Naar aanleiding van de Mondiale was er een radioprogramma waarin vrouwen moesten definiëren wat een doeltrap, een hattrick, een libero, een counter… was. Ontgoocheld gaf de reporter vooraf toe dat de meeste vrouwen een juiste omschrijving hadden gegeven, maar toch liet hij enkel de “domme” antwoorden horen, kwestie van de cliché’s nog wat in stand te kunnen houden… Toch werd in Gent Lieve Bogaert aangesteld als eerste fancoach. Waarom een vrouw?



58 lieve bogaertMaar eerst en vooral, waarom Lieve?
Lieve Bogaert: Hoe ik daarop gekomen ben? Ik wist dat een dergelijk project zou worden opgestart en ik had daar interesse voor, dus heb ik mijn kandidatuur gesteld. Ik had nog niet met jongeren gewerkt, maar ik heb wel persoonlijke ervaringen achter de rug die op dat gebied verrijkend waren. Ik ben een aantal keren op kolonie gegaan b.v. en ik heb ook altijd op internaat gezeten. Die groepssfeer tussen jongeren ken ik dus wel.
– Ja, maar de groepssfeer in een internaat is wel enigszins verschillend van die op een voetbalterrein…
L.B.:
Het was inderdaad ook wel een uitdaging, maar ik heb wel het volste vertrouwen, zowel in mezelf, als in het project als in de jongeren.
– Het is niet gebruikelijk aan een meisje te vragen hoe oud ze is, maar jij bent toch nog wel erg jong. In de krant las ik onlangs een advertentie voor een Antwerpse fancoach en de gevraagde leeftijd was daar tussen 25 en 30…
L.B.:
Ik ben 23, maar dat komt ook omdat de leeftijdsgroep van de Antwerpse jongeren hoger ligt dan hier in Gent. Bij ons ligt die leeftijd rond 17, 18 jaar.
– En voetbal?
L.B.:
Ik was al een supporter van A.A.Gent, maar niet in de zin dat ik alle weken naar de wedstrijden ging kijken. Ik volgde het echter wel op de voet via krant en televisie.
– Was er veel belangstelling voor de job?
L.B.:
Daar heb ik echt geen zicht op, want dat heeft men mij niet meegedeeld. Ik heb wel ooit gesolliciteerd bij de vzw Armoedebestrijding en het zijn die kandidaten, die opnieuw werden gecontacteerd, maar ikzelf had hen reeds daarvoor gecontacteerd.
– En nu, eindelijk: waarom een vrouw?
Projectleider Anoushka Mestdagh:
“Uit verschillende onderzoeken naar voetbalvandalisme en ook uit het experiment in Antwerpen is gebleken dat het ideale team bestaat uit een mannelijke en een vrouwelijke fancoach. Dat zal ook in Gent het geval zijn, wanneer in augustus ’91 het project definitief van start gaat. Dat de vrouw het eerst is benoemd, is gewoon toeval. Maar toch is een vrouw daar op haar plaats omdat er binnen die sides een macho-cultuur heerst, die voor een stuk wordt doorbroken als een vrouw daaraan meewerkt. Lieve is maatschappelijk assistente, maar eigenlijk is er geen specifieke vereiste om fancoach te worden. Het voornaamste is dat die mensen gemotiveerd zijn, dat ze kunnen omgaan met de doelgroep en dat ze voldoen aan een hoop eigenschappen omdat ze toch wel een heleboel diverse taken op zich moeten nemen. Laten we er geen doekjes om winden: als er vechtpartijen zijn wordt er alvast van de mannelijke fancoach verwacht dat hij er tussenkomt. En dan zal hij onvermijdelijk ook af en toe klop krijgen natuurlijk. Op een vrouw gaan ze normaal gezien echter niet slaan. Buiten die fysieke aanwezigheid op het veld (ook bij uitwedstrijden) is er nog de home-werking, een soort van kantine waar ook bepaalde aktiviteiten kunnen plaatsvinden en een zekere hulpverlening waarmee ik bedoel dat die gasten weten dat ze op de fancoaches kunnen rekenen.”
L.B.: Er zijn al verscheidene onderzoeken geweest naar voetbalvandalisme en er is ook het experiment in Antwerpen waaruit o.m. is gebleken dat het ideale team bestaat uit een mannelijke en een vrouwelijke fan coach. Er zijn immers problemen waarmee je als man liever bij een man zult gaan en andere waarmee je naar een vrouw gaat.
