Eén van de grootste Zweedse multinationals is Abba. Dit is geen zure oprisping van een « anti » (want, eerlijk gezegd, binnen de beperkingen van het zuiver commerciële genre is Abba een van de betere groepen), maar de zuivere waarheid. De omzet van Abba-producten (platen, films, t-shirts, boeken…) is b.v. groter dan die van de autofabriek Volvo. Dat wil toch al wat zeggen ! En herinner je je nog de opwinding in de jaren zestig, toen elke Beatleplaat reeds gouden verkoopcijfers haalde door voorbestellingen ? Die cijfers worden anno 1981 gewoon verpulverd door het Abbaviertal. Dat geeft allemaal te denken. Maar anderzijds staat Abba zo geïsoleerd als maar zijn kan. Het is geen « topje van een ijsberg », er is geen golf van groepen die, zoals in Engeland destijds, in hun spoor de wereld verovert. Integendeel, het Abba-syndroom weegt zwaar door op het lokale talent. Zeker voor wie een heel andere, politiek geëngageerde weg wil bewandelen. Zo een firma is Nacksving, gesticht in 1975 (*). Het is een alternatief platenlabel dat wordt beheerd door de leden van de negen muziekgroepen die erop opnemen en door drie stafleden. Eén daarvan, Tommy Rander (zelf ook muzikant zoals men kan zien op bovenstaande foto van YouTube en verder bedrijvig als producer en radiomedewerker), kwam naar Vlaanderen om tot een soort van « culturele uitwisseling » te komen.

