Zou opa Adhemar geloof hechten aan één van die doldwaze theorieën? Of drijft hij liever graag de spot met hen…

Vincent stormde de kamer binnen, gooide zijn boekentas op de grond. “Hoi mams!”. Viviane kwam uit de keuken. “Dag jongen. Hoe was het op school?”. De jongen slaakte een zucht, zes maanden ondervond hij inmiddels wat het betekende te genieten van het middelbaar onderwijs. “Oei was het zo erg?”. “Nee niet echt, al die uren chemie hangen me de keel uit. Maar in de les menswetenschappen kregen we iets vreemd te horen, het handelde over het geloof.”. “Godsdienst?”. “Ja zoiets, een heel verhaal.”

De nieuwsgierigheid van mama Viviane was gewekt, maar ook haar onrust. Geloof, religie… dat alles stond ver van haar, van hun gezin af. Zij keek haar twaalfjarige zoon vragend aan, hem zo uitnodigend verder te vertellen. “Het ging er over dat er een god zou bestaan die dit alles, ons dus ook, gemaakt heeft. Een hele historie was het, het wordt – wacht eens, ah ja het scheppingsverhaal genoemd.” Viviane keek hem verbijsterd aan: “Hoe ging dat dan?”

De jongen grabbelde in zijn tas en diepte een schrift op. “Het is tamelijk ingewikkeld, enfin de volgorde. Ik schreef het op. Hier, eerst was er niets, enfin behalve die god dan. En toen schiep hij licht en donker.” “Waarom deed hij dat?” “Dat heeft de lerares niet gezegd, misschien verveelde hij zich. Dan maakte hij het land en het water. De volgende dag kwamen er planten en bomen op het land.” “Hij werkte dus dag na dag?” “Blijkbaar ja. Want de vierde dag waren er dag en nacht vermits hij dan de maan en de zon geschapen had. Pas daarna kwamen er levende wezens, vissen in het water, en alle mogelijke dieren op het land en in de lucht, de vogels. Toen dacht hij heel diep na, er zou iemand nodig zijn om over dit alles de baas te spelen want daarmee wou hij zich niet bezighouden. Dus maakte hij de mens, een man. En opdat die niet alleen zou zijn kwam er op een rare manier ook een vrouw.”

“Een gek verhaal jongen” zei Viviane, dat moet papa ook eens horen. “Victor!” riep zij, “Victor kom eens!” Even later mocht kleine Vincent het ganse scheppingsverhaal nog eens uit de doeken doen voor zijn vader die meteen steigerde. “Wat een onzin. Ik heb ooit ook zoiets gehoord. Opa Vidal en oma Victoria hebben dat sprookje nog verteld. Misschien hebben ze er zelfs een poosje in geloofd. Een god die dit alles heeft gemaakt, stel je voor. We weten toch beter. Alles is ontstaan uit een soort oerknal, een Big Bang. Daaruit is al de materie ontwikkeld, miljoenen jaren geleden. Wat ze daar op school vertelden is een mooi verhaaltje, uit de lucht gegrepen. Even verzonnen als Roodkapje of Sneeuwwitje. Wat zullen we nu krijgen!” Hoofdschuddend verdween hij weer naar zijn zetel en zijn krant, terwijl Viviane met een onrustige denkrimpel aan het avondmaal begon. En Vincent in zijn kamer het nieuwe boek opensloeg en de prent bestudeerde waarop een halfnaakte man en vrouw door een in wit gewaad gekleed wezen uit een prachtige tuin geloodst werden terwijl een slang met een sardonische lach op de bek toekeek; fascinerend, dacht hij. 

