Wat is de ecologische impact van de eland? Hij woelt met zijn hoeven de aarde om, en strooit via zijn uitwerpselen zaadjes in het rond – bevruchting van de aarde! Een boeiend onderwerp? Nee vrees ik. Wat kan dan wel interessant zijn, wat houdt de medemens bezig, wat intrigeert onze geesten en zet onze hersencellen in werking. Om dat te ontdekken kijk ik eens om me heen, snuffel her en der. Wat valt me op… Lijstjes, in toenemende mate. In alle formaten. Top 5, top 10, tot top 500. Of helemaal geen top, gewoon lijstjes at random, zonder rangschikking. Voorkeuren. Een opsomming. Je kan immers niet altijd appelen met een côte à l’os vergelijken. Meestal dient er gekroond en bekroond te worden, dat houdt de spanning er in. En voor de winnaar kan er een prijsje aan geknoopt worden. De essentie is het niet. Het gaat om het lijstje. En over wie het samenstelt.

Soms laat het zich dwingen, bij sportevenementen is het klassement – het lijstje dat achteraf verschijnt – onderworpen aan de uitslag, enfin meestal toch (het kan al eens fout lopen, en geeft dan wekenlang stof voor discussie). Zo’n opsomming is verder totaal oninteressant wegens niet te beïnvloeden door u en mij, de kleine man. Of ook te onpersoonlijk. De échte lijstjes zijn deze waarachter een individu schuilgaat, of waaraan wij onze eigen voorkeuren kunnen toetsen, of waar wij een vinger in de pap kunnen steken. Wanneer wij gevolg kunnen geven aan de dramatische oproep via de media om onze mening via een sms (kostprijs 50 cent) te kennen te geven: wat wordt dé zomer/winter/herfst-hit, of zal op nummer 1 belanden in de postpunk top 1000.   

Sinds jaar en dag zijn er de hitlijsten, de popmuziek. Een fenomeen dat niet meer weg te denken is uit de muziekindustrie. Gevolgd door velen: de rechtstreeks betrokkenen, uitvoerders, en al wie er financieel gewin uithaalt, maar ook luisteraars en vooral fans die hun idolen aan de top willen zien verschijnen. Gebaseerd op, ja op wat… verkoopcijfers? Die vlotjes gemanipuleerd worden. Gek genoeg ontsnapt zelfs de dierenwereld niet aan het fenomeen. Jaarlijks leren we wie de populairste vlinder is, de meest gezochte mot. En bij de vissen zie ik de Mooie Meid wel eens terecht bovenaan prijken; daarmee steekt zij de blauwe vinvis de loef af, hoewel een filet van dat beest ook smaakt net als eentje van de fugu maar met die moet je misschien wel een beetje opletten. Culinair word je ook wel opgelijst, een rangschikking met drie of twee sterren, met enkele koksmutsen.

Lijstjes, je ontkomt er niet aan. Hoe eerbiedwaardig ook. Zelfs de literatuur huppelt mee. Zo spannend. Vaak schotelen ze de geïnteresseerde lezers eerst een longlist voor – kan hij zich alvast deze reeks boeken aanschaffen. Later selecteert men daaruit dan de shortlist, nu komt wie minder leest in actie: vijf boeken, dat is nog te behappen. Slechts op één plaats blijkt er de voorbije decennia een aversie tegen het begrip lijst ontstaan te zijn, dwars tegen de algemene trend in. Een gunstige evolutie vermits ik mag verwijzen naar de opvoedkunde. Ooit werd het op onze ‘rapporten’ vermeld: de rangschikking; wie de slimste, de meest ijverige, volgzame was van de bende nietsnutten waarmee je een jaar lang de muffe lucht had ingeademd. Aan het nummer van die behaalde plaats konden de ouders de mate van inzet van hun bengel beoordelen in vergelijking met de nietsnut van Jos en Mariette. Naijver of trots zouden hun deel worden. Harde woorden of een extra zakcent de bekroning voor het al dan niet gekroonde exemplaar.
