Het is vandaag al vijf jaar geleden dat stripauteur Marc Sleen is overleden.

Op 30 september 2002 verscheen in de dagbladen van de VUM-groep de eerste aflevering van “Zilveren tranen”, de strip die op 30 december uiteindelijk, na 217 verhalen, het einde van Nero betekende. “Ik word die dag tachtig, het is goed geweest,” aldus striptekenaar Marc Sleen, die in 2010 een nieuwe liefde heeft gevonden: niemand minder dan Catharina Kochuyt (rechts op de foto), die in hetzelfde jaar Germaanse Filologie zat in Gent als ikzelf. Meer zelfs, ik kende ze tamelijk goed, aangezien ze de boezemvriendin was van mijn beste vriendin Catherine Heremans.

LOYAAL
“Ik zal nog wel tekenen, maar nooit meer in een krant publiceren, al bieden ze me gouden bergen,” aldus Marc. “Ik blijf mijn potloden scherpen. Echter zonder tegen een deadline aan te moeten kijken.(…) Weet je, vroeger nam de directeur van de krant me mee naar het beste restaurant van de stad en wou hij me uithoren over mijn plannen, over de afloop van het Nero-verhaal waarmee ik bezig was. Nu gaat het allemaal om oplagecijfers.”
Nero legt daarmee het loodje in de krantengroep die tevens aan de oorsprong ligt van zijn bestaan. In de naoorlogse periode waren “De Standaard” en “Het Volk”, dat enkele jaren geleden door de VUM (de uitgeverij van “De Standaard”, “Het Nieuwsblad” en “De Gentenaar”) werd opgekocht, immers nog grote concurrenten. “De Standaard” dankte toen een groot gedeelte van zijn populariteit aan het stripverhaal “Suske en Wiske” van Willy Vandersteen (1913-1990) dat als “Rikki en Wiske” was gestart in de bijlage “De Standaard der Jeugd”, die onder redactie van Anton Van Wilderode verscheen sedert 30 maart 1945. Elders in dezelfde krant vond men sedert oktober 1944 politieke karikaturen van een zekere Marc Sleen: “Ik was ook journalist. Ik had een perskaart. Die heb ik nog altijd en ik ben er zeer aan gehecht. Met mijn perskaart ging ik dus op de eerste rij zitten op de processen tegen de kampbewakers van Breendonk. Ik moest dan hun portretten tekenen. Of ik ging naar de Tour om de koppen van de coureurs te tekenen. (…) Nero zou uiteindelijk drie jaar later pas starten (*), omdat de eigenaars van De Standaard tijdens de oorlog – de familie Sap en De Smaele en co – hun oude krantentitel weer opeisten op het moment dat hun publicatieverbod voorbij was. Een ingewikkelde geschiedenis. Zo werd De Nieuwe Standaard De Nieuwe Gids en verhuisden wij van de Jacqmainlaan naar de Zandstraat in Brussel, recht tegenover waar nu het Belgische stripmuseum staat. Dààr is Nero geboren. Omdat Willy Vandersteen met zijn Suske en Wiske voor De Standaard had gekozen, moest De Nieuwe Gids ook een strip hebben. En ik, de huistekenaar, zou daarvoor zorgen. In zekere zin is Nero dus de opvolger van Lambik.”
Als politiek cartoonist was Sleen loyaal tegenover zijn werkgever, die hij terecht omschrijft als een “katholieke syndicale krant”. Dat betekende dus dat hij naar eigen zeggen “tegen de socialisten, de communisten en de vrijzinnigen” moest zijn. En deze opvattingen werden ook zonder morren doorgesluisd naar het stripverhaal. “Dus mag het niet verwonderen dat in het Nero-verhaal ‘De hoed van Geeraard de Duivel’ de duivel de trekken heeft gekregen van Camille Huysmans.”
Alhoewel, als Nero in volle koude oorlog tijdens zijn “Vredesoffensief” (1951) op bezoek gaat bij vadertje Stalin, stelt hij zich als volgt voor: “Ik heb al vreselijk veel slecht horen vertellen over u, maar ik zal er u onmiddellijk bijzeggen dat ik er geen chiek van geloof!”
Ondertussen had in 1949 (“De blauwe toekan”) ook Jan Spier zijn intrede gedaan (**), een jaar later in “De groene Chinees” gevolgd door kapitein Oliepul. Superschurk Ricardo botst voor het eerst met Nero in “De ijzeren kolonel” (1956), terwijl we in “De granaatslikker” (1957) kennismaken met de hyperkinetische kaperkapitein Abraham “Aha!” Tuizentfloot. En alhoewel Nero in “Het Rattenkasteel” reeds een zoon had (die er als zijn evenbeeld uitzag, ongeveer op de manier zoals veel later Clo-Clo op mijnheer Pheip zal gelijken, maar die even geruisloos ook weer verdwijnt), krijgt hij in “De zoon van Nero” (1959) zijn “echte” zoon, professor Adhemar.

