De lente, wat een heerlijk seizoen. De aarzelende warmte van de eerste zonnestralen. Bloemen die reeds tevoorschijn komen. Bomen die bottend weer tot leven komen. Het geluid van een grasmaaier alsof het nooit was weggeweest. En de vogels. De tortel laat zich horen. Even later hippen enkele jonge merels door de tuin. Heerlijk. Alles is fris. Nieuwe geuren en kleuren. De wereld herrijst. Maar…

Een ochtend. Reeds dadelijk bij het ontwaken merk ik het. Haar ogen lijken iets meer te stralen. Haar blik verwijlt eerst minutenlang in een onbestemde verte. Dan dwaalt hij rond, focust zich her en der. Voorlopig is er nog niets aan de hand. Mijn eega vat de dag aan zoals altijd. Ik wacht gelaten af wat morgen in petto zal hebben. Nauwlettend toekijken de volgende ochtend: jawel, het is onmiskenbaar. Die lichte zenuwtrekjes rond de mondhoeken. Twee of drie rimpels manifesteren zich op haar voorhoofd. Het ontbijt wordt sneller verorberd. De tekens zijn niet voor meerdere interpretatie vatbaar. De derde ochtend valt het zwaard van Damocles. Haar blik is nu verwilderd. Haar handen krampen zich nerveus om boterham en koffiemok. Dan volgt de fatale zin: “Koop vandaag maar een groot brood”. Ik weet wat deze woorden betekenen. Ik ken de achtergrond. Een periode van wanhoop. Een tijdperk van ellende. Uren, dagen van verbittering. Mijn leven zal mijn leven niet meer zijn. Ik zal geleefd worden. Het begrip democratie zal een vage herinnering worden. ‘Een groot brood’! Er zal vandaag niet gekookt worden. Broodmaaltijden worden mijn lot. De lente, die mooie, die prachtige, die zo welkome lente… En nu dit. De komst van de tiran. Telkens weer. Ieder jaar. De dictator. De despoot. De lenteschoonmaak. De Grote Kuis. Mijn vreselijkste nachtmerrie. Dagen-, nee wekenlang zal ik mij bevinden in een verhaal van E.A.Poe, Arthur Machen of H.P.Lovecraft. Zonder de mogelijkheid het boek te sluiten en even te verpozen, te denken “het is slechts fictie”. Een nachtmerrie waaruit ik dadelijk ontwaak. Nee, het zal realiteit zijn. Harde onontkoombare werkelijkheid. God zij met mij. Heilige Francisca, beschermster der huis- en poetsvrouwen, wees mij genadig. Deze nacht zal ik ongetwijfeld in mijn droom zien verschijnen: dat olijke duo Sien en Maria, de twee poetsvrouwen die zo’n tien jaren geleden in het VTM-programma ‘Schoon en meedogenloos’ her en der de boel aan kant maakten onder het commentaar dat het overal “vies voil en vettig” was (foto Twitter).  

Aan chaos heb ik een hekel. Chaos om mij heen. In mijn hoofd gaat het er al behoorlijk wild aan toe, ongeordend. Vandaar dat ik in het dagelijkse leven hunker naar wat meer orde en regelmaat. Een compensatie. Die zal mij dus voorlopig niet gegund worden, dat moet ik beseffen. Het is een weten uit ervaring. Het verleden heeft het mij voldoende geleerd, ik ben gewaarschuwd. Desondanks, ieder jaar, wanneer de eerste tekens van de lente zich manifesteren, zou meteen dit spookbeeld moeten opdagen. Is het verdringing? Verzet mijn brein zich tegen de idee? Beschermen mijn grijze cellen zichzelf door de beelden en de ermee gepaard gaande gevoelens en de sensatie van onbehagen naar een uithoek van mijn bewustzijn te verbannen? In ieder geval, het is pas bij de eerste symptomen van de jaarlijks weerkerende waanzin zoals ik hem opmerk bij mijn echtgenote dat het besef van dit fenomeen weer doordringt. En de huiver mij overvalt. De angst. Het lijden kan een aanvang nemen. In alle vormen.
