Het is vandaag 105 jaar geleden dat de Franse wielrenner van Italiaanse afkomst Dante Gianello werd geboren (op de foto ziet men hem in de Tour van 1939 dollen met onze landgenoten Sylveer Maes en Ward Vissers). Alhoewel hij toch wel een respectabele leeftijd heeft bereikt, is ook zijn wielerleven doorspekt met tragiek…

De Tweede Wereldoorlog zorgde ook na de bevrijding nog voor wielerleed. Zo reed een colonne Amerikaanse soldaten op 15 augustus 1945 in een wedstrijd op de weg tussen Saint-Tropez en Marseille. Twee Franse renners van Italiaanse afkomst werden zwaar geraakt. Bruno Carini bleef ter plaatse dood, terwijl de 33-jarige Dante Gianello een been moest worden afgezet.
De wielersport evolueerde op het vlak van training, verzorging, voeding, tactiek amper tot aanvang jaren 50. “Onze” Lomme Driessens was toen de eerste om de hegemonie van de Franse seigneurs-sportdirecteurs te doorbreken. Die Franse heren zoals Ludovic en co. waren heer en meester, bepaalden wie een kans kreeg en wie niet. Samen met de Franse fietsfabrieken overheersten ze heel de wielerwereld die bol stond van oude gebruiken. Alleen de Italiaanse fabrieken boden wat weerwerk, maar alhoewel erg actief voor en na WO I (vele “Flandriens” zoals Buysse reden toen voor Italiaanse merken), plooiden ze nadien helemaal terug op eigen land. Na WO II waren het toch opnieuw de Italianen die plots voor een stroomversnelling zorgden. Professionele aanpak, reclame en p.r. technieken en het betrekken van extra-sportieve merknamen. In België waren er op dat moment geen gestructureerde ploegen. Onze renners aten uit de hand van de Franse constructeurs. Die hebben eind jaren 40, aanvang 50 hemel en aarde verzet op alles bij het oude te laten. De UCI werd onder druk gezet om geen andere merken dan fietsen en fietsonderdelen te tolereren op truien. Driessens heeft met Garin en later Touring dat Frans conservatisme proberen te doorbreken.
Raphael GeminianiHet was echter in Italië en meer bepaald Fiorenzo Magni, die in 1954 de eerste extra-sportieve sponsor binnenbracht (Nivea). In Frankrijk mochten renners met extra-sportieve sponsors oorspronkelijk niet starten, maar toen Fausto Coppi dreigde met een boycot van Parijs-Roubaix draaide men snel bij. Een Fransman die in Italië in de ploeg van Coppi reed, Raphaël Geminiani, zag onmiddellijk de mogelijkheden om zijn naam – of om precies te zijn: de fietsen met de naam van zijn vader – aan die van de gelijknamige aperitief te koppelen. De Franse wielerbond bleef wel tegensputteren en het was dus in Milaan-San Remo dat de ploeg haar debuut maakte, zonder toelating van de Franse bond. De Italiaanse bond waste haar handen in onschuld door te zeggen dat het startverbod te laat was toegekomen.
In 1960 richtte Maurice Vidal “Miroir du Cyclisme” op. Tot dan was Vidal directeur geweest van “Miroir Sprint”, dat bij de PCF aanleunde, wat o.m. tot gevolgd had dat Raymond Poulidor b.v. te gast was op het feest van L’Humanité. Poupou (met wiens dochter Corinne Adri van der Poel is getrouwd) is wellicht de populairste Franse wielrenner aller tijden. Dat werd hij mede door zijn underdog-positie ten opzichte van Jacques Anquetil, die hem vijf maal te vlug af was in de Ronde van Frankrijk.
Niet dat ze daardoor ook vijanden waren in het dagelijkse leven. Integendeel. Toen bij Anquetil kanker werd vastgesteld, belde hij Poulidor op om hem te melden “dat hij wéér tweede zou worden”. Gevoel voor (zwarte) humor had hij dus wel, maître Anquetil. En hij was ook goed in ingewikkelde liefdesverhoudingen. Niet alleen was hij net als Coppi met de zes jaar oudere vrouw van zijn dokter ervandoor (typisch dat dit in Frankrijk – al was het maar een paar jaar later en een paar honderd kilometer noordelijker – veel minder ophef maakte), maar later maakte hij het écht ingewikkeld door bij zijn stiefdochter Annie (de dochter van Jeanine en de dokter dus) een kind te verwekken (Sophie). Dat gebeurde dan nog wel op vraag van Jeanine, die geen kinderen meer kon krijgen. Zij had al gezien dat Jacques zijn oogje had laten vallen op haar bevallige dochter en zij verkoos een ménage à trois boven in de steek gelaten worden. Deze merkwaardige verhouding hield vijftien jaar stand, ’s avonds ging Jacques met Annie naar bed en tegen de ochtend ging hij Jeanine verwennen. De voordelen van een leven als sportman!
