Dertig jaar geleden vond op het Feest van De Rode Vaan een debat plaats over de crisis in de platenindustrie.

Hoe was het debat over de crisis in de platenindustrie op het r.v.-feest ? Die vraag werd ons herhaaldelijk gesteld. Het antwoord is echter niet zo eenvoudig. Positief is alleszins dat genoeg geïnteresseerden uit het vak zijn komen opdagen. Meer zelfs dan verwacht. Daar staat tegenover dat de grote multinationals — ondanks uitdrukkelijke beloften voor het grootste gedeelte hun kat hebben gestuurd. Typisch was ook dat EMI weliswaar met twee deelnemers (Els Wolfs en Guy Brulez) vertegenwoordigd was, maar dat die mensen zich eigenlijk weinig in het debat hebben gemengd, en dat ook Herman Schueremans van WEA duidelijk poneerde dat hij er was in zijn persoonlijke naam als concertorganisator (wat hij ook is, denk aan het alternatief circuit, met als boegbeelden Torhout en Werchter) en niet als officieel afgevaardigde van zijn firma. Crisis in de platenindustrie ? Volgens ons is dit precies een duidelijk antwoord erop : mensen in dienst van multinationals zijn erg voorzichtig in hun uitlatingen.
Een ander antwoord op de vraag « crisis ? » die kwam van de mensen in plaats van de uitgenodigde platenfirma’s waren komen opdagen : artiesten van eigen bodem, die niet tevreden zijn over de mogelijkheid om zich op plaat uit te drukken, over de middelen, het distributieapparaat en de promotie die hen daarbij ter beschikking staat (Raf Lenssens van Joystick, Jef De Visscher van Kandahar en Dominique Trachet van Lightmare). Zij zullen op de vraag : « hoe was het debat ? » eerder negatief antwoorden, omdat Miel Dullaert en Ronny De Schepper die de leiding in handen hadden bewust over deze problematiek niet te ver wilden uitweiden, Het waren immers de twee zelfde rv-redacteurs die destijds ook het debat over het statuut van de artiest hadden geleid en zij vonden dat overlapping moest worden vermeden.
Verder begroetten wij ten zeerste de belangstelling van het vakblad « Billboard » dat vaste redacteur Michel Verstrepen en losse medewerker Gust De Meyer (ook bekend van een interessante sociologische verhandeling over popmuziek en verbonden aan het Centrum voor Communicatiewetenschap van de Leuvense universiteit) had afgevaardigd. Ook de « kleine » platenproducent Nico Mertens (Parsifal) had een zeer grote en gewaardeerde inbreng. Zo opende hij o.a. het vuur…
« Rentabiliteit van de ondernemingen wordt aangetast »
Nico Mertens : Crisis ? Wat is crisis ? Crisis is gebrek aan geld. Dat slaat op alle takken van de industrie. Als de industrie dan zegt : wij willen geen geld meer uitgeven dan is er zogezegd crisis. Dat is een zaak van investeren. Op die manier kan men van crisis in de Belgische platenindustrie spreken als de firma’s geen geld meer investeren in Belgische groepen omdat buitenlandse producties meer opbrengen. Wat al iets bewezen heeft verkoopt namelijk beter. Maar dat is natuurlijk ook zo in b.v. de kousenindustrie. Een algemene opmerking die ik wil maken is immers eerst en vooral dat muziekindustrie meer industrie is dan muziek. Wat telt is de omzet.
Michel Verstrepen: De crisis in de platenindustrie vertoont twee facetten. Enerzijds een algemeen facet, namelijk de rentabiliteit van de ondernemingen die wordt aangetast door de steeds hoger oplopende onkosten, en wat meer specifiek de muziekindustrie betreft is er een wijziging van het koopgedrag dat zich de jongste twee jaar doorzet, en waarop nog geen weg terug is gevonden naar de koper.
Miel Dullaert : Heeft dat niets te maken met saturatie van de markt ? Je stelt toch ook vast dat, los van algemene kostenstijging, er ook problemen zijn in kleurentelevisiebedrijven, b.v. Barco in Kuurne.
