Zeven jaar geleden verscheen de biografie van Nelly Maes onder de titel “Ongebonden best, vrouw en Vlaams” (*). Wie het boek doorneemt ontdekt dat de lotgevallen van Nelly Maes een mooie retrospectieve zijn van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd van de laatste helft van vorige eeuw.

Vlaamser kon haar naam “Maes” niet zijn. En ook niet haar afkomst. Geboren in 1941 in het eerder ruige milieu van de veehandelaars, als meisje op het platteland in Sinaai (deelgemeente van Sint-Niklaas sedert 1976) met alle attributen van een katholiek plattelandsdorp in 1941. En natuurlijk de oorlog die ook in dit dorp voelbaar was en families (en zelfs hele dorpen) verdeelde tussen “witten en zwarten”. Haar nonkel Gerard, was gemeenteraadslid in Sinaai, voor de extreemrechtse Vlaams- nationale VNV die met de Duitse bezetter collaboreerde. De collaboratie, de oorlog en de repressie maakten Nelly nieuwsgierig naar politiek, maar leiden ook tot bezinning: “Het heeft me laten inzien dat de oorlog een verwarrende periode is, en dat het op een smalle grens is in welk kamp mensen belanden, of je aan de ene kant of aan de andere kant terechtkomt. Dat maakt het achteraf moeilijk om de schuldvraag te beantwoorden”.
De moeder van Nelly zorgde voor contrast in het harde veehandelaarmilieu. Moeder hield van zingen en van poëzie. Ze had dramatisch talent. Ze had liefde voor het toneel. Nelly Maes: “Moeder en taal zijn voor mij heel belangrijk geweest”.
Het dorp werd verlaten en ze volgde normaalschool regentaat in Sint-Niklaas. “Vlaamsgezind was ze door haar moeder, flamingant werd ze in de middelbare katholieke school waar leeuwenspeldjes waren verboden”, zegt ze. Frans spreken in de Franse weken werden afgewisseld met Nederlandssprekende weken. Ze sloeg haar vleugels uit naar de jeugdbeweging Chiro, het jong-Davidsfonds, ze volgde cursussen van de Lodewijk De Raetstichting.
Ze kreeg na het einde van haar studies werk in het katholieke school Berkenboom in Sint-Niklaas. Ze mocht er haar lievelingsvak geschiedenis geven, naast Nederlands en Duits. Ze werd geen braaf katholiek leraresje zoals Vlaanderen er duizenden kent. Integendeel, ze ontpopte zich al snel tot een politiek strijdvaardige vrouw in een door mannen gedomineerde wereld.
Het boek schetst het verhaal van het begin van haar politieke activiteiten. In de loop van de jaren zestig werd ze lid van de Volksunie, wat toen niet vanzelfsprekend was in de oppermachtige CVP-staat. Heel wat deuren van de zuil gingen voor haar dicht. Haar eerste politiek mandaat in de gemeenteraad verwierf ze in 1970 in de gemeenteraad van Sint-Niklaas. Omdat ze altijd zichzelf bleef, legde ze een enorme flexibiliteit aan de dag wat haar toeliet in alle milieus ongebonden en assertief uit de hoek te komen gericht op de emancipatie van de mensen of ze nu vrouw of man waren, kleurling of wit. Of het nu in de gemeenteraad was, het Vlaams parlement of haar belangrijke rol in de Europese Vrije Alliantie (EVA) van het Europese parlement. Allerlei thema’s droegen haar aandacht weg zoals dossiers cultuur, vrouwenrechten, communautaire strijd, ecologie, wapenbeheersing, internationale relaties,… In het boek komt dit alles ruim aan bod.