Wat is de drijfveer van dit hele gebeuren? Mag de vraag wel gesteld worden… Een vernietigende blik is het zwijgende, maar zeer efficiënte antwoord. Deze vraag wordt niet gesteld. En waag het niet te opperen dat de woning toch absoluut niet vuil is. Het lijkt nu wel of je de baarlijke duivel in persoon bent. Ja riskeer je nog een stapje verder en voeg er aan toe dat er wekelijks voldoende gepoetst wordt, dat het ganse huis voldoet aan de normen van hygiëne opgelegd door de Europese Commissie. Nee, dit is pas een faux pas; met de Grote Kuis wordt niet gelachen, hier past geen humor, hij verdraagt geen kritiek, hij staat geen opmerkingen toe. De Grote Kuis is een onaantastbaar fenomeen. Blijkbaar al heel lang. Want je ontmoet hem in de literatuur vaak, vooral in de oervlaamse letterkunde vind je hem breed uitgesmeerd. Telkens de eerste lentezonnestralen een boerenbedrijf bestormen stroomt het water uit de pomp in de emmer, of wordt er nieuw zand over de vloer gestrooid. En de pastoorsmeid lapt de ramen terwijl deze van de notaris al het zilver poetst. Hallelujah, het is lente. Bij Ernest Claes. Bij Stijn Streuvels. Nu lijkt dit alles – ik aanschouw met enig genoegen de wereld om mij heen – de laatste decennia een langzame dood te sterven. De jongere generaties nemen afstand van deze gruwelijke traditie. Zij verloochenen hun moeders en grootmoeders. Zij lappen niet meer passioneel de ramen maar wel die ganse schoonmaak aan hun laars. Juicht en jubelt volkeren der aarde. Onze jeugd komt in opstand. De jongeren zijn niet hersendood. Zij zweren poetslap, dweil en koppenjager af. Eenmaal per week draait de robotstofzuiger zijn rondje. Iedere veertien dagen neemt men de Swiffer Wetjet ter hand. Dat kan volstaan. Ruim volstaan. Revolutie!
Helaas. Mij zal deze gunstige evolutie geen soelaas bieden. De traditie, het denkbeeld, het dwangmatige, wat het ook is dat ons iedere keer naar de afgrond drijft, heeft zich te stevig in het brein van de oudere generatie genesteld. Dat is er niet uit te verdrijven. Niet met geweld; enfin dat heb ik ook nog niet geprobeerd. Niet met argumenten. Het is vechten tegen de bierkaai. Het enige wat ik kan doen, of trachten te doen: overleven. En dat is niet zo eenvoudig. Wat het aspect chaos betreft heb ik het wel getroffen. Er schuilt iets planmatigs in het ganse opzet. Gebonden aan een vast patroon. Het ritueel is gebonden aan een vast plan waar niet van wordt afgeweken. Is het dwangmatig, neurotisch, obsessief, een vorm van tijdelijk autisme of gewoon pragmatisch? De volgorde van de te behandelen ruimten is al jarenlang bepaald. Daar wordt nooit van afgeweken. Wie haar bepaald heeft? Een oppergod, een onzichtbare kracht heersend over het heelal, of de keizerin heersend over het heir der poetsvrouwen. Of eenvoudig mijn first lady. Het doet er niet toe, ik kan mooi de werkzaamheden voorspellen. Er wordt boven gestart, de grote, onze, slaapkamer. Dan volgen de twee kinderkamers, inmiddels tot ex-kinderkamers herleid en dus één min of meer tot mijn mancave (lelijk woord voor een oord vol boeken en muziek). Eer af te dalen dient de badkamer een beurt te krijgen. Vervolgens belandt de tsunami  van Dettol, Ajax, Bref en Mr.Proper, aangevoerd door een Linea rubberborstel, een Profi-Clean raamwisser van Moerman en een Super Mocio van Vileda (op steel uiteraard) beneden. Tijd om dekking te zoeken. Maar waarheen?
Er mag dan al orde en regelmaat bestaan in het opzet, in de structuur van de lenteschoonmaak, eenmaal hij van start gegaan is overheerst de wanorde in huis. De woning is geen woning meer. Zij wordt een atelier, een werkruimte. Want niet die ene kamer die onder handen genomen wordt vandaag (de uitdrukking geeft de realiteit niet weer: het zijn niet louter de handen die poetsen, het is het ganse lijf dat zich met volle overgave aan de taak wijdt; meer nog: het hele brein stort zich blindelings op de zelfopgelegde taak), iedere centimeter van het huis raakt besmet door de heen en weer hollende dame, het sleuren, het kreunen, het zuchten. Jammeren ja, want al doet zij het zichzelf aan (iets dat ik ook wel eens durf te zeggen, oh wee) toch klaagt zij steen en been gedurende de werkzaamheden. Alles is te zwaar, te groot, te hoog, te té. Maar het moet nu eenmaal. Want het is lente. Soms vraag ik me af of het wel echt zo’n zelfopgelegde taak is. Overgeërfd? Traditie? Of een neurologische afwijking. Wie weet bestaat er toch een oppergod der poetsvrouwen die dit mechanisme telkens in gang zet. Het moet een boosaardige, een wrede godheid zijn. Mij ontziet hij alleszins niet. Wat misdeed ik . Aan welke vergrijpen heb ik mij schuldig gemaakt dat ik ieder jaar deze kwelling moet ondergaan. Met een regelmaat als deze van de bij Prometheus aangroeiende lever nadat de gieren hem telkens wegknabbelden – ik verdien het niet. Toch moet ik het lijdzaam ondergaan. Er bestaat geen hoekje waar ik mij kan verschuilen. Wat ooit een veilige, gezellige thuishaven was, is dagenlang omgetoverd tot een hel, een inferno, een onderwereld waaruit ontsnappen onmogelijk is.