– Wat bedoel je dan? Dat ze met problemen met hun lief afkomen?
L.B.:
Bijvoorbeeld. Maar ook juridische problemen of zo.
Dat zal ook in Gent het geval zijn, wanneer in augustus ’91 het project definitief van start gaat. Dat het eerst de vrouw is benoemd, is gewoon toeval. Zowel in Antwerpen als in Luik was de eerstbenoemde de man. De vrouw in Luik is er ondertussen wel mee gestopt. Ze had wel heel goede contacten met de doelgroep, maar ze had zelf vier kinderen en uiteindelijk kon ze dat dan niet meer aan. Ze was ook al dertig, maar de leeftijd speelt toch niet zo’n belangrijke rol, al moet je daar natuurlijk niet als oude tante van vijftig gaan staan.
Maar toch is een vrouw daar op haar plaats omdat er binnen die sides een macho-kultuur heerst, die toch voor een stuk wordt doorbroken als een vrouw daaraan meewerkt. Ik zeg wel: “voor een stuk”, want voor de rest is het eigenlijk toch een puur mannelijke wereld. Ze hebben bijna allemaal wel een lief, maar die mag gewoonweg niet meekomen naar de wedstrijd. Tenzij als het een rustige wedstrijd betreft tegen K.V.Kortrijk of zo. Niet dat de meisjes schrik hebben, maar de jongens vinden gewoon dat ze daar niet thuishoren.
– ’t Is misschien zo dat ze je hebben ontdekt?
L.B.:
Het is alleszins niet zo dat ik naar hen toe ben gestapt en heb gezegd: hallo, ik ben de fan coach. Nee, ik heb een paar maanden de wedstrijden vrij anoniem bijgewoond en stilaan is men mij dan beginnen te herkennen. Eerst hebben ze geapplaudisseerd en daarna is men mij gaan beginnen provoceren op mijn vrouw-zijn en zo. Dat heeft zo twee, drie wedstrijden geduurd, maar daarna is dat geleidelijk aan afgezwakt. In het begin hebben ze echt willen zien: tot hoever zal ze gaan, hoeveel kan ze inkasseren. Ik heb echter het hoofd koel kunnen houden en ik denk dat dit de goede manier is geweest. Slechts heel af en toe moet ik naar ene toestappen om hem te vragen waarom hij zich zo aanstelt en de week daarna komt dat dan wel in orde. Ik vind ook dat je erg omzichtig te werk moet gaan met de pers. Oorspronkelijk wou ik b.v. ook geen foto’s omdat ik vond dat ze me op het terrein moesten leren kennen en niet uit de krant, maar nu kennen ze me al, dus nu maakt dat niks meer uit. Toch kom je soms nog voor verrassingen te staan. Gewoon voor noodgevallen had ik gevraagd om een zelfverdedigingscursus te mogen volgen, niet dat ik bang was van de supporters van Gent, maar je weet nooit of ik op verplaatsing of zo in een rel betrokken geraak. Dat werd dus door de gemeenteraad behandeld en een journalist die de zitting bijwoonde heeft daar een heel stuk rond gemaakt, waarmee ik eigenlijk niet zo blij was. Dat kwam op die manier eigenlijk over als een regelrechte provocatie.
– Ik heb me laten vertellen dat je maatschappelijk assistent bent, maar dat dit anderzijds niet doorslaggevend is, er worden nog andere kwaliteiten verwacht. Van een jongen verlangt men zelfs dat in geval van relletjes daadwerkelijk tracht de vechtende partijen te scheiden… Akkoord dat een meisje een kalmerende werking kan hebben, maar het is toch wat te simplistisch om te gaan veronderstellen dat er zich daardoor hoegenaamd géén relletjes meer zullen voordoen. Schrikt je dat niet af? Het eerste wat me opviel op de foto’s (die voor het interview werden genomen) was: oeioei, die draagt een brilletje!
L.B.:
Dat is ook mijn enige zorg. Nee, ik heb geen schrik van relletjes, maar ook al zou ik willen tussenkomen, dan zal men dat niet pikken dat ik als vrouw daar tussenbeide kom. Het kalmerende effect kan uiteraard alleen maar spelen als ikzelf niet uitbundig ga doen als er relletjes losbarsten. Maar van een mannelijke collega wordt dat inderdaad wél verwacht.
– Vandaar misschien dat zijn benoeming uitblijft?
L.B.:
Neenee, die komt er zeker, men heeft zelfs al iemand op het oog, maar daarover mag ik nog geen informatie geven.