Peter Cnop: “In de eerste Nero’s zijn gezinnen met kinderen niet afwezig. In hetzelfde ‘Rattenkasteel’ duikt Jef Pedal op met zijn vrouw Isabel en zijn zoon. En dus ook Nero met een zoon in een kinderkoets. Voor over ik weet komt dat later niet meer voor, en nemen Petoetje en Petatje de kinderrollen over, ook wel actiever dan een baby. Ik vermoed dat het om hetzelfde fenomeen gaat als bij Suske en Wiske. Vandersteen heeft altijd gezegd dat hij echte kinderen bij echte ouders nooit in zo’n gevaarlijke situaties kon brengen. Daarom is Adhemar ook zo slim bedacht, een combinatie van kind en een professor Barabas.”
KWALITEIT
In 1965 (na “De Lowie-Treize Kast”) stapte Marc Sleen echter opnieuw over naar “De Standaard”. Waarom? “Om te beginnen kon de Standaard Uitgeverij mijn boeken in kleur en op kwaliteitspapier publiceren. Bij Het Volk gebeurde dat nog op krantenpapier. Daarnaast waren er de financiële voorwaarden. Ik verdiende niet méér, maar ik moest wel minder hard werken. Het Volk verloor bij mijn vertrek 30.000 lezers, je kan je voorstellen dat de toenmalige directie daar niet gelukkig mee was. Zij beweerden dat Nero hun handelsmerk was en er kwam een proces van. Maar het is nooit tot een uitspraak gekomen, finaal werden alle plooien gladgestreken.”
In “Het Volk” verscheen toen wel een tijdlang een “valse” Nero-strip getekend door ene Wirel. Alhoewel nooit expliciet gezegd werd wie hierachter schuil ging, kan men niet anders dan vaststellen dat dit het pseudoniem was dat Karel Verschueren hanteerde voor de Bessy-strip die hij voor de Studio Willy Vandersteen tekende (WIlly & kaREL).
Bij die overstap in 1965 sneuvelden weliswaar allerlei andere stripverhalen die door Marc Sleen werden getekend en waarvan de bekendste ongetwijfeld “De Lustige Kapoentjes” was. Eerst werd deze reeks nog overgenomen door Hurey (Hugo De Reymaeker, 1937-2001), maar in 1976 ging ze definitief ter ziele.
VLAAMS
Alhoewel “Nero” in Nederland nooit de populariteit van “Suske en Wiske” zou kunnen evenaren, nam Marc Sleen van Willy Vandersteen toch het trieste voorbeeld van de verhollandsing over (denk aan de verandering van “Schalulleke” in “Schanulleke”, van “Sidonie” in “Sidonia”). Als men een heruitgave van “De driedubbel gestreepte” naast het origineel legt, dan blijkt een “zothuis” plotseling een “instelling” te worden, een “blutske” een “butsje” en “simpel” wordt “eenvoudig”. Toch kon Marc Sleen het niet over zijn hart krijgen het Vlaamse karakter van zijn held te schrappen en het is wellicht dàt wat hem in verkoopcijfers boven de Moerdijk zuur opbreekt. Maar hoe “verhollands” je een franskiljon als meneer Pheip?
