Al zijn er steeds meer “demokratisch” geleide landen die daar lak aan hebben. De cijfers spreken voor zich. In 2020 zijn “maar” 50 joernalisten gedood bij het uitoefenen van hun taak (twee ervan door een ongeval). Maar 84 % van de slachtoffers werden bewust en gericht omgebracht, een stijging met 21 % tegen 2019, toen er 53 joernalisten omkwamen. En, zo zocht Reporters zonder Grenzen uit, liefst 34 van die 50 vonden de dood in landen die officieel in vredestijden leven. Het gaat dan om Marokko, India, en vooral Mexico. De redenen lopen vaak gelijk: het zijn onderzoeksjournalisten die corruptie blootleggen, milieuschandalen aankaarten, of de sporen natrekken van de georganiseerde misdaad.

Nog indrukwekkender is het aantal journalisten die achter de tralies zijn gezet: volgens het Komitee voor de Bescherming van Joernalisten 274, volgens de Reporters zelfs 387, een ongezien rekord. Een treurig rekord ook, want de groeiende tendenzen naar autoritair bewind en kontrole op de informatiestromen zetten de grondwettelijke waarborgen op vrije en openbare nieuwsgaring en inzagerecht steeds agressiever onder druk. De Europese Unie maakt daarop geen uitzondering, al zijn de verschillen groot. In de klassering van meest persvrije landen staan 11 van de lidstaten in de eerste twintig, met ook Noorwegen (nummer 1), Zwitserland en Ijsland erbij. België, zo waarschuwt de waakhond “blijft maar zakken”, nu van plek 9 naar plek 12. Het zal niet verwonderen dat Noord-Korea nummer 180 is en allerlaatste, amper voorafgegaan door China (177), en wat ruimer door Rusland (149). Beangstigend voor de EU is dat Bulgarije doorkomt op de 111e plaats.
Toch is het niet het land der Bogomielen dat de Unie het meest zorgen baart. Vers, nog te vers in het geheugen, liggen de moorden op Ján Kuciak en zijn verloofde in Slowakije (2018) die de verweving van bedrijfsleven en politiek als motor voor belastingontduiking onderzocht, en op Daphne Caruana Galizia in Malta (2017) die de hele verrotting van de Maltese bovenklasse ontrafelde (witwaspraktijken, paspoortenverkoop, nepotisme, drugshandel,
online weddingschappen, corruptie).

Een schrale troost is dat bij alle ophef in beide zaken uiteindelijk de regeringsleider moest opstappen. In januari 2020 de socialist Joseph Muscat in Malta, na een reeks bedenkelijke ingrepen. Hij verleende gratie aan Melvin Theuma, die de verbindingsman was tussen de moordenaars en de opdrachtgevers. Hij hield twee in rechtsvervolging verwikkelde ministers de hand boven het hoofd, en zag zijn stafchef betrokken in korruptiedossiers rond zakenman Yorgen Fenech. Hij mocht meteen ook een streep trekken door zijn ambitie om Donald Tusk op te volgen als president van Europa. In Slowakije trok oudkommunist Robert Fico in 2018 zijn konklusies toen het ene schandaal na het andere was blootgelegd van belangenvermenging en belastingbedrog. De betrokkenheid van de Italiaanse maffia ‘Ndrangheta bij de moord op het koppel wees ook naar een medewerkster van Fico; de moordenaars zijn berecht, de opdrachtgevers werden vrijgesproken, maar na massaal protest is de zaak nog hangende bij het Hooggerechtshof.
De nieuwe Europese Commissie die aantrad in 2019 was meteen wakker geschud. En de opdracht werd toevertrouwd aan de achtenswaardige oud-vicepremier van België, de Franstalige liberaal Didier Reynders. Nochtans lag er een zweem van voorbehoud over die keuze als Commissaris voor Justitie. Reynders had zich al eens laatdunkend uitgelaten over het journaille dat hij, niet onterecht, te oppervlakkig vond. Maar dat was een eenmalige uitschuiver, prangender was de beschuldiging door een voormalige officier van de inlichtingendienst, Nicolas Ullens de Schooten, in De Tijd (september 2019) als zou hij met zijn “klusjesman” Jean-Claude Fontinoy voor smeergeld aan rechtsbeïnvloeding hebben gedaan (2017). Het gerecht heeft hem evenwel van alle blaam gezuiverd. Reynders droeg ook ongewild de smet van de meesmuilende reacties op de dwaze regeringsbeslissing in 2018 om – in de paniek na de terreuraanslagen – alle journalisten die Europese Toppen opvolgden een som van 50 euro per halfjaar op te leggen voor de kosten van het “veiligheidsonderzoek” (vaak gewoon een poortjesdoorloop en het openen van de laptop). Na een storm van protest tegen dit potsierlijke en gevaarlijke besluit dat vrije nieuwsgaring torpedeerde, werd deze pestmaatregel alsnog ingetrokken.

