Salonmuziek

21 arthur wilfordIn 1830 duikt voor het eerst de term “salonmuziek” op, al kan het verschijnsel zelf reeds rond de eeuwwisseling in Frankrijk worden gesitueerd. Ondanks het feit dat ook grote componisten zich niet te min voelden om voor het genre te schrijven, kreeg het toch tamelijk vlug een pejoratieve bijklank mee omdat vooral zogenaamd “tweederangscomponisten” zich erop gingen toeleggen: Henri Herz, Triedrich Kalkbrenner, Henryk Wieniawsky, Cécile Chaminade, Théodor Kullak of Auguste Durand.

Heeft het zin om werk van vergeten tweederangscomponisten uit te brengen? Ja, vind ik, want die weerspiegelen vaak beter de tijdsgeest dan grote componisten, die per definitie daaraan gedeeltelijk ontsnappen. Ze vormen als het ware de mesthoop waarop een mooie bloem kon bloeien. En dan is het zeker interessant als het ook nog landgenoten betreft, zoals Arthur Wilford (borstbeeld) en Albert Huybrechts, afkomstig respectievelijk uit Temse en uit Dinant en beiden ook op de achtergrond gebleven omwille van een ruzie met een bekendere figuur (resp.Peter Benoit en Joseph Jongen) waarmee ze oorspronkelijk wél hoog opliepen. Maar of de massa nu ook zal storm lopen om zich de koorwerken van de eerste en de kamermuziek voor blazers van de tweede (Huybrechts was zelf hoboïst, terwijl Wilford internationale bekendheid genoot als pianovirtuoos) aan te schaffen, daar kan men terecht vraagtekens bij plaatsen. Het weze gezegd dat het niet aan de uitvoering van respectievelijk het BRTN-koor en het blazersensemble Quintessens ligt. De muziek klinkt zelfs warm, ook al werd met name Wilford door zijn collega’s “de ijsvogel” genoemd omdat hij zo hautain overkwam.
De negatieve bijklank bij “salonmuziek” heeft ook te maken met het feit dat ze vaak door “amateurs” werd uitgevoerd omdat de “ernstige” muziek stilaan te moeilijk werd voor hen. Eigenlijk krijgen we hiermee een voorafschaduwing van de breuk tussen “ernstige” en “lichte” muziek, die in de twintigste eeuw totaal zal zijn.
Herman Sabbe: “Na de Franse revolutie verplaatst het centrum van het muziekleven zich van Kerk en Hof naar de burgerij. Muziek komt in een marktsituatie terecht. Een kunstenaar werkt niet langer in een vast dienstverband waar zijn compositie een op voorhand bepaald functie had. Hij moet er zelf een intrinsieke waarde aan toevoegen. (…) Manifesteren is inderdaad een sleutelbegrip: de kunstenaar wordt zijn eigen werkgever en moet voor zichzelf op deze markt een plaats zien te verwerven. Dat doet hij door het unieke na te streven. Dat is het begin van de kunstenaar als profeet, die de mensen een boodschap wil meegeven, liefst de hele mensheid ineens. Dat zien we bij Beethoven, bij Wagner en op bijna pathologische wijze bij Schönberg. (…) Naast de vraag naar muziekproducten uit het klassieke concertleven ontstaat ook een nieuw marktsegment: de lichte muziek. Denken we maar aan de wals en de hele entourage daarrond.” (De Gentenaar, 29/12/1990)
Anderzijds zijn er ook die salonmuziek juist als een “hoogtepunt” van de muziekbeleving beschouwen. Dat de barrière tussen uitvoerder en toehoorder bijna is opgeheven, is inderdaad erg belangrijk, zeker voor wie aan muziek als allereerste functie die van de “ontspanning” toekent.
In zijn nadagen hoorde ook Gioacchino Rossini tot de salonmuziek. Hij had zich immers afgewend van de opera: “Ahi noi! perduto il bel canto della patria.” Met deze uitroep betreurde Gioacchino Rossini in 1858 dat de elegante Italiaanse stijl van de 18de en het begin van de 19de eeuw verloren was gegaan. Toch was zijn muziek (een typisch voorbeeld van hoe moeilijk het is om het verschil tussen “ernstig” en “licht” te definiëren) nog altijd ten zeerste populair. Zodanig zelfs dat de populariteit van Schubert daaronder leed.

Referentie
Ronny De Schepper, Minder bekende Vlaamse componisten, Het Laatste Nieuws 1 april 1995

2 gedachtes over “Salonmuziek

  1. Zo, daar ben ik dan, snikkend ende snotterend nog steeds maar…paraat.
    Nog even een terugblik op “van de melk zijn”. Sjonge, jonge, de macht van het woord, een journalist van zijn melk krijgen…en ik die dacht dat zo’n situatie voorbehouden was aan koeien…
    Goed, ter zake: wat is uw (wat is het bezittelijk voornaamwoord dat bij “gij” hoort?) criterium betreffende “tweederangscomponisten”? Noem er eens een paar. Niet om dwars te liggen hoor, maar ik wil zo’n beetje aftasten welk “vlees” ik in de kuip heb nu die melkproductie zo gestoord is.

    Yana

    RDS: Hierboven staan er een paar. “Minder gekende componisten” is misschien een betere omschrijving.

    Like

  2. Fijn dat ge de aandacht trekt op mensen van eigen bodem. Wees er zeker van dat ik op zoek ga naar opnamen. In afwachting van een toffe ontdekking…vast bedankt.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s