Haar vele reizen naar verre exotische derde wereldlanden scherpten haar visie op ontwikkelingsbeleid aan. Of haar reizen naar het fascistische Spanje (Baskenland, Catalonië…) en de Oost-Europese landen in de Sovjet-invloedssfeer. Of haar contacten met andere nationalistische bewegingen in Europa vnl. linkse. In het boek blijkt haar grote inspiratiebron en collega in het Waasland: Maurits Coppieters, die als progressieve katholiek zou uitgroeien tot een icoon van het progressief flamingantisme. Progressief activisme werd haar niet in dank afgenomen door de extreemrechtse stroming. Midden de Koude Oorlog werd al wat progressief en democratisch was op door rechts op één hoop gegooid met communisme. Terwijl Nelly Maes en cs. zich ver af hield van het communisme en het marxisme. Als progressieve nationalist stonden de Volksuniejongeren wel achter het recht van het Vietnamese volk zich te herenigen en te vechten tegen de Amerikaanse aanvalsoorlog. Daar moest je geen marxist of communist voor zijn. Dat schoot extreem rechts in het verkeerde keelgat en de knokploeg van de VMO (Vlaamse Militantenorde) werd opgetrommeld om de VU-jongeren met Nelly Maes uit een Vietnambetoging (1972, Antwerpen) te ranselen. Gelukkig werd er een “cordon de securité” rond de VU delegatie gelegd door linkse jongeren. “De “stoottroepen” hadden echter te lang op café gezeten en kwamen te laat”, zegt Nelly Maes. Nadien kreeg ze als ‘toemaatje’ nog op haar huisgevel allerlei moois geschilderd zoals hamers en sikkels. Je moest al extreem-rechts zijn om Nelly Maes de bijnaam “rooie Nelly” te geven zoals het ’t Pallieterke met wellust deed. Nelly was niet rood, ze was een progressieve flamingante uit een middenstandmilieu, gekneed in een katholieke omgeving. Ze werd progressief op vele terreinen van de kunst, cultuur, vrouwenemancipatie, ontwikkelingshulp, internationale verhoudingen (op die terreinen was ze vaak assertiever dan de officiële “rode-rose” familie). Maar op economisch vlak was ze eerder sociaal-liberaal, gesymboliseerd in haar kortstondig voorzitterschap van de opvolger van de Volksunie: Spirit die zich vooral op het Nederlandse D66 inspireerde.. Het wordt allemaal uitvoerig uit de doeken gedaan in het boek.
“Ongebonden Best” (naar de woorden van de 16e eeuwse dichteres Anna Bijns) is een lezenswaardige en geïllustreerde biografie van een grote politica, die het flamingantisme verbond met progressiviteit en strijdbaarheid. Nu haar politieke loopbaan ten einde is gekomen, maakt ze zich nog nuttig. Niet door in luxueuze zetels van kapitalistische groepen te gaan zetelen tegen vette vergoedingen. Maar door actief te zijn in de Gravensteengroep, haar inzet als voorzitster (tot 2009) van het Vlaamse Vredesinstituut (dat in de schoot van het Vlaams parlement werd opgericht) en als voorzitster van het Algemeen Nederlands Verbond (ANV) (waar ze op de eerste lijn staat in het project dat de herdenking van Willem I en de oprichting van het Koninkrijk der Nederlanden in 1815 voorbereidt). “Ongebonden best” is niet zomaar een biografie geworden. Het is ook de biografie van de Vlaamse beweging geworden die sinds de bevrijding na WOII opnieuw democratische paden bewandelde, in een zich ontwikkelende welvaartsstaat (waar nog geen sprake was van neoliberalisme), waarin de secularisatie heel wat progressieve energie heeft vrijgemaakt in de Vlaamse katholieke wereld. Die energie zocht in verschillende richtingen en onder verschillende vormen een uitweg: zowel in de arbeidersbeweging, de nieuwe sociale bewegingen maar ook in de Vlaamse beweging. In deze laatste is Nelly Maes (en haar inspirator Maurits Coppieters) één van de toonaangevende voorbeelden geworden. De lezing van haar biografie zet dat alles mooi op een rijtje.

Miel Dullaert (in “Meervoud”)

(*) Ongebonden best, Nelly Maes, vrouw en Vlaams; Alain Debbaut, Uitgeverij Pelckmans nv, Kalmthout, http://www.pelckmans.be, 279 blz., 2013.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.