Vandaag zou de Vlaamse filmregisseur en literator Emile Degelin (foto Daviddegelin op de Nederlandstalige Wikipedia) 95 jaar zijn geworden, mocht hij niet op 20 mei 2017 overleden zijn. Johan de Belie schreef in 1984 een artikel over hem als “eeuwige puber” en Degelin zou wel gewenst hebben dat dit ook nu nog altijd het geval zou zijn…

Emile Degelin werd geboren te Diest op 16 juli 1926. Hij studeerde aan de Hogere Filmschool te Parijs waar hij in 1951, als buitenlander, de eerste prijs met grote onderscheiding wegkaapte. Dat stelde hem in staat zich verder in het vak van de filmregie te gaan bekwamen in Londen, terwijl hij later ook de Actor’s Studio te New York en het Famu te Praag aandeed. Hij is scenarist en regisseur van meer dan 50 kortfilms en vijf langspeelfilms. Dat leverde hem naast 24 nationale ook ettelijke internationale onderscheidingen op. De kortfilm « Sirenen » verdiende de Zilveren Beer op het Festival van Berlijn 1961 en de Mercurio d’Oro op het festival van Valencia. Voor « Brugge » kreeg hij prijzen te Mannheim en Montevideo. Hoewel misschien het grote commerciële succes uitbleef waren zijn langspeelfilms « De boer die sterft », « In ’t water », « Als je de wind vreest » en vooral « Palaver » van artistiek hoog niveau. Degelin is dan niet haantje de voorste van onze nationale filmproductie, maar dat mag veeleer toegeschreven aan het feit dat hij geen reputatie heeft als tafelspringer, dan wel aan gebrek aan artistiek kunnen of artistieke integriteit. Sinds 1962 is Degelin ook docent filmregie en filmvormgeving aan het Ritcs te Brussel waar ik hem leerde waarderen als een zeer gevoelig en intelligent lesgever.
DE BIOGRAFIE VAN EEN FILMER
In 1982 verscheen « De bevrijding », de eerste roman van Degelin, en tevens het eerste luik van zijn autobiografische trilogie. Hij kreeg er meteen de prijs voor het beste literaire debuut van 1982 voor. Hoofdpersonage van het inmiddels voltooide drieluik is Johannes Wouters. In het eerste boek ontmoeten we hem als vijftienjarige in volle puberteitscrisis, een crisis die in feite pas zijn echte loutering en « bevrijding » kent in het laatste pas verschenen deel « De code van Napoleon » zoals ze mogelijk in werkelijkheid slechts een voleinding vond in de eerste film die de cineast zou realiseren « Si le vent te fait peur » (Als je de wind vreest). Nee, voor de filmfreaks zit hier niet dadelijk brood in : niks over de excessen van de business, geen Hollywood-verhalen, zelfs geen (of slechts terloopse) aanduidingen over de opbouw van het filmproduct en het reilen en zeilen van het bedrijf. Misschien mogen we daarnaar in een vervolg op deze trilogie wachten. Centraal staat hier de groei naar volwassenheid van Johannes Wouters, zijnde Emile Degelin; en het filmmedium is daarin slechts één aspect, zij het een facet dat door de auteur ook dankbaar symbolisch wordt uitgepuurd.
« De bevrijding » situeert Johannes in een sfeer van terreur, die spruit uit de conflictsituatie met zijn burgerlijke ouders en uit een streng religieuze opvoeding. Tot de 2de wereldoorlog uitbreekt : Johannes’ vader vlucht, er heerst meer vrede in het huisgezin Wouters, de schooldeuren zijn gesloten: uit deze toestand van anarchie ontstaat voor Johannes een gevoel van bevrijding en opwindende vrijheid. Een jonge buurvrouw begeleidt hem in deze euforische toestand.