“Meneer Pheip is in feite geïnspireerd op een burgemeester van Moerbeke-Waas (hij wordt als dusdanig voor het eerst geïntroduceerd in “De Zwarte Voeten” uit 1951, RDS): steenrijk, met suikerrietplantages in het buitenland en veel bieten in België. Maar hij sprak geen woord Nederlands. Het chique Vlaamse volk van toen sprak Frans, heel dikwijls gebroken Frans. En die mentaliteit heb ik helemaal geconcentreerd in Meneer Pheip.” (***)
Het bleek dus de toenmalige burgemeester en directeur van de suikerfabriek Jean Marien te zijn. Over de reden waarom striptekenaar Marc Sleen Meneer Pheip als Franskiljonse burgemeester van Moerbeke in het album introduceerde, circuleerden meerdere versies. Marc Sleen zou als jager bevriend zijn geweest met de familie Lippens of Anton van Wilderode zou het idee ingefluisterd hebben.
Ridder Marc Sleen legt het zelf uit in de Gazet van Antwerpen: “Ik ben opgegroeid in Sint-Niklaas in de periode dat de burgerij nog Frans sprak maar dat werd steeds minder. Er werd toen verteld dat de burgemeester van Moerbeke weigerde om ook maar een woord Nederlands te praten en daarom heb ik Meneer Pheip gecreëerd, niet dat ik zo een fanatieke Vlaming ben maar ik ondervond zelf ook dat er nog steeds een Franstalige klasse was die neerkeek op Vlamingen.”
TEPELTJES
Daarnaast wemelt het in zijn strips van de dt-fouten, maar in “Zebra”, een literair tijdschrift uitgegeven door Manteau, werd Sleen juist geprezen om z’n “echt Vlaams”. Het kan verkeren, jawel. En al krijgt Petatje op de valreep geen navelpiercing à la Wiske, toch zullen er in “Zilveren tranen” zowaar “duivelinnetjes met tepeltjes” staan, aldus een enigszins kwijlende auteur. En dat terwijl hij vroeger door zijn katholieke werkgevers nog op de vingers werd getikt omwille van de borstjes van Isabel (het lief van Jef Pedal) of de onderjurk van Madam Pheip (****). Over het “Breugeliaanse figuur” van deze laatste, net als dat van Madam Nero overigens, heeft Sleen uit die hoek nooit opmerkingen gehad. De vrouwenbeweging heeft weliswaar een tijdlang gevonden dat hierdoor de vrouw belachelijk werd gemaakt, maar ondertussen blijken die ook alweer te zijn bijgedraaid: de twee dames passen immers perfect in het volslanke model dat door Mieke Vogels wordt gepredikt.
Of Petatje er wordt op aangekeken dat ze, net als haar tegenhanger Wiske trouwens, vaak haar tegenspelers (respectievelijk dus Petoetje en Suske) in gevaar brengt door wat stripauteurs blijkbaar als typisch vrouwelijke ondeugden beschouwen, zoals nieuwsgierigheid, koketteren, koppigheid of kleinzerigheid, is me niet helemaal duidelijk.
