Het is vandaag 145 jaar geleden dat Alexander Graham Bell een patent verkreeg op de uitvinding van de telefoon. In juni 2002 zou hem dit (uiteraard postuum) weer afgenomen worden en werd beslist dat hij de uitvinding had gestolen van Antonio Meucci (1808-1889).



800px-Antonio_MeucciMeucci werd geboren nabij Florence, waar hij ook werktuigbouwkunde studeerde aan de universiteit. Daarna werkte hij in diverse theaters als technicus. In 1835 vertrok hij naar Cuba, waar hij bij een theater werkte als ontwerper en theatertechnicus.
Daar vond hij een manier om ziekten te behandelen met elektrische schokken. Dat werd vrij populair in die tijd in Havana. Op een dag, toen hij bezig was met het voorbereiden van een behandeling van een vriend, hoorde hij in de kamer ernaast zijn vriend iets zeggen via het stuk koper dat tussen hen in lag. De stem van zijn vriend had hij nooit kunnen horen zonder het koperdraad dat tussen de toestellen zat. De uitvinder merkte meteen, dat wat hij in zijn handen hield, belangrijker was dan alle uitvindingen die hij al eerder gevonden had. De tien jaar daarop maakte hij de uitvinding beter.
In 1850 verhuisde hij naar Staten Island, een paar kilometer van New York om zijn uitvinding te maken. Daar kreeg hij grote problemen: hij had erg weinig geld en hij sprak geen Engels. In 1855, toen zijn vrouw voor een deel verlamd raakte, maakte hij een telefoonsysteem door het hele huis en in een werkplaats vlakbij. Meucci probeerde jarenlang geld te krijgen zodat hij zijn uitvinding verder kon ontwikkelen.
Door een zware explosie raakte Meucci gewond en kwam in het ziekenhuis te liggen (ik herinner mij uit mijn prille jeugd een film over de uitvinding van de telefoon, waarbij die eigenlijk tot stand komt omdat iemand om hulp roept na een ongeluk, min of meer zoals hierboven verhaald over die koperdraad in Meucci’s werkplaats: zou die film daarop gezinspeeld hebben en, zo ja, welke film zou dat dan kunnen geweest zijn?). Zijn vrouw probeerde daarop de prototypes die hij had te verkopen aan een opkoper. Dat bleek Alexander Graham Bell te zijn en bij die prototypes zat dus ook de telefoon.
Meucci probeerde toen hij uit het ziekenhuis kwam de prototypes terug te kopen, maar zijn vrouw wist niet meer aan wie ze ze had verkocht. Daarop probeerde hij koortsachtig om zijn telefoon opnieuw te maken. Hij was bang dat er iemand eerder een patent op zou krijgen dan hij.
Antonio Meucci kon echter in 1871 het patent niet betalen (wat $250 kostte – in die tijd veel geld). Meucci stuurde een model en een technische beschrijving naar de firma Western Union, maar werd met een kluitje in het riet gestuurd. Twee jaar later vroeg Meucci de firma of ze op z’n minst zijn model en de beschrijving terug wilden sturen, maar hij kreeg als antwoord dat het ‘zoek geraakt’ was…
In 1876 vroeg Alexander Graham Bell patent aan op iets wat niet helemaal een telefoon leek, maar het wel was (zie bovenstaande foto). Meucci kwam er achter, en liet een advocaat protest indienen bij het United States Patent Office in Washington. Zoiets had nog nooit iemand eerder gedaan. Ook werd ontdekt dat Bell twintig procent van de winst beloofd had aan Western Union. Vanaf 1886 tot de dood van Meucci in 1889 liep de rechtszaak. De regering wist in die jaren dat Bell de boel had opgelicht, maar deed er niets aan. Na de dood van Meucci stopte men met de rechtszaak. Pas op 11 juni 2002 zou Meucci zijn gelijk krijgen, toen het Amerikaanse congres de Italiaan in een wet eerde voor het werk aan de telefoon. (Wikipedia)