– Hoe zit het project “administratief” in elkaar?
L.B.:
Men heeft vooraf alle betrokkenen bij elkaar gebracht. Dat zijn dus: de politie, het bestuur van A.A.Gent, het ministerie van binnenlandse zaken, de Koning Boudewijnstichting (die het project financieel ondersteunt). Daar werd beslist dat de fancoach zou worden aangeworven door het ministerie van binnenlandse zaken (zij betalen dus mijn loon), maar gedetacheerd naar de stad Gent. Het project hoort dus de stad Gent toe en is meer specifiek gevestigd in het Stedelijk Jeugdcentrum. Op 1 februari is dan de voorbereidende fase gestart. Dat betekent dat de contacten zowel met de politie als met de doelgroep konden worden uitgebouwd. De bedoeling was echter met een homewerking van start te kunnen gaan op 1 augustus en dat is mislukt. We hebben geen lokaal gevonden en dat is toch echt wel spijtig, want we wilden het nieuwe voetbalseizoen met een schone lei en een supportershome beginnen.
– Is het dat wat men eigenlijk bedoelde in “De Morgen” met de grote kop “het failliet van het fan coaching project”?
L.B.:
Dat is een zeer ongelukkige zaak geweest. Na een congres ter afsluiting van het voetbalseizoen in aanwezigheid van het ministerie van binnenlandse zaken en de algemene rijkspolitie, gaf Kris Van Limbergen een stand van zaken van het fan coaching project in Antwerpen. Dat ziet er niet zo goed uit. Het home werd tijdens de zomer gesloten en wat er daarna zal gebeuren, zullen ze nog wel zien, want ze willen het hele project herbekijken. Twee jaar hebben ze goed gewerkt, behalve misschien op het einde, maar er waren ook mensen van de politie van Gent aanwezig, o.a. Steven De Smet en die zou in een interview hebben gezegd dat het idee van fan coaching in Gent reeds werd opgedoekt. We hebben hem een recht op antwoord gevraagd, maar hij ontkent dat hij dat heeft gezegd. Hij zegt dat De Morgen het uit zijn kontekst heeft getrokken, dat hij wel degelijk vertrouwen heeft in fan coaching en dat hij zeker niet heeft gezegd dat het project zou zijn opgedoekt.
– Wie is eigenlijk die De Smet?
L.B.:
Dat is een adjunct-commissaris, die in de ‘voetbalcel’ zit en wellicht ook de zogenaamde ‘voetbalprocureur’ wordt, indien die funktie inderdaad wordt gecreëerd. Hij is wel echt in de problematiek geïnteresseerd en maakt op dit ogenblik aan de universiteit een thesis rond voetbalgeweld.
– Dat je nog aan geen home bent geraakt, heeft dat te maken met tegenwerking vanuit A.A.Gent of zo?
L.B.:
Je kan niet spreken van tegenwerking, want Michel Louwagie heeft ons wel degelijk een lokaal beloofd. Hij liet dat echter afhangen van de bouwvergunning. Volgens voorzitter Van Milders is er echter nooit echt een belofte gedaan, maar als volgend jaar de bouwvergunning wordt toegekend gaat men een nieuwe tribune met een nieuwe kantine installeren en men heeft ook al een mondelinge koopovereenkomst voor een stuk grond, waardoor er een lokaal vrijkomt en dat zullen wij dus krijgen. Dat kan echter ten vroegste volgend jaar tijdens de zomer. Op dit moment is er geen plaats in het stadion, we hebben alle hoeken en kantjes bekeken, maar het is echt te klein om daar nog iets te gaan bijbouwen en een kantine van iemand anders afnemen heeft uiteraard ook niet veel zin. Dan hadden we ons oog laten vallen op een lokaal uit de buurt, maar dat is zo bouwvallig dat het diende te worden afgebroken en om op diezelfde plaats iets herop te bouwen daarvoor is er geen geld. Nu proberen we een café te huren, maar dat zijn onderhandelingen die een tijdje kunnen aanslepen.
– Tot zover je contacten met de politie, je hebt ook al contacten gehad met de ‘doelgroep’, zoals je ze zelf noemt. Jij spreekt niet van ‘hooligans‘?