Na zovele jaren, terwijl lijstjes, hitparades, opsommingen om me heen wervelden. Ze door de media op mij werden losgelaten. Mijn ontvankelijk en weerloos brein bestormden. Mijn gemoed prikkelden en mijn IQ drastisch naar beneden lieten tuimelen. Terwijl de cijfers 1 tot 20 zich als een virus doorheen mijn geest verspreidden… ik bezwijk. Ik overweeg, op een ogenblik dat alles tegenwerkt, dat de boze krachten allen samenspannen (verveling slaat de handen in elkaar met te veel tijd, de temperatuur is te hoog om iets beweeglijks te ondernemen, over het huis is een doodse stilte gedaald want ik word enkele uren tot kluizenaar gebombardeerd), of het niet prettig zou zijn zelf ook eens… Och al was het slechts één keer in mijn bestaan. Eén klein armzalig, petieterig lijstje, het hoeft niet eens een rangschikking te zijn – gewoon enkele namen, wat gepuzzel. Berokken ik iemand kwaad? Nee toch. Onschadelijk voor mens en milieu. Een onderwerp? Muziek misschien. Laat ik eens proberen tien liedjes te vinden die mijn leven ritme, mijn bestaan emotie bezorgd hebben. Een lijstje vol nostalgie. Maar wat heb ik dat onderschat zo blijkt. Mijn grijze cellen stomen, de kronkels wentelen zich: wat een overvloed aan liedjes, goede liedjes, memorabele nummers heeft zich in mijn nochtans amuzikale brein opgestapeld… Tenslotte zal ik, koppig, niet opgeven, besluiten om zomaar de meest emotionele songs uit mijn verleden opnieuw aan mezelf prijs te geven. Hen op te diepen uit de krochten van mijn obscuur bestaan, eventueel samen met de herinnering die hun noten, ritme en woorden aan de genadeloze nieuwsgierigheid prijsgeven.
Het is al dadelijk raak. En gaat ver, heel ver back in time. 1966. Het beeld is inmiddels wel heel vaag. Van de ‘Supergirl’ die verwant is met het gelijknamige lied van de Britse zanger Graham Bonney (°London 2.6.1943, geboren Graham Bradley). Een zeer platonische verliefdheid op dat meisje uit een nabije nonnenschool dat – romantiek ten top – balletles volgde. Die niks gemeen had met de tekst van die song die Bonney op de wereld losliet, “Hey Supergirl with your fine fancy clothes, it’s funny you don’t need money tonight… leave your golden cage…”. Zij zal wel geld nodig gehad hebben, ik heb haar immers nooit ‘vrijgehouden’: een afspraakje zat er niet in. In zijn thuisland oogstte de zanger weinig succes maar in Duitsland verdreef zijn supergirl The Beatles zowaar van de eerste plaats op de hitparade. Meteen ging hij optreden in de befaamde Hamburgse Star-Club, John en Paul achterna die hier in 1960 en 62 reeds de boel op stelten zetten. Een miljoen exemplaren van het supermeisje gingen er vlot over de toonbanken terwijl Bonney voor een verdere carrière in Germanendom opteerde – het thuisland lustte hem duidelijk niet. Hij toerde met o.m. Chris Andrews en the Beach Boys, wat wel iets zegt over het genre muziek dat hij verder beoefende – vlotte pop. Zoals die hit die hij nog scoorde in 1972, ‘Papa Joe’, origineel van de Amerikaanse meisjesgroep The Dixiebelles, bij ons eerder bekend in de versie van The Sweet. En Bonney… nog levend en wel, en zingend… Duitsland is groot en schlagerfestivals even talrijk als schnitzels en bratwursten.

Voor mijn nummer 2 spring ik zes jaren verder, naar 1972, en meteen ook weg uit de stad van mijn prilste jeugd. Naar Gent, universiteit, of toch in de buurt van dat indrukwekkend fenomeen dat ik mondjesmaat bezocht. Men trof me meer aan in etablissementen gelegen aan de Overpoort. In één daarvan bevond zich op de jukebox een single die mij bekoorde én ontstelde, en die onbetwist hét liedje leverde dat mijn mislukte studententijd symboliseert. ‘Nine by nine’ van John Dummer’s Blues Band; u kan het woordje ‘blues’ ook vervangen door ‘Famous Music’ of door ‘Oobleedooblee’, dat klopt allemaal… hij wijzigde de naam graag net als de bezetting van de band: een gaan en komen van jewelste. Hij werkte nauw samen met Graham Bond, de vader van de Britse r&b van de jaren 60. Voor dit instrumentale nummer was de singer-songwriter Nick Pickett verantwoordelijk. Hij bleef slechts zes maanden bij de band, zong er niet, speelde er geen gitaar noch piano maar wel zoals dominant op ‘Nine by nine’: viool. Het klinkt, zacht gezegd, heel vreemd – snerpend en vals; en toch betoverend meeslepend. Net zoals Supergirl zou het nummer geen sant in eigen land worden maar wel in Frankrijk waar het 250.000 maal verkocht werd. Hier? Geen idee. Alvast één exemplaar, voor een jukebox in een café aan de Overpoort. En John Dummer? Verder de bluestoer op, als supporting act van o.m. John Lee Hooker en Howlin’ Wolf. Om te eindigen in Zuid-Europa als antiekhandelaar. 
