Het is vandaag precies tien jaar geleden dat Jan Mariën mij op weg heeft gezet om een eigen blog op te starten. Het eerste artikel was onderstaande voorstelling van mijn blog en vooral van mezelf, waarbij het oorspronkelijk de bedoeling was dat het ook een verwijzing naar ieder artikel zou bevatten. Uiteraard heb ik dat niet volgehouden en de meeste hieronder staande “links” zijn ook niet meer geldig. Maar de blog zelf was wel een succes met op dit moment een totaal van ongeveer 2,325 miljoen bezoekers, wat een dagelijks gemiddelde geeft tussen 500 en 750.

De slogan van deze blog, “Dagelijks iets degelijks”, heb ik ontleend aan André Posman, de baas van De Rode Pomp in Gent. Ondertussen is bekend geraakt dat De Rode Pomp deze slogan niet langer zal kunnen waarmaken, omdat eind 2009 het zaaltje in de Gentse Nieuwpoortstraat wordt afgebroken door een “projectontwikkelaar”, maar ik hoop het langer vol te houden dan dat, alle “projectontwikkelaars” en andere voortrekkers van het neokapitalisme ten spijt…

Maar wie ben ik eigenlijk? Mijn naam is Ronny De Schepper. Ik ben als zoon van Albert De Schepper (13/2/1921-17/3/2012) en Bertha Jansegers (10/3/1923-23/4/2013) geboren te Temse op 19 oktober 1951. Na de lagere school te hebben gevolgd eerst op de wijk Hollebeek in Temse en later bij de broeders in de Akkerstraat, ging ik naar de Latijn-Griekse Humaniora in het Sint-Jozef-Klein-Seminarie te Sint-Niklaas (1963-1969).

Daar werd mijn belangstelling voor de literatuur nog aangewakkerd in de lessen van Anton van Wilderode.
Zelf debuteerde ik als schrijver voor het blad “Nigromantie” van de poëziewerkgroep, geleid door Guido Hullebroeck. Persoonlijk schreef ik echter slechts bitter weinig poëzie (nooit iets gepubliceerd bijvoorbeeld), wel een paar liedjesteksten en vooral verhalen en luisterspelen, bestemd voor de Blommenkinders, zoals mijn vrienden zich noemden. Samen met Guido zette ik ook mijn eerste voorzichtige stappen in de journalistiek, namelijk een interview met oud-leraar Miel Swillens voor “Ic Hou”, het blad van het college. Ik was ook heel kortstondig zanger bij The Sam Gutter’s Blues Band.

Daarna studeerde ik Germaanse Filologie (Nederlands-Engels) aan de Rijksuniversiteit van Gent. Daar schreef ik voor ons eigen blad Germaniak, maar (dankzij Lieven Tavernier) ook voor het blad van het Faculteitenconvent (over “Jesus Christ Superstar”). Net zoals in het college behoorde ik niet tot een “wonderjaar” (dat zou pas enkele jaren later volgen met Tom Lanoye, Herman Brusselmans enz.), maar toch zaten er in mijn jaar enkele merkwaardige figuren zoals Kris Versluys, Jan Braet en natuurlijk Staf De Wilde!
Ik was ook lid van allerlei groeperingen die binnen de Germaanse werden opgericht, waarvan de opmerkelijkste allicht de popgroep Salade en de Werkgroep Occulte Wetenschappen waren! Als je het zo samen ziet, is het alles bij elkaar nog een wonder dat ik op 11/7/1973 mijn diploma behaalde met een licentiaatsverhandeling over Alan Alexander Milne.

Op 7/12/1973 huwde ik met een meisje dat ik had leren kennen in Jeugdclub Broebelke: Sonia Weyn (°13/12/1953). In deze jeugdclub was ik lid van de zogenaamde Socio-Culturele Werkgroep, die zich op een bepaald moment afscheurde en overstapte naar de Jongerengroep Veldstraat.