L.B.:
Zeker niet. Zijzelf willen ook niet zo genoemd worden. Zij beschouwen zichzelf als echte supporters die wel af en toe ‘ambiance’ willen, maar echt herrieschoppen, daar zijn ze eigenlijk niet zo voor te vinden. Soms loopt het wel eens uit de hand, maar dan zeggen ze achteraf zelf: amaai! Maar ik heb dus inderdaad reeds met hen contact gehad. Eerst was er een zeker wantrouwen, omdat men dacht dat een fan coach niets meer is dan een informant. Dat mag echter nooit het geval zijn. En eens ze dat doorhadden is het vertrouwen toch wel gegroeid. Vooral met de belangrijkste figuren uit de harde kern of de spionkop zitten de contacten toch wel goed. Ze zijn zeer enthousiast over het project en zouden er alles voor doen om het te kunnen realiseren.
– Maar wat als je iemand een misdrijf ziet plegen? Er bestaat toch nog zoiets als “burgerplicht”?
L.B.:
Dat is een persoonlijke gewetensvraag voor mezelf, maar het wordt zeker niet van mij verwacht.
– Maar neem je ze op die manier eigenlijk niet in bescherming?
L.B.:
En waarom niet? Ze hebben zelfs nood aan die bescherming, vind ik. Ze worden immers altijd en overal negatief afgeschilderd. Ze zijn b.v. al in alle café’s buitengesmeten. Nu voelen ze zich echt op straat gezet. Ze moeten nu effectief op straat rondhangen, want er is nergens meer een plaats waar ze kunnen samenkomen. En dan bedoel ik niet met 400 man, hé, maar met vijftig of zo.
– Laten we echter wel wezen: een fan-coaching project is er op de eerste plaats niet voor hén, maar voor de maatschappij. De politie-instanties willen het geweld indijken en anderzijds is de voetbalbond op de eerste plaats bekommerd om het feit dat het bijwonen van voetbalwedstrijden daalt…
L.B.:
Och, dat geweld zal misschien wel zeer oude supporters weghouden. Zo ken ik een mijnheerke van tachtig jaar die nochtans vlakbij het stadion woont, maar nu helemaal moet rondgaan, omdat de politie de straat heeft afgezet.
– Schets je nu geen karikatuur?
L.B.:
Nee. Ik wil maar zeggen dat er effectief een aantal mensen zijn die niet meer naar het veld komen omdat ze schrik hebben, maar anderen keren zich toch ook echt tegen de politie in de zin van “is dat nu echt nodig?”
– Als ik je zo hoor praten dan zou ik nog gaan denken dat het engeltjes zijn…
L.B.:
Nee, dat nu ook weer niet, maar toch ook geen echte vandalen. Het zijn vooral dingen die gebeuren als ze samen in groep zijn. Als individu is er meestal niks aan de hand. Maar als het tot een explosie komt in de groep dan worden ze vaak meegesleurd. Echter dan ook nog niet in die mate dat je de Gentse supporters b.v. kunt vergelijken met die van Antwerpen. En dat werkt ook wel als een rode lap op een stier. Hoe belangrijker de “side” van een bepaalde club, hoe meer ook die van Gent zich zullen organiseren. Ze zijn natuurlijk alleen maar vijanden als de clubs tegenover elkaar komen te staan, anders gaan ze mekaar soms zelfs juist helpen tegen een andere ‘side’.
– Maar wijst juist dat er niet op dat het voetbal maar bijzaak is? Dat het in de eerste plaats om herriezoeken gaat?
L.B.:
De voetbalinteresse blijft primeren, die wordt zeker niet opzijgeschoven. Meestal ontstaan zo’n connecties na een ‘verbroedering’, want van dan af heeft men ook interesse voor de matchen van de clubs waarmee men heeft verbroederd.
– Ikzelf heb ook nog geen topmatch bijgewoond omdat een incident mij altijd is bijgebleven, namelijk toen mijn kinderen heel jong waren, droegen zij sjaals van S.K.Beveren en toen ze dan hier in Gent bij mij waren, werden ze lastig gevallen door Gentse supporters. Dan vraag je je toch af: waar zijn we mee bezig? En dan kom ik tot de conclusie dat ik daar eigenlijk niets te zoeken heb, dat ik met zo’n mensen niks te maken heb…
L.B.:
Ja, maar op dat moment ben je betrapt op hun terrein, hé. Er zijn dus mensen op hun territorium gekomen, die daar eigenlijk niet thuis horen.
– Ik zou nu kunnen zeggen: kom zeg, het waren nog kinderen! Maar zelfs al waren ze nu achttien jaar, wat maakt dat nu in godsnaam uit welke sjaal je draagt?
