Michel Deville (Boulogne-Billancourt13 april 1931) is een Frans filmregisseur en scenarioschrijver. Hij verwezenlijkte vooral (dramatische) komedies en politiefilms. Hij schreef mee aan het scenario van het merendeel van zijn films. Hij heeft ook enkele dichtbundels op zijn naam staan. (Foto Internet Movie Database)

Michel Deville deed veel filmervaring op wanneer hij tussen 1952 en 1958 de vaste regieassistent van Henri Decoin was. Op de filmset leerde hij de schrijver van politieromans Albert Simonin kennen die in die tijd de dialogen verzorgde voor enkele films van Decoin. Met Charles Gérard als coregisseur draaide hij in 1958 zijn eerste film, de politiefilm Une balle dans le canon, die gebaseerd was op de eerder dat jaar verschenen gelijknamige roman van Simonin.

In 1961 al stichtte hij zijn eigen productiemaatschappij Éléfilm om Ce soir ou jamais, zijn volgende film, te financieren. Voor die komedie kon hij voor de eerste keer een beroep doen op het talent van Nina Companeez. Zij werd zijn vaste coscenariste van een tiental speelse fantasierijke komedies. Hun laatste samenwerking was meteen zijn eerste groot succes, Raphaël ou le Débauché (1971), zijn tweede kostuumfilm. Maurice Ronet in de titelrol zal uiteindelijk zijn meerdere vinden in Françoise Fabian, nadat hij Brigitte Fossey en Isabelle de Funès heeft binnengedaan. Fabian trouwt dan met Jean Vilar. Net als de in de libertijnse 18e eeuw gesitueerde zedenkomedie Benjamin ou les Mémoires d’un puceau (1968) en de Brigitte Bardot-komedie L’Ours et la Poupée (1969), droeg deze film aanzienlijk bij tot Deville’s reputatie van filmmaker die op een verfijnde en elegante wijze de verhoudingen tussen mannen en vrouwen kon schetsen.

In de zwarte satirische komedie Le Mouton enragé (1974) werd de bescheiden bankbediende Jean-Louis Trintignant gemanipuleerd door een oude schoolkameraad en beleefde zo een sociale en amoureuze opgang. In deze film gaat Jane Birkin uitgebreid naakt, wat op zich niks merkwaardigs is natuurlijk, maar het verschil met tegenspeelster Romy Schneider (met wie ze overigens geen enkele gezamenlijke scène heeft) is opvallend. Niet dat Romy niet naakt gaat, integendeel, maar het camerastandpunt is opvallend veel minder “onthullend”.

Het thema van de manipulatie kwam volop terug in Le Dossier 51 (1978), de verfilming van de spionageroman van Gilles Perrault, waar de inbreuk in de privacy aan de kaak gesteld werd. Vanaf toen verloren zijn films hun lichtvoetigheid en werden ze somberder en soms wrang.

Le Voyage en douce (1980) was een soort roadmovie waarin twee vriendinnen de vrijheid en elkaar met ingehouden én openbloeiende sensualiteit herontdekten. In het complexe drama Eaux profondes (1981), voerde hij het perverse en moordlustige koppel Jean-Louis TrintignantIsabelle Huppert ten tonele. Jean-Louis Trintignant neemt immers op zijn eigen manier wraak op de minnaars van zijn jongere vrouw Isabelle Huppert, zoals Jean-Luc Moreau of Robin Renucci. Dit scenario van Christopher Frank gaat eigenlijk terug op de roman “Deep Water” van Patricia Highsmith. Merkwaardig is de filmmuziek, want dat is eigenlijk het concerto voor clavecimbel van Manuel de Falla.

Met het eveneens rond manipulatie draaiende politiedrama Péril en la demeure (1984) begon de samenwerking met Rosalynde Damamme, een scenariste met wie hij trouwde. Vanaf dan schreef ze mee aan zijn scenario’s en produceerde ze zijn films onder de naam Rosalynde Deville. Met “Péril en la demeure” spelen zij in op het voyeurisme, dat met de uitvinding van de videocamera hoge toppen begint te scheren. David Aurphet (Christophe Malavoy) geeft gitaarles aan de puberende dochter (Anaïs Jeanneret) van het rijke echtpaar Julia en Graham Tombsthay (Nicole Garcia en Michel Piccoli). Julia verleidt hem en ze beginnen een relatie, maar op een bepaald moment ontvangt hij een videocassette van zijn gestoei. Met verder nog de raadselachtige buurvrouw Anémone en de zo mogelijk nog veel raadselachtigere huurmoordenaar Richard Bohringer.

De als een toneelstuk opgezette polar Le Paltoquet (1986) was een intrigerend en dromerig huis clos. Met La Lectrice (1988) leverde hij zijn tweede groot kassucces af : hij voerde Miou-Miou, op het toppunt van haar kunnen, op als voorleester in verhalen waar liefde en taal altijd samengingen.

Nuit d’été en ville (1990) bracht een andersoortig, intiem huis clos waarin de man en de vrouw, nadat ze de liefde bedreven hebben, elkaar zowel fysisch als cerebraal verder exploreerden. De psychologische polar Toutes peines confondues (1992) was zijn meest duistere film: de twee zangers-acteurs, Jacques Dutronc als verdorven zakenman en Patrick Bruel als sympathieke politieagent, manipuleerden elkaar en iedereen.  In een Alpendorpje werden bij een overval twee oudjes vermoord. De daders hebben echter pech, want het waren de ouders van Antoine Gardella (Jacques Dutronc), een beruchte gangster. Met de passieve steun van inspecteur Vade (Patrick Bruel) rekent Gardella af met de overvallers (o.a. “onze” Michaël Pas), maar Interpol-agent Turston (Vernon Dobtcheff) wil van de gelegenheid gebruik maken om Gardella in te rekenen en hij vraagt Vade om hem te helpen. Zoals altijd komt er wel wat erotiek bij te pas bij Michel Deville en daarvoor zorgt deze keer Mathilda May.

In Un monde presque paisible (2002) bracht Deville de jodenwijk van het naoorlogse Parijs op een nostalgische manier in beeld. De satirische komedie Un fil à la patte (2005), zijn laatste film, was een verfilming van de gelijknamige beroemde vaudeville van Georges Feydeau. (Wikipedia)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.