Van 15/4/1975 tot 15/10/1975 deed ik mijn burgerdienst bij Prof. Alex Bolckmans, Seminarie voor Scandinavistiek, Moderne Literatuur en Literaire Sociologie van de Rijksuniversiteit van Gent, terwijl ik nadien beroepshalve een aantal interims vervulde als leraar Nederlands-Engels in het onderwijs. Zo van 1/9/1973 tot 30/8/1974 in het Technisch Instituut Sint-Isidorus (Sint-Niklaas), van 1/5/1976 tot 30/6/1976 in het Koninklijk Atheneum van Sint-Niklaas, van 1/12/1976 tot 9/3/1977 in het Vrij Technisch Instituut van Aalst en van 1/9/1977 tot 30/8/1978 in het Koninklijk Atheneum van Dendermonde.

Maar ik was vooral reeds actief als muziekrecensent bij Tliedboek en The Fabulous Sounds of the Sixties. Eerst over popmuziek, later (vooral sinds de jaren negentig) ook over klassieke muziek.

Verder was ik journalistiek medewerker bij het lokale weekblad De Voorpost, waar ik naast de poprubriek ook de televisierubriek verzorgde, en vooral bij De Rode Vaan, waar ik op 1/9/1978 vast aan de slag kon als redacteur cultuur en als eindredacteur (*).
In het kader van de zestigste verjaardag van De Rode Vaan heb ik een reeks gesprekken gevoerd met mensen die van nabij bij het blad waren betrokken. Dat waren achtereenvolgens Gerard Van Moerkerke, Raymond De Smet, Maarten Thijs, Vic Van Saarloos, Marcel Christiaens, Lode Willems en de toenmalige hoofdredacteur Piet Lampaert. Buiten deze laatste en “buitenbeentje” Lode Willems zijn alle gesprekspartners ondertussen overleden. Het leek me dus een goed idee om deze gesprekken samen te bundelen, met daarbij nog andere interviews die betrekking hadden op de geschiedenis van De Rode Vaan, zoals bijvoorbeeld ter gelegenheid van de pensionering van collega Lode De Pooter (ondertussen helaas ook al overleden). Verder aandacht voor twee belangrijke figuren in de geschiedenis van de KPB, maar ook van de RV, Jan Debrouwere en Jef Turf. En natuurlijk besteed ik ook aandacht aan de bekendste RV-redacteur, die echter slechts heel kortstondig is gebleven: Louis Paul Boon.

Met Sonia had ik twee kinderen, Roderick (°23/8/1974) en John Paul (°18/10/1977), en woonde op zeven verschillende adressen in Sint-Niklaas, Ledeberg en Temse vooraleer wettelijk te scheiden op 6/2/1981. Dan verhuisde ik naar Gent, naar het appartement waar ik nu nog altijd woon. Roddy heeft een delicatessenzaak in Sint-Niklaas. John woont op Tenerife en werkt daar in Hotel Gala.

Rond dezelfde tijd (op 21/3/1981) scheidde ook De Rode Vaan van de N.V.Volksuitgaven (de uitgeverij van de Communistische Partij van België), om voortaan in zee te gaan met de in eigen schoot gestichte Vlaamse Progressieve Uitgeverij. Dit mondde op het eind van de jaren tachtig uit in een conflict met de partij, zodat alle redacteurs andere oorden opzochten. Ikzelf werd op die manier op 1/3/1989 pers-attaché van Minister De Batselier, Vice-voorzitter van de Vlaamse Executieve en Gemeenschapsminister van Economie, Middenstand en Energie.
Het bleek maar een kortstondig verblijf te worden (tot 31/5/1989), waarna ik van 4/11/1991 tot 12/1/1992 nog eens heel even in het onderwijs belandde (in het Koninklijk Atheneum van Zelzate), vooraleer op 1/9/1992 eindredacteur te worden van “Zelfstandig”, het maandblad van de vzw Vlaamse Socialistische Zelfstandigen. De voorzitter van deze vzw was niemand minder dan Piet Lampaert, mijn vroegere hoofdredacteur op De Rode Vaan. Op vraag van een andere collega van De Rode Vaan, Jan Mestdagh, stapte ik op 15/3/1995 over naar de Centrale voor Socialistisch Cultuurbeleid om daar als stafmedewerker aan de slag te gaan. Dat duurde tot 15/12/1999.