L.B.:
Het is belachelijk, akkoord, maar zo werkt het nu eenmaal.
Dan zitten we toch weer bij Desmond Morris, die na het Heizeldrama ook naar voren werd geschoven, maar waarbij ik toch de grootste bedenkingen koester. Tenslotte zijn we toch al een paar duizend jaar uit de bomen geklommen of niet soms?
Lieve is een maatschappelijke assistent, maar eigenlijk is er geen specifieke vereiste om fan coach te worden. Het is gewoon heel belangrijk dat die mensen gemotiveerd zijn, dat ze kunnen omgaan met de doelgroep en dat ze voldoen aan een hele hoop eigenschappen omdat ze toch wel een boel diverse taken op zich moeten nemen. Laten we er geen doekjes om winden: als er vechtpartijen zijn wordt er alvast van de mannelijke fan coach verwacht dat hij er tussenkomt. En dan zal hij onvermijdelijk ook af en toe klop krijgen natuurlijk. Op een vrouw gaan ze normaal gezien echter niet slaan.
Buiten die fysieke aanwezigheid op het veld (ook bij uitwedstrijden) is er ook nog de home-werking, dat is een soort van kantine laat ik maar zeggen, waar de gasten terecht kunnen om een glas te drinken, waar ze kunnen kickeren of pingpongen. Ook worden daar bepaalde aktiviteiten opgezet, maar dan wel in samenspraak met de jongeren zelf, want anders is dat tot mislukken gedoemd. Dat ze in Antwerpen b.v. voetbalschoenen moesten kuisen, dat zal echter wel uit de lucht gegrepen zijn, zelfs als “alternatieve straf”
L.B.: Ik heb dat toch ook gelezen. Volgens mij is dat zelfs niet helemaal ondenkbaar. Die jongeren doen dat grààg. Hier in Gent zouden ze b.v. hun vak in blauw-wit willen verven. Eigenlijk is daar niks tegen. Integendeel, als je dat zou kunnen realiseren, dan zullen ze daar ook meer respekt voor hebben. Als ze een eigen lokaal zouden hebben, zouden ze daar ook geen vernielingen dulden. In Tienen hebben vijftien supporters onlangs als alternatieve straf het stadion moeten opknappen. Het onkruid wieden en zo. En dat hebben ze heel graag gedaan.
– Pardon? In Tienen? Die moeten toch zowat in bevordering spelen of zo?
L.B.:
Dat zou best kunnen, maar dat gebeurt daar ook, hoor.
Daarnaast is er ook nog hulpverlening, maar dan niet georganiseerd met “spreekuren” e.d., wel gewoon in de betekenis dat die gasten weten dat ze op de fan coaches kunnen rekenen. Onderzoek heeft uitgewezen dat het vaak gaat om maatschappelijk kwetsbare jongeren, maar het is gevaarlijk om dat zo te stellen omdat je dan meteen al een stempel plaatst en wees gerust, die jongeren lezen ook kranten hoor.
– Maar in Gent zouden er twee groepen zijn: de Rebels die dan uit de omgeving van het stadion afkomstig zijn en de Buffalo Casuals die o.m. opvallen door duurdere kledij. Armoedebestrijding?
Anoushka Mestdagh:
Het project is eigenlijk gestart vanuit de vraag van een commissaris van Gentbrugge die ons erop wees dat dergelijke groepjes zich aan het vormen waren, die niet alleen tijdens het voetbalgebeuren delinkwent gedrag aan de dag legden, maar ook tijdens de week. Onze informatie over hoe die side in elkaar zit, berust dan ook uitsluitend op politie-informatie en dan nog gewoon over diegenen die zijn opgepakt. Deze informatie is dus zeker niet geldig voor de groep in zijn geheel. Aangezien de meesten bovendien 17, 18 jaar zijn, zijn het meestal schoolgaande jongeren en over het onderwijssysteem waarin zij zitten hebben wij geen gegevens. Anderzijds zijn het in dit geval inderdaad vooral jongeren uit Gentbrugge, Ledeberg, Destelbergen…
L.B.: In Gent zijn dat géén twee aparte groepen. Die uit de arbeidersbuurten dragen even dure vesten en eigenlijk zijn er relatief weinig die sjaals e.d. dragen. Dat is eerder iets voor 12-, 13-jarigen. Die staan echter iets meer rechts in het vak en kijken vol eerbied op naar de ouderen die links staan.
