De dag dat de keizer tweemaal van zijn lijn afweek

05 beheyt en van looyZondag 28 augustus 1988 heeft in Ronse het wereldkampioenschap op de weg voor beroepsrenners plaats. Precies 20 jaar na de legendarische sprint tussen Rik Van Looy en Benoni Beheyt met dezelfde titel als inzet. Vooruitlopend op de feiten schreef de Ronsese journalist Stef Vancaeneghem vorig jaar een korte roman over zijn geboortestad. Een tijdsbeeld dat hij koppelde aan die fameuze sprint en dat daarom de titel « Zonde van Nini » meekreeg, Nini zijnde de echtgenote van Rik Van Looy. Commercieel goed bekeken uiteraard, maar afgaande op de inhoud — de aftakeling van de textielindustrie in de regio — ware « Zonde van Ronse » misschien meer aangewezen…

58 zonde van ronseDe teleurgang van de textielindustrie
Ronse, een stadje met zo’n 25.000 inwoners, is reeds zeer lang bewoond. Archeologische vondsten hebben uitgewezen dat reeds in de prehistorie (circa 10.000 jaar geleden) er menselijk leven aanwezig was, maar we nemen aan dat de haute couture dan nog voornamelijk uit dierenhuiden zal hebben bestaan en dat het veloke als nationale sport nog door het dobbelen op de achtergrond werd verdrongen. Typisch is wel dat wanneer de eerste benamingen van het plaatsje opduiken (Rotnace in de 9de eeuw en Ronnaco in de 12de), er zowel Germaanse als Romaanse elementen in de bestanddelen ervan zijn aan te duiden. Deze vreedzame coëxistentie van twee culturen zal immers tot op de dag van vandaag een constante blijken te zijn.
De eerste sporen van textielindustrie gaan terug op de 13de eeuw (lichte wolweverij), maar de bloeiperiode situeert zich op de eeuwwende tussen de 15de en de 16de eeuw. Later specialiseerde men zich in grof linnen, zelfs zodanig dat dit een eigen benaming meekreeg het zogenaamde « ronschen twijn » of « saquin » (alweer tweetalig, jawel). In het begin van de 19de eeuw komen we daarbij tot een inventaris van 320 meesterwevers, 700 wevers, 1700 spinners en spinsters, werkzaam op 600 getouwen. Frans protectionisme en de concurrentie van de Engelse gemechaniseerde nijverheid deden de omzet vanaf 1830 dermate dalen, dat amper vijftien jaar later deze nijverheidstak als reddeloos verloren mocht worden beschouwd. De enige tak die inspeelde op de moderne productietechnieken en -organisatie was de katoenweverij en -spinnerij, die dan wel de plaatselijke textielnijverheid opnieuw tot een grote bloei bracht op het einde van de vorige en het begin van deze eeuw. Deze bloei is des te merkwaardiger omdat Ronse niet kan profiteren van geografische omstandigheden (de verkeersverbindingen zijn slecht, er is onvoldoende water). Hij kan dus enkel toegeschreven worden aan het vakmanschap en de ondernemingsgeest van de mensen zelf, gegroeid door de jarenlange traditie. De vaak bescheiden familiebedrijven, waaraan heel lang thuiswerkende arbeiders verbonden waren, boden het hoofd aan de machtige concurrentie door de grote verscheidenheid van meestal gemengde weefsels die zij aanboden.
Soelaas door toerisme ?
Maar ook dit is nu allemaal verleden tijd. Omdat ook andere sectoren geen oplossing boden voor de tewerkstelling, wordt nu vooral uitgekeken naar de toeristische sector. Het is ongetwijfeld in dit kader dat men de organisatie van dit wereldkampioenschap moet zien, ook al heeft Ronse zoals gezegd reeds een zekere traditie op dat vlak en al behoort de wielersport zeker tot het geliefkoosde terrein van de socialistische burgemeester Orphale Crucke.