De tweede roman « De marsorder » speelt kort na de oorlog. De hoofdfiguur kan niet aarden in het studentenmilieu (hij had voor een opleiding tot wetenschapper geopteerd) dat een weerspiegeling is van alles waartegen hij zich in zijn vroege jeugd heeft afgezet. Zijn diensttijd is een welkome pauze om een definitieve beroepskeuze uit te stellen maar de sfeer — ook hier ontmoet hij kleinburgerlijkheid en repressie — dwingt hem ertoe zenuwziekte te veinzen. Hij komt terecht in een Zwitsers kuuroord waar hij het trauma van zijn eerste liefde kwijtraakt (een Boheems meisje) en verliefd wordt op Rachel. Deze eist echter, eer zij zich definitief wil binden, dat hij een beroepskeuze maakt en zich in de maatschappij integreert.
SI LE VENT TE FAIT PEUR
In het derde deel van zijn trilogie De code van Napoleon heeft Johannes Wouters, Emile Degelin, zijn keuze gemaakt. Hij studeert aan de filmschool te Parijs. De opleiding daar en vooral zijn relatie tot Rachel, die hij niet meer ontmoet tenzij in de schim die hij zoekt, en tot de Scandinavische Maj wordt afwisselend verhaald (in de ik-vorm) met de pogingen drie jaar (en meer) later om zijn eerste speelfilm te realiseren, zijn schijnhuwelijk met de schrijfster Martine (dat voor hem definitief eindigt bij de publicatie van haar eerste roman « De code van Napoleon »; Degelin zelf was trouwens in een eerste huwelijk verbonden met de schrijfster Jacqueline Harpman) en zijn verhouding, passionant maar onvolwassen, met Gaby, de actrice in zijn eerste film « Als je de wind vreest ». Dit tweede luik is in de hij-vorm gesteld. Het hele verhaal, met zijn troublante liefdesverhoudingen en onwezenlijke gepassioneerdheid, lijkt soms vrij onwaarschijnlijk. De realiteit overstijgt natuurlijk steeds de fictie, wat de auteur in de roman zelf reeds herhaaldelijk suggereert wanneer hij diverse personages in absurdum niet laat geloven wat zich voor de lezer toch als realiteit aandient.
Een vlot en boeiend verhaal, een interessante milieuschets, psychologisch scherpzinnig ontrafelend. Maar filosofisch wat te zeer bezwangerd met voor de hand liggende ideeën en bedenkingen; maar natuurlijk maakt dit pseudo gefilosofeer ook een dwingend geheel van de kernfiguur aan de rand van culturele hype begin der jaren vijftig, lonkend naar Montparnasse. Structureel blijft Degelin soms zwak, afgezien van het knappe dooreen weven van de tweede tijdspannes met de nodige psychologische en symbolische verwijzingen. Hij stopt teveel uitweidingen in zijn verhaal, losse flodders die de ruggengraat van de story en van de karakters ondermijnen. Ik kreeg de indruk dat hij er soms gauw, voor zichzelf, enkele herinneringen wou instoppen die voor de lezer niet altijd even relevant zijn en ballast dreigen te worden.
Dit alles belet niet dat de eigenlijke thematiek toch vrij zuiver overkomt : het zoeken via contacten en via de artistieke prestatie naar de eigen identiteit, gekoppeld aan diverse obsessies waaruit Johannes zich nauwelijks weet te redden. De catharsis komt in de voltooiing van zijn eerste langspeelfilm « Als je de wind vreest », een film waarin hij de ene en waarachtige, rechtlijnige liefde wil vastleggen (en wie wil dat niet ?) en daartoe van zijn hoofdpersonages broer en zus maakt.
De cirkel zal worden gesloten wanneer Johannes merkt dat hij voor zijn film dezelfde componist en geluidstechnici heeft gekozen als die andere debutant, Jean-Luc Godard, die de broer blijkt te zijn van het meisje dat hen naar de film heeft gedreven.
Een droef, vooral weemoedig boek over de liefde met de grote L, de liefde zoals je die bij geobsedeerde pubers aantreft. Er zijn mensen die eeuwig puber blijven. Gelukkig.

Referentie
Johan de Belie, Eeuwige puber Degelin, De Rode Vaan nr.33 van 1984.
Emile Degelin, De code van Napoleon, Manteau, Antwerpen, 1984, 163 blz. « De bevrijding » en « De marsorder » verschenen eveneens bij Manteau.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.