Tijdsbalk

Schrijven – in communicatieve zin – betekent het overbrengen van conventionele, gestandardiseerde tekens zodat het mogelijk wordt ideeën te vertolken die de grenzen van tijd en ruimte overschrijden. De schrijftaal speelt bijgevolg een enorme rol in ons dagelijks leven.
Waar en wanneer het schrift is ontstaan is moeilijk te zeggen. Het staat wel vast dat omstreeks 4.000 vóór Chr. de bewoners van het Tweestromenland en van Egypte pogingen ondernamen een schrijftaal te ontwikkelen.
De groei van de nederzettingen en de steeds ingewikkelder menselijke betrekkingen (de zgn. stedelijke revolutie) maken het registreren van cijfers en van allerlei andere gegevens noodzakelijk door middel van lijnen, inkervingen en eenvoudige afbeeldingen waaruit het begrip schrift of het ideografisch schrift ontstond. De grootste stap voorwaarts was het fonetiseren of het verbinden van een klank met een bepaald teken.
De evolutie van het schrift in de verschillende beschavingen verloopt ongeveer volgens dezelfde stadia : woordklankschrift, lettergreepschrift, letterschrift.
Vandaag, de dag zijn wij ons nog nauwelijks bewust van de uiterst moeizame weg naar de laatste fase : het letterschrift.
De vulgarisatie van dit letterschrift lijkt in onze huidige beschaving een gewone zaak. Aanvankelijk was de kunst van het schrijven het voorrecht van een beperkt aantal mensen [priesters, hoge ambtenaren enz…].
Dit “voorrecht” werd op alle mogelijke manieren in stand gehouden. Hoe belangrijk een schrijver toen was blijkt uit de volgende aantekening over een Egyptisch schrijver: “Al zijn verwanten zijn tot stof vergaan, maar door het schrift blijft hij leven in de herinnering”.
3761 Begin van de Joodse jaartelling.
2697 Begin van de Chinese jaartelling.
1173 Begin van de Trojaanse Oorlog.
753 Mythische stichting van de stad Rome die (veel later) als uitgangspunt zal dienen voor de jaartelling Ab Urbe Condita.
543 Begin van de Boeddhistische jaartelling.
525 Geboorte van Aischylos.
496 Geboorte van Sofokles.
485 Geboorte van Euripides.
456 Dood van Aischylos.
455 “Peliades” (de eerste tetralogie van Euripides – drie tragedies en een saterspel – werd niet bewaard, maar de volgende stukken wel)
438 “Alkestis” (Euripides)
432 “Medeia” (Euripides)
431 Begin van de Peloponnesische Oorlog: Sparta valt Athene aan.
428 “Hippolutos” (Euripides)
427 “Andromache” (Euripides)
426 “Kuklops” en “Herakleidai” (Euripides)
425 “Hekabe” (Euripides)
424 “Herakles” (Euripides)
422 “Hiketides” (Euripides)
419 “Elektra” (Euripides)
418 “Ion” (Euripides)
416 Athene verovert het neutrale eiland Melos. Alle mannen worden uitgeroeid, de vrouwen en kinderen als slaven verkocht. Deze oorlogsmisdaad mag wellicht op rekening van Alcybiades worden geschreven.
415 De Atheense vloot vaart uit naar Sicilië.
414 “Troiades” (Euripides)
413 Nederlaag van de Atheense vloot. Euripides schrijft “Ifigeneia in Tauris”.
412 “Helena” (Euripides)
412 “Foinissai” (Euripides)
409 “Ifigeneia in Aulis” (Euripides)
408 “Orestes” (Euripides)
407 “Bakchai” (Euripides)
406 Dood van Euripides.
405 Dood van Sofokles.
401 “Oidipoes in Kolonos” (manuscript gevonden in nalatenschap van Sophocles: het werd de zwanezang van de klassieke Griekse tragedie)
4 Geboorte van Jezus Christus. Alhoewel in het westen de geboorte van Christus zogezegd als ijkpunt geldt, is het in werkelijkheid het begin van het jaar 1 dat als ijkpunt wordt gebruikt, want achteraf is men erachter gekomen dat Christus eigenlijk vier jaar eerder was geboren. Toch blijft het belangrijk dat het ijkpunt dus niet een jaar is, maar een tijdstip is. Dat verklaart ook waarom er geen jaar nul is. Het jaar -1 (1 v.Chr.) wordt dus gevolgd door het jaar 1 (1 n.Chr.).