HUMOR
Zelf heb ik middelbare scholieren eens een vergelijking laten maken tussen “De toornige tjiftjaf” (Suske en Wiske), “De verdwenen Ming” (Nero), “De blauwe Lotus” (Kuifje), “In het spoor van de Daltons” (Lucky Luke), “De smurfin” (De Smurfen) en “Het ijzeren schild” (Asterix). In werkgroepen las men deze verhalen en maakte iedereen bijvoorbeeld een aanduiding telkens als men een lachreactie had. Daarna werd het gemiddelde van de werkgroep genomen en dan tegen mekaar afgewogen. Dit onderdeel werd glansrijk gewonnen door “Nero” voor “Asterix”, “De Smurfen”, “Lucky Luke”, “Kuifje” en “Suske en Wiske”.
Met de verhollandsing stelde men echter ook een verflauwing van de humor in “Nero” vast, al is Sleen nooit in het oeverloze gemoraliseer van “Suske en Wiske” vervallen. Vanaf nr.122 (“Barbaarse vijgen” uit 1992) kwam er op dit vlak zelfs opnieuw verbetering in, beweerden kenners, dankzij het aantrekken van Dirk Stallaert als medewerker. In afwachting dat hij Nero helemaal zou kunnen overnemen, liet deze zelfs zijn Eddy Wally-strip vallen, maar uiteindelijk heeft Marc Sleen dus besloten om Nero samen met hem te laten “sterven”. Stallaert werd dan maar aangetrokken door Merho (Robert Merhottein), die hem voortaan zijn Kiekeboe-creatie zal laten tekenen, terwijl hijzelf zich tot het schrijven van de scenario’s zal beperken.
TEMSE
Marc Sleen werd geboren als Marcel Neels (*****) in Gentbrugge, maar is getogen in Sint-Niklaas, waar hij in de Mercatorstraat woonde en bij de Broeders school liep (******). Daar deed hij ook zijn liefde voor Temse op. ‘In mijn jeugd ben ik verliefd geworden op de Scheldegemeente en ik ben dat nog altijd’, klinkt het bij Sleen. ‘Als Sint-Niklaas Temse had ingepalmd dan was het een grootstad geworden. Alle grootsteden liggen namelijk aan een rivier. Antwerpen, Gent, Brussel en Parijs. Ik ging graag fietsen langs de oevers van de Schelde. Dat was mijn lievelingsuitstap. Aan de overkant had ik een geweldig zicht op de skyline van Temse. Ik heb daar ooit een schilderij van gemaakt dat nu bij mijn buren in het salon hangt. Telkens als ik bij hen op bezoek ga kan ik genieten van die fantastische skyline. Mijn jeugd was echt getekend door Temse.’
In het kader van Temse stripgemeente was in september dan ook nog een nieuwe uitgave verschenen: een luxe-album met twee Nero-verhalen: Prinses Lovely & De mosterd van Abraham, te verkrijgen bij de Culturele Vereniging Spirit, 03/771 02 55, lutgarde.degraeve@telenet.be.
65 nero-boeken