Het moet me maar vergeven worden dat ik me bij het samenstellen van dit lijstje beperkte tot ‘liedjes’ en voorbijging aan klassiek, jazz, blues… het was zo reeds voldoende onoverzichtelijk, om niet te zeggen een absurde taak. Wie haalt het in zijn hoofd om bijvoorbeeld uit het repertoire van The Beatles één nummer te plukken en vooruit te schuiven. Vooruit dan maar. ‘The fool on the hill’ (1967). Getekend Lennon en McCartney maar in feite geschreven door Paul. De idee zou in hem gerezen zijn na een ontmoeting met een man in het park van Primrose Hill, waar hij wandelde met zijn vriend Alistair Taylor (assistent van hun manager Brian Epstein) die het voorval in de boeken die hij over de groep zou schrijven ook vermeldt. Deze wat vreemde man bleek na het wisselen van enkele woorden over het landschap, terwijl de aandacht van McCartney en Taylor even afgeleid was, plots mysterieus verdwenen… Paul had bij dit voorval de goeroe Maharishi Mahesh Yogi in gedachten. Wat ook een rol speelde voor de inspiratie was het Nederlands collectief ‘The fool’ dat vooral actief was in de Britse popwereld met psychedelische kunst, ontwerpen (o.m. platenhoezen en kostuums) en muziek. Tenslotte belandde het nummer op de LP en in de film ‘Magical Mystery Tour’. Voor de beelden, uitsluitend Paul springend en dwalend over de heuvel, werd gefilmd nabij Nice. Voor de groep werd dit nummer geen hit, wel bekend zoals zowat alles van de band. Maar het werd gretig gecoverd door nogal wat bekende namen, Sergio Mendes, Bobbie Gentry, The Four Tops, Vera Lynn, Petula Clark, Shirley Bassey, Sarah Vaughn, Björk… En Paramount had er anderhalf miljoen dollar voor veil om het nummer op te nemen in de soundtrack van ‘Dinner for Schmucks’. Wat mij zo bekoort? Het is een mysterieuze song, hij heeft iets triest en tragisch, weemoedigs in zich. Er is natuurlijk de tekst, er is de slepende melodie, er zijn de dwarsfluiten… er is de identificatie met de eenzaat op zijn heuvel, hij begrijpt de wereld niet, de wereld begrijpt hem niet. “Day after day alone on a hill the man with the foolish grin is keeping perfectly still, but nobody wants to know him, they can see that he’s just a fool and he never gives an answer. But the fool on the hill sees the sun going down and the eyes in his head see the world spinning ‘round. (..) head in a cloud, the man of a thousand voices talking perfectly loud, but nobody ever hears him, or the sound he appears to make and he never seems to notice…”.

Melancholie, op dezelfde toer ga ik verder al is het volgend nummer ook een bittere klacht. Frank Boeijen. Zijn stem, zijn teksten (vaak poëzie, soms niet drammerige boodschap), de melodieën die blijven hangen, de arrangementen… ik hou van zijn werk. De simpele ‘Linda’, het geëngageerde ‘Zwart wit’, het sfeervolle ‘Winter in Hamburg’, ‘Koud in mijn hart’, ‘Paradijs’, zelfs zijn versie van de Cohenklassieker ‘Suzanne’ met Yasmine. Maar mijn favoriet, niet alleen wat hem betreft maar binnen het ganse Nederlandstalig repertoire, is ‘Kronenburg Park’ (1985). Toen hij op een avond langs dat bewuste park in Nijmegen reed vingen de lampen van zijn auto een vroegere schoolvriendin: zij stond daar als heroïneverslaafde prostituee. Voldoende aanleiding om er dit schrijnend lied over te schrijven. “Ga die wereld uit, 1 seconde en rij snel door die wereld uit. Ga die wereld uit. 1 seconde, en kijk goed rond in ons paradijs en vraag niet naar de weg, want iedereen is de weg kwijt…”. In een laatste strofe vertelt hij kort over een man, op stap naar zo’n hoertje terwijl zijn vrouw thuis wacht onwetend over de ontevredenheid die haar man drijft. Wat lokt en bekoort mij in deze song? Niet het thema maar de sfeer, de donkerte, gedragen door de melodie, de stem van Frank Boeijen, het achtergrondkoor (de discogroep Mai Tai) en zinnen als “iedereen is de weg kwijt”. Zwelgen in nostalgie en weemoed.