29 Dood van Jezus Christus.
Omstreeks 280 wordt Constantius geboren als de zoon van de Romeinse officier Constantius I Chlorus en Helena. Deze laatste was waarschijnlijk van zeer bescheiden afkomst, want onder andere Ambrosius vermeldt dat ze in een herberg werkte. Waarschijnlijk was de relatie tussen de jonge officier en Helena een concubinatus. Hoe lang de relatie tussen Constantius en Helena standhield, is onbekend. Toch zou zijn moeder een belangrijke rol hebben gespeeld in de opvoeding van Constantius. Hij zou haar na zijn vaders dood de titel “Augusta” verlenen.
Nadat vader Constantius in 293 als Caesar was opgenomen in Diocletianus’ tetrarchie, woonde zijn zoon Constantijn aanvankelijk aan het hof van Augustus Diocletianus in Nicomedia.
In 305 deden beide Augusti, Diocletianus en Maximianus, troonsafstand en Constantius volgde Maximianus op als Augustus in het westen. Hoewel er in de families van de toenmalige keizers twee zonen waren die de juiste leeftijd hadden (Constantijn en Maxentius, zoon van Maximianus), werden beiden uitgesloten bij de machtsoverdracht. Het waren Severus II en Maximinus Daia die tot Caesares werden gepromoveerd.
Daarop verliet Constantijn Nicomedia om zich bij zijn vader te voegen in Gallia. Tijdens een veldtocht werd Constantius echter ziek en hij stierf op 25 juli 306 in Eboracum (York). Generaal Chrocus en de troepen, die loyaal waren aan Constantius’ nagedachtenis riepen Constantijn onmiddellijk uit tot Augustus. Gallia en Britannia accepteerden de heerschappij van Constantijn, Hispania wees die af.
Hoewel Constantius binnen het opvolgingssysteem van de tetrarchie uit 305 als Augustus een nieuwe Caesar kon aanduiden, was Constantijns claim (of die van zijn troepen) op de titel Augustus hiermee in strijd. Daarom vroeg Constantijn aan Galerius, de Augustus van het oosten, om te worden erkend als opvolger van zijn vader. Galerius stond hem de titel Caesar toe, waarmee hij Constantijns heerschappij over het grondgebied van zijn vader erkende, en promoveerde Severus tot Augustus van het westen.
In de interne conflicten van de tetrarchie probeerde Constantijn zoveel mogelijk neutraal te blijven. In 307 zocht ex-Augustus Maximianus – die kort daarvóór was teruggekeerd op het politieke toneel na zijn (gedwongen) troonsafstand in 305 – Constantijn op om zijn steun te krijgen in de oorlog van zijn zoon Maxentius tegen Severus II en Galerius. Daarop liet Constantijn zich van zijn eerste vrouw Minervina scheiden om met Maximianus’ dochter Fausta te huwen en zo hun bondgenootschap te bezegelen. Bovendien werd hij door Maximianus gepromoveerd tot Augustus, hoewel deze daarvoor niet de bevoegdheid had. Toch mengde hij zich niet in het conflict van Maxentius met de andere twee tetrarchen.
In 310 geraakte Maximianus echter betrokken in een samenzwering tegen zijn schoonzoon. Toen Constantijn hier lucht van kreeg, sloeg hij de opstand in korte tijd neer. Maximianus, die naar Massilia (Marseille) was gevlucht, werd uitgeleverd door zijn eigen troepen en gedood of gedwongen zelfmoord te plegen.
