Het is vandaag (en niet gisteren, zoals op Wikipedia Historical Data staat) zeventig jaar geleden dat de Nederlandse dirigent Willem Mengelberg is overleden.

Willem Mengelberg werd op 28 maart 1871 in Utrecht geboren als vierde kind in een gezin met zestien kinderen, van wie er enkelen vroeg overleden. Zijn vader was de kunstenaar Friedrich Wilhelm Mengelberg, zoon van de in 1770 in Keulen geboren kunstschilder Egidius Mengelberg. De Mengelbergs waren slechts twee jaar voor de geboorte van Willem in Nederland toegekomen en thuis werd er dus nog altijd Duits gesproken. Willem studeerde dan ook piano, compositie en directie aan het conservatorium van Keulen.
Na zijn glansrijk afstuderen ging hij in 1892 in Luzern werken als koor- en orkestdirigent. In 1895 werd hem gevraagd om als 24-jarige Willem Kes bij het Concertgebouworkest op te volgen. Kes had het orkest omgevormd tot een gedisciplineerd beroepsorkest en Mengelberg bouwde het in vijftig jaar verder uit tot een van de meest toonaangevende orkesten ter wereld.
Hij werd al na drie jaar dirigeren in 1898 Ridder en in 1902 Officier in de Orde van Oranje-Nassau. In 1907 volgden de Leeuw en ook de eremedaille in Goud voor Kunst en Wetenschappen van de Huisorde.
Mengelberg werd veel gevraagd voor het geven van gastdirecties over de hele wereld. Tussen 1921 en 1930 was hij voor de helft van zijn tijd werkzaam bij het New York Philharmonic Orchestra, waaraan vanaf 1927 ook zijn ‘rivaal’ Arturo Toscanini verbonden was. Beroemd waren de uitvoeringen onder zijn leiding van Bachs Matthäus Passion. Vanaf 1899 vond er in Amsterdam jaarlijks een uitvoering met het Toonkunstkoor Amsterdam. Op 14 april 1911 leidde hij een zeer grote uitvoering in Frankfurt met 1650 musici.
Van 1930 tot 1932 was hij dirigent van het London Symphony Orchestra. Aan zijn leiding werd een einde gemaakt omdat veel muzikanten overliepen naar andere orkesten zoals het BBC Symphony Orchestra (gesticht in 1930) en de London Philharmonic (gesticht in 1932). Hij richtte zich dan opnieuw op het Concertgebouworkest, waaruit hij onder de Duitse bezetting Joodse musici verwijderde (*) en, alhoewel hij oorspronkelijk een groot promotor was van Mahler, onderwerpt hij zich zonder problemen aan de eis dat niet langer muziek van Joodse componisten mocht worden gespeeld.
Mengelberg was oorspronkelijk inderdaad bevriend met Gustav Mahler en dirigeerde in Amsterdam vele uitvoeringen van diens werk. Dit groeide uit tot de Mahlertraditie van het Concertgebouworkest met als hoogtepunt het beroemde Mahlerfeest in 1920. Mengelberg was binnen Nederland een volksheld, maar tijdens de bezetting verdween de sympathie voor Mengelberg dus volledig omdat hij zich liet fotograferen met Arthur Seyss-Inquart (1892-1946), de Rijkscommissaris van Nederland, en concerten gaf voor hooggeplaatste nazi-leiders. In 1945 kreeg hij van de Centrale Ereraad voor de Kunst dan ook een verbod van zes jaar om op te treden. Hij verloor tijdens de zuivering van de Huisorde van Oranje in 1947 ook zijn exclusieve Eremedaille van de Huisorde voor Kunst en Wetenschap op grond van “eerloze daden”. Ook zijn twee onderscheidingen van de Nederlandse staat, in de Orde van Oranje-Nassau en in de Orde van de Nederlandse Leeuw moest hij inleveren in 1948 na de wettelijk geregelde zuivering van de staatsorden.
Mengelberg overleed in zijn chalet in het Zwitserse Zuort op 22 maart 1951. Postuum werd hij door Riccardo Chailly – vijftig jaar na zijn dood – geëerd als de man die het Concertgebouworkest groot had gemaakt. De herinnering aan Willem Mengelberg wordt levend gehouden door de Willem Mengelberg Vereniging.

(*) Een documentaire van de EO uit 2021 vertelt dat het orkest toen zestien joden telde en dat Mengelberg de toelating vroeg om er drie te mogen houden “omdat hij anders de kwaliteit van het orkest niet meer kon garanderen”. Deze redenering zou hem na de oorlog duur te staan komen omdat op die manier deze hulp aan bepaalde joden als eigenbelang werd beschouwd, al heeft hij ook joden geholpen die niets met het orkest te maken hadden. Daar staat wel tegenover dat uit de documentaire ook blijkt dat hij wel degelijk nazi-sympathieën had. Die sympathiserende aantekeningen op het nazistische dagblad de Völkischer Beobachter waren immers niet voor de openbaarheid bestemd, maar pure privé-opmerkingen. Dat hij anderzijds zoete broodjes bakte met hooggeplaatste nazi’s als Seyss-Inquart kwam dan weer de joden ten goede die hij probeerde te helpen. Zo halfweg de bezetting kreeg hij dan ook een officiële berisping dat het nu wel genoeg geweest was. Kortom, het is een ingewikkelde materie. Naar gelang van de sympathie of antipathie voor de man zijn er altijd wel argumenten voor handen om zijn lot in de ene dan wel de andere richting te beslechten. (Ronny De Schepper)

Een gedachte over “Willem Mengelberg (1871-1951)

  1. Heb hier nog een opname van “Chore und Choräle aus der Matthäuspassion” opgenomen in mijn geboortejaar 1939, en o.l.v. Willem Mengelberg. Gekocht in 1964 omdat ik die nodig had om in Het Volk tijdens een bezinningsavond voor het Jong-Davidsfonds. Het koor “‘Sind Blitze, sind Tonner” verdiende speciale aandaccht en uitleg.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.