– Dat is natuurlijk eigenlijk de hamvraag: moet jij nu gewoon een beetje de druk van de ketel wegnemen maar neemt men het noodgedwongen voor lief dat het fenomeen niet meer zal verdwijnen, dat er m.a.w. inderdaad om de drie jaar een soort aflossing van de wacht plaatsvindt, of wil men met zo’n project wel degelijk een einde stellen aan de baldadigheden?
L.B.:
Maar we kunnen ook nu al trachten die jongsten te bereiken en daar al iets mee aan te vangen. Misschien kunnen we b.v. een andere wending geven aan dat ‘opkijken naar’. Dat ze naar andere dingen kunnen opkijken i.p.v. naar geweld.
– Het heeft dus ook volgens jou wel degelijk met voetbal te maken en niet enkel maar met het fenomeen ‘massabijeenkomst’. Want op popkoncerten zijn de incidenten relatief onbetekenend daartegenover b.v. en nochtans zijn er heel wat popgroepen die een agressief imago kultiveren.
L.B.:
Maar die popgroepen komen niet elke week, hé. Als dat wél het geval zou zijn en er zou een schare ‘volgelingen’ ontstaan, dan denk ik dat het zich even goed naar daar kan verplaatsen.
– Een ander veel aangehaald voorbeeld, uit Engeland dan wel want hier is het een eerder marginale sport, is het rugby. Dat is een veel agressievere sport dan voetbal, maar naast het veld doen zich anderzijds veel minder ongeregeldheden voor…
L.B.:
Weet ik veel. Misschien vloeit er genoeg agressie uit de supporters tijdens de wedstrijd? Je kan zodanig in iets opgaan dat je ondertussen je agressie kwijtraakt. Je hebt natuurlijk gelijk dat rugby hier in België niet zo heel veel voorstelt, maar ik ben daar toch een paar keer naar gaan kijken. Dat was echter eerder uit persoonlijke interesse, net zoals ik naar zowat alle andere sporten ga kijken. Toch lijkt het feit te kunnen zeggen dat je supporter bent van A.A.Gent me wel belangrijk in die zin dat het toch wat anders is dan te zeggen dat je voor die of die rugby- of basketploeg supportert. Je hoort ergens bij en dat is blijkbaar heel belangrijk.
LATENT OF OPENLIJK RACISME
L.B.: Diegenen die vlakbij het terrein in Gentbrugge wonen zijn altijd supporters van A.A.Gent geweest, wie verderaf woont, die kan vroeger inderdaad misschien een supporter van F.C.Brugge zijn geweest die na het goede presteren van A.A.Gent vorig seizoen het nu wat dichter bij huis zoekt. Die worden echter niet als ‘echten’ beschouwd. Men ‘eist’ toch wel dat men van kleinsaf supporter van A.A.Gent is geweest. Ik ben b.v. nog niemand tegengekomen die vroeger voor een andere ploeg heeft gesupporterd. Maar ik ken natuurlijk niet iederéén. Vorig jaar schatte men de groep op 250, terwijl het er nu wel 400 of 450 zouden zijn.
– Er zijn ook opvallend weinig vreemdelingen bij, wat trouwens een algemeen gegeven is, ook in andere steden.
L.B.:
Ik denk niet dat dit iets te maken heeft met latent of openlijk racisme dat aan bepaalde sides wordt toegeschreven, want degene die er dan wél bij betrokken zijn, die zijn dan ook heel goed in de groep opgenomen. Van rechtse ideeën heb ik overigens nog weinig gemerkt. Er lopen wel een paar skinheads bij, maar in het dagelijkse leven kom je die ook wel eens tegen, dus waarom dààr niet?
62 henri balenga– Vooral in Nederland wordt toch ook vaak verwezen naar racistische uitlatingen aan het adres van de spelers?
L.B.:
Dat gebeurt hier ook. Het nabootsen van een aap b.v. Maar ik zou dat toch geen puur racisme willen noemen, want het gaat dan enkel over kleurlingen van de tegenpartij. De Zaïrees Balenga b.v. wordt door de A.A.Gent-supporters op handen gedragen. Dat is trouwens de enige speler die even contact met hen heeft gehad. En Vlaamse spelers van de tegenpartij worden ook uitgescholden, hé.
Amokachi: “Als we op verplaatsing spelen doen ze dat in mijn geval ook, maar als ik goed speel, staan diezelfde mensen te applaudisseren. Ik denk dus dat ze dat niet doen uit racisme, maar om je uit je koncentratie te halen.”
