Ontwaken. De geluiden die me van buiten bereiken lijken gedempt te klinken, bereiken me als door een mist. Een auto zoeft, zijn motor brult vanochtend niet. Voetstappen lopen als over fluweel. De overgordijnen opentrekken. De tuin is een wit tapijt. Mijn hart maakt een sprong. Of is het mijn ziel? Mijn geheugen? Beelden. Herinneringen. Geluiden. De aanblik ontroert me. Het pure. Het zuivere. 

Natuurlijk besef ik dat het bedrieglijk is. Dat dit nooit heel lang zal duren. Maar dit weten duw ik naar de achtergrond. Het is nu even een moment voor sentiment, sentimentaliteit zelfs. In mij zingt Jan De Wilde over ‘De eerste sneeuw’, “Mama, lieve mama, ga je met mij mee, in de eerste sneeuw. ‘k Voel mij zo gelukkig in de eerste sneeuw…”. Hij wordt even later al overstemd door die klassieker ‘Let it snow’, hoor ik daar Sinatra of Dean Martin – die melodie van Jule Styne op de simpele woorden van Sammy Cahn. Meteen valt Adamo in, ‘Tombe la neige’.

Een wirwar van deuntjes die over dwarrelende vlokken zingen, over een tijd van vrede, van licht, met een zweem van kwetsbaarheid en droefenis in het achterhoofd. Eenzaamheid ligt steevast op de loer. Maar ook geborgenheid, de witte kou buiten, warmte om alles vanachter het raam te genieten. Of… terug naar prille ervaringen. De onlosmakelijk met nieuwjaarsdag verbonden beelden van het skiën in Garmisch-Partenkirchen. Nee ik ben geen skifanaat, kan niet skiën, heb geen hunker naar het fenomeen après-ski (bespaar mij glühwein en ‘Ich bin der Anton aus Tirol’), Beieren staat niet op mijn lijst van favoriete reisbestemmingen. Maar nieuwjaar, dat was het schansspringen en het concert uit Wenen. Samen met de familie von Trapp, Julie Andrews – ook ik ontkwam niet aan ‘The Sound of Music’ en moest erkennen dat de edelweiss het mooiste bloempje op aarde was, in ieder geval gedurende die ene dag, in de handen van fräulein Maria. 

Sneeuw, het was en is een bron van vermaak voor het kleine (en ook wel grote) grut. Persoonlijk heb ik daaraan niet veel herinneringen al moet ik toch wel ooit sneeuwballen gegooid hebben, en geïncasseerd. Het bouwen van een sneeuwman, dat zweeft me heel vaag voor ogen, een blijvende impressie is het niet gebleken. Een slede, nee die behoorde blijkbaar niet tot het mobiele apparaat van ons gezin. Indien ik daarvoor een verklaring moet vinden – tenslotte werd mij geen begeerd speelgoed onthouden – dan vermoed ik dat deze boot afgehouden werd omdat mijn vader zich reeds gedwongen zag te fungeren als sledehond of Rudolf inclusief rode neus. Hij was niet zo’n fan van lichamelijke inspanningen. Ik zal evenmin aangedrongen hebben, mijn genieten zat waarschijnlijk meer innerlijk geworteld en manifesteerde zich niet in wat de leeftijdsgenootjes enthousiasmeerde.