Nadat hij Hispania aan zijn machtsgebied had toegevoegd, stak Constantijn in 312 met zijn leger de Alpen over en viel hij Maxentius aan, die de macht in Italia had gegrepen. Constantijn versloeg Maxentius op 28 oktober 312 in de slag bij de Milvische brug, wat hem tot de onbetwiste Augustus in het westen maakte. Tijdens de strijd om de pons Milvius liet Constantijn zijn soldaten een symbool aanbrengen op hun schilden, waarvan christenen geloven dat dit het labarum-symbool was. Het labarum (Grieks: λάβαρον) was een vexillum (militaire standaard), dat het Chi-Rho symbool ☧ weergeeft, gevormd uit de eerste twee Griekse letters van het woord “Christus” (Grieks: ΧΡΙΣΤΟΣ, of Χριστός) – Chi (χ) en Rho (ρ). Dit teken en het ermee geassocieerde motto “in hoc signo vinces” (in dit teken zal je overwinnen) zou volgens de overlevering aan Constantijn zijn verschenen in een visioen en zou hebben geleid tot zijn uiteindelijke bekering tot het christendom. Onder historici is er echter discussie of dit teken een zuiver christelijke, een heidense (verwijzend naar de zonnegod) of een astronomische betekenis had. Na zijn overwinning bij de Milvische brug bracht Constantijn overigens offers aan de Romeinse goden.
Het Edict van Milaan dat in februari 313 werd uitgevaardigd, was een decreet van Licinius en Constantijn, nu bijgenaamd de Grote, de twee heersers van het Romeinse Rijk, waarin staat dat de Romeinse burgers vrij zijn zelf hun religie te kiezen en te belijden. Dit bekrachtigde het einde van de christenvervolgingen. Het initiatief voor deze bekrachtiging ging eigenlijk uit van Licinius, maar zou later toegeschreven worden aan Constantijn, die als overwinnaar uit hun tweestrijd was gekomen en het edict slechts had ondertekend uit collegialiteit. In feite worden vanaf dat moment de andere godsdiensten benadeeld. Ten tijde van het Edict van Milaan was waarschijnlijk nog slechts 10% van de bevolking van het Romeinse Rijk christen, maar veertig jaar later was dat al ongeveer de helft. En daarom wordt de invoering van het christendom als staatsgodsdienst in het Romeinse rijk ten onrechte toegeschreven aan Constantijn.
Deze zou echter wel verantwoordelijk zijn voor een aantal zaken die hieruit zijn voortgevloeid. Zo b.v. de reden waarom Kerstmis (de veronderstelde geboortedag van Jezus) en Nieuwjaar niet op dezelfde dag vallen. De Germanen vierden immers reeds rond Midwinter (21 december) de midwinter- of joel-feesten (winterzonnewende) waarbij het boze werd verjaagd en het licht werd begroet. Op 25 december werd rond het Middellandse Zeegebied tot dan toe de zonnegod vereerd onder vele verschillende namen zoals Ra in Egypte en Helios in Griekenland. In het late Romeinse Rijk was dit vooral de zonnegod Sol Invictus (de onoverwinnelijke zon). Omdat Jezus het Licht van de Wereld genoemd werd (zie Joh. 1), besloot Constantijn de Grote dat de geboorte van Christus gevierd zou worden in de periode dat ‘heidenen’ reeds gewend waren te vieren. Bovendien waren de dagen rond 25 december reeds vrije dagen der saturnaliën. Verscheidene heidense gebruiken hebben vervolgens hun weg gevonden in de Kerstviering, zoals het optuigen van kerstbomen, alsmede het verbranden ervan.
Onder keizer Theodosius I wordt het christendom in 380 zodanig bevoordeeld dat we nu wel degelijk kunnen zeggen dat het de staatsgodsdienst is geworden. Vanaf 392 worden alle andere godsdiensten trouwens verboden (bron: Wikipedia).
Omstreeks 400 wordt door de Iberische historicus Orosius de jaartelling Ab Urbe Condita (vanaf de stichting van de stad Rome) geïntroduceerd. De jaartelling begint op 1 maart, vandaar dat september, oktober, november en december op die manier wel degelijk de zevende, achtste, negende en tiende maand zijn.
De Scytische monnik en tijdrekenaar Dionysius Exiguus presenteert in 525 zijn paastabel met de hierin vervatte nieuwe jaartelling aan officiële vertegenwoordigers van paus Johannes I.
Paus Bonifatius IV is de eerste die zich realiseert wat het verband is tussen de jaartelling Ab Urbe Condita en de christelijke jaartelling (hij stelde dat AD 607 = AUC 1360).
In 622 start de Islamitische jaartelling.