Ter afwisseling kan ook de Engelse versie ‘Round Midnight’ beluisterd worden al bevinden we ons dan wel in ‘Central Park’.  Weemoed, melancholie, vooruit dan maar. “It’s getting dark outside, daytime is done. (…) Let’s make love again, we got time. I am yours, you are mine”. Een slaapkamer, een bed, de overgordijnen deels dicht geschoven, het tanend daglicht. ‘Love in the afternoon’, Marianne Faithfull, geplukt uit het verder minder succesvolle album ‘A secret life’, release 21 maart 1995. En ja, er zijn heel wat nummers van deze dame die in feite meer beklijven, die veel meer vertellen want een levensverhaal bezit zij wel. Van liefde, drugs, armoede, ellende. Van schoonheid. Bitter vaak. Een leven dat zij wist te verwoorden en op grandioze wijze met haar rauw stemgeluid te bezingen. Van het overbekende ‘As tears go by’ met dank aan de heren Stones, Jagger en Richards, oorspronkelijk met haar frêle stemmetje maar beluister ook de versie op het album ‘Negative Capability’ (2018), over wat zij aanricht met de liederen van Kurt Weil en Berthold Brecht op ’20th Century Blues’ (1996) (o.m. Alabama Song, The ballad of a soldiers wife, Mack the Knife) of het breekbare ‘Boulevard of Broken Dreams’. Nog parels, het album ‘Easy come, easy go’ (2008) met door de ziel snijdende nummers als ‘Down from Dover’ en ‘In Germany before the war’ en het album ‘Before the poison’ (2004) waar zij zich muzikaal liet bijstaan door o.m. P.J. Harvey en Nick Cave. Toch koos ik voor die liefde in de namiddag, niet omdat het thema mij zo boeit, louter wegens die sfeer… woorden, klank, stem, begeleiding. Een ‘zondige’ liefde… Het definitieve einde ervan, of toch niet? “Don’t want my husband or my friends to know”. Zo’n alledaags beeld: “Zip up my dress, can’t find my shoes”; het zegt zoveel in zijn gewoonheid. Terwijl zij haar minnaar waarschuwt: “Don’t fall in love with me, too much to loose” en haar gedachten de andere kant uitschieten: “The kids are home by now”. Het schuldgevoel vervat in dit kleine zinnetje, die flits van een gedachte. Dus: “I really think this afternoon must be the last (…) Thanks for loving me.” Punt. Punt? Hoewel: “Call you tonight” zingt zij hem nog toe… love in the afternoon zal misschien in de schemeravond een vervolg kennen.

