Het is vandaag 35 jaar geleden dat Richard Manuel, de zanger en pianist van The Band, zich ophing in zijn hotelkamer in Orlando in Florida. Pas de volgende ochtend werd zijn lichaam gevonden, naast een lege fles Grand Marnier.

Richard Manuel richtte als vijftienjarige in zijn geboorteland Canada een bandje op, The Rockin’ Revols, waarin hij al zong en piano speelde. In 1961 werd hij opgemerkt door de Amerikaanse rockabilly-zanger Ronnie Hawkins, die zo onder de indruk was dat hij hem opnam in zijn begeleidingsgroep The Hawks, waarvan op dat moment de Canadezen Robbie Robertson, Rick Danko en Jerry Penfound deel uitmaakten, samen met de Amerikaan Levon Helm. Kort na Manuel kwam nog een andere Canadees, Garth Hudson, erbij. Na twee jaar maakte de groep zich los van Hawkins en ging zelfstandig verder als The Levon Helm Sextet, later (na het vertrek van Jerry Penfound) als Levon and the Hawks, waarbij Manuel de voornaamste vocalist was.
In 1965 vroeg Bob Dylan hen om met hem te gaan optreden. Ze begeleidden zijn overgang van folkrock naar de meer “heavy” rockmuziek en maakten met hem de grote tournee door de Verenigde Staten, Europa en Australië die legendarisch is geworden door de vijandige reacties van een deel van het publiek. Vervolgens woonde de groep, die zich nu The Band noemde (de vroegere benaming werd gewijzigd sinds deze een pejoratieve bijklank kreeg tijdens de Vietnamoorlog), met Dylan in het huis “Big Pink” in Woodstock, waar de “Basement Tapes” werden opgenomen.
Na Dylans vertrek voelde The Band zich vrij zijn eigen muziek te maken, wat resulteerde in een reeks invloedrijke albums, waarvan vooral “Music from Big Pink” (1968), “The Band” (1969), “Stage Fright” (1970) en “Northern Lights – Southern Cross” (1974) klassiekers zijn geworden.
Als songwriter werd Manuel al spoedig overvleugeld door Robertson. Levon Helm benadrukte later dat de songs van The Band eerder het resultaat waren van groepswerk dan van één man, maar het is niet uitgesloten dat Manuels afnemende creativiteit op dit gebied beïnvloed werd door zijn drankmisbruik. De eerst zo ingetogen en verlegen zanger-pianist ontwikkelde zich tot een alcoholist die acht flessen Grand Marnier per dag wegwerkte en soms kort voor een concert moest worden ontnuchterd om enigszins coherent te kunnen optreden. Het beïnvloedde de sfeer in The Band, temeer daar ook Rick Danko verslaafd was geraakt aan verdovende middelen. Het was vooral Robertson die te kennen gaf dat hij genoeg had van het rondtrekken met “this alcoholic freakshow”. Hij besloot ermee te stoppen en op Thanksgiving 1976 gaf de groep een legendarisch geworden afscheidsconcert in San Francisco dat verfilmd werd door Martin Scorsese onder de titel “The Last Waltz”.
Teitietatuutei. Als Robbie Robertson een West-Vlaming zou zijn geweest, had hij daarmee het “Last Waltz”-project kunnen omschrijven: ‘t is tijd dat het uit is. Robertson: “On the road zijn is veel te gevaarlijk: Hendrix, Joplin, Elvis, Holly enz. zijn eraan bezweken. En als het dat niet is, is het de ouderdom. Twintig jaar op tournee. Aan zoiets zou ik zelfs niet durven dénken.” (“Ik zou wensen dat we allen forever young zouden blijven,” zingt Bob Dylan in de film.)
Daarom raapte Robbie zijn centen samen, nodigde de vele muzikale vrienden van The Band uit en besloot op de eigenste plaats waar ze gestart waren (in Billy Grahams Winterland, San Francisco) een grandioos afscheidsfeest te geven.
Om dit niet te laten verloren gaan voor het nageslacht, besloot hij het ook op film te laten vastleggen. En daarmee had hij groot gelijk. Want “The Last Waltz” is niet zozeer een afscheid van The Band, als wel van een hele generatie.
Vooral in de drie studio-opnames (The Last Waltz zelf, The Weight en Evangeline), met prachtige belichting en een zwierige camerabeweging, is deze in-droeve waarheid sterk voelbaar: we worden allen oud en rockmuzikanten niet in het minst (want die vullen – als ik mag verwijzen naar de sullige interviews – blijkbaar hun tijd enkel met vermoeiende dingen als zuipen, drugs en wijven neuken). Ik heb in heel de film slechts twee mooie, jonge gezichten gezien: bassist Rick Danko (nochtans ook niet van de jongsten) en natuurlijk Emmylou Harris. Al de rest was oud, dépassé…
Robertson deed bewust een beroep op Martin Scorsese (Mean streets; Alice doesn’t live here anymore; Taxi driver; New York, New York), omdat deze reeds had meegewerkt aan Woodstock en Elvis on Tour. En toch wordt er geen gebruik gemaakt van split-screen in deze film! (Applaus!) Wel een sobere camerabegeleiding (zo veel mogelijk met vaste camera’s) met een mooie kadrage, voor zover dit mogelijk is bij die deksels onverwachts bewegende rockmusici.
Een “muzikale” montage (de beeldwisseling verandert naargelang er iemand invalt) rondt het geheel volmaakt af. Volgens mij kon het niet perfecter, wat echter niet wil zeggen dat het een perfecte film is.
Het gelul terzijde gelaten (typisch voorbeeld: drummer Helm vertelt dat het zuiden een smeltkroes is van verschillende soorten muziek – blues, country, Tin Pan Alley – waaruit iets nieuws is ontstaan; Scorsese: wat dan wel? Helm: rock’n’roll natuurlijk!), kom ik steeds meer tot de bevinding dat het filmen van rock onbegonnen werk is. Zelfs de “absolute” film van Adrian Maben, “Pink Floyd at Pompei” faalde hierin. Maar binnen zijn mogelijkheden is “The Last Waltz” best te genieten.
Het was de bedoeling dat nadien elk van de Band-leden eigen albums zou gaan maken, maar in het geval van Manuel is dat nooit van de grond gekomen. Wel wist hij na The Last Waltz enige tijd clean te blijven. Samen met Robbie Robertson en Garth Hudson leverde hij bijdragen aan de soundtracks van enkele Scorsese-films zoals Raging Bull. Ook ging hij weer optreden met Rick Danko en diens broer Terry (ook een vroegere Ronnie Hawkins-begeleider). Samen met de andere ex-Band-leden leverde hij een aanzienlijke bijdrage aan het album No reason to Cry van Eric Clapton.
The Band werd door Levon Helm in 1983 opnieuw opgericht, zonder Robertson, maar met enkele nieuwe leden. De groep begon weer te toeren en Manuel speelde daarin een belangrijke rol. Toch wist de groep het oude succes niet terug te vinden, misschien ook doordat de belangrijkste songschrijver, Robertson, niet meer meedeed en er weinig nieuw materiaal van waarde beschikbaar was. Manuel, wiens stem geleden had onder zijn jarenlange drankmisbruik, werd depressief. Met het gekende gevolg… (Wikipedia)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.