Er werd mij op gewezen dat ik, gezien mijn leeftijd, er wel eens over mocht denken de wereld enige nuttige raadgevingen na te laten. De wereld, daarmee werd bedoeld mijn nakomelingen. Niet zozeer zoon en dochter, die hebben inmiddels zelf een graad van wijsheid wel behaald, maar de zes kleinkinderen (*). Ik heb mijn twijfels. Ik kan me moeilijk voorstellen dat dit lieve grut aan mijn lippen zal hangen wanneer ik hen allerlei wijsheden in het oor tracht te blazen. Oh ze zijn niet alleen welopgevoed, ze zijn ook bijzonder lief, tactvol, en ze blijken van hun opa te houden. Dus zullen ze een welwillend oor verlenen aan mijn gedaas terwijl ze hunkerend loeren naar het zwarte televisiescherm of de inerte tablet waar zoveel spelletjes hen wachten.

Stelt zich de vraag wat ik hen in hemelsnaam kan bijbrengen. Levenservaring? Bezit ik die dan wel. Is die in een toekomst die er zoveel anders zal uitzien nog wel nuttig? Hoeveel zullen ze er, indien gehoord, van onthouden, bruikbaar achten? Bovendien, waar haal ik die wijsheden vandaan, waar te beginnen? Wat zou ook maar van enig belang kunnen zijn? Heb ik daar dan toch een helder moment (overkomt me eens in de zeven jaren ongeveer): ooit leerde ik iets als de tien geboden! Zouden die een uitgangspunt, een leidraad kunnen zijn… Even opsnorren.   

Eén god beminnen. Tja daar begin ik dus niet aan, tenzij ik het even over verdraagzaamheid betreffende religie en andere hangijzers wil hebben – dat zou best kunnen. Maar dat lijkt me overbodig, afgezien van kleine interne ruzies zijn ze naar de medemens toe behoorlijk toegevend opgevoed. De Dag des Heren moeten ze uiteraard niet eren wat mij betreft, die is er voor spel en leute. Zweer niet ijdel, dat zal me worst wezen al mogen ze dit niet in de rechtbank doen want er staan straffen op. Niet vloeken, nunu als uitlaatklep, ik wil het niet verbieden. Spot niet, zal ik me daar een gezonde dosis humor verbieden? Met de medemens spotten niet nee, dat kan ik hen inpeperen ook al weet ik dat geen van de zes het op dit ogenblik zou doen. Overbodige raad dus. Vader en moeder eren, wat betekent dat, moeten ze hun ouders vereren, prijzen, aanbidden, knielen voor hun beeltenis. Flauwekul. In deze tijden zijn die een vertrouwenspersoon, een vriend, een makker en ook een leidspersoon – begeleiding. Niet doden, nogal wiedes, al kunnen we hier een boompje opzetten over vegetariërs en veganisten maar daar waag ik me niet aan gezien in één gezin het eten van vlees taboe is; delicaat dus. Aha, onkuisheid. Zal de ouwe eens de taak van seksuele voorlichter op zich nemen! Tegen beter weten in. Hùn beter weten dan waarschijnlijk. Want opa zal allicht hopeloos achterophinken. Strompelen in het kielzog van wat open en bloot gepresenteerd wordt op de media en primitief gefluisterd wordt van oor tot oor zoals dat gebeurde in opa’s jonge jaren.

Onkuisheid, stelen en bedriegen, achterklap en liegen… nee die regels die we via Mozes hebben meegekregen lijken me toch niet het ideale richtsnoer om mijn nakomelingen te onderrichten. Ze klinken tamelijk oubollig, ‘versteend’ zou ik durven zeggen al is dat woord niet op zijn plaats vermits ze dat initieel reeds waren. Dus moet ik het over een andere boeg gooien. Wat zijn de belangrijke interesses van mijn poulains momenteel? Of wat houdt hen nu bezig. School, dat slorpt veel, zo niet de meeste van hun tijd en aandacht op. Weet ik hen daar nog iets zinvols over te onderrichten, dat is nog maar de vraag. Mijn ervaringen dateren uit wat voor hen de Middeleeuwen zijn. Of zelfs het Stenen Tijdperk. Ik heb nog met griffel op een lei geschreven wat niet veel verschil maakt met het krassen van tekeningen op een rotswand in een grot; later met een vulpen, de bic was een revolutie waar de Franse van 1848 bij verbleekte. En toen zong Pink Floyd plots over ‘Another brick in the wall’, en we brulden mee “we don’t need no education, no thought control, teacher leave those kids alone”. Het geschiedde dat één leraar (1) ons toestond tafels en stoelen in een halve cirkel te zetten en te roken, sigaretten! Dat hij, net hij, zich later – tot superior van dat heilige college gepromoveerd – als een dictator manifesteerde, het kan verkeren wisten we al van Bredero (hadden de lessen literatuur ons toch iets bijgebracht!).

