Morgen zal het al 55 jaar geleden zijn dat in een interview met The Evening Standard John Lennon zich laat ontvallen dat The Beatles wellicht populairder zijn dan Christus…

De letterlijke tekst luidde: ‘Christianity will go. It will vanish and shrink. I needn’t argue about that; I’m right and I will be proved right. We’re more popular than Jesus now; I don’t know which will go first – rock’n’roll or Christianity. Jesus was all right, but his disciples were thick and ordinary. It’s them twisting it that ruins it for me.’
Het interview ging eigenlijk ongemerkt voorbij. Het zorgde pas in augustus 1966 voor een rel toen het Amerikaanse tienermagazine Datebook eruit citeerde n.a.v. de Amerikaanse tournee van The Beatles die er stond aan te komen. In Nashville (Tennessee) werd een publieke Beatle-verbranding georganiseerd. Duizenden mensen keken toe hoe platen van de Beatles op een brandstapel werden gegooid en scandeerden anti-Beatles leuzen. In de daaropvolgende dagen werden in de hele Bible Belt demonstraties en ‘Beatle-burnings’ georganiseerd. Sommige winkels weigerden nog Beatle-muziek in te kopen en in totaal 35 Amerikaanse radiostations draaiden hun muziek niet meer.
Aldus de Nederlandse site “Andere tijden” van de NPO, die verder nog weet te melden dat DJ Skip Voogd werd opgebeld door zijn chef Lex Karsemeyer van de NCRV omdat die vond dat er voorlopig geen enkele plaat van de Beatles op de radio mocht worden gedraaid. Althans, niet door een DJ van de NCRV. Het feit dat die week het nieuwe Beatle-album “Revolver” uitkwam, kon niets aan de beslissing veranderen: de directie had de Beatles in de ban gedaan en daarmee was de discussie gesloten. Skip Voogd moest de hit ‘Eleanor Rigby’ aan zich voorbij laten gaan.
Voogd: ‘Alle medewerkers van de afdeling lichte muziek legden zich daar maar bij neer en we draaiden dus geen Beatles, maar ik persoonlijk vond het dus een beetje waanzin. Bovendien was het nog waar ook natuurlijk, want inderdaad de uitspraak van John Lennon, dat ze populairder waren, de Beatles, dan Christus, dat klopte natuurlijk.’
Ook de anglicaanse bisschop van Montreal, Kenneth Maguire wordt in die zin aangehaald in een artikel in de Telegraaf van 11 augustus 1966: ‘Het is nu eenmaal een feit, dat de mensen meer naar de Beatles luisteren dan naar Jezus. (…) Bij het enige opinieonderzoek naar populariteit in de tijd van Jezus, werd hij tweede achter Barabbas, de eisen die Jezus stelde hebben het nooit waarschijnlijk gemaakt dat hij veel succes zou hebben. (…) Begrijp dit niet verkeerd, maar eerlijk gezegd, heb ik altijd gewild, dat er een psalm zou worden gezet op de melodie van Michelle, ik vind, dat de Beatles geweldig zijn.’
Ook de Christelijk Historische Jongerenorganisatie zond op 15 augustus een open brief naar de NCRV, waarin ze vroeg de platen gewoon te blijven uitzenden. Secretaris Rob Vermaas betoogde dat je weliswaar niet zonder meer kunt stellen dat de Beatles populairder zijn dan Jezus, maar ‘als het zo is dan hebben de managers van de Beatles de zaken beter door dan de managers van het christendom’.
Het opvallende antwoord van de NCRV was dat er helemaal geen sprake was van een boycot. In de notulen van het Dagelijks Bestuur van 22 augustus staat te lezen: ‘Over de zaak zelf kunnen wij kort zijn. Ons bestuur heeft zelfs niet overwogen tot een boycot van de Beatles over te gaan. Gesteld al, dat de gesignaleerde opmerking van de betrokken Beatle juist is – hetgeen geenszins is komen vast te staan – dan nog zouden wij er niet aan denken een zodanige maatregel als afkeurende demonstratie toe te passen. Een dergelijke ‘heksenjacht’ mag het in Amerika en in bepaalde fundamentalistische kringen goed doen, wij zijn van mening, dat dit strijdmiddel niet bij de geestelijke wapenrusting van de christen past.’
Die ontkenning is er wellicht ook de oorzaak van dat wij in Vlaanderen nooit iets hebben gehoord over de boycot bij onze noorderburen, dat in tegenstelling tot de acties in de VS. Daar waren de Beatles zelf toch aardig geschrokken van de affaire. Even is zelfs overwogen de Amerikaanse tournee af te zeggen, uit angst voor de persoonlijke bedreigingen die de Beatles nu ook ontvingen. Brian Epstein, manager van de Beatles, zette Lennon onder grote druk om publiekelijk zijn excuses aan te bieden. Met grote tegenzin stemde hij toe.
De dag dat de Beatles aankwamen in Amerika, op 11 augustus 1966, gaf Lennon een persconferentie in Chicago. Hij zei dat het hem speet dat iedereen zijn uitspraken zo verkeerd had opgevat, maar gaf zich ook niet geheel gewonnen. ‘I’m not anti-God, anti-Christ, or anti-religion. I was not knocking it. I was not saying we are greater or better. I think it’s a bit silly. If they don’t like us, why don’t they just not buy the records? (..) I’m sorry I said it for the mess it’s made, but I never meant it as an anti-religious thing. My views are from what I’ve read or observed of Christianity, and what it was, and what it has been, and what it could be. I’m not knocking it or saying it’s bad. I’m just saying it seems to be shrinking and losing context.’
Een beter antwoord gaf hij echter enkele jaren later in zijn songtekst van “Imagine”:

Imagine there’s no heaven
It’s easy if you try
No hell below us
Above us only sky (…)

Nothing to kill or die for
And no religion too

“Maar het duurde toch nog zeker drie maanden voor er weer af en toe een Beatle-plaatje op de NCRV radio te horen was,” zo eindigen Laura van Hasselt en Ad van Liempt hun reportage laconiek.

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.