Pas door toedoen van de Engelse chronoloog en historicus Beda Venerabilis wordt in 731 de christelijke jaartelling ook echt in gebruik genomen als een volwaardig systeem ten behoeve van de datering van historische gebeurtenissen.
In 864 wordt de Gentse Sint-Pietersabdij juridisch de eigenaar van de burcht en de heerlijkheid van Temse.
In 996 schrijft Sei Shonagon het zogenaamde hoofdkussenboek.
In 1099 wordt n.a.v. de eerste kruistocht Jeruzalem heroverd.
In 1113 krijgt de Orde van Sint-Jan van Jeruzalem de pauselijke zegen. Zij worden de Hospitaalridders genoemd omdat zij zich vooral dààrmee bezig hielden. Het hospitaal bij de Grafkerk in Jeruzalem telde 2.000 ziekenbedden en vooruitstrevende Arabische medische technieken worden afgekeken en in Europa ingevoerd.
Hier in Vlaanderen bestond op dat moment al een uitgebreide Middellatijnse literatuur, b.v. “Isengrimus”, het dierenepos van Magister Nivardus uit het Gent van het midden van de twaalfde eeuw, dat ongetwijfeld invloed heeft gehad op “Van den Vos Reinaerde” van zo’n kleine honderd jaar later. Het verschil is dat “Isengrimus” een scherpe satire is op de geestelijkheid met lange betogen vol van allerlei allusies en getekend door een bitter pessimisme, terwijl bij “Reinaert” de satire a.h.w. voortvloeit uit het verhaal, dat vol levendige, functionele dialogen zit, die getuigen van een sceptisch realisme.
In 1170 zou een Prins Madoc, afkomstig uit Wales, Amerika hebben ontdekt. Indianenlegenden en nederzettingen in het zuiden van de VS zouden hiervan moeten getuigen, maar archeoloog Ceram doet het af als flauwe kul. Hubert Lampo daarentegen zegt dat het hier om dezelfde Madoc zou gaan, die in het eerste vers van “Van den Vos Reynaerde” wordt vermeld.
In 1191 verjaagt Saladin de Hospitaalridders uit Jeruzalem. Ze trekken naar de regio rond Tripoli en Akko (nu Syrië), waar ze de enorme burcht Krak des Chevaliers bouwen.
In 1209 bepaalde het concilie van Avignon dat “bij het nachtwaken in de kerk voortaan geen toneel meer mag worden gespeeld en evenmin mag worden gedanst, onbehoorlijke gebaren of rondedansen zijn verboden, er mogen ook geen liefdesliederen of ondeugende versjes worden gezongen.” (Deseyn, p.354)
In 1265 verschijnt La vita nova (Dante Alighieri).
In 1308 valt Akko en de Hospitaalridders vluchten naar Cyprus.
Vanuit Cyprus veroveren de Hospitaalridders in 1309 Rhodos.
In 1353 verschijnt Il Decamerone (Giovanni Boccaccio).
“Het woord Macabre is van onbekende herkomst en betekenis en verscheen voor het eerst in 1376 in een gedicht van Anjous kanselier, Jean le Fèvre, dat deze zin bevatte: ‘Je fis de Macabré le danse’ (Ik dans de Danse Macabre). Het kan ontleend zijn aan een oudere Danse Machabreus, wat wil zeggen ‘van de Maccabeeën’, of aan het overeenkomstige Hebreeuwse woord voor grafdelvers en aan het feit dat in het middeleeuwse Frankrijk joden als grafdelvers werkten. De dans zelf ontwikkelde zich, waarschijnlijk onder invloed van de pest die opnieuw de kop opstak, als een soort straatvoorstelling waarmee men preken over het onderwerp dat alle mensen in de dood gelijk zijn, wilde illustreren. De dans wordt op muurschilderingen in de kerk van de Onnozele Kinderen in Parijs weergegeven en we zien daarop een stoet, gevormd door vijftien paren, geestelijken en niet-geestelijken, beginnend met de paus en de keizer en eindigend met een monnik en een boer, een frater en een kind.” (Barbara Tuchman, De waanzinnige 14de eeuw, p.563-564)
In 1386 zijn er The Canterbury Tales van Geoffrey Chaucer.
In 1450 drukt Laurens Coster (Haarlem) of Johannes Gutenberg (Mainz) als eerste met losse letters, wat een belangrijke rol zou spelen in de verspreiding van nieuwe opvattingen op godsdienstig, artistiek en/of wetenschappelijk vlak.