Reynders weet overigens hoe hij zijn blazoen schoon moet houden. Hij was de eregast op een webinar die Assita Kanko (NVA-ECR) half januari in het Europees Parlement hield over Vrije Meningsuiting en Bescherming van de Journalisten. Hij kon er zijn boodschap geven, en daarna vertrekken vanwege dringende omstandigheden. Kanko leidde het debat tussen, uitsluitend, vrouwen in goede banen, al bleven de deelnemende journalisten wel verstoken van echte interactie. Dat heb je met videokonferenties. Het waren de onverdachte coryfeeën Mia Doornaert (oud-voorzitster van VVJ, en recalkitrante – weerbarstige – columniste van De Standaard) en het nationalistische parlementslid Roberta Metsola (PN-EVP) uit Malta die de honneurs waarnamen.

Kanko zette meteen de toon en sprak van 495 gedode journalisten tussen 2014 en 2019. Zij had namens het Parlement de zaak Caruana ter plekke opgevolgd met Metsola, en sprak uit ondervinding: “Ik kwam als studente joernalistiek naar Europa uit Boerkina Faso. Mijn mentor en vriend, onderzoeksjoernalist Norbert Zongo, was net vermoord”. In december 1998 werd hij met drie kollega’s neergekogeld en verbrand teruggevonden in een Land Cruiser, vermoord door de paleiswacht. Al een jaar lang had hij doodsbedreigingen gekregen omdat hij voor zijn krant L’Indépendant onderzoek deed naar het lot van een chauffeur die werkte voor de broer van president Compaoré. Het militair bewind liet alle aanklachten vallen, en pas in 2014 erkende de ECOWAS (De Ekonomische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten) dat het proces moest overgedaan worden. Immanente rechtvaardigheid: tegen Compaoré werd een internationaal aanhoudingsmandaat uitgevaardigd. Hij werd opgepakt in Parijs in oktober 2017.

Europa was en blijft daarom een veilige vluchthaven voor vervolgde joernalisten – zolang ze niet te lang blijven in of teruggaan of ontvoerd worden naar hun land of ambassade van herkomst, zoals Sergej Plotnikov van Rusnews, Marina Tsareva van Kommersant, Viktor Smirnov van 47News, Roeslan Valijev van Echo of Moscow, en anderen de voorbije maanden mochten ondervinden in eigen land, zoals drie Russische joernalisten van TsUR die in 2018 omgebracht werden in de Centraal-Afrikaanse Republiek, zoals Jamal Chassogdzji van The Washington Post, datzelfde jaar
onthoofd en in stukken gesneden in de Saoedische ambassade in Istamboel. Het is in dezen nuttig om het handboek van Robert G.Picard en Hannah Storm bij de hand te houden, The Kidnapping of Journalists. Reporting from High-Risk Conflict Zones (Londen/New York, I.B. Taurus 2016).

Het debat met Kanko ging niet in op veel konkrete voorbeelden, het draaide voornamelijk om Europese beleidsprincipes. “Op een vrije pers, en vrije meningsuiting mag de Unie niet toegeven. De EU is onmisbaar om universele waarden en normen te beschermen. Daarom moet zij de leiding nemen van de Westerse demokratieën en moreel gezag uitoefenen”. Om dat te verwezenlijken dient een eerlijke balans gevonden om die vrijheid niet te laten verwateren, uithollen, of inperken. Daar is het jaarlijks verslag over de rechtsstaat een nuttig werktuig.