Woorden schieten te kort om een adequaat beeld te schetsen van deze Tartarus, deze Hades. Weggedoken, mezelf reducerend tot een zo miniem mogelijk hoopje mens (onzichtbaar, geluidloos) probeer ik zo min mogelijk de aandacht op mijn persoon en mijn storende aanwezigheid te vestigen. Op mijn irriterend bestaan ja want waar ik mij ook bevind, in welke positie ook, en wat ook verrichtend: ik sta, zit, lig, hang of zweef ‘in de weg’. Behalve… behalve wanneer mijn hoe dan ook te geringe spierkracht of mijn ontoereikend technisch vernuft ter hulp geroepen worden. Hulp die steevast onbenullig zal blijken, tot grote ergernis van het hoofd der werkzaamheden. Met verwijten, gegrom en binnensmonds gevloek tot gevolg. Waarna ik opnieuw naar een locatie verbannen word waar ik geen schade kan aanrichten, mij tot een zo klein mogelijke bol reduceer en geen krimp meer geef. Angstig de volgende fase afwachten is de boodschap. Terwijl mijn neusgaten verstopt raken, het stof lijkt hen als favoriete plaats van onderkomen te beschouwen. Zodat ik zelfs heel even het geluid van de stofzuiger als redder verwelkom. Heel even, meer dan enkele seconden is het mij niet gegund dan gaat de serotonine er alweer in duizelingwekkende vaart vandoor. Op de vlucht gejaagd door het gierend geluid. Mij concentreren op lectuur? Vergeet het. Dostojewski kan ik best voor de ganse periode verbannen naar Omsk in Siberië, hij kent het daar. Maar zelfs de horoscoop in de Libelle vergt teveel aandacht, dat breng ik bij dit tumult niet op. Tot mediteren zal ik allicht evenmin in staat zijn.
De ene kamer is de andere niet. Wat betreft het effect op mij tijdens die verfoeide voorjaarsschoonmaak bedoel ik. Wanneer de badkamer onder handen genomen wordt ondervind ik daarvan relatief weinig hinder. Verplaatst het werkterrein zich naar onze slaapkamer, dat betekent reeds een flinke inbreuk op mijn persoonlijkheid, op mijn meest intieme gewoonten. De laatste jaren ben ik namelijk de bezitter van een afkeurenswaardige gewoonte: een middagslaapje. Ik beken, en ik schaam me ervoor. In ieder geval: de kuissessie van de echtelijke intieme ruimte is een aanslag op deze verfoeilijke hebbelijkheid. Want waar kan ik mij in alle veiligheid terugtrekken, niet blootgesteld aan nieuwsgierige blikken, en vooral zelf binnen de tornado die binnenhuis raast een rustig onderkomen vinden. Niet dus. Bovendien leeft de terechte vrees dat in combinatie met het poetsen er ook aan enig opruimwerk, zeg maar weggooiwerk, zal gedaan worden. Dat ik zal mogen vaststellen dat enkele kledingstukken uit mijn garderobe verdwenen zijn. Je kan er donder op zeggen dat het mijn favorieten waren, de gemakkelijkste, de handigste – mogelijk niet de mooiste maar wie bekommert zich daarover. De huiver in dat verband is nog groter op het ogenblik dat de werkzaamheden een aanvang nemen in de plaats waar zich mijn persoonlijke materialen bevinden. Zal ik alles nog terugvinden, boeken, cd’s, geschriften vooral. Hoe en vooral waar. De strikte ordening, mijn logica… het is niet dezelfde logica als deze van een vrouw die denkt de verplichting te hebben ‘op te ruimen’. Gelijkheid tussen man en vrouw? Vergeet het. Nergens verschillen de geslachten zozeer: de vrouwelijke logica wat betreft het klasseren is synoniem van chaos. Het zal tot na Driekoningen duren eer ik het laatste boek zijn rechtmatige plaats heb weergegeven en nog net voor de volgende Grote Kuis vind ik hopelijk de reeds onherroepelijk verloren gewaande cd van Janis Joplin terug. Bereikt de operatie de living… vertwijfeld begin ik aan een dooltocht doorheen het ganse huis. Natuurlijk ben ik nergens veilig, nergens welkom. Of er is recent gepoetst en bij iedere beweging werp ik een onvergeeflijke en wellicht onuitwisbare smet op wat met zoveel inspanning en liefde van een laagje maagdelijkheid voorzien werd. Of het moet nog een beurt krijgen en dan dreig ik, mij begevend vanuit die vieze vuile stinkende kamer richting reeds cleane ruimte, alles te contamineren.
