Het is vandaag al 25 jaar geleden dat in het Universitair Ziekenhuis te Edegem, op 66-jarige leeftijd, Karel Smet is overleden in omstandigheden die eigenlijk nooit echt opgehelderd zijn. Bij leven en welzijn was hij een talentrijk wielrenner, die tot de absolute top had kunnen behoren, mocht hij in zijn jonge jaren geen speelvogel zijn geweest…

Karel (Charel) Smet werd geboren te Temse op 16 maart 1930 als oudste van de vijf zonen van Antoon Smet, melkman, en Rachel Laureys. Na lagere school aan de plaatselijke gemeenteschool en een jaar vakschool (elektriciteit) werd hij werkzaam als automecanicien, eerst in Temse, later in Machelen en Willebroek.
Na de oorlog nader in contact gekomen met de wielersport als supporter van onderbeginneling Albert Daelman (Velle), werd hij spoedig zelf ook wielrenner (1948, zonder vergunning). Hij ontpopte zich meteen als een belofte en won vijf wedstrijden. In zijn tweede seizoen boekte hij zes overwinningen. Tot de liefhebberscategorie toegetreden in 1950, bevestigde hij zijn rijke kunnen. Met Rik Van Looy, Fred De Bruyne, Willy Vannitsen e.a. behoorde hij tot de elite van de Belgische amateurs. Hij was veelzijdig talentrijk, was zowel een hardrijder als een sprinter, maar het was vooral als sprinter dat hij furore maakte. Hij behoorde tot de snelste sprinters van zijn generatie en versloeg als amateur geregeld alle grote namen, de voormelde drie topspurters incluis.
Karel Smet was een natuurtalent. Als amateur kon hij het zich veroorloven zijn pallieteriaanse levenswijze voort te zetten en toch bij de betere renners te behoren. In zijn beste jaren boekte hij meer dan dertig zeges in één seizoen.
Karel bleef liefhebber, tot hij in 1967 de fiets aan de haak hing. Hij was toen al een oude rat tussen al die jonge renners, maar ik herinner me een typisch voorval bij de start van een koers in de Hollebeekstraat in Temse. Het was toen snikheet en om verkoeling te zoeken, stapte Charel in een kolenveld, koos daar een groot blad uit en schoof het onder zijn petje in zijn nek. Eerst werd er wat gelachen, maar kort daarna plunderden bijna alle renners dat kolenveld. Die boer zal content geweest zijn!
Als automecanicien (Diesel-specialist) was hij daarna in opdracht van zijn werkgever verscheidene jaren werkzaam in het buitenland (vooral Afrika). Nadat hij in 1979 was teruggekeerd, hervatte hij – op 49-jarige leeftijd – het wielrennen. Hij sloot zich aan bij de Vlaamse Wielrijdersbond (veteranen) en nog datzelfde jaar behaalde hij zeven zeges, waaronder de kampioenschappen van België en Oost-Vlaanderen; in het wereldkampioenschap reed hij in de laatste rechte lijn in winnende positie, toen de trapper van een vluchtgezel in zijn wiel sloeg en enkele spaken braken, waardoor hij uiteindelijk slechts vierde eindigde. De daaropvolgende jaren bleven de uitslagen op peil. Hij werd meermaals kampioen van Oost-Vlaanderen en driemaal Belgisch kampioen bij de veteranen. Ook bij de vrije amateurs en de WAOD boekte hij goede resultaten.
Hij huwde in 1953 met Maria Weyn. Zij kregen drie kinderen (één jongen, twee meisjes), van wie de tweeling (°25/3/1959) voortijdig overleed: Chantal, ingevolge ziekte, negen maand na de geboorte, en Patrick, een beloftevol wielrenner, op vijftienjarige leeftijd (+ 2/10/1974) bij een ongeval op de Scheldebrug.
Karel Smet bleef koersen tot in 1994. Een amputatie van de linkerarm in maart 1995 maakte een einde aan zijn carrière. Een ongelukkige val begin 1996 liep fataal af (*).
Over Karel Smet verscheen een gedetailleerde levensschets van de hand van Luc De Ryck in de Wase editie van De Voorpost van 22/8/1980; het februari-nummer 1995 van het WAOD-blad De Volger wijdde zijn hoofdartikel (portret en interview) aan Karel.
Naar aanleiding van zijn overlijden vroeg Luc De Ryck destijds een reactie aan Rik Van Looy: “Ik herinner mij Charel zeer goed. Hij was een groot talent, hij kon alles en was bij de beste sprinters. Hij heeft mij meermaals geklopt. Hij had de typische mentaliteit van de amateurs uit onze jaren: levenslustig, graag fietsen maar niet alles geven voor de wielersport – dat was goed als je beroepsrenner werd. Ik bewaar de beste herinneringen aan deze sympathieke en talentrijke generatiegenoot.”

Ronny De Schepper
(op basis van gegevens van Luc De Ryck)

(*) Dit is de officiële versie. Zie de reactie van kozijn Werner Lyssens hieronder voor een mogelijk realistischer alternatief.

2 gedachtes over “Karel Smet (1930-1996)

  1. Mijn kozijn Karel is inderdaad in dat bewuste jaar 1996 ongelukkig ten val gekomen aan de Fonteinstraat na het bezoek aan de herberg Polderrust. Door wie hij daar werd neergemept is nooit uitgekomen. Het leek op een roofmoord die zonder ernstig onderzoek werd geklasseerd. Wellicht heeft iemand hem in het café bezig gezien en zijn goedgevulde portefeuille daarbij. In elk geval is Karel daar op de hoek neergeklopt, en was het gezien zijn handicap een makkie om hem flink toe te takelen met de tragische gevolgen vandien.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.