Het is vandaag al 25 jaar geleden dat de Franse schrijfster Marguerite Duras is overleden.

Ze zag als Marguerite Donnadieu het levenslicht in Indochina (het huidige Vietnam), meer bepaald in Saigon (nu Ho Chi Minhstad), waar haar moeder werkte en zij later op internaat zat. Daarna studeerde ze in Parijs aan de Sorbonne en zat tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet, aldus Wikipedia, maar biografe Laure Adler (gewezen cultureel adviseur van president Mitterand en vooral bekend van het middernachtelijke televisieprogramma) vertelt een heel ander verhaal…
Volgens haar werd Marguerite Duras lid van de Franse KP omdat ze tijdens de oorlog als werkneemster van Gallimard joviale relaties met de bezetter onderhield. Meer bepaald met de Franse Gestapo-officier Charles Delval, die nota bene haar echtgenoot Robert Antelme achter de tralies had gezet (of misschien juist daaróm). Antelme schreef het boek “L’Espèce humaine” (1947) over zijn ervaringen in de kampen. Duras schreef over de periode van zijn terugkomst het boek “La Douleur”. Maar dat was pas in 1985. Vlak na de oorlog stuurde ze voor alle zekerheid een verzetsman uit de groep van “Morland” (Mitterand) achter Delval aan. Deze nieuwe minnaar werd echter prompt verliefd op de vrouw van zijn “slachtoffer” en Duras kon het schudden.
Nu de kaarten geschud waren, nam Duras dus een partijkaart, maar enkele jaren later werd ze uit de partij gestoten, niet zozeer omdat ze alweer een nieuwe minnaar had. Zelfs niet omdat ze twéé minnaars had, maar omdat die twee het ook met elkaar deden. Adler schuift het “verraad” in de schoenen van auteur Jorge Semprun, die dit echter woedend van de hand heeft gewezen.
Een groot deel van het werk van Duras is (semi-)autobiografisch. Ze kreeg ook grote belangstelling voor de film en schreef tot aan haar dood afwisselend romans en filmscenario’s. Zo schreef ze in 1959 het scenario voor “Hiroshima Mon Amour” van Alain Resnais. Het is een indringende schets over de flirt van een Japanse architect en een Franse actrice in het Hiroshima van na WO II. Aangezien de film begint met een parallelmontage, die close‑ups van de naakte verstrengelde lichamen van een Japanse man (Eiji Okada) en een Franse vrouw (Emmanuelle Riva) doorsnijdt met documentaire en geënsceneerde opnamen van de gevolgen van de eerste atoombom, is er weinig twijfel mogelijk wat de aard van Resnais’ en Duras’ engagement aangaat. De koppeling van liefde aan dood (de liefde die de dood overwint, maar ook de herinnering aan sterfelijkheid oproept, de kleine dood) is altijd al het hoofdthema geweest in het werk van Marguerite Duras en zou in deze film vooral geïnterpreteerd worden als een politiek manifest, door al diegenen die zich, mede om de laatste oorlog psychologisch te verwerken, in de jaren vijftig verzetten tegen de atoomwapenwedloop.
Veel later heeft Duras een deel van haar jeugd is beschreven in het semi-autobiografische boek “L’Amant” (1984). Ze is op dat moment al een alcoholiste eerste klas tot ze in oktober 1988 in een coma wegzinkt, waaruit ze pas negen maand (!) later ontwaakt. Ze doet dit zonder enige emotie. Ze krabbelt gewoon iets op een papiertje voor haar laatste lief, de jonge homo Yann André. Of hij haar manuscript wil gaan halen, want “il y a avait là une phrase malfaite. Je veux la reconstruire.”
In 1992 wordt “L’Amant” verfilmd door Jean-Jacques Annaud. Bij het omzetten van Marguerite Duras roman naar een filmscript, brachten regisseur Jean-Jacques Annaud en schrijver Gérard Brach enkele wijzigingen aan in het verhaal. Zo veranderden ze de leeftijd van de protagonist van 15½ naar 17, maar probeerden verder de ondertoon uit het originele verhaal te behouden. Net als in het boek wordt geen van de personages bij naam genoemd. Voordat de opnames van start gingen, bezocht Annaud Ho Chi Minhstad om de omgeving waar het boek zich afspeelt nader te bekijken. Hij was echter zwaar teleurgesteld over wat hij aantrof, toch besloot hij in Vietnam zelf te filmen. Daarmee was “L’Amant” de eerste westerse film die in Vietnam werd opgenomen sinds de val van Saigon in 1975. De opnames begonnen op 14 januari 1991, twee maanden voor de 18e verjaardag van de vrouwelijke hoofdrol Jane March. Daarom dienden de seksuele scènes te worden opgenomen in Parijs.
De film kreeg een gemengde ontvangst, maar wat Duras er zelf van vond dat heb ik niet kunnen terugvinden. Misschien was ze op dat moment al te ziek? Ze overleed immers op 81-jarige leeftijd aan keelkanker in Parijs. Ze ligt er begraven op de Cimetière du Montparnasse (en niet op Père Lachaise zoals velen denken). Op het graf staan slechts haar pseudoniem, twee data en de initialen M.D.

Ronny De Schepper

Verdere lectuur
Paul Depondt, Marguerite Duras’ mijmeringen, De Morgen, 17 november 1984

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.