Toen ik in de zomer van 2010 “Painting the darkness” aan het lezen was van Robert Goddard werd ik op p.206 toch verrast door een telefoongesprek dat plaatsheeft in oktober 1882. De telefoon was al uitgevonden in 1875 (alhoewel pas een jaar later gepatenteerd), dat wist ik wel, maar dat het blijkbaar al een gangbare praktijk was, amper zeven jaar later, verbaasde mij ten zeerste. Daarom ben ik een en ander gaan opzoeken en ik denk toch dat Goddard ietwat lichtzinnig de hoorn van de haak neemt. Zo werden de eerste telefoontjes in Engeland gepleegd op 14 januari 1878 en dan nog door Alexander Graham Bell zelf die “zijn” uitvinding demonstreerde aan Queen Victoria (*). Later dat jaar (op 14 juni) werd de Telephone Company Ltd. opgericht met… 7 of 8 “subscribers”. In 1879 was dit aantal weliswaar al gestegen tot 200, maar we zijn dan toch al erg dicht bij 1882 en het is nog maar de vraag of de twee “telefonisten” in het boek van Goddard tot die kleine elite behoorden (toegegeven, het zou kunnen).
Maar wat ik wél belangrijk vind, is de volgende opmerking over het telefoonverkeer in Amsterdam: “In 1881 werd in Amsterdam de Bell Telephoon Maatschappij opgericht. Bij de eerste centrale werden 49 telefoontoestellen aangesloten. Het aantal aansluitingen groeide maar langzaam. Wat had je aan een telefoon, waarmee bijna niemand kon opbellen? Opbellen was niet gemakkelijk. Het kostte heel wat tijd voor de verbinding tot stand kwam. Als je iemand wilde bellen, zei het voorschrift: ‘Men draait de kruk aan het toestel een paar malen om, neemt daarna den Telephoon van den haak en drukt hem goed tegen het oor aan.’ Je hoorde dan eerst een juffrouw van de centrale. Je vertelde haar het nummer dat je wilde hebben en wachtte dan tot ze zei dat je kon beginnen. Je moest daarna de hoorn weer op de haak leggen, opnieuw aan de slinger draaien en dan pas kreeg je degene die opbelde aan de telefoon.”
In het fragment in Goddards boek gaat het gesprek weliswaar inderdaad via een telefoniste, maar over het opleggen van de hoorn en het draaien aan een slinger is geen sprake. En vooral, eigenlijk is het een gesprek van niemendal, terwijl het inderdaad in die tijd zo’n gecompliceerde (en wellicht ook dure) handeling was. Dan zou je er toch maar je toevlucht toe nemen als het echt belangrijk was, neem ik aan, terwijl Goddard het (met enige overdrijving) beschrijft alsof het een telefoontje via een GSM betrof…

Ronny De Schepper

(*) Alexander Graham Bell faisait une démonstration du télephone à la reine Victoria alors à sa résidence d’Osborne House sur l’île de With. Bell, alors en voyage de noces en Europe faisait également une tournée de promotion pour son invention. La reine Victoria, impressionnée par le téléphone, fit relier sa résidence sur l’île au palais de Buckingham. L’inauguration du premier central téléphonique sera pour quinze jours plus tard. Le 28 janvier à New-Haven, dans le Connecticut, est inauguré le premier central téléphonique. George W. Coy est embauché comme le premier opérateur de téléphone à plein temps aux États-Unis. L’opérateur dessert 21 abonnés. Le mois suivant (le 21 février pour être précis) le premier annuaire téléphonique de l’histoire, est aussi publié à New Haven. A moins d’un mois les nombre d’abonnés est déjà 58. Au moment de leur répondre, ces derniers lancent un “oh, oh!” en guise de bonjour. (Les éphémérides d’Alcide)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.