Ik was het zelf al helemaal vergeten, maar blijkbaar heb ik ooit ook lessen esthetica moeten geven. Hierbij een voorbeeld van een ondervraging waarbij de leerlingen moesten zeggen wat kunst was en wat niet. Ik geef er meteen maar de antwoorden bij, want allicht zijn sommige tegenstellingen discutabel. Misschien ben ik zelf ondertussen wel van gedacht veranderd!

Wat de illustratie betreft, het zou ook een vraag kunnen zijn, is dit kunst of niet? Het is alleszins een cartoon die een leerling (ik weet helaas niet meer wie) van mij gemaakt heeft. Het is de enige illustratie die ik kon bedenken als ik mezelf als leraar wou opvoeren, want uiteraard zijn er nooit foto’s genomen tijdens de lessen. Ik heb wel wat foto’s van feestjes met collega’s, maar dat kunnen foto’s van eender welk feestje zijn…

Dus: wat is kunst en wat niet?
1.Een nummer van The Beatles door hen zelf uitgevoerd of in de uitvoering van François Glorieux “à la manière de” Mozart.
2.Een kopie van een schilderij van Vermeer (b.v. door een vervalser) of een schilderij van Alechinsky (het spreekt vanzelf dat ik dan voorbeelden toonde aan de leerlingen, RDS).
3.Free jazz door Ornette Coleman, die op een plastic saxofoontje speelt, of het andante uit het 21ste klavierconcerto van Mozart, gespeeld door James Last.
4.Een beverdam of een poppenspel.
5.Een documentaire of een “absolute film” van Bert Haanstra.
6.Een abstract beeldhouwer die zijn werken opbouwt door het aan elkaar lassen van buizen of iemand die een centrale verwarming kan leggen.
7.Ze zingen alle twee populaire deuntjes: Vader Abraham en Walter De Buck.
8.Een opvoering van het Living Theatre (die bijvoorbeeld op een bepaald moment op het toneel gingen zitten) of de klas die “Romeo en Julia” opvoert (wat verscheidene van mijn klassen inderdaad hebben gedààn, RDS).
9.De teksten van liedjes van “kleinkunstenaars” of romans uit de Boeketreeks.
10.Ballet of ijsrevue.
Correctiemodel
1.The Beatles zelf. Het is wel erg handig van Glorieux (en het kan nuttig zijn om b.v. de jeugd voor klassieke muziek te interesseren), maar het is geen kunst.
2.Het schilderij van Alechinsky. Het andere is imitatie, mist inspiratie, drukt geen gevoel uit.
3.Ornette Coleman. Reden: zie (2) + James Last = “industriële muziek”, bedoeld als “consumptie”, als “achtergrondsmuziek”.
4.Het poppenspel. Kunst kan enkel door mensen gemaakt worden. (Een dier handelt op z’n instinct.)
5.Haanstra. Hij heeft een visie die in zijn werk ligt. Een documentaire kan natuurlijk ook een artistieke bedoeling hebben (sommige komen heel dicht bij kunst), maar doorgaans zijn ze gewoon (subjectief of objectief) informatief.
6.Het beeldhouwwerk. Het andere is vakwerk, maar het drukt niets uit, het is bedoeld voor “consumptie”.
7.Walter De Buck is volkskunst, Vader Abraham is “industriële muziek”, wordt gewoon gemaakt als afzetproduct. (Men creëert een “markt”, een “behoefte” – vgl. Coca Cola, tabak – en dan gaat men aan die “vraag” beantwoorden.)
8.The Living Theatre. Het voorbeeld is natuurlijk wel extreem. De klas kan overigens wél tot kunst komen, indien de opvoering ernstiger zou worden aangepakt.
9.De teksten van kleinkunstenaars. Indien er gestaan had “liedjesteksten” tout court was het natuurlijk moeilijker (Paul Severs e.d. is uiteraard géén kunst).
10.Het ballet. Een ijsrevue is show en “show” is eigenlijk een “manier van doen” (to show), dus àlles kan show zijn (ook kunst), maar “show” zoals het bij ijsrevue of Eddy Wally gebruikt wordt, is niet meer dan dat, is dus “leeg”.

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.