Wat ik dan wel fascinerend vond: hoe je in de nog ongerepte sneeuw met je lichaam een engel kon afdrukken. Heb ik mezelf ooit zo laten vallen, de armen tot vleugels gespreid? Betwijfelbaar. Het beeld, de poëzie ervan, dat is me wel bijgebleven. Twee momenten vol sneeuw staan in me geijkt. Ze dateren van een hele poos later. De eerste was een kerstnacht, nauwelijks drie maanden gehuwd waren we en we hadden de kerstavond gezellig intiem gevierd. In ons klein appartementje op enkele honderden meters van een kerk. Ikzelf was een atheïst pur sang, mijn prille wederhelft was gelovig ‘met haar op’, het was dus voor de sfeer dat we besloten de middernachtmis te gaan bijwonen, als perfecte afsluiter van een sfeervolle avond én omdat het niet ver was en als alibi voor een prachtige sneeuwwandeling in de nacht. En of het mooi was! Dat ik in de kerk misselijk werd, we onverwijld onze biezen moesten pakken met achterlating van deze op de stoelen van de brave paterkes aan wie het heiligdom toebehoorde, doet uiteindelijk geen afbreuk aan de herinnering. Die bleef haar schoonheid bewaren. Maar Martini heb ik daarna nooit meer gedronken!
De tweede was belangrijker. Geen kerst maar in de paassfeer, op Goede Vrijdag –  Pasen viel toen op 10 april. Het kan ook dan nog sneeuwen, aprilse grillen. Uitgerekend dan besloot onze eerstgeborene deze term waar te maken en net als de krokussen die inmiddels reeds stonden te rillen van de kou, met zijn neus en de rest de wereld te verkennen. Zodat ik de volgende ochtend, paaszaterdag, door een behoorlijk dikke laag sneeuw in het vroege uur naar het ziekenhuis mocht waden. Sindsdien niet meer zo’n tapijt gezien en er in ieder geval nooit meer bij elke stap in weggezakt – zoals ik meldde, een bezoeker van echte sneeuwgebieden ben ik niet. Het hielp ook niet dat ik het bronzen beeldje van een halve meter meesleurde. Cadeautje voor de kraamvrouw die er dol op was en dit graag zou zien liggen voor de open haard die we niet bezaten, maar bij de kachel zou ook wel kunnen… Een symbool. En de winkel bevond zich op de route appartement – moederhuis; én ik had me toch al overslapen. Die kleine boodschap kon ik me dus nog veroorloven en het was meteen een zoenoffer voor dit wel heel ongepaste laatkomen dat ik nauwelijks de sneeuw kon verwijten. Toen het volgend jaar de vrouwelijke pendant van die eerste afstammeling op kerstavond tevoorschijn kwam: geen vlokje, helaas. Je kan niet altijd geluk hebben. Ondanks dit natale dwepen met kerkelijke feestdagen vertonen ze geen van beide opmerkelijke psychische stoornissen.
Er zijn anderzijds ook nadelen verbonden aan wat ik zo mooi blijf vinden en tot pure poëzie verhef. Dan hoef je niet eens te kijken naar de heuse sneeuwstormen zoals wij die hier te lande niet kennen. Waar mensen, hele dorpen geïsoleerd raken. Waar slachtoffers vallen. Ook kleinschalig kan een laagje sneeuw voor ellende en zeker voor veel gezeur garant staan. Ocharme die automobilisten die slaapdronken en verkild tot het bot de laag van het witte liefst wat bevroren poeder (en dus geen poeder meer maar tot een stevige korst ijs getransformeerd) trachten weg te krabben eer ze zich in de file wagen. Die zich behoedzaam glijdend naar een weinig aanlokkelijk doel spoedt, de blik af en toe gewend naar de gifgele wolken die nog meer van het vervelende goedje beloven voor de avondspits. In de straten zijn amechtige oudjes bezig het voetpad te ontdoen van wat zich onder de mooie laag heeft vastgeklit, er mag niemand uitglijden voor jouw deur want al ben je een minus habens, dan ben je op zo’n cruciaal moment plots de trotse eigenaar van een perceel dat je eerder tot het publiek domein zou rekenen: breekt nu iemand welk onderdeel van zijn al dan niet edel lijf voor jouw deur dan is dit jouw hoogstpersoonlijke schuld. Botje breek, jij botje betaal. Je zou bijna wensen dat het gaat dooien. Dat al die mooie sneeuw die zich inmiddels ophoopt terzijde van de rijbaan terwille van het ongemak van de fietsers die nu nog minder ruimte hebben om doorgang voor hun twee wielen te ontdekken in dit verkeerslabyrinth, een metamorfose ondergaat. Dat de stad omgevormd wordt tot een modderige brij, tot slijmerige pap, tot een moeras. Zodat het zich als derdewereld-burgers voortbewegend plebs, de minus habens, door de vierwielige egotrippers die zich nietsontziend een weg banen door deze slijkmassa, bespat en besmeurd worden. Maagdelijke sneeuw? Waar is dat beeld gebleven? Begraven onder een laag slib…