Ronny De Schepper
(De uittreksels uit het interview met Marc Sleen zijn afkomstig uit Het Nieuwsblad van 30/9/2002. Het interview werd afgenomen door Marc Van Impe.)

(Zeer) selectieve bibliografie
Lieven Demedts, De politieke memoires van Nero, 1997.
Yves Kerremans & Pascal Lefèvre, Vijftig jaar Nero, kroniek van een dagbladverschijnsel, Standaard Uitgeverij, Antwerpen, 1997.

(*) Op 2 oktober 1947 om precies te zijn en dan nog onder de benaming “De avonturen van detective Van Zwam”. Peter Cnop: Er is trouwens een verschil van benaming tussen de in de kranten gepubliceerde eerste verhalen en de albumuitgaven. De eerste acht verhalen (in De Nieuwe Gids), en het eerste, het negende dus, in Het Volk, waren “De avonturen van detective Van Zwam”, de twee volgende die van “Nero en zijn hoed”. Bij de albumuitgaven door Het Volk werd de Matsuoka-trilogie (de eerste 3 Van Zwams dus) aanvankelijk niet heruitgeven (de eerste 2 hadden een beperkte albumuitgave gekend, het derde verhaal niet), en alle verhalen werden Nero’s. Naar verluidt zouden de versies die in begin jaren ’60 uiteindelijk uitkwamen (en als Van Zwammen bekend werden) hertekend zijn door Hugo de Reymaeker (Hurey). In het eerste verhaal “Het geheim van Matsuoka” leren we trouwens ook de echte naam van Nero kennen: M.Schoonbaard (p.1) op p.40 wordt dat dan plotseling “Schoonpaard”. Of zoals Marc Sleen zelf stelt in een interview in De Morgen van 11/9/1997: “Ik laat het aan stripkenners over om dat uit te pluizen.” Want in datzelfde album zegt Nero ook nog eens dat hij eigenlijk Heiremans heet, naar Jan Heiremans, een collega van Sleen bij De Nieuwe Gids. Maar goed, in dat eerste album zit Nero niet voor niks in een “zothuis”, nietwaar, waar hij na het drinken van Matsuoka-bier denkt dat hij de gelijknamige Romeinse keizer is?
(**) Men mag Jan Spier niet verwarren met Jan met de Hamer die reeds in het eerste album optreedt. Dat is immers een andere nevenfiguur die nog een paar keer opnieuw zal opduiken, met name Jef Pedal.
(***) Het verhaal kwam ook aan bod in de rubriek “De Lustige Lezers” in “Man bijt hond”. Het grote verschil met vroegere stripverhalen in de reeks “De Lustige Lezers” was dat men hier écht met het stripverhaal zelf kon lachen en niet zozeer met de capriolen van de Lustige Lezers zelf (dit gezegd zijnde, viel het toch op hoe goed de stem van Urbanus op Nero “plakt”, eigenlijk is dat niet echt verwonderlijk natuurlijk: Urbanus is ook niet zo maar uit de lucht komen vallen, die hoort helemaal thuis in die traditie van Vlaamse humor, waarin Nero hem is voorafgegaan). Zo heb ik me een kriek gelachen met mijnheerke Pheip (die hier weliswaar nog niet als dusdanig werd opgevoerd, maar als de frankofone burgemeester van Moerbeke; overigens krijgt-ie dus later de naam van zijn vrouw, als dat geen overwinning voor het feminisme is!) die zegt te zullen ontploffen van woede. Waarna hij met zijn tien geboden tegen een lantaarnpaal knalt met een ploffend geluid als gevolg. Waarop Nero: oeioei, hij is ontploft! Enfin, zo “op papier” (op computer dus eigenlijk) lijkt het misschien niet zo grappig, maar als stripgag is het onovertroffen!
(****) Madame Pheip werd overigens geïntroduceerd in “De hoed van Geeraard de Duivel” (1950).
(*****) In “Het geheim van Matsuoka” past ook de Chinese hoofdfiguur deze truuk toe. Commentaar van detective Van Zwam: “Hij heeft zijn naam omgekeerd. Ik ken nog sukkels die dat doen!” (p.35)
(******) Het “B-gevaar” speelt zich af in de ondergrondse catacomben onder het marktplein van Sint-Niklaas. Die zijn nu wellicht verdwenen met de aanleg van de ondergrondse parking.

6 gedachtes over “Marc Sleen (1922-2016)

    1. het is hier dus geen discussieforum , als iedereen zwijgt zijn er voor jullie zeker en vast geen wafels op 30 december 2012, hoewel dhr Neels .Sleen kennende …. wellicht
      arie de koff

      Geliked door 1 persoon

  1. zo, nog 10 jaar erbij en nu naar de 100! Naar het schijnt “correct me if I’m wrong” , is de heer Sleen vaak in zijn museum, treft u hem eens daar, bedank de goede man dan voor zijn vele kunstwerken of hier Marc … bedankt Arie Nederland

    Geliked door 1 persoon

  2. Als het op stripverhalen aankomt zijn de Belgen en deels de Fransen een stuk verder gekomen dan de Nederlanders die stripverhalen nooit serieus hebben genomen. Stripverhalen hadden geen plaats op de literatuurlijst. In het geval van Maarten Toonder (Olivier B. Bommel) volkomen misplaats.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.