Zo’n verslag werd vorig jaar voor het eerst opgemaakt door de diensten van Didier Reynders. Voor Kanko gaat het niet om regulering. Of toch niet alleen. “Zachte wetgeving, versterkte opvoeding en maatschappelijk waardenbesef zijn even waardevol”. Reynders’ rapport gaat in op de noodzakelijke verscheidenheid (in het onuitstaanbare bargoens van de ambtenarij heet dat ‘pluriformiteit’) van de media – een regelrechte aanval eigenlijk op wat er gaande is in Hongarije (met name: de laatste dissidente zender, Klubradio, is op 13 februari, “vanwege zware fouten” die niet zijn toegelicht, zijn frekwentie ontnomen; vorige zomer is de populaire onafhankelijke nieuwssite Index uitgekocht door een vertrouweling van Orbán) en steeds meer ook in Polen sinds de omstreden mediawet van 2016, en Malta, vanwege de vervlechting tussen politiek en bedrijfsbelangen.

Reynders omschrijft enkele onmisbare voorwaarden om de persvrijheid te waarborgen. Media-instanties dienen onafhankelijk van politieke of ekonomische belangen te zijn. Dat is wel wettelijk vastgelegd in alle 27 lidstaten, maar politisering is onmiskenbaar in de drie net genoemde landen. Andere landen lijden onder manke doeltreffendheid door een tekort aan middelen: Bulgarije, Roemenië, Slovenië, Griekenland, en, merkwaardig genoeg, ook Luxemburg. (Er wordt niet uitgelegd waarom het rijkste land van de Unie onvoldoende geld zou hebben om deze opdracht ter harte te nemen. “De richtlijn audiovisuele mediadiensten, waarvan de omzetting dit jaar – 2020 – voltooid moet zijn, bevat specifieke vereisten die zullen bijdragen tot versterking van de onafhankelijkheid van de nationale media-instanties”. Enig wishful thinking ontbreekt duidelijk niet).

Even belangrijk, en makkelijker te kontroleren, zijn een doorzichtige eigendomsstruktuur van de media en de verdeling van staatsreklame. Het eerste moet een dam opwerpen tegen monopolisering (hoewel), het tweede tegen politisering. Portugal leidt daar de weg: “De verplichting tot openbaarmaking van eigendom en financiering van de media is vastgelegd in de grondwet, en de monitoring ervan is de verantwoordelijkheid van de media-autoriteit”. Dat de overheid geld pompt in de media is geen bezwaar, het gaat ten slotte om het geld van de belastingbetaler die recht heeft op duidelijke informatie. Favoritisme kun je tegengaan, aldus Reynders, door een verstandige spreiding van overheidsinvesteringen: meer aandacht voor plaatselijke media zonder winstoogmerk, voor minder kommerciële vormen van joernalistiek, voor regels om geld billijk te verdelen (wat met name in Oostenrijk hoogst betwistbaar is).

In elk geval dient het recht op toegang tot informatie ten volle toegepast wil men het demokratisch debat en het demokratisch toezicht niet aanvreten. En daarbij hoort ook optimale bescherming van alle joernalisten, niet alleen tegen geweld en intimidatie, maar ook tegen laster, afpersing en verdachtmaking. “In België heeft de Vlaamse Vereniging van Joernalisten een specifieke hotline (een krisistelefoon) opgezet voor journalisten die te maken krijgen met fysieke of verbale agressie”. Nederland kent een Persveiligheidprotokol, Italië een klachtenbank, Zweden nationale kontaktpunten. Maar het blijft aanmodderen, zoals de rechtszaak tegen Apache aantoont, of zoals de onwettige inbeslagname van kamera’s, opnametoestellen en smartphones door de politie, die haar eigen wetten niet kent of wil kennen, vooral bij betogingen of stakingen of hun eigen kontrole-akties. Tot nader order blijft de openbare weg publiek domein, en zijn drones boven privébezit een aantasting van de privacy.

