Morgen wordt de Amerikaanse singer-songwriter Randy Newman zeventig jaar. Vorig jaar kwam hij nog naar Antwerpen, om precies te zijn op 22 maart in de Bourlaschouwburg, maar zoals de laatste jaren gebruikelijk is, ben ik er niet naartoe gegaan. Merkwaardig is echter dat ik er in 1983 ook niet bij was, al had ik toen wel een wervend artikel geschreven voor De Rode Vaan. Toevallig verscheen er die week ook een artikel over een debat met als titel: “Muziek met de vuist of uit het hart?” en daarom hing ik er mijn Randy Newman-stuk aan met als titel “Muziek met de vuist én uit het hart“…

Dat muziek uit het hart kan komen en toch een vuist maken, dat wordt deze week als het ware in levende lijve bewezen: Randy Newman, de schrik van alle dwergen van geest en roden van nek, komt nog eens naar België, een land dat ooit nog model heeft gestaan voor Lilliput.
Vanwege totale dementie en toen-geen-geld-en-nu-nog-altijd-niet bezit ik geen enkele elpee van deze goddelijke cynicus (enkel “Rollin'” op een afgeprijsde verzamelaar), maar omdat ik er zo rond tien uur, half elf een beetje als een intellectueel begin uit te zien, plegen brave zielen die ik op dat uur nog lastig val het werk van de meester op te leggen als ik mij in hun gemakkelijkste zetel laat ploffen. Daar ik Newman geweldig vind, neem ik aan dat het niet de bedoeling is dat ze mij daarmee weer aan de deur willen krijgen. Indien dat wel zo is, dan weten ze nu meteen dat ze beter Micha Marah of TC-Matic kunnen proberen (ha! heiligschennis! eindelijk!).
JUST ONE SMILE
Buiten kinderen wordt er vooral verwondering gebaard en dat is wellicht ook het geval als u verneemt dat het debuut van Randy Newman samenvalt met dat van ander singer-songwriters als Carole King en Neil Sedaka. 1961 dus. Toen zegde de 17-jarige Randy de klassieke piano vaarwel en trachtte aan de kost te komen met het verkopen van liefdesliedjes (het eerste was “They tell me it’s summer”, opgenomen door The Fleetwoods). Omdat er toen reeds een hersenkronkel euh… kronkelde ging dit niet zo vlot. Ongelukkige jeugd gehad, jawel, en vandaar nogal “buitenissige” teksten. Nou ja, hoe zou je zelf zijn als je een athëistische jood bent en op de koop toe nog scheel kijkt ook! Hoe zou jij dan tegen de dingen aankijken? Vooral dan nog als je vader een beroemd arts is (die later onder meer Rod Stewart en de Stones onder zijn patiënten zal tellen), maar beestachtig opvliegend. Een opvliegendheid die zich echter ook tegen een Jerry Lewis kan keren als die op consultatie grappig denkt te zijn door scheel te gaan kijken. Maar vooral met de meisjes ging het mis: “de meisjes die ik wilde, die wilden mij nooit,” aldus een mistroostige Newman in Humo. Nou, kop op, jongen, zo kennen we d’r nog.
Goed, geen succes dus, maar gelukkig wel drie ooms (Alfred, Emil en Lionel) die in Hollywood voor filmmuziek zorgden en waarvan Alfred zo’n autoriteit was dat Randy voorlopig nog wel een beetje mocht doorgaan met… nou, met wat dan ook. (Alfreds zonen David en Tom zijn trouwens ook in het vak van filmcomponist gestapt, terwijl hun zus Maria “slechts” een uitvoerende muzikante, namelijk violiste, is.)
Zo verzeilen een paar van zijn songs in Engeland, waar ze in versies van Alan Price (“Simon Smith and his dancing bear”), Dusty Springfield (“I think it’s gonna rain today”), Manfred Mann (“So long dad”) en Eric Burdon and the Animals (“Mama told me not to come”) een redelijk succes behalen. Zodanig zelfs dat ook in het moederland een paar moedigen het wagen zo’n droefgeestige Newman-song in de groeven te persen: P.J. Proby neemt eveneens “Mama told me not to come” voor zijn rekening en Gene Pitney “Nobody needs your love more than I do” en “Just one smile”, het eerste lied van Randy waarvoor ik door de knieën ga, nota bene.
Tijd dus voor een eerste eigen elpee, bescheiden “Randy Newman creates something new under the sun” (1968) geheten. En om te bewijzen dat er niets nieuws onder de zon is, werd de plaat meteen volgestouwd met massa’s strijkers, geleend bij de nonkels. Maar Newman kon al net zo goed getracht hebben tapijten te verkopen, want het werd niks. Randy Newman komt dan maar verder aan de kost in de muziekbusiness als dirigent (b.v. op “Is that all there is?” van Peggy Lee).
Voor de tweede werd alvast een dure titel uitgespaard (“12 songs”) en de violen werden vervangen door studiomuzikanten als Ry Cooder, Jim Gordon en Clarence White. Maar blijft u rustig zitten, want de doorbraak is nog niet voor vandaag.
Wat hebben we nou nog niet gehad vraagt Newmans platenfirma zich af. Nu, een live-elpee met enkel Newman zelf aan de piano bijvoorbeeld. Zo gezegd, zo gedaan, en in 1971 mag Randy een Edison komen afhalen in Nederland.
SAIL AWAY