Twee weken later, Vincent kwam schoorvoetend de huiskamer binnen waar zijn ouders naar een sitcom keken. Aarzelend schraapte hij zijn keel, trachtte de aandacht te trekken, waar hij tenslotte in slaagde – Victor en Viviane keken op. “Zou ik morgen naar de film mogen? Het is een middagvoorstelling. Bijna iedereen van de klas gaat. Het moet een interessante film zijn, echt. En Vicky gaat ook.” Het kwam er in één gerepeteerde ademstoot uit. Vicky was het oudere buurmeisje – zij en haar degelijkheid konden als extra argument fungeren. Het resultaat was dat de jongen de volgende dag bij het avondmaal verslag kon uitbrengen. “Welke film was het nu Vincent?”. “The world according to Vi-King, dat was de titel, van een beroemde regisseur blijkbaar, Vidor Kubric.”. “Ja die heeft al bekende films op zijn naam” beaamde Victor. “Waar ging het over?” informeerde Viviane. “Het was een nogal vreemde film, deels een documentaire maar toch met een verhaal. Het eerste kwartier was een allegaartje van wat er bestaat op een planeet, aarde genaamd, zowel wat techniek en wetenschap betreft als allerlei culturele dingen. Daarna kwamen er telkens scènes over wat er in het verleden fout zou gegaan zijn in die wereld. Heel veel beelden over oorlogen, maar ja, soms kon ik het niet best snappen. Al die rare kostuums en wapens, in het begin alleen met dingen om te slaan, en die mensen waren halfnaakt. Later soms volledig in blik gekleed. Op dieren reden ze. En dan zo’n ouderwetse vuurwapens. Maar vreselijke beelden ook, van wat een atoombom genoemd werd, vreselijk. Tenslotte nog iets met gas – dat was bijna nog erger, hoe iedereen lag te sterven blijkbaar, ze hadden veel pijn, ook kinderen.” “Moeten ze iets dergelijks in de bioscoop vertonen” steigerde Viviane. “Ja er werden wel enkele kinderen onwel” gaf Victor toe, “maar uiteindelijk was het best interessant. Vooral daarna, dan toonden ze hoe die planeet ook te lijden had onder wat haar op andere wijzen aangedaan was. Hoeveel bossen er verdwenen waren in de loop der tijden, omgehakt; en hoeveel soorten dieren verdwenen, uitgestorven waren; uitgeroeid door de mens of omdat ze eigen plaats meer hadden. Tenslotte hoe vuil en vies de planeet geworden was – goh de beelden van het eerste begin werden tegenover hoe het er nu uitziet geplaatst. Ellendig.” “Een vrolijke film” opperde papa Victor. “Nee echt niet. Maar hij maakte wel iets duidelijk, dat was de bedoeling. We zullen hem vast in de klas bespreken.” “Ja er zijn heel wat domme dingen gebeurd op die aarde, in dat zogenaamde paradijs. Er is weinig verantwoord of fatsoenlijk mee omgesprongen” beaamde zijn vader. De jongen zuchtte, een eerste denkrimpel verscheen in zijn nog zo jonge voorhoofd.

Een zonnige juliochtend. Twee jaren later. Daar stapt de veertienjarige Vincent door de laan, naast zijn buurmeisje Vicky. Hij draagt een vlag, zij een spandoek ‘actie nu’. Beider uitstulpingen zijn getooid met kunststofbloempjes, hoewel – het lijken veeleer vreemdsoortige kruisen net zoals het teken op de vlag van Vincent. Hoe dichter zij hun doel, het grote stadsplein, naderen, des te luider klinkt hen het geluid, het gezoem toe over de daken heen. “Er is vast veel volk op afgekomen” zegt Vicky enthousiast. De jongen knikt beamend. Even later krijgen ze de bevestiging: het plein is inderdaad overvol. Niet alleen de jeugd gaf massaal gevolg aan de oproep, meer dan de helft der aanwezigen zijn volwassenen. Bijna iedereen getooid met het vreemde symbool, velen drager van een wimpel of een slogan. Van het podium klinkt muziek die nauwelijks vermag het opgewonden geroezemoes te overstemmen. De twee laten zich opslokken in de menigte. Wachten gespannen af. Lang wordt het geduld van de massa niet op de proef gesteld. De muziek verstomt, de mensen houden even de adem in, dan hoort men hier en daar fluisteren “Vi-King”. En inderdaad, hij moet het zijn al gaat zijn ganse figuur schuil achter een outfit gebaseerd op wat het symbool van deze actie blijkt. Dat maakt hemzelf onpersoonlijk, hij ‘is’ de actie, het symbool, de held. De microfoon zoemt even.

