J.M. (John Maxwell) Coetzee, geboren te Kaapstad op 9 februari 1940, schreef zo’n 20 romans, bundels verhalen en essays. Dat leverde hem in 2003 de Nobelprijs op. Hij studeerde literatuur in de USA aan de universiteit van Texas en doceerde daarna zelf aan universiteiten in de US, Zuid-Afrika en Australië. Naar dit laatste land emigreerde hij in 2002; hij werd er tenslotte staatsburger. Coetzee werd vooral bekend als een politiek geëngageerd auteur. IJverend voor democratie, mensenrechten, agerend tegen apartheid en opkomend voor de dieren.

‘Diary of a Bad Year’ (‘Dagboek van een slecht jaar’; uitg. Cossee, Amsterdam) verscheen in 2007. Het is een drieledig boek en laat zich ook zo lezen: Coetzee schreef onder elkaar drie teksten: een serie essays, een aantal dagboeknotities en een roman. Het is aan de lezer hoe hij dit alles te lijf gaat! Lees je eerst de essays, dan het dagboek… Of tracht je na elke (korte) beschouwing de persoonlijke overweging mee te pikken en daarna ook de draad van de ‘roman’ te volgen. Dit procedé lukt aardig. Al is een tweede lezing op de andere wijze vast nuttig.

De schrijver in dit werk, de ik-figuur, is herkenbaar als Coetzee – overwegend. Een ouder succesvol auteur, blijkbaar heeft hij een zeer hoge onderscheiding (Nobelprijs) ontvangen. Beroemd dankzij zijn romans, maar ook wegens zijn ideeën: hij werkt momenteel aan een boek waarin hij, samen met een aantal andere schrijvers, zijn meningen over actuele thema’s ventileert. Hij ontmoet het meisje Anya; zij woont met haar oudere vriend Alan in hetzelfde flatgebouw. Betoverd, ont- en geroerd door haar schoonheid stelt hij haar die werkloos is, voor bij hem te komen werken als typiste. Zij aanvaardt. Hadden we dit alles geleerd uit de eerste bladzijden van het (verder steeds ontroerende) dagboek, dan start nu (op pagina 28) de roman: Coetzee laat hier Anya aan het woord, zij zal de ik-persoon worden en ons getuige laten zijn van de relaties tussen de hoofdpersonen, de schrijver die zij Señor C noemt, haar vriend Alan en zijzelf. Het zal een boeiend spel worden.

Met de platonische verliefdheid van de oudere man, de verregaande jaloezie van de bureaucraat Alan die allerlei verdachtmakingen over de intenties van de ‘geile oude man’ formuleert, die zelfs plannen smeedt om de auteur te bestelen… Met Anya zelf die langzaam vat krijgt op de inhoud van wat geschreven wordt. Op de ‘Meningen’ die handelen over o.m. ‘de Staat’, democratie, vrijheid, terrorisme, pedofilie, virussen, misbruik in de politiek, muziek, taal. Tot zij hem zelfs overhaalt tot het schrijven van ‘zachtaardige meningen’, over het hiernamaals, fanmail, de vader, een kus, vogels, zijn adoratie voor Bach en Dostojewski.

Meningen, het boek is voor een Duitse uitgever bestemd… ‘Meinungen’ stelt Coetzee, of Señor C, fluctueren, kunnen vandaag anders zijn dan gisteren, ze zijn vatbaar voor stemmingswisselingen. Tegenover ‘Ansichten’, inzichten, die zijn doordacht en vaststaand. Het is de vraag onder welke noemer de essays geklasseerd worden. Vraagt de auteur, vraagt de lezer…

Tenslotte zal het tot een breuk komen tussen Anya en Alan, zij gaat elders wonen. Maar verliest haar oude vriend, Señor C, niet uit het oog. We hebben haar – vooral in de roman en minder in het dagboek (heel knap hoe Coetzee het dubbelspel blijft hanteren) – zien evolueren van wat eerst voorgesteld werd als een wat dommig jong meisje tot een gevoelige, zeer intelligente jonge vrouw. Het dagboek besluit met een ontroerende brief die zij aan de auteur schreef terwijl haar ‘roman’ eindigt met het verhaal dat zij iemand inschakelt als go-between om haar te verwittigen mocht haar oude schrijver hulpbehoevend worden.

Coetzee mengt hier drie genres dat is duidelijk, terwijl het geheel toch als een roman leest. Is dit een Spielerei van de auteur? Geenszins. Terwijl de essays doorwrochte intelligente werkstukken zijn, al mochten enkele wel iets uitgebreider zijn en hunker je naar meer, commentarieert de auteur in het dagboekdeel zichzelf en zijn geschriften. Daarnaast plaatst hij in ‘de roman’ de visie van een derde, een kijk en inzicht op hemzelf en op wat hij in zijn essays beweert en zelfs bij uitbreiding wat hij als gerenommeerd auteur betekent. Dit is geen spel. Hij ontleedt hierbij zichzelf, werpt een kritische blik op zijn persoon, op zijn filosofie, zijn politieke en economische denkbeelden, het betrekkelijke van de beroemdheid als romanschrijver. Op die wijze lijkt ‘Diary of a Bad Year’ zelfs een beetje een testament.  

Johan de Belie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.