Als ik dààr succes kan hebben, dan kan het overal,” moet Newman gedacht hebben en met die wetenschap gesterkt levert hij een eerste meesterwerk af in 1972: “Sail away”. De titelsong is een cynische reclameboodschap om negerslaven te werven voor de States en op de rest van de elpee staat er nog wat van dat slag. “Political science” bijvoorbeeld waarin Uncle Sam zich afvraagt hoe het toch mogelijk is dat hij niet geliefd is bij Vietnameeskes of Cubaantjes of zo. Inderdaad, zeg zou zelf!
Maar het gewaagdste was toch “God’s song”, want je mag in Amerika misschien wel de draak steken met Richard Nixon of Lester Maddox (hangt ervan af hoe je het doet en voor wie), maar van meneer God moet je afblijven! Voor mij is het dan ook nog altijd een raadsel waarom Newman niet werd gelyncht na dit nummer waarin hij onder meer God laat zeggen: “Ik neem jullie je kinderen af en jullie zeggen ‘gezegend zijn wij’, jullie moeten wel goed gek zijn om in mij te geloven, wij lachen hier wat af met jullie gebeden!”.
Maar Newman overleefde het en hij ging dan maar gelijk op zijn elan door. Op “Good old boys” (1974) haalt hij zijn buren uit het Zuiden over de hekel (“het Zuiden, dat is ons Bachten de Kupe, alleen veel groter,” zou Miel Appelmans in Tliedboek schrijven), maar tegelijk met toch een grote liefde voor dit land (“Birmingham”), waardoor hem allicht veel vergeven werd.
87 short peopleMinder toegeeflijk was men voor “Short people” op “Little criminals” (1977) en ondanks het sterke “In Germany before the war”, klink ook de kritiek hier harder door. Maar de plaat verkocht goed, wellicht door het schandaalsucces. Zodanig dat Newman het gepast vond zichzelf te kakken te zeten op de volgende, “Born again” (bijvoorbeeld “Pants”). Meer dan zichzelf zet hij echter de kapitalistische maatschappij voor schut, voornamelijk zoals zij zich manifesteert in de show-business (“It’s the money that I love” en “The story of a rock’n’roll band”). Toch passeert hijzelf ook af en toe wel eens langs de kassa, zoals voor “Trouble in paradise”, waarop hij wordt bijgestaan door een plejade van grote namen en waaruit verdorie een eerste hit (“The blues”, samen met Paul Simon) werd getrokken!
Nog steeds niet genezen van zijn nonkeltrauma gaat Newman zich nadien toeleggen op filmmuziek. “Ragtime” was een succes, maar zijn score voor “Air force one” (1997) werd uiteindelijk geweigerd, zodat ouwe rot Jerry Goldsmith op de valreep moest inspringen. Maar ja, hoe haalt Newman het eigenlijk in zijn hoofd een soundtrack te schrijven voor een film die de heldendaden van de Amerikaanse president (een nauwelijks verholen Bill Clinton) wil verheerlijken? Trouwens, Randy moet stilaan uitkijken dat hij zichzelf niet voorbijloopt. Zo heeft hij ook een musical gewijd aan het Faust-thema, die grandioos flopte.
Newman: “Als ik songs schrijf, moet ik iets uit de lucht grijpen en word ik gauw depressief als het niet wil vlotten. Bij een filmscore of een musical kan ik echter binnen een bepaald raam werken en heb ik dan ook vooraf al een idee van wat ik moet doen en hoe lang het moet worden. Toch ben ik niet het prototype van iemand die in groep kan werken, daarvoor heb ik te lang alleen gewerkt en mijn eigen methodes ontwikkeld. Een ander belangrijk verschil is natuurlijk dat ik in zo’n geval voor een orkest moet schrijven, wat voor mij geen alledaagse bezigheid is. Maar ik hou er wel van. De partijen voor de strijkers of de blazers… dat soort werk doe ik graag. Ik zou er bijvoorbeeld nooit aan denken om zoals Vangelis synthesizers te gebruiken in ‘Chariots of Fire’. Daarom ben ik juist zo gesteld op grote ouderwetse films zoals ‘A Passage to India’ of ‘Out of Africa’. Of ‘Ragtime’, jawel. Ik zeg niet dat er geen betere films zijn, maar ik kies mijn films op basis van het belang dat aan de muziek wordt gehecht en natuurlijk ook op het type van muziek dat vereist wordt. Maar komedies interesseren me doorgaans niet. ‘Three Amigos’ was een uitzondering omdat ik ook meegeschreven heb aan het scenario en ik zelfs even in de film mocht optreden als zingend struikgewas.”

Referentie
Ronny DE SCHEPPER, Muziek met de vuist én uit het hart: Randy Newman, De Rode Vaan nr.7 van 1983

3 gedachtes over “Randy Newman wordt zeventig…

  1. Hallo Ronny,

    leuk artikel. Ik heb wél een aantal cd’s van goeie ouwe Randy. Heb altijd gehouden van zijn stem, zijn muziek en zijn teksten. Dus zal zeker zijn laatste cd kopen.
    Groeten vanuit rainy London.
    Jan

    Like

  2. Toen hij een concert gaf in de Bourla belde ik voor kaarten en vroeg aan de telefoniste om zoveel mogelijk vooraan te zitten, waarop ze antwoordde: zeg maar meneer, waar wilt ge zitten want ge zijt de eerste die belt. Gevolg ik zat op de eerste rij vlak onder zijn neus. Grandioos concert van een muzikaal monument. Nooit nog iemand zo virtuoos piano zien spelen.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s