Reynders beklemtoont dat gerechtelijke vervolging van joernalisten “door staten, machtige bedrijven, of invloedrijke individuen” niet te pas en te onpas als intimidatie kan aangewend worden. Persmisdrijven – zo heeft de wijze grondwet van 1831 bepaald – dienen op assisennivo behandeld te worden, net om te verhinderen dat er lukraak ongegronde twijfels over betogen of verslaggeving worden gezaaid. Hij zou moeten weten hoe gevoelig dat ligt, want in 2019 vergaloppeerde hij zich zelf bij de opmaak van een wetsontwerp op geheime informatie. Wie gevoelige informatie uitbracht zou voortaan zware straffen kunnen krijgen. Tot drie jaar gevangenis en boetes tot 5.000 euro. Maar wat dan met klokkenluiders zoals een Assange, als de staat zelf de wet manipuleert ? Zowel de Raad van State als het Vast Komitee van Toezicht op de Inlichtingendiensten hadden grondige bezwaren tegen een volstrekt onbegrensde formulering voor een aanklacht tegen al wie “savent ou devraient savoir qu’une divulgation est susceptible de porter atteinte à la défense de l’intégrité du territoire national, à la sûreté de l’Etat ou à tout autre intérêt fondamental de l’Etat”. Dat zou betekenen dat separatisten maar pakweg ook onderzoeksjoernalisten die wapenverkopen van België aan even pakweg Saoedi-Arabië uitvlooien het “nationaal belang” zouden in gevaar brengen. “Il s’agit clairement d’une attaque contre la liberté de la presse, mais aussi contre la possibilité pour des donneurs d’alerte d’alerter l’opinion publique sur des faits potentiellement graves”, foeterde Cécile Thibaut van Ecolo in Le Soir. Reynders haastte zich toen om op vraag van de AVBB aanpassingen te doen en de vrijheid van meningsuiting en het openbaar belang mee in te schrijven.

Niet dat de zelfafscherming in de Belgische staat daarmee afgeremd is. We zijn geëvolueerd naar een samenleving waarbij elke burger vooraf verdacht is, en de bewijslast verschuift naar de verdachte, niet naar de instellingen of het gerecht. Intenties vervangen feiten. Een nefaste rol daarbij spelen de parastatalen. Eén voorbeeld: begin januari stond de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) op haar achterste poten toen het zelfbenoemde “verkeersinstituut” Vias tersluiks een eigen kontrole met kamera’s vanaf een brug had opgezet om gsm-gebruik achter het stuur in kaart te brengen. “Wat voor de politie niet mag, kan voor Vias zeker niet”, verklaarde David Stevens van GBA. Wel vreemd dat GBA hierover struikelt maar niet over de koppeling van ANPR-kamerapalen aan andere gegevens om na te gaan of niemand de Covid-vrijheidsbeperkingen overtrad (ze waren enkel bedoeld om geboefte op te zoeken of belastingontwijkers te achterhalen; ze mochten alleen de officiële nummerplaat achteraan fotograferen, maar ook dat blijkt stoemelings weggeveegd met de nieuwe flits- en trajektpalen op bv. de A12). Stompzinnig was het argument van Vias: “Een gerechtvaardigd belang om als onderzoeksinstituut wetenschappelijk onderzoek te verrichten”. Ook de ordediensten hebben boter op het hoofd. Zij vergeten dat grondwettelijk de woning onschendbaar is, tenzij de bewoner toestemming geeft om binnen te komen of een onderzoeksrechter een huiszoeking goedkeurt. En politiek stromen alle sluizen over. Niet alleen ziet het Grondwettelijk Hof, dat zijn eigen grondwet fantasierijk opsmukt, geen graten in verplichte vingerafdruk, zogenaamd om “identiteitsbedrog” te verhinderen. Want “er is geen centraal register”. Nog niet, tot het tegendeel zichzelf uitwijst, zoals de flitspalen aantonen. De waanzin slaat helemaal door nu Servais Verherstraeten en Koen Geens (CD&V) een DNA-afname willen verplichten bij iedereen “die met de politie in aanraking komt” – ook al is er geen enkel bewijs van overtreding of van een band met een strafonderzoek. Dat misbruik voor de hand ligt (DNA bevat ook belangrijke gezondheidsinformatie), met name bij de verzekeraars, zal wel nevenschade zijn, zeker ?
Deze uitweiding geeft aan hoeveel valstrikken er liggen voor waarheidslievende joernalisten. Roberta Metsola kijkt
hoofdschuddend toe op de onuitroeibaarheid van politiek gesjoemel. Op haar facebookbladzijde van 14 februari schrijft ze: “Het is niet vragen om onmogelijke hoge normen: degenen die de wetten creëren waar we mee moeten leven en beslissen over de belastingen die we moeten betalen, zouden niet rond moeten lopen met verzamelzakken vol tienduizenden euro’ s in zwart geld. Het is basic. Dat een Junior Minister, die ontmaskerd is bij het ophalen van € 46,500 aan koud, hard contant geld met een stapel ongemarkeerde rekeningen van een restauranttafel, in het kabinet
blijft, doet alsof er niets is gebeurd: testament van het onvermogen van onze zwakkeren, zwakke premier om enige actie te ondernemen.”