Nico Mertens : Volgens mij is het een kwestie van overproductie. De muziekindustrie is een tak waar er altijd weelde is geweest, waar er nooit iemand gedacht heeft : nu moeten we op onze centen letten. Er is altijd met geld gegooid geweest : promotiediensten, enz. En nu is het probleem dat er natuurlijk niemand van de bazen zegt : ik wil minder verdienen, de kleintjes die wel ja, we zouden het magazijn op computer kunnen zetten of zo, maar ik…
Ronny De Schepper : Dat is natuurlijk ook een aspect dat we in andere takken terugvinden, daarom graag wat meer uitleg over wat die wijziging in koopgedrag betreft.
Michel Verstrepen : Dat zou nog nader moeten worden onderzocht, maar het spreekt vanzelf dat de markt van onbespeelde cassetten er voor iets tussenzit. Niet dat die zodanig is uitgebreid de laatste jaren, maar ze is doorgebroken in het gebruik. En een ander verschijnsel is – en dat wordt meestal van de hand gewimpeld – het op reis gaan. De meeste jonge mensen geven heel veel geld uit aan reizen.
Ronny De Schepper : Maakte dat geen deel uit van uw studie, Gust ?
Gust De Meyer: Inderdaad, ik heb het koopgedrag van de jongeren tussen 12 en 19 jaar onderzocht en daaruit bleek o.a. dat het aandeel van platenaankoop in hun budget toch niet zo groot is als algemeen gedacht. Ik denk dus niet dat de markt gesatureerd is, ik denk integendeel dat er nog een groot gat in de markt is. Bovendien is het ook zo dat veel van die jongeren niet over eigen afspeelmateriaal beschikken. Ook daar kan er dus nog heel wat afgezet worden, maar het grote probleem is dat er minder geld kan worden uitgegeven. Ik denk dat het een grote mythe is dat een tiener met zakken vol geld rondloopt. Dat is misschien wel vijftien jaar geleden zo geweest. Als zij b.v. elke week een elpee zouden kopen dan is hun zakgeld gewoon op. Daarom nemen ze hun toevlucht tot cassetterecorders.
« Detailhandel merkt niet eens of ze aardappelen of grammofoonplaten verkopen »
Dominique Trachet : Volgens mij komt de crisis hier in België ook gedeeltelijk voort uit het feit dat de eigen producten stiefmoederlijk worden behandeld, dat ze b.v. niet als exportproduct worden aangewend.
Nico Mertens : Belgische platenfirma’s, Belgische producten, wat is dat ? In feite zijn alle platenfirma’s een vorm van groothandel in dit land. Ze kopen het in en verkopen het dan weer. Gebrekkige distributie ? Waarschijnlijk werkt de detailhandel zeer gebrekkig, want de meesten zouden niet eens merken of ze nou aardappelen of grammofoonplaten zouden verkopen. Er zijn in België maar twintig platenwinkeliers die weten wat ze verkopen en hoe ze dat moeten doen.
Raf Lenssens : Ik denk dat bij de industrie de promotie en distributie worden verwaarloosd. Je kunt me van alles wijsmaken, maar ik heb veel Belgische producties gekend waarvoor, eens op de markt, achteraf niets is gebeurd. Zijn dat dan gewoon onkostenrekeningen voor de industrie ? Al die studio’s hier in België die 24 uur op 24 uur draaien, wat doen die mensen daar ? Maken die dan producten die gewoon nooit op de markt verschijnen, of wat is dat ?

Michel Verstrepen : Naast het feit dat het juist is dat de winkeliers niet graag Belgische producties verkopen, moeten we toch aanstippen dat de distributie vanuit de platenfirma’s zeer gebrekkig verloopt. Daar is overigens op dit moment een evolutie in merkbaar. Zo schakelt men haast overal over op een Benelux-structuur. Binnenkort is er geen Belgische markt meer, dan is er een Benelux-markt. Maar momenteel is het zo dat op een bestelbon van 100 items er nauwelijks 30 a 35% kan worden geleverd binnen de eerste weken.