Wat kan ik over de schoolse opleiding meedelen dat van enig nut kan zijn? Dat ze moeten trachten telkens met een minimale inspanning naar de volgende klas over te gaan. Dat een diploma nuttig is maar geen absolute noodzaak om gelukkig te worden, zelfs niet om ‘carrière te maken’, en zelfs dat carrière een relatief begrip is. Dat het vooral belangrijk is zich te concentreren op deze items die hen interesseren, die hen boeien. Die dus veeleer onder de noemer hobby vallen. En daaruit alles puren. Veel kans dat ze daar een wissel op hun toekomst trekken, meer dan zich met tegenzin te concentreren op wat hen saai lijkt. Het zal pedagogisch niet verantwoord klinken vrees ik. En genuanceerd moeten worden. Individueel aangepast; dat zie ik dan wel.

Afhankelijk van de leeftijd kan ik het ook hebben over vriendschap en liefde. Een heikel thema want in hun prille levens fluctueert die wel eens, vaak met achterlating van pijnlijke sporen – hoe tijdelijk ook. Daarom niet minder schrijnend, al duren ze slechts een fractie van een mensenleven. Dit is ongetwijfeld iets dat individueel dient aangepakt. Vriendjes of vriendinnetjes hebben ze allemaal wel. En iedereen heeft, of had (de actuele situatie is zelden nauwkeurig te volgen) wel een ‘liefje’. Wat dat dan ook mag betekenen. Want er kunnen nogal wat stadia doorlopen worden. Naar elkaar glimlachen. Met iemand een vieruurtje delen. Voor een kleuter kan dit reeds een eeuwigdurende verbintenis betekenen. Terwijl de 15-jarige mogelijk overweegt hoe de aankoop van condooms onopvallend kan geschieden. Helaas ben ik geen specialist ter zake, mijn gevorderde leeftijd ten spijt. Bovendien was ik een laatbloeier. Nog zie ik het beeld van het 13- of 14-jarig meisje, blond en prinsesachtig fraai gevormd, die een zomervakantie lang in onze straat voorbijfietste. Doelloos? Nee, de rondjes die zij maakte gingen mijn raam voorbij, waar ik (even oud) – het was een mooie zomer – in de vensterbank zat te lezen. Zij knikte, ik knikte. Zij wuifde, ik wuifde. Het begin van een romance? Hoegenaamd niet. Mijn libido, mijn interesse… een Zanussi diepvries 194WA. Zodat mijn frank (de euro diende nog uitgevonden) pas viel toen zij eind augustus halt hield onder mijn raam en ik de eerste keer haar fluwelen stemgeluid (ook dat nog) mocht aanhoren: dat het gezin de volgende dag verhuisde naar een andere stad en dat we elkaar niet meer zouden zien. Alsof ik haar tot die dag ooit écht gezien had! Nee een Don Juan was ik niet. Dus raadgevingen aan die voorlijke kleinkinderen… Het lijkt me geen geniaal idee. 
Een opa is er voor een knuffel, om te luisteren. Een opa leest een boek voor, kijkt met hen naar Samson en Gert of nog liever naar die hond met Marie. En vierentwintig keer naar Jungle Book. Opa is er om te veel snoep te geven. En om af en toe wat geld toe te stoppen om aan hopelijk totaal overbodige maar zo leuke zaken te besteden. Opa is er niet voor de blabla. Niet voor wijze raad. Niet voor gezeur. Laat dat over aan oude grijze mannen – en dat is niet wat opa wenst te zijn. Of aan de ouders, zij hebben er zelf voor gekozen. Opvoeders, bah! Wijze raad, sorry kinderen, ga een uurtje spelen – opa moet nodig een dutje doen.  

Johan de Belie

(*) Wegens geen foto van Opa Adhemar met kleinkinderen voorradig, dan maar die van een andere opa: wijlen Opa Walter Ceuppens met kleinkinderen. En zowaar ook een luistervoorbeeld…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.