Rander was vooral geïnteresseerd in de vzw Sofa, voornamelijk bekend geworden via Raymond van het Groenewoud (die er nu geen deel meer van uitmaakt), en die ook een eigen label heeft (Parsley) waarop o.m. TC-Matic, Madou en Kamagurka platen hebben uitgebracht.
Tommy zelf had ook een pakje elpees onder de arm van « zijn » mensen : Jim Page (de enige Amerikaan van het gezelschap, niet te verwarren met de Britse gitaargod; alhoewel Page fel geëngageerde protestsongs brengt, zal hij verder niet meer in het verhaal voorkomen omdat we het over Zweden willen hebben), Nationalteatern (de meest suksesvolle groep van Nacksving, maar dat de taal toch een grote hinderpaal is moge blijken uit het feit dat op hun elpee de cover-versie van Dylans « Tomorrow is such a long time » toch het meest toegankelijk is), Ensamma Hjártan (wellicht genoemd naar de « Lonely Heartsclub » van The Beatles, te oordelen naar de manier waarop ze « Paperback Writer » met de grond gelijk maken) en dan tenslotte Svartvitt, een uitstekende groep met een schitterende zangeres, die eruit ziet als Mama Cass maar klinkt als Janis Joplin.
MEER DAN EEN PLATENFIRMA
“Maar Nacksving is méér dan zomaar een platenfirma, zij het dan een alternatieve,” aldus Tommy Rander. “Ze maakt deel uit van een ganse beweging, ontstaan in de jaren zestig. De hippie- en underground-beweging was toen zo sterk dat vrijwel iedere jongere links was. Het was de gewone gang van zaken om zo te zeggen. En dat had natuurlijk ook z’n weerslag op de muzikanten. Ikzelf zat toen b.v. in een beatgroepje dat de Stones naspeelde, maar onder invloed van die politieke bewustwording begonnen wij over onze sociale taak na te denken, wat met zich meebracht dat we meer maatschappij-gebonden nummers gingen zingen én in het Zweeds.
Het anti-Amerikanisme dat voortkwam uit de Vietnam-oorlog en zo, had zelfs muzikale gevolgen : we probeerden een eigen vorm van rockmuziek te spelen, die minder « Amerikaans » klonk. Er was ook toenadering tot de Zweedse folkbeweging. In het theater kon men eveneens een soortgelijke evolutie vaststellen. Stilaan zochten al deze groepen ook op organisatorisch vlak contact met elkaar.
En omdat ze door de Zweedse afdelingen van Amerikaanse multinationals zoals CBS om politieke redenen werden verhinderd platen op te nemen, werd zo in 1970 het eerste alternatieve label opgericht. Van daar naar zogenaamde « alternatieve festivals » was natuurlijk maar een kleine stap. Hier troffen mensen, die in verschillende streken van Zweden met gelijkaardige zaken bezig waren, elkaar en op die manier kwam dan weer een tamelijk goed georganiseerd distributienet van de grond.”
— Als we nu Nacksving als voorbeeld nemen. hoe wordt er dan uit dit aanbod geselekteerd ?
T.R.
: Op de eerste plaats moeten de groepen op muzikaal vlak erg goed zijn, want als je niet goed bent dan mag je eender welke boodschap verkondigen, die gaat er toch niet in. Maar anderzijds wordt er wel een stellingname van de groep verwacht die in hun teksten tot uiting moet komen. We gaan geen nonsens uitgeven. Als ze rocksterren willen worden, moeten ze zich maar tot het commerciële circuit wenden. Wij van onze kant zijn bereid een groep die geen succes kent, maar volgens onze normen toch uitstekend is, gedurende lange tijd onder de vleugels te houden, ook al leidt dit tot financieel verlies. We hebben toch een aantal groepen die tamelijk goed verkopen, zodat de balans in evenwicht wordt gehouden. Trouwens de royalties die wij aan de artiesten uitbetalen liggen gemiddeld drie keer hoger dan wat zij van de « business » krijgen. Dat is natuurlijk een niet te onderschatten factor in ons succes. En hier is de zakenwereld het meest bang van. Indien hun artiesten namelijk voor hun rechten zouden opkomen, dan zou er geen geld meer overblijven om de aandeelhouders uit te betalen en dáár is het er bij hen toch uiteindelijk om te doen !
POLITIEK PLATFORM ?
— Moeten de groepen ook een soort van politiek platform onderschrijven ?
T.R.
: Ja, maar dan in de brede zin van het woord. We zijn links, maar niet partij-gebonden. Onze structuren weerspiegelen eigenlijk al een politieke lijn, namelijk die van het collectivisme. Op het persoonlijke vlak staat het iedereen natuurlijk vrij lid te zijn van een partij (ikzelf ben lid van de communistische partij b.v.). maar als zodanig is een partij niet de aangewezen instantie om een platenfirma te beheren. Zo moet je b.v. niet tot een gemeenschappelijke visie op de Russische inval in Afghanistan komen om goede, linkse muziek te maken. Wat dan weer niet belet dat Nacksving de artistieke kant van de jongste verkiezingscampagne van de KP in Zweden voor z’n rekening heeft genomen. Dat kwam trouwens vooral omdat zij ons om advies hadden gevraagd hoe je dat organisatorisch nu het best aanpakt. Het was overigens een groot succes dat zich ook in aanwassende stemmen vertaalde.
Ook de verkiezingsaffiches werden door onze mensen gemaakt, die normaal platenhoezen ontwerpen. Het ironische was dat deze kunstenaars al lang lid waren van de partij maar tot dan toe nooit werden gevraagd.
Ter afronding : cultuur moet breder zijn dan een partijwerking. Anders dient het gewoon om inzichten die je al hebt nog te versterken. De zogenaamde Agitprop-groepen vallen hieronder. En die zijn erg goed op meetings en zo, maar die kunnen nooit op een gewoon muziekfestival spelen, daarvoor zijn andere groepen nodig om de jeugd te bereiken waar ze is en ze toch wat mee te geven. Het is gewoon een wisselwerking. Al de linkse politieke partijen profiteren van ons succes (niet één specifieke partij) en omgekeerd kunnen wij slechts bestaan zolang de linkse partijen iets vertegenwoordigen. Zij vormen onze ruggegraat.
— Hoe gaan jullie te werk bij het samenstellen van jullie repertoire ? Doen jullie aan scouting ?
T.R.
: In de eerste plaats gaan we af op bandjes. Deze vorm staat namelijk het dichtst bij een plaatopname, terwijl sommige groepen live zeer interessant kunnen zijn, maar op plaat echt niks voorstellen. Wat natuurlijk niet wegneemt dat vele groepen ons uitnodigen om eens naar een optreden te komen kijken. Vooraleer we ze tekenen moeten ze echter toch via banden kwantitatief en kwalitatief voldoende materiaal binnensturen. Zelfs indien het groepen zijn die al platen hebben gemaakt, dan nog gaan we op demonstratiebandjes af, want vaak zijn de platen nog van mindere kwaliteit.
— Jullie zijn van Göteborg en daar sterk ingeplant. Maar Göteborg ligt zowat 500 km van Stockholm, is dat geen nadeel ?
T.R.
: De commerciële platenwereld is zeker geconcentreerd in de hoofdstad, maar het alternatieve circuit spreidt zich uit over heel Zweden. Zelfs in het uiterste noorden, zowat 2.000 km van ons verwijderd, werkt het label « Manifest » op gelijklopende basis.
REGIONALISERING
— Er bestaat dus een goede samenwerking tussen diverse verenigingen die regionaal verspreid zijn ?
T.R.
: Inderdaad. We komen vaak samen om technische problemen te regelen en ook om gezamenlijk onze prijzen te bepalen. Verder hebben we ook een gezamenlijk persingbedrijfje. Dat is erg belangrijk want je kan niet uit de klauwen van de business blijven als je niet beschikt over eigen productie- en distributiemiddelen.
— Wat betekent « Nacksving » eigenlijk ?
T.R.
: Het is een term uit het worstelen. Het slaat op een greep waarmee men een grotere tegenstander kan overwinnen… Frank Anderson, als je die mocht kennen, won zijn wereldtitel met die greep.
— Helaas zijn we nooit verder geraakt dan de fietsende broertjes Pettersson. Maar gaat u verder, hoe professioneel is die studio van jullie eigenlijk ?
T.R.
: Het is een 24-sporen studio die de vergelijking met die van CBS b.v. glansrijk kan doorstaan. Daar staan wij trouwens op. Technisch gezien moeten we even goede waar op de markt kunnen brengen dan de « business ». Wie heeft er nu behoefte aan geëngageerde maar slecht opgenomen en slecht geperste platen ? De mensen die in onze studio’s als technici zijn tewerkgesteld zouden overigens net zo goed bij de multinationals terecht kunnen, wat hun capaciteiten betreft, maar ook voor hen is het een politieke optie.
— En jullie betalen goed ?
T.R.
: De muzikanten, zoals reeds gezegd, zelfs béter, de technici evenveel, alleen de stafleden zoals ik (lacht) moeten het met minder stellen. (Weer ernstig:) Dat wil zeggen : het is typisch voor kapitalistische maatschappijen dat stafleden buitensporig worden betaald, dat zal zowat het dubbele bedragen van wat ik verdien, maar op zichzelf verdien ik een goed loon.
EN DE MEDIA ?
— Krijgen jullie wat respons in de pers of, wat nog belangrijker is, op radio en televisie ?
T.R.
: Toen dit hele proces op gang kwam, waren er heel wat opportunisten die erop sprongen. Het werd vooral uit sensatiezucht gevolgd. Rond ’75 was het nieuwe eraf en moesten we de media op een andere manier benaderen. Ook het politieke klimaat is gewijzigd, zodat het veel moeilijker is. Vandaar dat ook wij een promotiedienst hebben opgericht. Maar onze voornaamste troef is toch nog steeds gewoon de kwaliteit van onze producties. Televisie is natuurlijk nog een ander paar mouwen. Die is vooral in handen van oudere mensen, die geen interesse hebben voor iets nieuws, laat staan dat het dan nog links is ook ! Daar komt nu gelukkig verandering in. De oudstrijders van ’68 zijn stilaan volwassen geworden en sommigen onder hen bekleden o.a. belangrijke posten bij de televisie. En alhoewel onze wegen wel enigszins uit elkaar zijn gegroeid, zij staan natuurlijk niet zo afkerig tegenover hun oude makkers als de vroegere bonzen. Ik denk niet dat het nog kan voorvallen dat een groep als Nationalteatern, die ook gewoon uit commercieel oogpunt gezien tot de vijf of tien beste groepen van het land behoort, er zes jaar moet over doen om het kleine scherm te halen. De radio, dat is in orde, daar werken wél wat toffe gasten.

