Het is de plaats waar ik me vaak nog bevind in mijn ergste nachtmerries. Terwijl het toch zo ver in mijn verleden ligt. Voor herinneringen moet ik wel heel diep graven, bijna zeven decennia ver. Toch zijn de beelden die in de nacht opdoemen helder, levendig, schrikken ze mij telkens weer af. (Foto gezondheid.be)

Soms is het een flash, een stilstaande prent, een wit-zwart foto waar ik duidelijk nog een gelaat herken. Dan ontrolt zich een scène, zie ik al die andere kleine mensjes, dreigende wezentjes, een massa die me belaagt, beloert. Zo lijkt het hoewel hun onschuld bewezen lijkt. Vaak ook kan ik mezelf beschouwen. Ik zie hoe dat nietig figuurtje daar staat, gedoken, zich verstoppend voor de wereld en zichzelf, tegen een muur, in een hoekje. Of weggedoken in een te grote bank voor zijn zielig figuur.

Ik schrik wakker. Zweetdruppels. Sidderend. Bevend. Het kost mij minuten eer ik terugkeer naar het heden, naar mijn zeventigjarige ik. Terug uit de kleuter die ik ooit was. De bange kleuter. De kleuter die al die uren, dagen, weken, trimesters, zelfs twee jaren moest overleven in wat toen reeds een nachtmerrie voor hem was, de kleuterschool. Een nachtmerrie waaruit hij toen niet kon ontwaken, waaruit hij slechts telkens tijdelijk kon bevrijd worden in de armen van zijn moeder.
Wie oh wie heeft dit fenomeen ooit uitgevonden, wie is verantwoordelijk voor deze ellende! Ene Friedrich Wilhelm August Fröbel, °Oberbeissbach 1782, die in 1837 in Bad Blankenburg (Thüringen) op de onzalige gedachte kwam een Kindergarten te stichten. Voor kinderen jonger dan zes jaar. Met de motivatie dat ze daar beter van zouden worden door eigen activiteiten, dankzij meer lichamelijke beweging, en dit alles in een plezierige leeromgeving. Educatie dus. En meteen sociaal contact. Mocht Dante hem gekend hebben, hij had vast een plaatsje in de hel voor hem gereserveerd bij Francesca en Tisiphone. Hij weze vervloekt. Dankzij deze duivelse uitvinding werd ik dus, ik reeds bij mijn geboorte voorbestemd tot een asociaal wezen, gedoemd om voortijdig op weekdagen ontrukt te worden aan de koesterende moederliefde en gedeponeerd te worden bij… ja waar? 
Het dient gezegd, er was ook een bijkomende oorzaak om mij uithuizig te maken op prille leeftijd. Mijn beide ouders werkten. En was ik de eerste jaren nog toevertrouwd aan inwonende dienstboden dan besloot het ouderpaar om welke reden ook daarvan af te zien. Zodat de kleuterschool als opvang van mijn prille lijf en nog weinig ontwikkelde geest de perfecte oplossing leek. Iedere ochtend kon men mij aldus bewonderen, gezeten in het stoeltje gemonteerd achterop de fiets van moeder. Zo togen wij gezamenlijk, maar niet bepaald eensgezind, naar respectievelijk werk en school. Het is te zeggen: voor mij was er eerst de tussenstop, de bevreemdende arbeidsplaats van mama. De ambachtelijke telefooncentrale van de RTT, schakelborden, stekkers, lampjes, hoofdtelefoons. En de collega’s bij wie ik steeds in het middelpunt stond. Ik herinner mij bijzonder één fan, die mij in de koude wintermaanden de verkleumde handjes ontdooide tussen zijn grote handen – wat hem de zelfgekozen bijnaam ‘mijnheer chauffage’ bezorgde. Een intermezzo omdat de school, tegenover het RTT-gebouw, pas opende nadat het werkuur had geslagen. Maar uiteindelijk werd ik, willens nillens, gedropt; afgeleverd; verbannen. Naar ‘De Heilige Familie’, jawel, een kleuter- en basisschool gerund door nonnen. Bij de kleinsten was geen leek te bespeuren, wij werden opgevangen en opgevoed door vrouwen in zwart habijt met grote kappen waarin hun hoofd schuilging. Een bevreemdende wereld. 
Zie hem daar staan, dat tengere jongetje. Op de ‘speelplaats’. Een betegelde ruimte zonder groen, naargeestig. Eén muur toont twee verdiepingen ramen waarachter zich leslokalen bevinden – doodse ogen die je aanstaren. Met een deur die telkens wanneer de bel door forse nonnenhand schel geluid wordt, na het in geroezemoes formeren van rijen, het bedwongen geweld opslokt, verslindt. De andere bakstenen muren zijn blind. In de ene is wat ruimte voorzien voor toiletten waaruit een navrante pislucht opstijgt. Een andere toont een brede poort die toegang verleent naar de vrijheid, de wereld. Of omgekeerd indien je op straat staat, dan betekent die openstaande poort de weg naar de verdoemenis. Niet dat ik van haar gebruik maakte. Gezien mijn vroeg uur van arriveren, en mijn laat uur van verlossing, bevond ik mij in een geprivilegieerde positie: ik betrad en verliet de site via de kloosteringang. Zodat ik bijna deel uitmaakte van die mysterieuze duistere vrouwengemeenschap, meegenomen in de donkere gangen waar ik al die dames als schimmen zag voorbijglijden. Waar ik geconfronteerd werd met beelden die me afschrikten, schilderijen met gekruisigde bloedende mannen, andere met pijlen doorzeefd, of ten prooi aan de vlammen. Maar terug naar de plek waar we ons dienden te ontspannen, de recreatie. Daar staat hij, tegen de muur geplakt, alleen. Met verbazing, angstig, aanschouwt hij het infernale gebeuren. Het krioelen. De massa. Het kluwen. De chaos. En is verbijsterd over het geproduceerde lawaai. Wat hem vooral onbegrijpelijk is: de glunderende gezichten. Hij had reeds begrepen dat de anderen hunkerden naar deze minuten, dat zij verlangden naar deze momenten van ‘vrijheid’. En kijk, daar bevindt hij zich, en hij beseft: dit is niet zijn wereld. Wat moet hij hier?