In 1963 was deze huidige advocaat (hij behartigt o. a. de belangen van wielrenners die niet bij het christelijke Sporta zijn aangesloten) amper zestien jaar en het is niet onwaarschijnlijk dat hij net als Stef Vancaeneghem met ijsco’s ventte op de omloop om het toegangsgeld te omzeilen, want zijn universitaire carrière is hem zeker niet in de schoot geworpen. Deze « Amerikaanse» loopbaan (van loopjongen tot burgemeester) maakt hem trouwens zo ontzettend populair bij de bevolking (hij is altijd goed voor een pak voorkeurstemmen). Echter niet bij iedereen, zoals mocht blijken uit een gesprek dat volgde en dat Luc Rasquin had met Hervé Suys, een Jongcommunist die niet hoog opliep met de komende festiviteiten. Maar dat interesseert ons na al die jaren niet meer natuurlijk en daarom heb ik de inleiding die ik daarvoor schreef en die hierboven is afgedrukt, liever koppel aan een beschrijving door Dirk Roelandt van “De dag dat de keizer tweemaal van zijn lijn afweek”…
IMG_0010Ronse, 11 augustus 1963 : in een spectaculaire, maar incidentrijke eindsprint klopt Benoni Beheyt Rik Van Looy en wordt wereldkampioen wielrennen op de weg bij de profs. Hij is 22, 2de jaars beroeps, slagerszoon (zonder brilletje) en afkomstig uit het Oost-Vlaamse De Pinte. Toch is zijn zege geen onverdeeld succes; wielerminnend Vlaanderen valt uiteen in twee clans die meestal figuurlijk, maar soms ook letterlijk met getrokken messen en gebalde vuisten tegenover mekaar stonden. Voor de enen was hij een verrader en een lafaard, voor de anderen een nieuwe held: de jonge kroonprins die het had aangedurfd ‘de Keizer’ van zijn troon te laten tuimelen. Maar wat had de gemoederen nu zo verhit? Tenslotte stond toch een Belg op het hoogste trapje van het erepodium? Daarom hebben we de sportpers uit die dagen er nog eens op nagelezen. Een breuk van bijna een kwarteeuw laatje toe de feiten serener te benaderen, de contekst te reconstrueren waarbinnen het incident zich voltrok en de reacties van de directe en indirecte betrokkenen te relativeren.
De aanloop tot, het verloop en de nasleep van dit wereldkampioenschap bevat eigenlijk alle ingrediënten van een klassieke tragedie : een beklemmend voorgevoel, dramatische spanningsmomenten, de knagende twijfel en onzekerheid van de held, zijn eergierigheid en onstuimigheid ook, de blakende conditie en de jeugd van de antagonist, de eed van trouw aan de keizer, het moedwillige of onopzettelijke of noodzakelijke verraad van de jonge kroonprins, de onafwendbare catastrofe, het expliciterende koor van journalisten, de rivaliteit tussen de twee scharen supporters… Maar ook zuiver historisch bekeken overstijgt het W.K. in Ronse het anekdotische, verplicht het ons b.v. na te denken over de illusie om, zeg maar, de waarheid te kunnen achterhalen, plaatst het vraagtekens achter de historische waarde van de ooggetuige als bron, geeft het ons meer inzicht in de massapsychologie t.a.v. helden, de behoefte aan idolen en de stereotiepe verwachtingen die men in hen stelt, de wezenskenmerken van het ‘charisma’ …
Rik Van Looy was in ’63 bijna dertig. Hij had — op de Ardense na — alle grote klassiekers reeds één of meer keer aan zijn zegepalmares toegevoegd. Was ook al tweemaal nationaal en in ’60 wereldkampioen geworden. Hij was ontegensprekelijk de klasrijkste klassieke wegrenner van zijn generatie. Bovendien was hij razend populair in binnen- en buitenland; een populariteit die zelfs Eddy Merckx nooit te beurt zou vallen.