– Houdt Lieve Bogaert van voetbal?
Anoushka Mestdagh:
Jazeker. Zij is altijd een passieve supporter geweest en nu is dat veel intensiever geworden. Ze volgt nu alle wedstrijden, ook van de totale kompetitie in België. Het is immers erg belangrijk om daarover met de jongeren van gedachten te wisselen. Dat is een aanknopingspunt om een vertrouwensrelatie op te bouwen. Het onderzoek van Kris Van Limbergen aan de K.U.L. (kabinetsadviseur van minister Tobback) heeft immers uitgewezen dat voetbalvandalen, zoals ze in die studie worden genoemd, wel degelijk echte supporters zijn. Zij wonen b.v. ook de wedstrijden tegen kleine ploegen bij, waarbij je er zeker niet kunt van uitgaan dat ze op herrie uit zijn.
– Je kan het natuurlijk ook anders bekijken: misschien hebben ze niks anders om handen?
L.B.:
Ze vervelen zich, zoveel is duidelijk. En dan blijft voetbal nog als enige interesse over, waar anderen misschien op café gaan zitten.
– Eigenlijk kan je dan zeggen dat ze nog beter af zijn…
L.B.:
Voor een stuk wel, ja echt. Maar hun interesse is dan echt wel beperkt tot het voetbal. Het zou beter zijn mochten ze een ruimere interesse hebben. Maar gelukkig neemt voetbal toch veel tijd in beslag. Hoeveel wedstrijden worden er immers jaarlijks niet gespeeld?
– Het lijkt me een beetje onredelijk te verwachten dat iemand die een voetbalfanaat is, dat die zich ook voor de Elisabethwedstrijd zou interesseren, maar op zich kan die interesse voor voetbal toch waardevol zijn? Als men maar dat geweld zou kunnen weren.
L.B.:
Alleszins. Maar precies daarom heeft zo’n project zin. Maar dan mag men er ook niet te lang mee wachten. Dat home moet er b.v. zo gauw mogelijk komen. Als men daar nog een jaar mee wacht, kan het te laat zijn, want ondertussen kan er heel wat gebeuren. Ik heb zo de indruk dat we nu echt voor zo’n piekmoment staan in de zin van: nu komt het er, of het komt er nooit meer. Ze hebben nu geen enkele ruimte om samen te komen, ze zitten er dus echt om te smeken. Na een wedstrijd zijn ze duidelijk op zoek naar iets. Nu moeten ze op straat rondhangen en afwachten in de hoop dat er nog ergens iets te beleven valt. Wat hebben ze uiteindelijk tot dan toe al gehad? De wedstrijd, o.k., maar als het een slechte wedstrijd is geweest, wat dan?
– Maar wat is “een slechte wedstrijd” in hun ogen? Vaak vertaald zich dat simpelweg in: heeft onze ploeg gewonnen of niet?
L.B.:
Niet altijd. Soms kan het ook een wedstrijd zijn die door Gent werd gewonnen, maar die toch erg flauw was.
– Daar kan ik nog inkomen, maar het omgekeerde is zeker niet waar, ook al kan het sportief gezien een prachtige wedstrijd zijn geweest!
L.B.:
Dat klopt. Dat wekt inderdaad een zekere agressie op.
IN HET AMATEURVOETBAL IS ER MEER AGRESSIE DAN IN HET PROFVOETBAL
En hoe zit het met de invloed van de spelers op supportersgedrag? Vooral tijdens de wedstrijd Nederland-Duitsland, toen Frank Rijkaard zijn speeksel in het oor van Rudi Völler dropte. Naar het schijnt had Völler Rijkaard weliswaar vooraf op een aantal racistische opmerkingen getrakteerd, maar zegt de bijbel niet dat men ook zijn andere wang moet aanbieden?
Op datzelfde moment was Hugo Claus te gast in het VPRO-programma “Zomergasten”, waarin op aanvraag van de auteur zelf af en toe werd overgeschakeld naar de wedstrijd die op het andere net werd uitgezonden. Helaas was de regisseur niet genoeg bij de pinken om Claus het incident even voor te schotelen en hem om commentaar te vragen. Misschien had hij ook wel de mening geopperd dat het door het grote geldgewin komt?
