Het zal morgen al vijftien jaar geleden zijn dat Isaac Gálvez Lopez overleed op 31-jarige leeftijd na een zware valpartij tijdens de ploegkoers in de vijfde nacht van de Zesdaagse van Gent. Ikzelf was niet aanwezig in ’t Kuipke, omdat er op dat moment een reünie van de Germaanse plaatsvond in de Koninklijke Academie in Gent, waarbij Miel Swillens, Lieven Tavernier, Jean-Pierre Rondas en Johan Thielemans het hadden over de tijd van Tliedboek. Ik heb Galvez wel een paar jaar eerder gesproken toen hij voor de eerste keer meedeed in het Kuipke. Het was maar kort, want Galvez sprak enkel Spaans. Het was tijdens de traditionele kindernamiddag en ik kon hem toch een quote ontlokken dat hij dit fijn vond.

Later zouden Galvez en zijn ploegmaat Llaneras uit de wedstrijd worden genomen omdat ze te ver achter stonden en op de kleine piste een gevaar vormden voor de andere renners. Zij waren toen al wereldkampioen ploegkoers en zwoeren een dure eed dat zij ooit zouden terugkeren om deze vernedering te wreken. Galvez was een uitstekende wegsprinter die duels met Mario Cipollini niet uit de weg ging. Llaneras heeft als pistier zoveel titels verzameld dat maar weinig renners hun naam naast de zijne kunnen schrijven. Samen vormden ze een geducht koppel op het wk madison. Niet alleen werden ze twee keer wereldkampioen, ze werden ook twee keer tweede, iets wat vaak wordt vergeten. Ze waren dus geen eendagsvliegen. Maar een ploegkoers is nog geen zesdaagse en al helemaal geen zesdaagse die op een kleine piste als die van het Kuipke wordt verreden. En dus kwamen ze zeven jaar later terug om mee te doen voor de prijzen, zeker toen Bruno Risi en Peter Schep door ziekte verdwenen en de weg breed open lag voor alweer een overwinning van Iljo Keisse, deze keer aan de zijde van de Duitser Robert Bartko.
Daar zouden zij dus wel eens een stokje kunnen voor steken. Llaneras lanceerde Galvez voor een beslissende aanval, maar Wouter van Mechelen had precies hetzelfde idee toen hij Dimitri De Fauw naar voren smeet. Een half uur na middernacht kwamen beide renners met elkaar in aanraking. Dimitri De Fauw gleed naar beneden en had enkel maar wat schaafwonden. Galvez daarentegen raakte de balustrade met zijn borst en verloor onmiddellijk het bewustzijn. De verwondingen waren zeer ernstig – zijn longen waren geperforeerd door zijn eigen ribben – en hij moest ter plaatse gereanimeerd worden. Tijdens zijn overbrenging naar het Universitair Ziekenhuis Gent overleed hij ten gevolge van inwendige bloedingen. De Zesdaagse van Gent werd onmiddellijk definitief stilgelegd en Keisse-Bartko tot winnaar uitgeroepen, al weigert Iljo deze overwinning mee te tellen in zijn erelijst. Gálvez was op het ogenblik van zijn overlijden drie weken getrouwd. De Fauw raakte na het ongeval in een depressie en pleegde drie jaar later zelfmoord. Aldus Wikipedia.
In 2016 schreef Matthias Declercq – niet de latere burgemeester van Gent, maar een freelance-journalist voor o.a. De Morgen en Humo – een boek met als titel “De val”. Het boek gaat eigenlijk over de vijf vrienden die ooit het zogenaamde Scheldepeloton vormden: Iljo Keisse, Wouter Weylandt, Dimitri De Fauw, Bert De Backer en Kurt Hovelijnck. Het is dus niet zeker waarop de titel slaat. Tenslotte is ook Wouter Weylandt om het leven gekomen door een val in de Ronde van Italië. En een zware val op training maakte de facto een einde aan de wielerloopbaan van Kurt Hovelijnck. Maar toch meen ik dat de titel op de val van Galvez slaat. Door de (onterechte) schuldgevoelens van Dimitri De Fauw wordt er immers een eerste wig gedreven in de vriendschapsband. De auteur zelf noemt zijn debuut geen “wielerboek” en verwijst eerder naar “coming of age”-literatuur. Ook in die optiek klopt mijn interpretatie nog steeds, dus blijf ik bij mijn mening.

Ronny De Schepper

Een gedachte over “Isaac Gálvez (1975-2006)

  1. Een flink boekwerk, 400 pagina’s, maar nergens voelt het te dik. En waarom is het dan geen vijfsterrenboek, geen hoogtepunt in de Nederlandstalige wielerliteratuur? Het verhaal heeft immers alles, het werk is goed gedaan. Dat komt omdat Declercq te hard heeft geprobeerd er literatuur van te maken. En daar schiet zijn stijl net te kort voor. Hij schrijft prima, maar het is geen Wieringa, Grunberg, Lanoye of Verhulst. Zo probeert hij wel te vaak te schrijven. Net als met een grap die net niet leuk genoeg is, is het ook met een stijl die net niet sterk genoeg is. Het slaat dood. Daarmee wordt het krachteloos en overbodig. Zo krijgt De Val een vlek op een prachtig werk. Onnodig, want waarom moet het zo nodig literair? Declercq had het prima afgekund met een wat minder bloemrijke beschrijving van de tragische gebeurtenissen. Het maakt het verschil tussen een geweldig boek, wat het had kunnen zijn en een mooi boek, wat het is geworden. De Val blijft een aanrader, een waargebeurde wielertragedie waar de littekens nog van te zien zijn in het wielerpeloton.

    Eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik deze reactie zelf heb gepost, maar het is wel letterlijk de mening van Alex Van Der Hulst, zoals hij ze heeft geschreven op de website van “Het is koers”. (RDS)

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.