Tenslotte is er de keuken. Aha, het heiligdom. De tempel. De plaats waar het leven ontspringt. Symbool van geboorte. En dood ook natuurlijk (al die bloederige runderlappen, varkenshaasjes en kippenbillen). Hectoliters water worden over de bevloering uitgestort. Het sop vliegt je rond de oren. De muurbetegeling kreunt onder een mix van soda, chloor, azijn. Groene zeep, citroensap, ammonia, en een resem producten overgeheveld uit de rekken van diverse supermarkten… onvoorstelbaar wat er nodig of nuttig blijkt om onze kathedraal na een jaar intensief gebruik enigszins toonbaar en verenigbaar met de normen van het ministerie van volksgezondheid te maken. Dan zou ik mij heel graag een grijnslach veroorloven. Die veruitwendigen lijkt mij levensgevaarlijk, of in ieder geval zou hij kunnen resulteren in een echtscheiding, of in ieder geval een langdurige scheiding van tafel en bed. Wat speelt er? Eenvoudig: de leeftijd. Tot enkele jaren geleden behoorde als vast onderdeel bij het poetsen van onze Sagrada Familia het afwassen van alle voorradige serviezen. Wanneer ik alle schrijf bedoel ik ook àlle. Niet louter deze zich in de keuken bevindende maar ook deze verborgen in de kasten in de living die nooit het daglicht zagen behalve op die ene gezegende lentedag om ondergedompeld te worden in water van 53° annex een forse scheut Dreft. Bevinden zich onder deze verstotelingen: een volledig zesdelig pizzaservies dat nog nooit een pizza gezien heeft. Een twaalfdelig servies bestemd voor viseters; idem – ik bedoel niet dat het geen pizza zag maar geen vis, hoewel toch: de afbeelding op de borden liegt er niet om, vissen in alle formaten. Lelijk! Waarom zou je nu in hemelsnaam een bord reserveren voor vis? Er is ook het ‘schoon servies’. Dat komt wel soms tevoorschijn. Bij plechtige gelegenheden. Kerstavond. Of een ten huize van gevierde verjaardag. Verder bevinden zich in de spelonk, in de diepste duisternis, nog enige losse afgrijselijke gruwelijkheden. Als daar zijn een soepterrine, twee sauskommen, een ijsemmer en twee koffers met bestek, de ene zesdelig, de andere met twaalf stuks alaam. Laat me er op wijzen: dit alles werd niet uit onze eertijds magere beurs geschud maar belandde uit de handen van vrijgevige familie en vrienden op de huwelijksdag in de krochten van ons prille geluk. Behalve het ‘zondagsservies’ – dat maakte deel uit van de ‘en hebde gij meubelen, en hebde gij huisgerief…’.  Toen (buiten was de lente ongestoord gevorderd, de natuur had zichzelf schoongewassen) – zucht – keerde de rust weer. Het laatste gekletter van een emmer stierf weg in de verte van het washok. Langzaam verdampten de ultieme geuren van javel en Marseillezeep. Een dweil, aan flarden, verdween samen met een verkleurde stofdoek in de vuilnisemmer. Zieltogend stonden borstel en vloerwisser omgekeerd tegen de muur, tot doelloosheid gedoemd. Terwijl de bestierster van dit alles, de heerseres, de monarch, zij laat haar blik met voldoening, triomfantelijk over haar koninkrijk dwalen. Zij verwaardigt zich haar stem over dit alles te verheffen en de legendarische woorden te spreken: “Het is weer eens proper voor een jaar!” Zodat ik meteen besef en begrijp dat dit een dubbele boodschap inhoudt. Ten eerste: waag het niet hier één vuile voet te zetten of op welke wijze ook deze ruimten te contamineren. En ten tweede, vreselijker, begrijp goed, deze zuiverheid is relatief, aan een tijdslimiet gebonden. Er komen nu een zomer, herfst, winter, en dan zal er opnieuw zo’n mooie lente zijn; met bloesems, grasmaaiers, en jonge merels. En met… jawel…   

Johan de Belie

Een gedachte over “Het hoekje van Opa Adhemar (68)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.