Net als Merckx was Van Looy eergierig, ambitieus en strijdlustig. Allebei hadden ze die onstuimigheid en aanvalsdrift die grote kampioenen sieren. Maar Rik II was minder compleet : cols verteerde hij moeilijk en in het tijdrijden was hij een eerder middelmatig coureur. Hij was bovendien niet onoverwinnelijk, kwetsbaarder ook en minder fortuinlijk. In de lichtere klassiekers moest hij vaak met mindere goden als een Vannitsen, een Jos Wouters of een Melckenbeeck naar de eindmeet die hem dan vaak enkele meters voor de streep voorbij flitsten. Maar misschien juist die combinatie van grote klasse, strijdlust en kwetsbaarheid hadden hem zo populair gemaakt.
Rik had ook nog nooit een grote ronde gewonnen. Onder druk van zijn sponsors, zijn supporters, zijn leeftijd maar ook om een tot dan toe mislukt seizoen door een sleutelbeenbreuk enigszins goed te maken, besluit hij in ’63 aan de Ronde van Frankrijk deel te nemen. In de vlakke ritten ontpopt hij zich tot ‘snelste’ renner van het peloton. Zijn sterkste concurrent is een andere Belg : de jonge Benoni Beheyt. Maar ook die moet zich bij Van Looys meesterschap neerleggen. Aan de voet van het hooggebergte heeft Van Looy al behoorlijk met zijn krachten gewoekerd. Bovendien kent hij die cols niet. Toch bijt hij de moeilijke dagen door en in begenadigden periodes schuift hij met de meest gereputeerde berggeiten als een Junkermann, een Perez Frances, een Bahamontes mee naar boven. Rik eindigt zijn eerste tour als tiende en wint bovendien de groene trui met 137 punten voorsprong op tourwinnaar Jacques Anquetil, Bahamontes en… Benoni Beheyt.
Op 22 juli wordt Van Looy voor de tweede keer nationaal wegkampioen in Zolder. En hoe? « Eerst liet hij acht man aan de haal gaan, daarna nog vier en toen hij oordeelde dat de kloof breed genoeg was, sprong hij op deze (sic) en bracht ze bij de acht. » Van Looy won de eindsprint met een straat voorsprong op Louis Proost, Frans Aerenhouts, Jef Planckaert en… Benoni Beheyt. Een kop in Het Volk omschrijft Van Looy als « de machtigste en strijdlustigste renner aller tijden ». Een gevleide typering, dat wel, maar het typeert toch zijn superioriteit op dat moment.
Van Looy was ook de grondlegger van het moderne ploegensysteem : een wielerteam werd opgebouwd rond één kopman, omringd door knechten die zich onvoorwaardelijk opofferden en voor 100 % in dienst reden. Met zijn ‘Flandriens’ had Van Looy merkwaardige resultaten behaald. Kortom : door zijn prestaties, zijn klasse, maar ook door het omschreven ploegensysteem waren de media hem ‘der Kaiser’ gaan noemen. Voeg daarbij zijn blakende conditie en het was duidelijk dat Van Looy de te kloppen man zou worden op het aanstaande W.K. en dat hij zwaar zou doorwegen op de Belgische selectie.