Guy Brulez : Dat moet ik jammer genoeg bijtreden. Ik kan alleen maar zeggen dat het b.v. bij ons te maken heeft met feit dat de stock verhuisd is naar Nederland. Vandaar inderdaad een aantal praktische moeilijkheden zoals nieuwe bestelbons, nieuwe vervoermiddelen enz. Daar wordt wel aan gewerkt, want al is dit uiteraard in het nadeel van de winkeliers, het is evenzeer in het nadeel van de firma.
Nico Mertens : Je kunt niet eisen van de industrie dat ze investeren zonder dat de winkeliers daarin een bijdrage leveren. Ik verwacht voor volgend jaar, dat 15 procent van de huidige winkeliers er het bijltje bij zal neerleggen, na overleg met hun boekhouder. En wat loopt er fout ? De aankooppolitiek en het stockbeheer. De grote platenzaken zeggen tegenwoordig categorisch nee tegen een uitgebreide basisstock, alleen de hits worden ingekocht en het basisrepertoire daalt zienderogen.
Michel Verstrepen : Het is een feit dat de detailhandelaren zouden moeten worden « opgevoed » tot de verkoopsfunctie die ze zouden moeten hebben. Daar is men trouwens over heel de wereld mee bezig. In België is dat een drie- of vierdubbel probleem, want daar speelt ook de losse prijzenpolitiek een grote rol, daarmee bedoel ik dat het hier mogelijk is dat twee platenwinkels in dezelfde straat elkaar gewoon kapot concurreren met braderijprijzen.
Nico Mertens : Een goede oplossing is wellicht het schrappen van 50 procent uit de basiscatalogus bij de platenfirma’s, zodat de verkoop en distributie van het resterende beter kan verlopen. Voor het weggevallen gedeelte moet zich maar een alternatieve markt ontwikkelen om dat materiaal aan de man te brengen en daarvoor voel ik mij geroepen. Laat de gespecialiseerde kleinere zaken het bij grote distributeurs niet renderende gedeelte verkopen, die zijn daar beter op ingesteld.
« Er wordt teveel rotzooi aangevoerd »
Herman Schueremans : Ook uit het buitenland wordt teveel rotzooi aangevoerd, en dat is een probleem. Er zijn echt teveel mensen die platen maken en die ze dat eigenlijk moesten verbieden. Ik heb het hier alleen over het buitenland hoor.
Raf Lenssens : Maar waarom neemt een firma dan de promotie van haar eigen binnenlandse producten niet beter ter hand ?
Nico Mertens : Wat is een plaat promoten ? Volgens mij is promotie een zinledig woord, promotie is werk geven aan zichzelf. Een slecht product heeft promotie nodig om het te kunnen verkopen, een goed product behoeft geen promotie, dat is mijn theorie.
Raf Lenssens : Maar wat is een goed product ? Een product dat in het buitenland al gepromoot is !
Nico Mertens: Daar ga ik niet mee akkoord. Wat wordt gepromoot ? Al die Nederlandse groepen, twee meisjes en een jongen of twee meisjes en twee jongens, dat wordt gepromoot. En je gaat me toch niet vertellen dat dit goed materiaal is, zeker ? Als een Belgische groep echt goed is, dan zal hij ook goed verkopen. Met elke Belgische groep die veel optredens heeft wil ik platen maken. En een groep die geen optredens heeft, dat betekent dat er geen markt voor is.
Raf Lenssens : Daar raak je een heel ander probleem aan. Geen optredens, zeg je, maar is er eerst en vooral wel een echt rock-circuit in Vlaanderen ?
Nico Mertens: Neen, de eerste vraag moet zijn : is het allemaal wel nodig ? Die vraag moet je altijd stellen : is het wel nodig dat we met een auto rijden ? Moeten wij een pick-up hebben ? Moeten wij platen kopen ? Dat is toch allemaal niet essentieel ?
Raf Lenssens: Verkoop dan tomaten.
Nico Mertens : Maar het is toch waar wat ik zeg ? Je moet steeds rekening houden met je budget. Als je je maar een gewone pick-up je kunt veroorloven, moet je je geen dure stereo-installatie met grote boxen aanschaffen. Waarom grijpen die rock-groepen toch altijd zo hoog ?
Raf Lenssens: Maar waarom komt er geen subsidie vanwege het ministerie ? Andere genres worden wel gesubsidieerd.
