Vandaag viert Michael Wright, “de Engelsman die geen Engels spreekt”, zijn tachtigste verjaardag.

Michael Wright was een Luikenaar van Engelse afkomst (zijn vader was gestorven in de Tweede Wereldoorlog en zijn moeder was hertrouwd met een Belgische soldaat), die zijn Engelse afkomst handig aanwendde om zich van een plaatsje in de Britse nationale ploeg (voor de wereldkampioenschappen en ook tweemaal voor de Tour in de fameuze jaren 1967-68) te verzekeren, ook al sprak hij (naar verluidt) geen gebenedijd woord Engels meer. Indien hij zich tot Belg had laten naturaliseren zou hij in die periode (1962-1976) heel wat meer moeilijkheden hebben ondervonden, want die jaren vormden zowat het hoogtepunt van het Belgische wielrennen, terwijl deze sport in Engeland zelf nog een insulair gegeven was.
Dat belet echter niet dat Wright, die vooral aalvlug was, op zichzelf toch een leuk palmares bij elkaar heeft gefietst. Zo won hij drie ritten in de Tour en zelfs vier in de Vuelta. Maar straffer nog vind ik dat hij (als sprinter) toch nog vijfde werd in het eindklassement van de Ronde van Spanje in 1969. En zijn dichtste plaats in de Tour was toch ook nog een 24ste plaats in 1965. Ook een vijfde plaats in Luik-Bastenaken-Luik van dat jaar is zeker niet mis!

Ronny De Schepper

2 gedachtes over “Michael Wright wordt tachtig…

  1. Michael Wright is regelmatig aanwezig op de wielerbeurs van Wanze. Hij spreekt inderdaad Frans, maar toch met een min of meer Brits accent.
    Zeer sympathieke man die na een overwinning als liefhebber in Deinze “ontdekt” werd door Berten De Kimpe en zijn eerste jaren bij Groene Leeuw reed.
    Was op het einde van zijn carrière en na zijn carrière een van de vele (ex-) wielrenners die als IJsboerke-man de baan op ging op ijscrème te verkopen. Naar ik vernam was hij daarin zeer succesvol.

    Geliked door 1 persoon

    1. Op de Wielersite staat er een verhaal van een andere Engelse Luikenaar (maar deze keer ene die wel degelijk Engels spreekt) Tony Wills en die vertelt dat ze jeugdvrienden waren (hij, Tony dus, heeft zelfs nog een tijdje met Michaels zus gevreeën) en dat Michael niet te kloppen was op een heuveltje in de nabijheid van hun woonplaats. Dat zou die vijfde plaats in de Vuelta kunnen “bewijzen”, maar anderzijds doet dit me ook denken aan Trevor Bull die me vertelde dat Barry Hoban (een andere sprinter) de beste klimmer was toen hij nog in Engeland koerste. Het lijkt me dus eerder een “bewijs” dat profrenners van een ander niveau zijn dan de doorsnee-fietsers. Dat m.a.w. zelfs sprinters veel betere klimmers kunnen zijn dan “gewone” wielertoeristen. Het doet me ook denken aan vrienden die ook nu nog vaak met profrenners op weg gaan, die al lang de zestig gepasseerd zijn, maar nog altijd beter uit de voeten kunnen (bergop, tegen de wind enz.) dan dat jonge grut.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.