Tristesse, vooruit dan maar nu ik toch bezig ben. Mijn jeugdidool, Adamo. Er waren er wel meerdere om mee te dwepen, vooral Franstalige, Françoise, Sylvie, en de ganse horde die op Europe Nr.1 gedraaid werd, maar Salvatore was jarenlang mijn numero uno. Alle LP’s gekocht. Het is dus heel moeilijk om één lied te selecteren. Bijna opteerde ik voor iets uit de minder bekende ‘Chansons non commerciales’ uit 1963 die tien diepdroeve nummers bevatte waar hij zich op gitaar begeleidde, heel sober, ‘Le train va’, ‘Il n’est pas fou’, ‘Ballade à la pluie’, tranen met tuiten enfin! Ik had het voor hem, met als hoogtepunt het ogenblik dat hij zijn handtekening plaatste op de hoes van een EP’tje (zo’n schijf bevatte vier nummers, dit ten behoeve van de jeugdige lezers). Hij signeerde in de beruchte platenzaak Willy Hermans, hét muziekcentrum van het Waasland. Zijn naam met de A tot frivool mannetje getekend prijkt nog in mijn verzameling, het optreden dat ik bijwoonde figureert nog in mijn herinnering. Net als de gedachte aan zijn jongere zus Délizia die ik… welja delicieus vond; haar muzikale carrière kwam nooit van de grond. Mijn poging om de vertaling van de teksten van Adamo’s liedjes door hem te laten zingen mislukte eveneens – ze belandden wellicht in zijn prullenmand. Wat selecteerde ik tenslotte uit dat overaanbod. ‘Tombe la neige’. 1963. Een succesverhaal. Er bestaan van dit liedje meer dan 500 versies. Hijzelf nam het op in het Duits, Italiaans, Spaans, Braziliaans, Turks, Viëtnamees, Russisch, Perzisch, én in het Japans als ‘Youki Wa Furu’ waar het 72 weken in de hitlijsten bleef staan. En toch is het een heel eenvoudig liedje. Triest. “Tombe la neige tu ne viendra pas ce soir. Tombe la neige, mon coeur s’habille de noir.” Tegenstelling, het beeld van de witte pure sneeuw, meteen die zwarte omfloersing van het hart. “Ce soyeux cortège tout en larmes blanches”, de vallende sneeuw, een stoet, een rouwstoet van witte tranen… “L’oiseau sur la branche pleure le sortilège, tout est blanc de désespoir.” Wanhopiger moet het voorlopig niet worden, avond, sneeuw, verlatenheid en een vogel die ook al treurend en kleumend op een tak zit. Wat een beeld. 
Wat heb ik nog in petto, een andere in het Frans zingende Belg. Nee niet Stromae, evenmin onze koning van de garnaalkroket Arno voor wie ik diepe bewondering koester. Nee, ik dacht aan Jacques Brel. Meteen hetzelfde probleem natuurlijk, een overvloed aan nummers. ‘Amsterdam’, ons ook zo bekend dankzij Liesbeth List die heel wat van de meester op plaat zette. Mort Shuman bracht er een Engelse versie van, heel vreemd. ‘Le plat pays’, het bitse ‘Les bourgeois’, het cynische ‘Le moribond’ dat als ‘De stervende’ door Will Ferdy knap vertaald werd. ‘Ne me quitte pas’ zou voor de hand liggen, door zowat iedere artiest gecovered. Maar ik opteer, we zijn toch weemoedig bezig, en ik ben het ook wel aan status en leeftijd verplicht, voor ‘Les vieux’ (1963). Tekst uiteraard van de meester zelf, voor de muziek bijgestaan door Gérard Jouannest en zijn jarenlange compaan Jean Corti. “Les vieux ne parlent plus ou alors seulement du bout des yeux. Même riches ils sont pauvres, ils n’ont plus d’illusions.” En zonder die illusies, dromen, toekomst ben je arm en lamgeslagen natuurlijk. “Is het omdat ze te veel gelachen hebben dat nu hun stem trilt. Is het omdat ze te veel geweend hebben dat er nog tranen aan hun wimpers kleven.” “Et s’ils tremblent un peu est-ce de voir vieillir la pendule d’argent qui ronronne au salon, qui dit oui qui dit non, qui dit: je vous attends.” Machtig idee, de klok die de tijd, hùn tijd wegtikt, onverbiddelijk, langzaam, te traag? Muzikaal schitterend begeleid, een wegstervend ritme… “Les vieux ne rêvent plus, leurs livres s’ensommeillent, leurs pianos sont fermés”. Er is geen interesse meer, hun wereld is gekrompen. “Leur monde est trop petit. Du lit à al fenêtre, puis du lit au fauteuil et puis du lit au lit. (…) “Les vieux ne meurent pas, ils s’endorment un jour et dorment trop longtemps.” En dan, concludeert Brel, rest er één, “le meilleur ou le pire, le doux ou le sévère”, dat maakt niet uit, hij of zij bevindt zich eenzaam in de hel. We kunnen hem of haar soms ontmoeten, gebukt onder het verdriet “en s’excusant de n’être pas plus loin”. Een vrolijk lied is het niet. Zeggen dat Brel dit schreef toen hij 34 was. Hij had zelf nog vijftien jaren voor de boeg, Het beeld van ‘Les vieux’ werd hem bespaard!