Op 2 augustus komt de Belgische afvaardiging in hotel Maryland te Grobbendonk bijeen : Van Looy zelf, Armand en Gilbert Desmet, Jef Planckaert, Frans Aerenhouts, Louis Proost, Benoni Beheyt en de 40-jarige routinier Pino Cerami. Met een dergelijke combinatie van sprinters, jumpers, machtsrenners en… Rik Van Looy kon de regenboogtrui België niet ontsnappen. In ‘de overeenkomst van Maryland’ verbond Rik zich contractueel ertoe iedereen royaal te vergoeden als hij wereldkampioen zou worden, en de anderen om onvoorwaardelijk in zijn dienst te rijden. Op 3 augustus verklaart Beni Beheyt aan ‘Het Volk’ : « Neen, wat mijn conditie betreft, daar hoeft niemand zich zorgen over te maken en nopens mijn bedoelingen te Ronse evenmin : ik rijd daar integraal in dienst van Rik Van Looy ». Maar : wat als Rik iets overkomt? « …dan zal ik geen ogenblik aarzelen om mijn eigen kansen te gaan. »
Naarmate het uur van de waarheid nadert, ontstaan er barsten in het eenheidsfront. Een Franstalige krant pakt met het bericht uit dat ploegleider De Kimpe Beheyt en Gilbert Desmet de opdracht meegegeven heeft hun eigen kans te gaan. « Onzin, » stelt De Kimpe, « ze hebben hun woord aan Van Looy gegeven en zij moeten de aangegane verbintenis naleven. » Ook maakte Van Looy de afgelopen dagen niet zo’n frisse indruk. In de tweedaagse Parijs-Reims-Luxemburg laat hij het op de laatste dag afweten. In het criterium van Denderhoutem eindigt hij pas derde, achter Jos Wouters en Frans Melckenbeek, maar vóór Benoni Beheyt. Rik zou last ondervinden van zijn valpartij in Rijmenam.
Over de eensgezindheid binnen het Belgische team verklaart Van Looy op 10 augustus aan het Nieuwsblad : « Het ging nog nooit zo gemakkelijk, ik ben er gerust in. » Maar journalist Frank Vandale voegt er het nare voorgevoel aan toe : « Samen met Rik Van Looy zouden wij zeer graag geloven dat het met de verstandhouding in de Belgische ploeg volkomen in orde is. In een wereldkampioenschap is de begeerte naar een zege echter zo groot, dat het vergeten van een gegeven woord meer als een te begrijpen menselijkheid dan als een verraad zou moeten bestempeld worden. » In het licht van de latere gebeurtenissen, een lugubere voorspelling.
Aan de vooravond van het grote gebeuren gooit Gilbert Desmet nog wat roet op het vuur als hij zich (terecht) afvraagt wat er te verdienen valt mocht Rik niet winnen. Van Looy repliceert hier duidelijk geprikkeld op : « Niets, » waarna hij opstapt. Even later keert hij terug, zwiert de contracten op tafel en voegt eraan toe dat iedereen nu opnieuw vrij is. Consternatie en verwarring alom, iedereen blaast afwisselend warm en koud, maar uiteindelijk luwt de storm en is de eenheid hersteld.
Was het de nasleep van de val in Rijmenam? De stress van de topfavoriet ? Of de ruzie van vorige nacht ? Feit is dat Van Looy ongesteld, nerveus en geprikkeld aan de start verschijnt, van een zwaar wereldkampioenschap. De omloop is 16km 600 lang met daarin de Kruisberg en de 1200 meter lange, hellende kasseistrook van Saint-Marie. De renners moeten er 17 keer over- en doorheen.
49 de sprint van ronseToch wordt het een saaie wedstrijd : het ‘grendelsysteem’ van de Belgen werkt perfect. Geen enkele ontsnappingspoging draagt erg ver. Als de grote tenoren zoals een Simpson, een Poulidor en een Stablinski er in de laatste twee ronden alleen willen vandoor gaan, volgt telkens de counter van de beresterke ‘Manten’ Desmet, aardig geassisteerd door zijn naamgenoot Gilbert en Jef Planckaert. En zelfs… Rik Van Looy. Rik had ook al in het midden van de wedstrijd met zijn krachten gewoekerd, misschien wat teveel.