— Zoals jijzelf…
T.R. (lacht):
Klopt ! Maar ik kan natuurlijk niet teveel platen van ons draaien, dan zouden we ons aan hetzelfde bezondigen als diegenen die we willen bestrijden.
— En de economische crisis ?
T.R.
: ’t Wordt harder, ja. In ’78 verkocht het Nationalteatern 80.000 exemplaren van één elpee. Nu zouden er dat ten hoogste nog 50.000 zijn. Een « flop » komt ook al eens meer voor dan vroeger. We kunnen dus minder risico’s nemen. Maar het enige antwoord is : nóg harder werken, nóg betere platen afleveren.
HET ANGELSAKSISCHE IMPERIALISME
— En een uitweg zoeken naar het buitenland, blijkbaar…
T.R.
: Een uitbreiding van het afzetgebied, inderdaad, maar ook gaan we op zoek naar gelijkaardige initiatieven. In de rest van Scandinavië is dat trouwens al aardig gelukt.
— « Gelijkaardig », zeg je, maar tot op welke hoogte ? Sofa, b.v. is mijns inziens toch geen « linkse » organisatie ? TC-Matic weigerde zelfs op ons feest te spelen.
T.R.
: Ha zo ? Nou ja, het is moeilijk om in een ander land precies hetzelfde weer te vinden. Structureel gezien komen ze wel erg met ons overeen. Een andere overeenkomst is de strijd tegen « het Angelsaksische imperialisme », daarmee bedoel ik : Amerikaanse en vooral Engelse groepen overspoelen Zweden, België of noem maar op, maar omgekeerd worden groepen van het vasteland nooit naar daar uitgenodigd. Die onvrede willen we bundelen over heel Europa, dan staan we sterker. Maar dat zal wel inhouden dat we op politiek gebied hier en daar compromissen zullen moeten afsluiten. Dat geldt echter ook voor hen die met ons willen samenwerken.
— In dat verband wil ik toch even teruggrijpen naar het begin van dit interview. Toen beklemtoonde je het belang van het zingen in de eigen, dus Zweedse taal…
T.R. :
Dat is het ironische van het geval natuurlijk. Als je in Zweden via je muziek iets belangrijks wil meedelen, dan is het gewoon normaal dat dit in het Zweeds gebeurt, maar eens daarbuiten wat doe je dan ?
— Esperanto ?
T.R.
: Ach wat, Engels natuurlijk, slimoor ! Vandaar dat wij vanaf nu ook van plan zijn Engelse versies van onze elpees op de markt te brengen. Maar in Zweuden Zweuds ! Dat blijft onze regel.
En bij ons : Vleunderen beuven !