Er bestaat iets als een quotum betreffende het programmeren van Nederlandstalige liedjes. Radio 1 zou zo 15% van het aanbod eraan moeten ‘wijden’, Radio 2 maar liefst 30%. Om dat met mijn lijstje te behalen… tamelijk idioot dergelijke cijfers. Maar ik ga toch op zoek in onze contreien en aarzel tussen… niet Salim Seghers en Marva maar Johan Verminnen en Raymond van het Groenewoud. Veel wikken en wegen hoef ik niet te doen, al raak ik vaak in de ban van de fluwelen stem van de eerste, de laatste heeft mij meer te vertellen. Ik ging reeds voor de bijl bij nummers als ‘Meisjes’, het krachtige ‘Je veux de l’amour’, het tedere impressionistische ‘Twee meisjes’, en recenter helemaal bij het lied over zijn vader ‘Bitter en Bot’. Desondanks opteer ik voor ‘Brussels by night’ dat dateert van 1979. Omwille van de sfeer, en omwille van de verwijzing naar de gelijknamige film van Marc Didden (scenario en regie) van 1983, waarvoor festivalgoeroe Herman Schueremans het kapitaal ter beschikking stelde. Een film over het Brusselse nachtleven waar Max (François Beukelaers) Alice en Abdel doorheen op sleeptouw neemt. Van het Groenewoud zou dan ook voor de muziek bij de film zorgen. Welke song geeft op dergelijke magistrale wijze de duistere sfeer weer van een stad. Ja Wannes Van de Velde was er in 1973 al toen hij in Antwerpen ronddwaalde, “Ik wil deze nacht in de straten verdwalen, de klank van de stad maakt mijn ziel amoureus…”. Maar dat klinkt heel wat optimistischer, “lot diese nacht noêt ten ende zijn”. Dan Raymond: “In de Rue Rivoline naast het eethuis Le Steak, achter zware gordijnen staat de Sjah-discotheek. Aan de jassen die hangen ’t etiket van Louise. (…). Brussels by night allerlei lichtjes. Veel strangers in the strijd, in Brussels by Night”. De toon is gezet, de sfeer is bepaald, dan gaat het dieper: “In de straat van Bojème neemt een meisje je mee. Er wordt soms geschoten. De wet zwijgt gedwee.” Brussel, de grootstad, prostitutie, geweld. Amusement, vertier: “Dansen, drinken, betalen. Taxi geel, taxi zwart. Op de kee van de mossels begint reeds de markt.” Met enkele woorden zet hij het nachtelijk gebeuren neer en laat langzaam de ochtend gloren over de straten. Ontwaken na “Brussels by Night, katers bij ’t ontbijt” en terug de hort op: “Ha we treffen het Ketje, oh zo grappig en leep. Deze stad wil men helpen maar dan liefst om zeep.” Horen we daar de schalkse maar ook bittere kritiek van het Ketje, de echte Brusseleir… “Brussels by night, how bright the city lights. Wie geld heeft is allright, ’t is een duur dat is een feit. Hier zoekt een vent een meid, hier zoekt een bok een geit, hier zoekt een bok een bok, hier zoekt een geit een geit. Snel vliegt de tijd… de kamers met ontbijt. Brussels by Night”. Daar draait het in wezen om, in die duistere stad, waar men in helverlichte bars een donkere hoek zoekt, of zich naar de trap laat leiden, hunkert iedereen naar contact, naar warmte, weg uit de eenzaamheid. Die weemoed, dat trieste, dat langoureuze, het druipt van de woorden en van de muziek en van het stemgeluid van de heer van het Groenewoud. Wat had tv-maker, regisseur Nic Balthazar over dit lied te vertellen: “…geniaal, een woord dat je niet al te vaak mag gebruiken. Van het Groenewoud staat voor mij op de ijle hoogten van Brel en Brassens”.
Een mooie afsluiter toch. Wie wou tellen: mijn lijstje bevat negen liedjes. Tien ware logischer geweest. Zo blijkt maar weer, ik behoor niet tot het gilde der logisch denkenden en ja ik blijf wat voorzichtig rebels. Was er geen tiende lied meer dat mij bekoorde, dat voor mij een plaatsje verdiende in mijn persoonlijke ‘eregalerij’. Tuurlijk wel, nog honderd. Maar deze drijven boven – en genoeg is genoeg. Hiermee vul je een halfuurtje. Vol tristesse vrees ik. Het valt op, ze zijn nogal droef. En ook: blijkbaar is de tekst voor mij nogal belangrijk – die bedenking maakte ik me toen ik het nog eens overschouwde; hoewel het toch steevast de combinatie woord/muziek is die de doorslag geeft.     

Johan de Belie                

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.