In 1484 erkent paus Innocentius VIII officieel het bestaan van “ondoden”.
In 1491 koopt Roeland Lefèvre het eigendomsrecht over de burcht en de heerlijkheid van Temse over van de Gentse Sint-Pietersabdij.
De val van Granada in januari 1492 voor Isabella van Castilië en Ferdinand van Aragon, “los reyes catolicos”, het startsein om met een niets ontziende inquisitie te starten (“No-one expects the Spanish inquisition!”). Deze bekeringsdrang ligt mede aan de basis van hun (eigenlijk vooral hààr) steun aan de onderneming van Christoffel Columbus.
In 1493 ontdekt Columbus Amerika (economische bloei, kolonialisme als basis voor het kapitalisme).
In 1494 verovert Alonso Fernandez de Lugo Tenerife op de Guanches en sticht de hoofdstad Santa Cruz. De Guanches hebben lang blond haar en kennen merkwaardig genoeg voor een eilandenvolk helemaal niets van scheepvaart. Zij wagen niet eens een oversteek naar de andere Canarische eilanden. Hun speciale verering van de overledenen doet dan weer denken aan de gebruiken bij de Egyptenaren. Zo komt het dat zij volgens de mythologie als afstammelingen van het verdronken land van Atlantis worden beschouwd. De Guanches leggen zich niet neer bij de nederlaag en vechten terug tot ze op 25 december 1496 definitief worden verslagen bij Acentejo. In datzelfde jaar brandde in Temse de Onze-Lieve-Vrouwkerk uit en Roeland Lefèvre verkrijgt van Filips de Schone de toelating om de helft van het belastinggeld aan de heropbouw van de kerk te besteden.
Terwijl Vasco da Gama in 1498 Indië bereikt via Kaap de Goede Hoop, laat Fernandez de Lugo de eerste kerk van Tenerife bouwen in het dorpje Los Realejos. In deze Kerk van Santiago worden de opperhoofden van de Guanches gedoopt.
In 1500 wordt Garachico, de oudste haven van Tenerife, in gebruik genomen.
Op 14 december 1503 wordt Michel de Nostre-Dame (Nostradamus) geboren in Saint-Rémy (Zuid-Frankrijk).
In 1514 verschijnt De prins (Machiavelli).
Toen Karel V in 1515 troon als heer van de Nederlanden besteeg, hoopten onze gewesten opnieuw bestuurd te worden door een “nationale” vorst. Bij zijn troonsbestijging oefende Karel immers gezag uit over de volgende gewesten: Vlaanderen, Mechelen, Holland, Zeeland, Henegouwen, Namen, Brabant, Limburg, Overmaas en Luxemburg. Net als zijn Bourgondische voorgangers streefde keizer Karel ernaar zijn machtspositie in de Nederlanden te versterken en de naburige landen aan zijn gezag te onderwerpen.
Algauw kwam echter een eind aan deze illusie door het Spaanse koningschap (1517). Na het vertrek van Karel naar Spanje, begin september 1517 trad zijn tante Margaretha van Oostenrijk als landvoogdes op. Tijdens haar beleid werd zij bijgestaan door een Hofraad, bestaande uit leden van de hoge adel. Rekening houdend met de belangen van de Habsburgse dynastie trachtte ze zoveel mogelijk een vredespolitiek in de Nederlanden te voeren. Door allerlei omstandigheden waaronder het verzet van de Staten tegen de financiële eisen van de keizer en de toenemende ontevredenheid in de steden omwille van het beknotten van hun vrijheden en privileges werd zij gedwongen vrij veel toegevingen te doen aan de Gewestelijke Staten. Datzelfde jaar maakt Maarten Luther zijn leer bekend, terwijl in Temse zowel Roeland Lefèvre als diens vrouw Hadewigis van Heemstede overlijden. Ze rusten allebei in een praalgraf in de zuidelijke zijbeuk van de Onze-Lieve-Vrouwkerk.
