heeft hij alle begrip voor mij. Want, je moet toegeven, het is toch niet makkelijk: de werkuren zijn immers meestal ’s avonds en in het weekend. Ik denk dat zijn houding echt uitzonderlijk is. Vooral bij mannen, als het m.a.w. de vrouw is die een artistieke carrière nastreeft.”
Reizen, optreden, dat was toch bij jullie vader ook het geval?
“Jawel,” zegt Sabine, “maar er was één belangrijke vervangpersoon en dat was precies die grootvader waarover ik reeds heb gesproken. Die woonde bij ons in en heeft ons eigenlijk mee opgevoed. Die was heel jong van geest, een geweldig man.”
“En het is ook een kwestie van gewoonte,” zegt Johan. “Ik zou er eerder moeite mee hebben, mocht vader iedere avond rondhangen in een luie stoel.”
An rookt als een Turk. Mag dat eigenlijk wel? Nee, maar ze doet het toch. En te weinig sport doet ze ook al. “Ik zou eigenlijk wat moeten joggen,” zegt ze, “want een concerto spelen is zeker even vermoeiend op fysiek vlak als op psychisch vlak.”
Ik verwijs naar Roland Kirk, de jazz-sopraansaxofonist die continu speelt, die m.a.w. ademt terwijl hij speelt.
An: “Ik zou dat heel graag kunnen, want vooral wanneer je fysisch niet zo goed in orde bent, kun je op die manier toch ademhalen, zonder dat je jezelf uitput. Maar daarmee moet je zo intensief bezig zijn… Zeker een jaar denk ik. En ik heb al zoveel dingen rond mijn hoofd. Ik denk trouwens dat het veel belangrijker is in jazz, want klassieke muziek is er soms op gebouwd dat je adempauzes inlast. Wat mij anderzijds veel meer interesseert is opera. Toen ik nog studeerde, ben ik een paar keer ingevallen bij het Muntorkest, o.a. voor de Bühnemuziek in Don Giovanni en dat vond ik een fantastische ervaring.”
Dat was niet echt toevallig want An kreeg les van Raymond Dils, Hans Vanneste en Ivo Lybeert, drie klarinettisten uit het Muntorkest en ook drie leerlingen van haar vader.
In 1996 nam An het klarinetkwintet van Mozart op samen met het Rubio strijkkwartet. Een jaar later kreeg dit kwartet nochtans een vernietigend advies mee van de Raad: “Het betreft een kwartet met weinig samenhang, waarvan elk lid tekortschiet op technisch en artistiek gebied.”
Ook voor 1996 hadden ze trouwens geen werkingstoelage gekregen ondanks… een warm pleidooi van mijn voorganger in die Raad, Walter Boeykens.

Ronny De Schepper

(*) De belangstelling van An Boeykens is zoals gezegd niet beperkt tot klassieke muziek. En aangezien ze ooit in het Proms-orkest zat, dat geleid werd door Robert Groslot, is het ook best mogelijk dat zij het is die de klarinetsolo speelt op de versie van Hans De Booy van “Eenzaam zonder jou”, begeleid door Groslots Novecento-orkest!
(**) Ondertussen is Johan hiermee gestopt. Hij houdt nu “D’Oude Cluyse” open, een attractief restaurant in Bornem, waar mijn ouders nog hun zestigste huwelijksverjaardag hebben gevierd, met een klein salonorkestje dat Johan voor hen op de kop had kunnen tikken. Diezelfde taverne is nog lange tijd uitgebaat geweest door Danny Fisher, ooit nog leadgitaar gespeeld in de vaste band van Will Tura en uitvoerder van “Just another guy”, ook bekend van Cliff Richard, maar in onze contreien was zijn uitvoering meer gewild. Danny Fisher was natuurlijk een schuilnaam, die hij zich aanmat omdat hij een fan was van Elvis Presley, want Danny Fisher was Elvis’naam in King Creole, gebaseerd op een boek van Harold Robbins, een succesvol auteur in de jaren ‘60. (Met dank aan Raymond Thielens)

09 anne en walter boeykens

Een gedachte over “Vijf jaar geleden: Anne Boeykens eregaste bij jubilerende St-Ceciliaharmonie Tielrode

  1. Mag ik hier vertellen dat de familie Boeykens ( walter, an ,sabine, johan en de vrouw des huizes ) het meest talentrijke muzikale gezin uit belgenland is? familie koen de couter is er ook zo eentje…..Moesten onze politici zoveel inspiratie hebben en zin voor compromis en gezelligheid, dan was vlaanderen en wallonie reeds lang verbroederd op de podia der lage landen en ver daarbuiten. Kortom, hier zit tenminste muziek in zonder pretentie maar met een klasse die verder reikt dan Komen en de Voerstreek. Let’s go for it, walter and thanks for all those beautiful moments !

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s