Van de in het Hebreeuws schrijvende Amos Oz (1939-2018), die zo’n vijftien romans, ook verhalen, essays en boeken voor de jeugd op zijn actief heeft, las ik ‘Zo beginnen verhalen’ (1996; Meulenhoff, Amsterdam).

Hierin gaat hij op zoek naar hoe schrijvers in de eerste zin van hun verhaal of roman een ‘contract’ aangaan met de lezer. Die eerste zin kan bij uitbreiding een alinea zijn, of een eerste bladzijde, soms zelfs meerdere bladzijden – het hangt er vanaf. Hij doet dit aan de hand van teksten van o.m. Gogol, Tsjechov, Kafka, Theodor Fontane, Elsa Morante, Raymond Carver, Garcia Marquez, en verwijst ook nog naar Dostojevski, Tolstoi… Het gaat er voor hem om dat de auteur reeds in die eerste zin(nen) de lezer op één of andere wijze meeneemt, verleidt. Hij onthult een geheim. Er wordt in die eerste passage een complot gesmeed tussen hem en de lezer. Een toon wordt gezet. Uiteraard gebeurt dit proces onbewust. Maar het is essentieel voor het lezen van de rest van het verhaal of de roman. Het kan sensationeel zijn, gruwelijk, naar de keel grijpen. Of op een roddel lijken, banaal. Maar ook heel subtiel. Soms zelfs filosofisch.

Ik vond het best boeiend om, vooral bij de teksten die ik kende, deze vanuit dit perspectief te bekijken. Aan de hand van de ontleding van Amos Oz. Niet dat het de interpretatie van de werken veranderde, mij tot werkelijk nieuwe inzichten bracht. Wel werden focussen verlegd, een brandpunt gewijzigd, ergens een toets aangebracht, een schaduw onthuld of een accent verschoven. Weinig ingrijpend telkens maar vaak toch interessant en vooral boeiend.

Maar, zo waarschuwt de auteur in een afsluitend essay, men moet zich ervoor hoeden alles stuk te analyseren: “technieken en motieven, het oxymoron en de metonymia, allegorieën en connotaties, verborgen joodse tekens en verwijzingen naar de psychologie en de sociologie, en de archetypische personages en lotsideeën en wat al niet.” Boven alles primeert het leesplezier. Lezen is enerzijds een confrontatie met de bekende wereld, maar nog meer een reis naar het onbekende, en vooral ook de verleiding om het ‘onvoorstelbare’ aan te raken. Datgene dus dat via het lezen toegankelijk blijkt voor onze zintuigen, onze angsten, onze fantasie, onze begeerten. En daarom moeten we als lezer actief deelnemen, met enerzijds ervaring, anderzijds onschuld. En die eerste zinnen in elk verhaal kunnen, goed gelezen, dienstig zijn als… een spel, een doolhof, een schaakspel. Intrigerend. Boeiend.      

Johan de Belie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.