Op 800 m. van de eindmeet biedt zich een compacte groep van zo’n dertig renners op de lange en brede Glorieuxlaan aan. Tijdens de laatste ronde had Van Looy Beheyt gevraagd om de spurt voor hem aan te trekken. Maar Beheyt beweert krampen te hebben na een helse achtervolging op de kopgroep ten gevolge van een fietsenwissel. Van Looy dringt niet verder aan. Voor het spurtverloop schakelen we over naar onze reporters ter plaatse.
Jerome Stevens in Het Volk: « Planckaert en G. Desmet nemen Van Looy op sleeptouw. Plots plaatst Rik een demarrage, raakt het wiel van Desmet, is wat uit cadans en moet licht naar het midden van de weg uitwijken… » Volgde dan het kritieke moment. « Beheyt was heropgefleurd, en hing bijna nevens Van Looy. Waar Rik precies een beetje vaart minderde en misschien gevaar liep geklopt te worden, deed Benoni een gebaar om hem vooruit te zwieren, maar weerhield zich om beiden geen deklassering op te lopen. Bij die zenuwachtige ontknoping kwam het echter tot een vlotting (sic) en daaraan hebben sommige mensen zich misrekend. » Onder het mom van een genuanceerd relaas maakt deze confrater zich in feite schuldig aan non- of desinformatie.
Roger Cneut in Vooruit : « Rik Van Looy springt op 200 meter uit het wiel van Armand Desmet, raakt lichtjes diens achterwiel, zwenkt eerst naar rechts om Gilbert Desmet terecht te wijzen (?) tegen de boordsteen, daarna naar links waar hij Benoni Beheyt ter zijner hoogte voelde komen. Een hinder was hiervan het onmiddellijke gevolg, zoals (?) Benoni eventjes aarzelde en in zijn onweerstaanbaar elan naast en ook over Van Looy schoof die dan zelf de linkerhand over Beheyts schouder sloeg. » In hetzelfde schabouwelijke Nederlands gaat dat zo door : « Zijn zege brengt ons een heuglijke bevinding, dat wij een amper 23-jarige wereldkampioen hebben. »
Voor Joris Jacbos van het Nieuwsblad heeft het incident bijna meer weg van een zachte aanraking, een wederzijdse streling dan van een brute obstructie. « De fréle kampioen uit de Pinte plofte als een tuimelende steen (?) achter Van Looy aan. Van Looy voelde het gevaar meer naderen dan hij zag en ofschoon een eerlijk strijder week hij automatisch naar de richting uit, vanwaar Beheyt naderde. Toen zij op dezelfde hoogte waren, viel Van Looy stil, terwijl Beheyt de lichtjes naar hem toeneigende Van Looy van bezijden lichtjes ramde, op topsnelheid voortjoeg. »
Om de zaken eventjes eenvoudig, maar correct voor te stellen : Van Looy is tweemaal niet zonder gevaar van zijn lijn afgeweken. Bij zijn zwenking naar rechts heeft hij eerst Gilbert Desmet en André Darrigade gehinderd, bij die naar links heeft hij Beheyt de pas willen afsnijden. Beheyt moet zich inderdaad afduwen om niet te vallen. Zonder die hinder zou Beheyt met veel meer voorsprong gewonnen hebben op een stilvallende Rik Van Looy. We moeten nog even op de officiële uitslag wachten, want Van Looy heeft tegen Beheyt klacht ingediend bij het College der Koerscommissarissen. Ondertussen luisteren we even mee naar hun eerste reacties…
Van Looy : « Men zegt dat ik van mijn lijn afgeweken ben. Ik antwoord daarop dat ik daartoe het recht had vermits niemand op dat moment naast me lag. Het was Beheyt die me riep. Ik dacht niet meer aan Beheyt ! Ik verschoot me bijna dood toen hij aan mijn trui ging hangen. Ik besefte toen nog steeds niet wat er aan het gebeuren was. Mijn eerste opmerking was : We krijgen de eerste twee plaatsen! Maar hij bleef aan mijn trui hangen. Dat gebeurde in de laatste twintig 25 meter. In de allerlaatste meter duwde hij zich van me af. » (uit Het Nieuwsblad)
Benoni Beheyt: « Ik bekeek de spurt vanop afstand. Van Looy lanceerde zich aan het wiel van G. Desmet en het leek me ineens dat Rik stilviel. Ik zag gelijktijdig Darrigade vooruitschuiven en ik voelde dat ik moest meespringen. Ik kwam vanuit vijfde of zesde positie en wanneer ik ter hoogte van Van Looy geraakte en Rik van zijn lijn afweek, moest ik mij wel verweren. Ik zweer dat ik gespurt heb voor de tweede plaats en ik kon helemaal niet weten dat Rik zou stilvallen. Ik was eerlijk als ik hem zei dat ik krampen voelde opkomen. » (uit Het Volk).