In het debat ging al haar aandacht naar Caruana, omdat zij het sluipend gevaar van zelfcensuur onderkende. “In haar laatste interview zei ze dat ze haar een heks noemden, die niks van de Verlichting begrepen had. Die naam bezoedelde niet alleen mijn werk, maar ook andere mensen. Voor de machthebbers zijn de media de oppositie geworden. Dat leidt tot zelfcensuur. De bedreigingen zijn immers ernstig en nakend. Online intimidatie, gebruik van geweld. Gewettigde kritiek wordt afgedaan als politiek geïnspireerd. Dat doet waarheid en leugen, desinformatie en propaganda in elkaar overvloeien. Een centrale rol spelen de sociale media. Met lichtsnelheid verspreiden zij berichten. Als joernalisten met kennis van zaken en trollen hetzelfde bereik en hetzelfde platform delen, wordt het begrip ‘waarheid’ ongemakkelijk”. Digitalisering als de tien plagen van Egypte dus; of de driekoppige Kerberos, die ook Caruana bevocht: vuil geld, verdachte banken en korrupte politiek.

En dan liggen de poortwachters van de informatie meer dan ooit onder vuur. “Een nieuwe richtlijn over strategische rechtszaken tegen openbare tussenkomsten (SLAPP) zoals in Amerika en het VK schering en inslag is, dat is onontbeerlijk”, betoogt Metsola. Een typisch voorbeeld waren de kuiperijen van het Maltese gerecht dat de bankrekening van Caruana blokkeerde nog voor ze zich moest verantwoorden voor zo’n SLAPP-proces. En dat haar zonen nog voortdurend, al dertien maanden na haar dood, zich geregeld moeten blijven aanbieden voor niet geseponeerde klachten tegen haar.

Maar de pers heeft ook haar eigen verantwoordelijkheid, voegde Mia Doornaert eraan toe. “A free press can be good or bad, a controlled press can only be bad”. Ze haalde uit naar de obsessie met de waan van de dag, en met emotionele oprispingen van tijdelijke aard, zoals de woke-manie. “Kijk naar cartoonist Xavier Gorce, die boos is opgestapt bij Le Monde, dan begrijp je wat ik bedoel”. Gorce vertrok na achttien jaar trouwe dienst op 21 januari met slaande deuren, nadat hoofdredaktrice Caroline Monnot zonder overleg had gemeend zich te moeten verontschuldigen voor zijn cartoon over voormalig Europees parlementslid en politiek commentator Olivier Duhamel. Die wordt er door zijn stiefdochter Camille Kouchner van beschuldigd haar tweelingbroer, zijn stiefzoon te hebben verkracht, de jongen was amper dertien. Volgens de politiek korrekte bazen van Le Monde getuigde zijn cartoon van “transphobie”, duidelijk stukken erger dan kinderverkrachting:

De vraag van de kleine vetgans is nochtans duidelijk: “Als ik verkracht werd door mijn geadopteerde halfbroer van de vriendin van mijn transgendervader die nu mijn moeder is geworden, is er dan sprake van incest ?” Vijftig jaar geleden zou heel Frankrijk sardonisch gelachen hebben, er viel wel wat grovers te bedenken in Hara-Kiri, L’Echo des Savanes of Fluïde Glacial (de kastijding van Pompidou destijds, of de wellustige spot met moslimfanaten, of de waanzinnige ridikulisering van de goden in Gotlibs God’s Club hadden ten minste nog ongeremd de libertijnse geest van de Verlichting).