In 1519 maakt Magelhaes een tocht rond de wereld. Het Duitse keizerschap voor Keizer Karel maakt de Nederlandse politiek definitief ondergeschikt aan de keizerlijke en dynastieke belangen van de Habsburgers. Doordat de Nederlanden op termijn slechts een klein deeltje vormden van Karels wereldrijk werden ze nauwer betrokken bij de Europese politiek, die steeds meer in de greep kwam van de Frans-Habsburgse tegenstelling.
Door oorlog of door het opkopen van vorstelijke rechten werden gebieden aan de XVII Provinciën toegevoegd. De eerste was Doornik in 1521.
Met betrekking tot het stedelijk beleid trachtte Karel V zoveel mogelijk de invloed van de ambachtsgilden te weren en samen met het stadspatriciaat als bestuurders greep te krijgen op de stedelijke autonomie. Zo kreeg Doornik en het Doornikse, net als de overige Nederlandse steden die veroverd en bij de Nederlanden gevoegd werden, in 1522 een nieuwe bestuursvorm, waarbij de ambachten volledig uit het bestuur werden gestoten. Sultan Suleyman verdrijft de Hospitaalridders uit Rhodos. Ze vluchten naar Sicilië. In Venetië wordt in 1522 overigens voor het eerst 1 januari ingevoerd als eerste dag van het nieuwe jaar. In andere landen worden daarvoor nog altijd andere data gehanteerd zoals 21 maart of 1 september. Uit het Wikipedia-lemma daaromtrent wordt mij echter niet duidelijk of men op de dagen die dan aan 21 maart of (veel erger nog) 1 september vooraf gingen dan ook een ander jaartal toekende (m.a.w. of 20 maart 1522 dan eigenlijk niet als 20 maart 1521 werd afgedaan).
Op 30 augustus 1523 komen de drie eerste missionarissen in Amerika aan in Vera Cruz, een stad die vier jaar eerder door Hernan Cortès was gesticht. Bij die drie bevindt zich Pedro de Gante (Pier van Gent) uit de hofkapel van Keizer Karel.
Friesland werd in 1524 bij de Habsburgse Nederlanden gevoegd.
Van 1525 af begon een reeks van stedelijke oproeren in o.a. Utrecht, Groningen, Brussel en Gent.
Neder- en Oversticht worden in 1528 bij de Habsburgse Nederlanden gevoegd.
Naast de territoriale uitbreiding van zijn Nederlandse gebieden streefde Karel V ook naar een territoriale eenmaking. Hiertoe dienden de eeuwenoude feodale banden, die Vlaanderen en Artesië met de Franse koning verbonden, definitief verbroken te worden. Dit werd uiteindelijk gerealiseerd door het sluiten van de Vrede van Kamerijk in 1529. Dat jaar wordt Wenen ook voor het eerst belegerd door de Turken.
In 1530 volgde een zuster van de keizer, Maria van Hongarije, weduwe van Lodewijk II, koning van Hongarije, Margaretha van Oostenrijk op. In eerste instantie diende ze het vorstelijk gezag te versterken en de “ketterij” te bestrijden. Zowel de politieke als de godsdienstige eenheid beoogden de verder uitbouw van de keizerlijke macht. Keizer Karel stelt Malta ter beschikking van de Hospitaalridders, die voortaan dan ook eerder bekend zijn als de Orde van Malta.
Toen keizer Karel in 1531, nadat zijn broer Ferdinand in het Duitse Rijk tot Rooms koning was verkozen, bijna een jaar in Brussel zetelde, stelde hij een geheel nieuwe bestuursorganisatie in ter ondersteuning van de landvoogdes. Naast de landvoogdes kwamen er nu drie raden te staan, de Collaterale Raden, die hun ontstaan vonden in de vroegere Hofraad. Er kwam een Raad van State met een algemene politieke adviesbevoegdheid, waarin uitsluitend leden van de hoge adel zetelden. De bedoeling was om deze edellieden nauwer aan het beleid van de vorst te binden en hun macht op die manier te kanaliseren. Daarnaast kwam een Geheime Raad, gevormd door bekwame juristen met moderne opvattingen over de rol van de vorst en het karakter van de staat met weinig sympathie voor de behoefte aan zelfstandigheid van de afzonderlijke gewesten. Deze Raad bestaande uit de hoogste professionele ambtenaren bezat juridische en wetgevende bevoegdheden. Het creëren van een ambtenarenapparaat waartoe talrijke professionele gerechtsgeleerden behoorden die niet van adel waren en wel degelijk invloed uitoefenden op het beleid, veroorzaakte wrevel bij de adel. Tenslotte was de Raad van Financiën verantwoordelijk voor de financiële aangelegenheden en voor de controle op de gewestelijke Rekenkamers.
