Het is vandaag ook al dertig jaar geleden dat de Franse (toneel)auteur Jean Genet is overleden.

Genet was een kind uit een buitenechtelijke relatie. Zijn moeder liet hem achter bij de Assistance Publique (Burgerlijk Armenbestuur), zodat Jean zijn vroege jeugd doorbracht in opvanghuizen. Korte tijd verbleef hij bij een stiefgezin in het dorp Alligny-en-Morvan, waar hij boeken las en dagdroomde in een bedompt buitentoilet waar het (naast de evidente geuren) ook rook naar oude bomen en zompige aarde, schrijft een poëtisch gestemde auteur op Wikipedia.
Op zijn tiende werd hij veroordeeld voor diefstal en belandde hij in een jeugdgevangenis. Hij was onschuldig, maar omdat de wereld hem desondanks tot dief had verklaard, besloot hij deze reputatie na te leven. “Ik verwierp de wereld die mij verworpen had,” schreef Genet later.
Op 19-jarige leeftijd ontsnapte Jean Genet uit de gevangenis. Hij sloot zich aan bij het Frans Vreemdelingenlegioen, om al snel weer te deserteren. Tien jaar zwierf hij door Europa en bracht hij – door veroordelingen voor landlopen, homoseksualiteit, prostitutie, diefstal en smokkelen – veel tijd door in Europese gevangenissen. Aan het einde van deze periode verbleef Genet in nazi-Duitsland, waarover hij schreef: “Dit is een natie van dieven. Wanneer ik hier steel, betekent dat niets bijzonders voor de realisatie van mezelf. Ik gehoorzaam slechts de gebruikelijke gang van de dingen. Ik vernietig niets.”
Vanaf 1942 schreef Jean Genet autobiografische boeken waarin de bourgeoisie belachelijk wordt gemaakt en de pracht van diefstal en homoseksualiteit wordt gevierd. In 1948 werd hij voor de tiende keer veroordeeld wegens inbraak, waardoor hij automatisch tot levenslang werd veroordeeld. Dankzij petities van André Gide, Jean Cocteau en zijn latere vriend Jean-Paul Sartre, kwam hij toch vrij. Als dank schreef hij een gedicht waarin de waarden van criminelen en het meditatieve leven in de gevangeniscel wordt geprezen.
Met zijn eerste twee toneelstukken: “Les Bonnes” (De Meiden, 1947) en “Haute Surveillance” (Onder Toezicht, 1949) vestigde hij naam als avant-gardistisch toneelschrijver. In Controverse-Gent werd “Les Bonnes” als « Te meiden » opgevoerd in de jaren tachtig. In dit stuk dat gebaseerd is op een waar gebeurd verhaal dat in 1994 als “Sister my sister” door Nancy Meckler werd verfilmd (*), beramen twee meiden (lesbische incestueuze zussen) een moord op hun « madam », maar ze komen er niet toe en dus kunnen ze het enkel maar onder elkaar « spelen », met kwalijke gevolgen. Indien dit op zichzelf nog geen teken van krankzinnigheid zou zijn (krank betekent eigenlijk « ziek »), dan helpt regisseur Bert Van Tichelen alvast een handje door de drie rollen door mannen te laten vertolken. « Genet zou het liever zo gehad hebben », zegt hij. Nogal wiedes, er wordt anaal gecoïteerd, gemasturbeerd en afgezogen (of toch gedaan alsof) dat het een lieve lust is en Jean Genet is van dat soort vertier, vooral bij mannen dan, nooit erg vies geweest.
Van Tichelen wou dus dat Jean Genet, die op dat moment als 74-jarige ergens in Parijs zou uithangen, tevreden was. Of het Gentse publiek dat ook zou zijn, was wel de laatste van zijn zorgen. Zijn eerste zorg was wellicht een goedkoop schandaalsuccesje behalen. Als 16-jarige heb ik ook nog op het college stiekem werk van Genet gelezen, omdat dit dan niet alleen pervers maar ook « revolutionair » was (**). Anno 1984 wordt het al iets moeilijker om op basis van een tekstinterpretatie alleen voor een rel te zorgen. Dus, maar veel blote konten erin gestopt, mannelijke dan, want vrouwelijke zijn ook al niet meer aanstootgevend.
En hoe groot zou de triomf niet geweest zijn indien de bekende Gentse travestiet Dille aan de productie zijn (of haar ?) medewerking had willen verlenen ! Maar neen, Dille haakte af en zo deden ook publiek en recensenten. Eendrachtig vond iedereen het vervelend en was niemand geshockeerd.
Wat zouden we de volgende keer nog kunnen doen ? David Bowie zong over Jean Genet in het nummer “Jean Genie” uit 1972 en Rainer Werner Fassbinder maakte in 1982 de film “Querelle”, gebaseerd op het boek “Querelle uit Brest”. Maar nadien? Needcompany moest op het eind van 1995 een voorstelling schrappen, maar dan wel om een zeer merkwaardige reden. De erven van Jean Genet vonden namelijk dat men geen dansvoorstelling mocht maken op basis van zijn teksten. Wel mocht men aan hem “denken”, maar daarvoor moest men dan toch een aanzienlijke som neerleggen. Needcompany weigerde dit terecht en stelde de première van “Tres” van Grace Ellen Barkey een tijdje uit. Nadien ging ze dan toch in première onder dezelfde titel. We mogen zelfs aannemen dat het eigenlijk dezelfde voorstelling was, alleen werd nu niet meer naar Jean Genet verwezen, zodat diens erven op hun kin konden kloppen… Op 20/05/1997 ging bij het Gentse theater De WAANzin “De meiden” in première. De regie van Bart Klein was meteen diens afstudeerproject aan de Toneelacademie Maastricht.

Referenties
Ronny De Schepper, Om zot te worden, De Rode Vaan nr.17 van 1984

(*) In Arca speelde men in de jaren negentig het gelijknamige toneelstuk van Wendy Kesselman waarop de film was gebaseerd.

(**) In mijn studententijd ben ik ook nog naar een opvoering geweest van “Le balcon” in het Gentse Arenatheater, maar daar herinner ik me (helaas?) helemaal niets meer van.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.