Herman Schueremans: Muziek zou op zichzelf moeten kunnen staan, zonder overheidshulp. Momenteel gaat het de Belgische rockscene fantastisch goed, zoals nooit voorheen. Nu moeten we er alleen voor zorgen dat er niet teveel andere parasieten komen opzitten want dan gaat het opnieuw kapot.

« Waar is het artistieke engagement van een firma ? »
Ronny De Schepper : Gezien de jeugdige leeftijd van het panel, begrijp ik zeer goed dat het debat af en toe afglijdt naar een debat over popmuziek. Maar dat is in feite slechts een deel – zij het een belangrijk deel – van de markt. Zo vraag ik mij af hoe er in een grote firma tegen het artistieke aspect van de release-politiek wordt aangekeken. Verkopen zij inderdaad « waspoeder » ? M.a.w. waar is het artistieke engagement van een firma ?
Nico Mertens : Nergens ! Dat noem ik juist de crisis in de muziekindustrie, dat ze geen « muziek » meer verkopen !
Herman Schueremans : Volgens mij ligt de crisis gewoon bij het gebrek aan creativiteit. Ze hebben er zo lang aan getrokken tot er niks van overbleef en nu is het weer afgelopen. Als je een klein beetje creatief bent ingesteld, dan is er gewoon geen crisis. Het is nu aan de mensen met creativiteit en ik ben er zeker van dat zij er op middelkorte termijn weer bovenop komen.
Raf Lenssens : Maar dan zal er toch iets aan het beleid moeten veranderen. Als je de mensen niets anders laat horen dan disco…
Gust De Meyer: Disco wordt veelal op één lijn getrokken met minderwaardige, goedkope muziek. Ais je een beetje thuis bent in de discomarkt, zul je moeten bekennen dat niets minder waar is. Je vindt daar zeer kwalitatieve dingen met heel wat variëteit.
Michel Verstrepen: Kijk, Raf, in navolging van Raymond van het Groenewoud zijn er nog een aantal Belgische groepen die met Nederlands- of Engelstalig materiaal doorgestoten naar het grote publiek, maar nu denkt iedereen dat dit zo gemakkelijk is gegaan en iedereen wil een deel van de koek. Maar zo mag het niet gaan, zo gaat het weer kapot. Tenslotte is het nog altijd het publiek dat bepaalt of een groep succes heeft of niet en niet de industrie.
Ronny De Schepper : We zouden kunnen stellen dat dit deel van het debat handelt over de specifieke « tewerkstelling » van de artiest, maar wat met de tewerkstelling in het algemeen in de platenfirma’s? Het overschakelen op de Benelux-structuur en het inschakelen van computers heeft hier en daar afdankingen voor gevolg gehad…
(Uit Billboard van 29 februari 1980 : « Het ligt in de bedoeling van de EMI-top om in juli 1980 over te gaan op een geïntegreerde Benelux-organisatie. Dit houdt in, dat vanaf dat moment het Belgische gebied, evenals Nederland, bevoorraad zal worden vanuit Uden, waar de EMI Holland Produktiebedrijven zijn gevestigd. Momenteel wordt er hard gewerkt om de organisatie van EMI België aan deze nieuwe situatie aan te passen. Henri Heymans, product manager van EMI België, noemde de bekendmaking in Nederland voortvarend. Er wordt van Londen uit bijna dagelijks op een Benelux-opzet aangedrongen, maar een afgeronde beslissing is er nog niet.
Drie problemen zag Heymans : de 40 personeelsleden die thans bij het distributiecentrum in Brussel werken, de enorme voorraad van 1 miljoen platen in Brussel en het over drie weken in gebruik stellen van een nieuwe computer met een nieuw programma
». Ondertussen zijn de 40 personeelsleden, inclusief Heymans, wel degelijk de laan uitgestuurd).
Michel Verstrepen : Inderdaad, en er zullen er nog volgen. Kijk, de opbrengst die is ongeveer steeds dezelfde gebleven, terwijl de onkosten maar bleven stijgen met 10 á 12% per jaar, de grondstoffen b.v., dan moeten er uiteraard slachtoffers vallen in het kader van de rentabiliteit. Dat is elders ook zo.