“Vrienden!” Gejuich stijgt op, applaus klinkt enkele minuten. “Vrienden! Het verheugt ons dat jullie zo massaal gevolg gaven aan de oproep. Het is immers tijd, hoog tijd voor actie. Zoals we allen weten heeft het wezen Mens gedurende een behoorlijke tijd die ze zelf als meerdere eeuwen omschrijven, de planeet die ze bevolken, de Aarde, totaal verknoeit. Wetens en willens. Daaraan moet een einde komen. Of beter: daaraan komt een einde! Dat is onze opdracht.” Opnieuw weerklinkt applaus. “Er is slechts één mogelijkheid om de planeet van de ondergang te redden, de catastrofe die mens heet moet verdwijnen, vernietigd worden. Dat wordt onze taak.” Gejuich! “Hij bezit machtige wapens, deze mens, maar tegen ons zal hij niet opgewassen zijn. Waarom niet? Wij vallen hem aan waar hij het niet verwacht – in hemzelf. Wij zullen in hem kruipen. In hem binnensluipen, ongemerkt. En hem zo, individu na individu onschadelijk maken. Van de ene zullen we ons naar de andere begeven. En ze zullen vallen, één na één. Onverbiddelijk. Oh ze zullen trachten ons uit te roeien, zeker. In hun zogenaamde laboratoria zullen ze middeltjes zoeken om ons klein te krijgen. Maar we zijn met velen. En niet allen gelijk. Hebben hun wetenschappers en hun vi-rologen, hun ministers van oorlog, één wapen gevonden, dan staan wij reeds paraat met een volgende hernieuwde generatie. Daarom vrienden, niet getalmd. Ten strijde. De planeet aarde dient gered. Het paradijs herschapen!” Wanneer het gejuich, de kreten, het applaus verstomd zijn, heft Vi-King de hand; hij wijst op de man naast hem: “Ik wil tot het woord geven aan de inspirator van dit alles, mijn goede vriend en regisseur Vidor Kubric.” De menigte houdt bewonderend de adem in als Kubric de microfoon grijpt: “Ik wil alleen iets lezen dat aantoont dat de mens zo’n mooie dingen creëerde, en hoe schandelijk het is dat hij zichzelf en al die pracht ten gronde richtte. Een tekst die over dat verloren paradijs gaat, lang geleden reeds geschreven, waarin volgende regels staan. ‘Peace is despaird, for who can think Submission? Warr then, Warr open or understood must be resolv’d.’ War, oorlog, helaas… de mens heeft het verknoeid!”

In de living zitten Victor en Viviane een poos zwijgend bij elkaar. Dan kijkt zij haar man aan: “Hoe zou het nu met onze Vincent zijn? Waar zou hij zijn?”. “Wie zal het zeggen. In ieder geval strijdt hij voor de goede zaak. En zijn ze aan de winnende hand. Hoe lang is hij nu al weg, twee maanden bijna.” “Twee maanden en drie dagen!” Het blijft even stil. Victor schakelt de radio in, het nieuws. “…winnen steeds meer terrein. De cijfers zijn gunstig. De curven van ziekte en dood pieken in alle opzichten. De mensen helpen blijkbaar mee aan hun ondergang door bizar onverantwoord gedrag, ze gaan in tegen wat hun wetenschap hen leert – zoals in het verleden. Tot besluit verleen ik nog even het woord aan onze culturele ambassadeur in deze voor velen moeilijke tijd, Vidor Kubric.” Na enkele seconden kon men de reeds vertrouwde stem van de regisseur horen: “Vrienden, we moeten familieleden missen, bekenden, een lastige periode. Maar met een goed doel voor ogen: een opnieuw bewoonbare planeet. Ik citeerde reeds eerder uit een oude tekst, maar dezelfde auteur schreef ook een vervolg waaruit ik u deze regels niet wil onthouden: ‘After a night of storm so ruinous, cleared up their choicest notes in bush and spray to gratulate the sweet return of morn’. We zullen winnen. Voor een bewoonbare planeet. Voor een nieuw paradijs!”      

Johan de Belie

Een gedachte over “Het hoekje van Opa Adhemar (67)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.