Mijn duistere droom, de kinderhand voelt hoe zij stevig omkneld wordt door een grote vlezige massa. Ik kijk heel snel op al weet ik… In het omlijste gelaat bewegen de lippen. Geluidloos. Wat ze zeggen. Of ooit gezegd hebben weet ik. Dat ik niet zo in mijn eentje tegen de muur moet staan. En “kom, die jongens voetballen, ik zal je bij hen brengen”. Gedwee gaat hij mee. Nu en toen. Werd opgenomen in het groepje, in het vreemde spel. Ze lachen hem toe. Vriendelijk. Welwillend. Kleuters als hij. Spelen hem zelfs de bal toe. Die hij met beide handen optilt om hem iemand toe te gooien. Verwarde uitroepen. Verwijten. Een woord dat hij niet kent. Heeft hij iets ongehoords gedaan? Hij kent de regels niet. Misprijzen is zijn deel. Hij weet zich uitgestoten, alleen. Op zijn plaats. Waar hij hoort. Vreemd hoe een geur binnendringt in mijn slaap, in mijn droom; zich opdringt. Weerzinwekkend is hij. Hij zal nog, uren nadat ik ontwaakt ben, mijn neus prikkelen, reëel achterblijven – dat weet ik. Het moet wel op koude winternamiddagen geweest zijn. Dan zette de zuster-portierster, bij wie ik in haar kleine ontvangstkamertje een uur of langer dagelijks wachtte op de verlossende bel, mij een kom warme melk voor. Een traktatie. Afschuwelijk, de geur, de smaak. Beide vermengden zich met de duffe, schrale, bittere geuren die de kloostergangen domineerden, die naargeestige gangen die ik als geprivilegieerde diende te doorkruisen om op de bel en dus mijn moeder te wachten. De beklemmende sfeer in dat kleine kamertje, een rond salontafeltje, twee stoelen, de heel lieve non die praatte, vroeg, voorlas uit wellicht stichtelijke prentenboeken; ook hier de beangstigende schilderijen.
Beelden. Herinneringen. Ze duiken op in de slaap, in de nacht, in de duisternis. Hoe waar zijn ze? Hoe echt? Als getuigen resten mij slechts drie foto’s. Twee buitenopnamen. Beide een processie, in een zonnige stadsstraat. De nonnen hadden mij dus blijkbaar gestrikt om in hun jaarlijkse ‘stoet’ te figureren – allicht was daar geen ontkomen aan. Op de ene foto ben ik te zien als jonge ‘Jezus met een lammetje’, al was het schaap slechts een lamsvel… In de andere processie was mij de rol toebedeeld van priester, gekleed in een kazuifel, en in het bezit van een (namaak) kelk (verguld hout) die ik ‘fier’ de hoogte instak al was mijn gelaatsuitdrukking veeleer deze van de lijdende Christus. Tenslotte ligt voor mij de officiële klasfoto. Niet zoals ik die later zou kennen, met alle kinderen verzameld als souvenir aan de vriendjes. Blijkbaar opteerde men toen en daar voor de individuele herinnering. Op groot formaat nog wel! Wat is er te zien. Uw dienaar, ettelijke jaren geleden uiteraard. Zittend in een schoolbankje. In de rechterhand houdt hij, onwennig, een overduidelijk ongebruikt penseel. Voor hem een tekening/schilderij die hem, die er toen niet en nu evenmin in zou slagen om een huis van rechte muren te voorzien of een koe vier poten te geven, niet kan toegeschreven worden: vervalsing van de geschiedenis. De pijnlijke grimas op zijn kleutergelaat staat symbool voor de mate van geluk, van enthousiasme waarmee hij – gedwee, gelaten – zoveel uren moet doorgebracht hebben in dat bankje. Liedjes lerend. Knutselend. Knippend en klevend. Allerlei waaraan hij een hekel had. Tot hij, ik weet het is een onsmakelijk beeld, hij op een dag met buikloop in dat bankje zit. Met buikloop én met fataal gevolg. Veel scrupules kenden ze niet de nonnen, extra hulp evenmin – dus werd het jongetje vooraan de klas de broek van de billen gestroopt, deze tentoongestelde schoonheden afgesopt in een blikken emmer en dan bedekt met een voor dergelijke noodgevallen voorhanden sponzen broekje weer zedig bedekt. Beter dan de poppenkast die soms door de zuster georganiseerd werd!
Een inferno zo moet ik het ervaren hebben. Zo achtervolgt het mij nog steeds, in nachtelijke uren. De geest is wonderbaarlijk en soms zonder genade; herinneringen eveneens – al zijn ze fragiel en vaak bedrieglijk. Bevreemdend bekeek ik dan later hoe vrolijk, springend, dansend, de kleinkinderen zich richting kleuterklas begaven. Er even welgemoed van terugkeerden. Vaak aan mijn hand. Blijkbaar beleefden ze een gelukkige, aangename tijd. Schuldeloos. Heerlijk. Ik ben gerustgesteld. Indien ze ooit nachtmerries hebben, er zullen geen nonnen in figureren. Ze zullen er geen warme melk drinken. En de heilige Sebastiaan zal al leeggebloed zijn.     

Johan de Belie          

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.