Graag keer ik terug naar de idylle. Waar is die beter te vinden dan in de kunst, daar schuilt nog poëzie. Ik had het al over muziek. Wat spookt plots door mijn geest. ‘Les neiges d’antan’. Al beland ik dan eerst bij de literatuur, en zet ik ook een stapje terug in de tijd, naar 1461 nog wel. Het was François Villon die de strofen van zijn prachtige ‘Ballade des dames du temps jadis’ telkens afsloot met de regel “Mais où sont les neiges d’antan?”. In 1870 vertaalde Dante Rossetti het gedicht in het Engels, de beroemde regel werd dan “Where are the snows of yesteryear?”. Zo belandde de tekst bij het Duitse duo Bertolt Brecht en componist Hanns Eisler die er ‘Das Lied von Nana’ van maakten, wat dan weer Georges Brassens inspireerde zodat het opnieuw in Frankrijk belandde. Maar ook de Tsjechische musicus Petr Eben zette er nog zijn tanden in. En ik zwicht helemaal voor de compositie met die titel van de Luikse violist Eugène Ysaye (°1858 – +Brussel 1931), opus 24; een schitterende uitvoering is te beluisteren van I Fiamminghi met Rudolf Werthen en France Springuel. Teder, fijn, alsof je de sneeuw hoort vallen… Terug naar het beeld evenwel. Wat blijkt, het zijn vooral de Vlaamse en de Hollandse schilders die zich aangesproken voelen door het witte landschap en hun penseel in de witte verf dompelen. In 1565 was Pieter Brueghel de Oude al gefascineerd door een ‘Winterlandschap met schaatsers’. Hij liet zelfs de Koningen hun aanbidding in de sneeuw uitvoeren! Terwijl zijn zoon, logischerwijze Pieter Brueghel de Jonge genaamd, het hield bij ‘Winterlandschap te Sint-Anna-Pede’, waar je ook ziet hoe vindingrijk de Vlaam is: een omgekeerd krukje wordt gebruikt als slee. Victor Gilsoul (1867-1939) maakte er een ganse reeks van, etsen: ‘Vlaamse steden onder de sneeuw’. Pieter de Noter (1779-1842) bleek meer honkvast, hij penseelde vaak het besneeuwde Gent terwijl Ensor natuurlijk opteerde voor Oostende en ons een blik gunt op de ondergesneeuwde Van Iseghemlaan. Guillaume Vogels (1836-1896) zag het veeleer zitten in dat prachtige Leuvense ‘domein Van Groenendael onder de sneeuw’. Bijzonder aangrijpend is het werk van Valerius De Saedeleer uit 1927 ‘Winter in Vlaanderen’, met zijn kale boomstammen die als bevroren schaduwen in de sneeuw geplant lijken.
Van Gogh heeft zich niet onbetuigd gelaten, bij hem is heel wat van het witte goedje aan te treffen over de grenzen heen. Toen hij in Nuenen woonde (1883-1885) waar zijn vader predikant was (en waar zijn broer Theo begraven is) moet het er flink gesneeuwd hebben. Getuigen o.m. ‘Pastorietuin in de sneeuw’ en ‘Oude kerktoren in de sneeuw’. Hij kwam onze richting uit, het sneeuwde in Vlaanderen blijkens: ‘Achtertuinen van de oude huizen in Antwerpen’ dat ons hoofdzakelijk witte daken toont. Ook zijn geliefde Arles moet in 1888 onder een witte vacht bedolven geweest zijn zien we in ‘Landschap met sneeuw’. Hij had ook oog voor de keerzijde van het winterweer, voor de armen was het zelden een pretje tonen ons tekeningen als ‘Vijf mannen en een kind in de sneeuw (1883), ‘Houtsprokkelen in de sneeuw’ en ‘Mijnwerkers in de sneeuw’ (1880). Hoe mooi Parijs in de sneeuw is zien we bij Paul Gauguin in een schilderij van 1894, heel anders dan zijn zonnige Tahiti maar met een eigen sfeer. Dat treffen we ook aan bij de Amerikaan Edward Hopper in ‘End of winter’ met een blik in een straat van een klein dorp, huizen in hout, een groter gebouw in baksteen (school?), een drugstore, enkele wandelaars die reeds hun sporen in de witte ondergrond lieten, een rode brandkraan die a.h.w. oprijst uit de sneeuw, smurrie die al het einde aankondigt. En ‘Cape Cod Winter’ (1900) – een sloep doel- en roerloos in de sneeuw naast een schuur, in de verte een farm geïsoleerd door het gure weer. Pas heel bar wordt het bij de Brit William Turner. Hij schilderde ‘Snow Storm’ in 1842, een schip dat in de havenmonding wind en een sneeuwstorm tracht te trotseren. Hij zou zich om dit werk te kunnen inleven, tijdens zo’n storm hebben laten vastbinden aan de mast van een schip op de Theems. Vermoedelijk is dit een mythe… Wel was hij de bewuste nacht dat the Ariel de haven van Harwich verliet die bewuste nacht in 1842 ter plaatse. Dat zal zeker niet het geval geweest zijn voor dat andere werk van hem ‘Hannibal en zijn leger die de Alpen oversteken’ (1812) wat ook bij een sneeuwstorm gebeurde in de verbeelding van Turner, ergens in de vallei van Aosta. Een monumentaal werk!
Où sont les neiges d’antan? Waar zijn die echte winters henen? Met weken sneeuw en ijs. Met de Elfstedentocht. “In onzen tijd mijnheer…” Dan maar genieten van ieder vlokje dat op onze inmiddels kale schedel belandt. En bekommerd loeren naar de cijfers die vertellen over de opwarming van de aarde, en ons schuldbewust op de borst kloppen, wetend dat zo’n mea culpa geen zier helpt. En al de rest evenmin waarschijnlijk.       

Johan de Belie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.