Waarom was Van Looy tweemaal van zijn lijn afgeweken? Waarom viel hij vlak voor de meet stil? Kon hij nog door een buitenlander geklopt worden? Had Beheyt krampen geveinsd? Heeft hij zich gespaard om in de spurt voluit te kunnen gaan? Heeft hij inderdaad maar voor de tweede plaats willen spurten? Heeft hij Rik getrokken of geduwd? We weten het nog altijd niet en we zullen het wellicht nooit weten. Eén ding staat vast : koerstechnisch viel op de overwinning van Beheyt niets af te dingen. Zo oordeelde ook de wedstrijdorganisatie.
Toen de heer Rodoni hem de regenboogtrui omgarde, volgde niet alleen applaus, maar ook gejoel en gejouw, Joris Jacobs beschreef de sfeer na de aankomst als volgt: « Het was een ijzige triomf, een bevreemdend en onverklaarbaar massa-toneel… De laureaten van de topwedstrijd van het jaar, die de weg opent naar het Dorado van de aardse geneugten, stonden met een star gezicht, onwennig, rond het podium te scharrelen als rond een lijkbaar. »
Viel er koerstechnisch niets op de overwinning van Beheyt af te dingen, er was ook nog de overeenkomst van Maryland. Van Looy had niet gewonnen en hoefde dus niets te betalen. Toch hadden Planckaert, G.Desmet, Cerami, Proost en vooral Manten Desmet zich de hele dag voor hem uitgesloofd. Nu had een andere Belg gewonnen, maar die was nog jong en dus ‘arm’. Bovendien had niemand strikt genomen in zijn dienst gereden. Beheyt zou hen, met de steun van de Belgische Wielrijdersbond, een vijfde van het oorspronkelijk beloofde bedrag uitbetalen. Van Looy en Beheyt zouden elkaar in de weken erna zo veel mogelijk mijden. Rik trok naar het buitenland, Beheyt betwistte vooral de criteriums in eigen land.
Terwijl de Vlaamse sportpers op verzoening aanstuurde, probeerde een zekere Franstalige pers de conflictsituatie ten top te drijven met zwaar beladen verklaringen uit te pakken.
Zo zou Van Looy aan Pierre Chany van l’Equipe verklaard hebben : « Ik heb opzettelijk over de ganse breedte van het wegdek geslingerd. Ik raadde al enkele minuten de bedoelingen van Beheyt en ik wou hem niet laten profiteren van ‘zijn schurkenstreken’ ! Indien het een andere renner was geweest, dan had ik mijn lijn gehouden. »
Volgens La Lanterne zou Beheyt het in de laatste ronde niet alleen over krampen met Van Looy gehad hebben maar ook over een hogere premie. « Maar Van Looy bleef stom. Ik heb me dan van mijn belofte vrijgemaakt. Ik moest nu niets anders dan voluit spurten… Ik ben nu wereldkampioen en mag de trui gedurende een jaar dragen. »

Referentie
Dirk Roelandt, De dag dat de keizer tweemaal van zijn lijn afweek, De Rode Vaan nr.35 van 25 augustus 1988

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.