Ondertussen verleende ik ook free-lance medewerking aan Knack, Muziek en Woord, Stethoscopie Magazine, Tempo, De Dulle Draak, Wij, De Waarheid, Kritis, Graffiti, Nitro, Markant, Switch, Magik, Doen, Stem der Vrouw, Hoogste Tijd, Periodiek Verschijnsel, Culturele Courant, Vlaamse Lyrische Kring, Pogen, Vakbond & Cultuur, S-Magazine en De Bondgenoot.

Voor Radio 1 was ik kortstondig een medewerker van de sportredactie van Jan Wauters en ook voor De Morgen en The Bulletin schreef ik bijdragen over sport. Zo o.a. over de Olympische Spelen (interview met Jacques Rogge), hockey, boksen, voetbal en andere sporten (zelfs knikkeren!), maar toch vooral over het wielrennen, in Colombia b.v., maar ook in Spanje, Engeland en in de Sovjetunie, over de zesdaagse, hartstilstanden bij jonge wielrenners, Fausto Coppi, José De Cauwer, Roger De Vlaeminck, Lomme Driessens, Fred De Bruyne, Maurice Lippens, Eddy Merckx, Albert Richter, Lucien Van Impe en Rik Van Looy.

Voor Stepsmagazine, Film (het blad van de Federatie van Socialistische Filmkringen) en het programmablad Filmnet schreef ik uiteraard over… film. Maar in die tijd schreef ik vooral voor de Gentse redactie van Het Laatste Nieuws. Dat betekende dat ik me kon verdiepen in een aantal onderwerpen die van ver of van nabij met Gent hadden te maken, zoals de geschiedenis van kermis, de Gentse Feesten, de Gentse bioscopen, het Lam Gods & de Tempeliers of de vrijmetselarij, maar ook de prostitutie, de stripteasebars, de musea en natuurlijk het theater.

Ik was ook lid van de Vlaamse Adviescommissie voor de Muziek (1997-1998), van de Vereniging van de Belgische Muziekpers, van de Vereniging voor Radio & Televisie-critici, van de Vereniging voor Sportjournalisten, van de Wase Persclub en van SABAM. Hier ben ik trouwens nog altijd als auteur ingeschreven (A/II/8159). In mijn jonge jaren heb ik immers nogal wat fictie geschreven, zoals “Twice upon a time” (roman, samen met Johan de Belie), “De Kat” (rock-opera, eveneens samen met Johan de Belie), “Gentse Feesten” (toneel), “Het gebroken zwaard” (toneel) en “Interludium” (toneel). Daarnaast ook nog enkele reisverhalen zoals naar de Sovjetunie, Turkije, Zweden, Groot-Brittannië enz.

Op 23/5/2001 ben ik voor een tweede keer gehuwd, deze keer met Gabrielle Vandaele (°23/5/1949). Gaby heeft drie kinderen: Dirk (°4/9/1972), Kristien (°25/9/1974) en Birgit (°26/3/1977). Samen hebben we vier kleinkinderen: Thomas (°1/1/1993), Michael (°30/9/2002), Kobe (°1/12/2006) en Lucy (°9/10/2012).

Ronny De Schepper

(*) Eindredacteurs hebben vaak een slechte reputatie. Daarom ben ik na het lezen van het dankwoord van Arthur C.Clarke bij zijn boek “3001, de finale” blij dat ik hiertegenover het volgende citaat kan plaatsen: “Berouwvolle dank aan redactrice Shelly Shapiro van Del Rey Books, voor tien pagina’s gemuggenzift dat het eindproduct sterk heeft verbeterd. (Ja, ik ben zelf redacteur geweest, en de bij auteurs gebruikelijke overtuiging dat de beoefenaars van dit vak gemankeerde slagers zijn, is mij geheel vreemd.)” (p.206)