Referentie
Ronny De Schepper, “Cultuur moet breder zijn dan een partijwerking”, De Rode Vaan nr.38 van 1981

(*) Volgens Frédéric Tonnon & Marisa Garau in “Abba on speaking terms” (Amsterdam, Areopagus, 2002) was Zweden in die tijd zo goed als communistisch. Er zouden zelfs complotten gesmeed zijn tegen het succes van Abba op het Eurovisiesongfestival. En zeggen dat Frida achteraf nog een solo-elpee zou maken, samen met Kirsty MacColl, de dochter van een communist! Maar dat wisten onze twee “toonaangevende schrijvers in de entertainment-journalistiek” (flaptekst) blijkbaar niet.

Een gedachte over “Tommy Rander wordt 75…

  1. Na afloop (meer bepaald op 21/9/1981) kreeg ik een brief van de fotograaf Benny Hellberg. Omdat hij zo grappig was, heb ik hem bijgehouden:
    “Hallo,
    Will you please send me a copy of De Rode Vaan nr.38?
    If you are paying anything for the publication of photos, then you have to pay me 250 Swedish kroner. I don’t know how much that is in franks, but it’s around 24 pound.
    If you don’t pay, there is nothing to do.
    But please send me a paper, please.”
    Uiteraard schreven wij hem terug dat wij niet de gewoonte hadden om fotografen van zusterbladen te betalen en de man kon daar mee leven, want daarna kreeg ik nog de volgende brief (niet gedateerd):
    “Dear Ronny,
    Thank you for your letter and the paper.
    Yes Ronny, TC Matic is coming over her in November for a tour, and that is a part of the arrangement, that Tommy was talking about.
    The first Swedish group out will probably be Ensamma Hjärtan and after that I think that Svartvitt is coming.
    Tommy sends you his love.”

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.