De Armenkamer wordt door Keizer Karel ingesteld in 1535.
Groningen en Drenthe worden bij de Habsburgse Nederlanden gevoegd in 1536.
In 1543 gaat Nicolaus Copernicus in “De Revolutionibus Orbium Coelestium” van geocentrisme naar heliocentrisme (maar toch nog “koepel met vaste sterren”). Zutphen wordt bij de Habsburgse Nederlanden gevoegd.
In 1544 neemt het hele Heilige Roomse Rijk (Duitsland) de jaartelling van Venetië over.
Lingen komt in 1547 laatste bij de Habsburgse Nederlanden.
Met betrekking tot het Duitse keizerrijk werden de Habsburgse Nederlanden via het Verdrag van Augsburg van 1548 verenigd in de zogenaamde Bourgondische Kreits, waarvan de band met de Rijksregering zeer los was. In ruil voor de betaling van een rijksbijdrage, genoten de Bourgondische landen bescherming van het keizerrijk.
Tenslotte diende ook nog het recht van opvolging gelijkgeschakeld te worden in de verschillende gewesten. Dit gebeurde door de Pragmatieke Sanctie van 1549. Keizer Karel was er nu zeker van dat de XVII Provinciën integraal zouden overgaan naar zijn zoon Filips II.
In 1554 verschijnt het “Cruijde Boeck” van R.Dodoens.
Toen Keizer Karel in 1555 deed van de troon was de droom van de Bourgondiërs op territoriaal vlak bereikt. De XVII Provinciën waren verenigd in de Bourgondische Kreits en hun erfopvolging was gelijkgeschakeld zodat Karels zoon, Filips II, de toekomstige heer der Nederlanden werd. Toch werd Karel V tijdens de laatste dagen van zijn verblijf in de Nederlanden en vlak voor de machtswisseling geconfronteerd met particularistische tendensen en een afnemende loyaliteit tegenover de vorst. Nog tijdens de ceremonie van de troonsafstand beklemtoonden de Provinciale Staten dat hun gewestelijke privileges door Karels opvolger blijvend gerespecteerd dienden te worden. Dat ze precies in de periode van het afscheid van Karel weer eisen formuleerden beloofde niet veel goeds voor Filips. Dat jaar verschijnt ook “Centuries” (Nostradamus).
Als Hendrik II door een ongeluk tijdens een steekspel met ene Montgomerey in 1559 wordt gedood, wordt gezegd dat dit door Nostradamus was voorspeld (de fameuze zin over “de jonge leeuw die de oude zal overwinnen in een persoonlijk gevecht (…) in een gouden kooi zal hij zijn ogen doorsteken”). Hendrik II droeg inderdaad een gouden helm die door de versplinterde lans van Montgomerey wordt doorboord. Alhoewel men die uitspraak natuurlijk nog op talloze andere manieren kan interpreteren, wordt de faam van Nostradamus hierdoor toch gevestigd.
In 1560 verbiedt de Roomse kerk de rederijkerskamers wegens hun rol in de Hervorming.
In 1564 neemt ook Frankrijk de nieuwe jaartelling over, die nu al wordt gebruikt van Portugal tot Zweden.
In 1566 vindt de Beeldenstorm plaats, waarmee de homogeen katholieke middeleeuwen worden afgesloten.
In 1567 verschijnt de laatste refreinenbundel van Anna Bijns (middeleeuwen) en tevens “Het Bosken” van Jonker Jan van der Noot (renaissance)
In 1568 is er een gewapende opstand tegen Spanje (Alva) o.l.v. Willem van Oranje.
In 1576 volgen uiteindelijk ook de Zuidelijke Nederlanden de omringende landen (en vooral Frankrijk uiteraard) in de nieuwe jaartelling.
Ene Roisseillio ontwerpt in 1579 een gebarentaal, het zogenaamde “één-hand-alfabet”.

Een gedachte over “Tijdsbalk

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s