Janosch (foto Dieter Schnöpf via Wikipedia), pseudoniem van Horst Eckert, is een Duits kinderboekenschrijver en -illustrator. Janosch is het meest bekend door zijn zelf geïllustreerde kinderverhalen zoals O, wat mooi is Panama, waarvan sommige werden verfilmd. Hij heeft ook een aantal boeken geschreven voor volwassenen.

Horst Eckert werd geboren in Zabrze (dat toen nog Hindenburg heette en deel uitmaakte van Duits Silezië); hij is afkomstig uit een familie van mijnwerkers bij de Pools-Duitse grens. Janosch had een ongelukkige jeugd: zijn vader was alcoholist, en hij werd opgevoed in een door hem als benauwend ervaren rooms-katholiek milieu. In 1946 week het gezin uit naar Duitsland, mede omdat de ouderlijke woning in de oorlog was verwoest.

Aanvankelijk wilde hij kunstschilder worden, maar de academie wees hem af. Na tal van baantjes wijdde hij zich vanaf 1956 volledig aan het schrijven en illustreren van kinderboeken. Hij woont in volstrekte eenzaamheid op Tenerife, maar heeft als jongeman lange tijd in Bad Zwischenahn gewoond (waar hij arbeider in een textielfabriek was, en via zijn werkgever cursussen in textielbedrukken, met daarbij kleurenleer en ontwerptekenen, volgde).

Dieren en speelgoedbeesten spelen in Janosch’ werk vaak de hoofdrol. Ze bieden kinderen identificatiemogelijkheden en hebben meestal een emanciperende rol. Het bekendste zijn de verhalen over Kleine Tijger en Kleine Beer. In zijn verhalen neemt Janosch het op voor de minstbedeelden en besteedt hij aandacht aan maatschappelijke problemen. Hij schrijft met veel gevoel voor humor. Zijn boeken stralen optimisme uit, ze laten zien dat er voor alles een oplossing is.

In 2010 stopte Janosch met schrijven, maar van 2013-2019 publiceerde hij toch nog een reeks artikelen voor een magazine van het dagblad Die Zeit. In 2013 is Janosch met zijn levenspartner Ines getrouwd. Zij woonden al vele jaren samen.

Janosch is atheïst en beschouwt zich als humanist. Hij is bestuurslid van een Duitse, naar Giordano Bruno genoemde stichting, die een “evolutionair humanisme” uitdraagt. Voor het blad van deze stichting heeft Janosch een aantal cartoons getekend met een tendens van kritiek op de Rooms-Katholieke Kerk. (Wikipedia)

“Lukas Konijn, goochelaar (of indianenopperhoofd)” van Janosch (Westfriesland, Hoorn) is een roman over een jongetje dat niet weet te beslissen of hij later goochelaar dan wel opperhoofd van een indianenstam zal worden. De auteur van dit boek, dat dateert uit 1968, weet wel het standpunt van de jongen inzake grillige fantasie en wensdromen te vertolken. Maar verder dan dit beperkt zweven rond een magere problematiek komt hij niet. Over de realiteit waarin Lukas leeft komen we niks te weten, niet over zijn ouders, vrienden … tenzij wanneer een detail absoluut noodzakelijk is voor het verhaal. En zo blijft de hoofdpersoon een mistig, wazig baasje in een schaduwwereld. Dit zijn 73 bladzijden absurde gebeurtenissen zonder ruggengraat of achtergrond met als enig positief gegeven dat Janosch van Lukas een antiheld heeft gemaakt en zo de jonge lezer leert te relativeren.
Ook “Het piepkleine scheepje Pyamabroek” van Janosch is niet bepaald diepgaand, maar de tekeningen zijn zo charmant dat we ze toch niet zo maar terzijde schuiven. Het surrealisme van Janosch wordt door sommige recensenten als positief ervaren, maar naar onze bescheiden mening is dit misschien wel het oordeel van een volwassene en houdt een kind (paradoxaal genoeg) van een strengere logica.

Referentie

Ronny De Schepper, Zweven rond een magere problematiek, De Rode Vaan, s.d.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.