« Platenpatronaat laat zich gemakkelijk tot fraude verleiden »
Miel Dullaert: Maar in de jaren zestig was dit zeker niet zo. Wat is er dan gebeurd met de winsten ? Werden die geïnvesteerd in dezelfde sektor ?
Michel Verstrepen : Je moet weten dat de platenmarkt een markt is, waarbij het patronaat zich gemakkelijk laat verleiden tot een soort van fraude. Zo kennen we allemaal de perikelen rond een bepaalde Brusselse firma.
(Meer details over de firma die Verstrepen bedoelt vinden we in Billboard van 28 maart 1980: « De Handelsrechtbank heeft het faillissement uitgesproken van Maison Bleue en Fabeldis (Fabrication Belge de Disques). Het passief blijkt 82 miljoen Bf te bedragen, waarvan 50 miljoen Bf schuld aan belastingen en sociale verplichtingen. In zijn vonnis merkt de rechtbank op, dat MB + F maandenlang deficitair te werk konden gaan door hun fiscale en sociale verplichtingen te verzuimen. Op 8 februari werd om concordaat verzocht. Maison Bleue blijkt voor 12,5 miljoen Bf in het krijt te staan bij het personeel. De rechtbank heeft de staking van de betalingen gesteld per 20 september 1979 ». Hier luidt de balans : Zeventig personeelsleden op straat.)
Ronny De Schepper : Alleszins is het een feit dat bepaalde multinationals zoals RCA en Philips voldoende nevenaktiviteiten ontplooien waarin zij de nodige fondsen kunnen deponeren. Bepaalde van deze takken behoren zelfs tot de oorlogsindustrie.
Miel Dullaert: Alles bij elkaar kunnen we stellen dat heel het gebeuren rond het scheppen van het produkt kompleet ondergeschikt wordt gemaakt aan de wetten van de winstlogica van ons privaat eigendomsstelsel. Zou de artistieke en ontspanningswaarde van het product muziek niet beter tot zijn recht komen indien het onttrokken werd aan die winstlogica ?
Epiloog
En met deze retorische vraag werd het debat besloten dat evenwel op 14 november jl. nog een onverwacht staartje kreeg. Op die dag verscheen namelijk het blad Billboard voor de laatste keer. Dit verdwijnen stond nauw in verbinding met de crisis in de platenindustrie. Ter illustratie een fragment uit het laatste editoriaal van de hand van Ernst Stavenuiter en uit de mededeling van directeur Cees Verwoord en hoofdredacteur Hein Ten Bosch: « De industrie heeft vele jaren in een hoera-sfeer geleefd, maar nu het op alle fronten moeilijk gaat, komen de structurele problemen duidelijk aan de oppervlakte. Er wreekt zich thans een gebrek aan samenwerking, waardoor het nog steeds niet mogelijk is om gezamenlijk maatregelen te treffen die een sterk onder druk staande markt vereist. Al te lang hebben op verschillende niveaus flitsende jongens het in wezen serieuze muziekgebeuren als te gek gepresenteerd. Links en rechts vallen ze door de mand. In het algemeen is het verkopen van grammofoonplaten nog een wilde handel, met een oneindige variatie aan kortingen, koppelverkopen en zeepbel-acties. Het is pas van de laatste tijd dat weldenkenden beseffen, dat er moderne marketingtechnieken moeten worden gehanteerd om de boel een beetje in het gelid te krijgen. Intussen slankt de ene maatschappij na de andere af, en dit proces zal voorlopig nog doorgaan ».
« De grammofoonplatenbranche boekte vorig jaar reeds een duidelijke teruggang, maar over het eerste halfjaar 1980 zijn de omzetten zelfs met 31 procent gedaald. Dit betekent een toenemende druk op het budget van onze adverteerders en uiteraard ook op het rendernent van de detailhandelszaken. »

75-debat-platenindustrie

Een gedachte over “De crisis in de platenindustrie

  1. En wat voor bakken rommel hebben onze oren sindsdien allemaal niet te verwerken gekregen…
    Ondertussen is de recordindustrie wel wat meegegaan met z’n tijd.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s