Maar dan wilde Annie meer het laken naar zich toetrekken. Jeanine wilde de leiding van het huishouden niet uit handen geven en Annie verliet met haar dochter het huis. Daarom haalde Jeanine haar zoon Alain weer terug binnen, maar deze was ondertussen getrouwd met Dominique. Jacques palmde ook zijn schoondochter in en zo werd Christopher geboren in 1986, dus niet zo heel lang vóór de dood van Jacques op 18 november 1987 wegens maagkanker. Jeanine, die ondertussen van hem was gescheiden (omdat Dominique wel slaagde, waar Annie had gefaald), vergaf hem alles en spaarde na zijn dood haar lof op haar echtgenoot in genen dele.
Eveneens zeer opvallend is dat al deze avonturen met de mantel der liefde (zeg dat wel) werden bedekt, terwijl deze pas vijftien jaar later breed zouden uitgesmeerd worden in de pers. Dat doet een beetje denken aan de Marilyn Monroe-anecdote in de VS (een journalist moest Kennedy “schaduwen” en zag tot zijn verbazing dat hij rendez-vous had met Marilyn; dat kwam niet in de krant, ondanks het feit dat het om politieke tegenstanders ging), zodat men zich met recht en rede kan afvragen of beschaving inderdaad een proces is van steeds beter worden…
Wie bijvoorbeeld denkt dat Rabobank of Mapei de jeugdwerking in het wielrennen heeft uitgevonden, slaat de bal flink mis. Reeds in de vroege jaren zestig hadden zowel Peugeot als Pelforth ook reeds een jongerenploeg in de vorm van sponsoring van een club, respectievelijk A.C.Boulogne-Bilancourt (*) en U.S.Créteil.
Iets speciaals was in het begin van de jaren zeventig de ploeg De Kova. Myriam De Kova was uit Tsjechoslovakije gevlucht om op de Parijse scène haar kunsten te komen vertonen. Zo had zij een rijke Amerikaan aan de haak geslagen, die haar bij zijn dood een zulkdanig fortuin naliet, dat ze blijkbaar een seizoen lang een wielerploeg kon onderhouden. Dat is dus te vergelijken met de ploeg die Britse jazzman Chris Barber gedurende meerdere jaren onder zijn hoede had.
In 1996 werd op de Franse televisiezenders de ritoverwinning van Cyrille Saugrain als “historisch” gebrandmerkt, aangezien het de eerste overwinning was van een renner die gesponsord werd door een stad. Voor zover we konden nagaan is dit wel juist, ook al omdat het Stuttgart-team in 1989 en 1990 door de Tourdirectie niet aan de start werd toegelaten. Zelfs toen deze ploeg door de communicatiereus Telekom werd overgenomen, moest ze nog een jaartje wachten vooraleer ze pas in 1992 mocht deelnemen. En dan nog werd ze vorig jaar bijna geweigerd en moest ze vrede nemen met het feit dat ze werd samengesmolten met het Italiaanse ZG-team. Ploegleider Walter Godefroot wees er toen op dat de Duitsers nog steeds niet erg geliefd zijn in Frankrijk. Als men dit allemaal op een rijtje zet, is men geneigd hem te geloven.
Maar goed, op die manier werd Saugrain inderdaad de eerste winnaar uit een “stadsploeg”. De renners van Aubervilliers rijden anderzijds op fietsen van Peugeot en dit merk heeft wél een glorieus Tour-verleden. Denken we maar aan de overwinningen van Roger Pingeon (in 1967) en Bernard Thevenet (in 1975 en 1977). Maar ook de Belg Philippe Thijs won de Tour (in 1913, 1914 en 1920) op het Franse fietsenmerk!

Ronny De Schepper
(met dank aan Johan van Win)

(*) In de jaren vijftig had A.C.B.B. zelfs al een overeenkomst met Heylett, zoals rivaal St.Raphael dat had met de ploeg van het Parijse twaalfde arrondissement (V.C.XIIème).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s