Gorce had nog de grandeur zijn krant te bedenken met een afscheidscartoon met twee grote vetganzen. Vraagt de ene: “Heb jij wel een gezondheidsbewijs voor je gevoel voor humor ?” “Très vite, Le Monde a cessé d’être Charlie”, snoof Adnan Valibhay in Contrepoints. Wat voor Frankrijk geldt, is niet meer dan de ruk naar behoudsgezindheid en schijnheilige moraliteit als voorhang van een korrupt, kapitalistisch systeem dat de hele Europese Unie in zijn greep houdt. Victoriaanse tijden zijn helemaal terug. Schmink op nepgevoeligheid. “La liberté d’expression s’amoindrit considérablement en France. Il est plus inquiétant encore que l’opinion publique suive cette tendance métapolitique et juridique en concrétisant un nouveau délit de blasphème : le blasphème contre la bien-pensance”.
Doornaert dikte haar kritiek nog aan door te verwijzen naar de moord op Samuel Paty, de leraar die de keel werd overgesneden door een buitenstaander omdat hij – na voorlichting van zijn leerlingen – één van de slecht getekende moslimcartoons toonde die in 2006 Denemarken met een fatwa verdoemden. “Het slachtoffer kreeg er nog een haatkampagne bij. The New York Times dan weer ontsloeg op staande voet haar redakteur van de opiniebladzijde (James Bennet) na een door Black Lives Matter opgezette aanval in de sociale media en een petitie die niét van de redaktie kwam maar van andere medewerkers bij de krant. Steen des aanstoots was een stuk van republikeins senator Tom Cotton uit Arkansas, “Send in the Troops”, die opriep het leger in te zetten bij grootschalige straatprotesten. Het gedwongen ontslag van Bennet – door de krant zelf resignation genoemd – zette zo’n kwaad bloed bij vaste medewerkster Bari Weiss, dat ze prompt ook opstapte met een venijnige brief waarin ze de pesterijen beu was, en de politiek van iedereen te vriend te willen houden hekelde. “Twitter is not on the masthead of The New York Times. But Twitter has become its ultimate editor. (…) I was always taught that journalists were charged with writing the first rough draft of history. Now, history itself is one more ephemeral thing molded to fit the needs of a predetermined narrative”. Dat is inderdaad één van de grootste gevaren die zelfcensuur uitlokt: de konsensuspolitiek, bepaald door wie betaalt (de investeerders), en door een “lynchpartij” van lobbies, niet door een vrije redaktie. Ook wie, net als ik, Cottons opinie hartsgrondig verfoeit, moet niettemin de verscheidenheid van opinies respekteren. Kanko haalde terecht Voltaire aan. Haatspraak mag nooit bepalend zijn, zelfs niet als er nieuwsmedia zijn die hun joernalisten in de steek laten. “De vrijheid erodeert”, gaf ze toe. “Er is een hemelsbreed verschil tussen feiten en opinies”.

Daarom pleit ze voor grondige factchecking, zowel van de inhoud als van de bronnen. Wat valt er nog te geloven van de publikaties en uitzendingen in Hongkong, welk beeld wordt opgelegd door Peking van Taiwan of de Oeigoeren? De stadslegendes en komplotteorieën waaraan we steeds meer worden onderworpen dienen ontzenuwd. “Wetenschappelijk onderzoek over Covid levert redelijker resultaten op dan het cynisme van bijgeloof”, besloot Doornaert. “Je zou je kunnen afvragen waarom joernalisten altijd een bewijs nodig hebben, als er regelingen zijn vastgelegd – en als er al vrije meningsuiting bestaat ?”
Metsola nuanceerde. “Ik zou je vroeger gelijk gegeven hebben. Vier jaar geleden had ik geen oog voor het middenveld. Ik stel vast na de moord op Caruana dat drukkingsgroepen, vrouwenbewegingen ook, overal opschieten, en tot zelfbewustzijn komen. We moeten iets doen, niet vanuit onze luie zetel kritiek blijven spuien. Dat werkt, het landschap verandert met grotere mondigheid”.

Doornaert viel nogmaals in: “Quis custodiet ipsos custodes ? Wie bewaakt de bewakers?” (Wat zij onterecht toeschreef aan Suetonius, het was wel degelijk Juvenalis die dat in zijn Satire VI vastlegde). Een hamvraag die zowel voor de politiek als voor het gerecht opgaat. En zij citeerde voort, nu met een uitspraak van de Franse oudminister van justitie Robert Badinter: “L’indépendance est un statut, l’impartialité une vertu”, die ze in het Engels aanpaste als “a legal statute” en “a state of mind”.
Dat is de taak van de verzoener, de mediator: onafhankelijkheid en onbevooroordeeldheid, zij dragen de echte
verantwoordelijkheidszin die politici, rechters, én joernalisten aan de dag mag moeten leggen.

Lukas De Vos

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.