Socialistisch scheidsrechter en leraar in een “ghetto-school” Frans Van den Wijngaert: “Dat is onzin. Op school, in het voetbal, waar dan ook in onze maatschappij was er sprake van een toename van het geweld. In het amateurvoetbal is er meer agressie dan in het profvoetbal. Is dat abnormaal? Nee toch. Rondom mij zie ik steeds meer gefrustreerde mensen, op het werk, in het verkeer, overal. De stress neemt toe, er wordt meer geëist van de mensen, het leven wordt er niet vrolijker op.”
Toch vindt hij dat profs even streng moeten worden aangepakt als amateurs. “Misschien moeten ze nog strenger worden aangepakt, want profs worden goed betaald en hebben een voorbeeldfunctie. (…) We moeten durven toegeven dat we te tolerant zijn geweest en nog zijn. Het kan toch niet dat er na Club Brugge-Anderlecht, een wedstrijd die door een stel hooligans is verpest, niet één man is aangehouden. Het kan toch niet dat 500 heethoofden het plezier van 200.000 mensen om zeep helpen en niet wordt opgetreden.” (De Standaard, 13/2/1999)
René Vandereycken, toen hij nog trainer was van A.A.Gent: “Ik heb daar zeker geen studie van gemaakt en weet dus niet of daar een oorzaak kan worden gezocht. Maar zelfs àls dat er een invloed zou op hebben, dan geeft je dat nog niet het recht om op iemands gezicht te gaan slaan of met dingen te beginnen gooien. Want dat schrikt andere supporters af. Zelfs bij de opening van het aparte clubhuis in het kader van het fan coaching project heb ik geweigerd daar naartoe te gaan. Ik vind dat die mensen harder moeten worden aangepakt. Die moeten niet in de watten worden gelegd. Dat ze eerst eens bewijzen dat ze fatsoenlijke supporters zijn die hun club waardig zijn! Dan zal ik de eerste zijn om met hen te gaan spreken. Alhoewel… Ik moet toegeven dat ik ook met de echte supportersclubs maar één keer per jaar contact heb. Door het feit dat ik te ver weg woon, kan ik me niet permitteren van eens naar één vereniging te gaan en de andere in de kou te laten staan. Dat is nochtans gemakkelijk hoor om zowat rond te lopen, maar ik vind dat dit ten koste gaat van het werk voor de club.”
L.B.: “Met de houding van Vandereycken zitten de jongeren echt in hun maag. Zij voelen zich échte supporters en zouden alles doen voor hun club, maar zij krijgen niets terug. Bij het afsluiten van het seizoen hadden ze b.v. graag eens de spelers gezien, maar dat kan dus niet, hé, want zij zijn toch maar krapuul en uitschot. Ik moet zeggen, dat raakt hen dus wel. Zij zeggen: wij staan voor de club, maar de club staat niet voor ons.”
– Maar dat het de andere supporters afschrikt, daarmee ga jij niet akkoord?
L.B.:
Je bedoelt de ‘oudere’ supporters?
– Nee, al wordt dat inderdaad meestal zo gesteld, maar dat is dan weer een heel ander probleem: spreekt voetbal als zodanig de jongeren dan misschien niet meer aan? Komen zij meer af op de relletjes of ‘de ambiance’, zoals jij dat noemt?
L.B.:
Nee, maar de jongeren hebben hun eigen vak gekozen in het stadion en de ouderen hebben dat dan ook maar gedaan. Ze staan dus echt afzonderlijk. En vooral na de incidenten in Luik zijn dat echt twee afzonderlijke groepen.
– Incidenten in Luik?
L.B.:
Ja, na de match tegen Standard zijn er echt zware rellen geweest, niet echt in Luik zelf, maar onderweg. Sedertdien zit de schrik er bij de oudere supporters echt in, want de supporters van Standard zijn ook geen lammetjes. Die begonnen dan ook met keien te gooien en zo, terwijl die van Gent naar hun bussen gingen. Toen ik na die rellen met de gewone supporterclubs contact heb opgenomen, hebben ze me ook gezegd dat voor hen de tijd nog niet rijp was om te aanvaarden dat het hier om ‘gewone’ supporters ging. Als op termijn het fan coaching project resultaten kan voorleggen, willen ze echter wel hun mening herzien.
– Als het dan toch zo’n voetballiefhebbers zijn, komt ook de eeuwige discussie terug of wat er op het veld gebeurt (een nederlaag, een foutieve beslissing van de scheidsrechter…) een invloed heeft op het gedrag van de jongeren?
L.B.:
Als er een fout gebeurt of zo, reageren zij even hevig als alle anderen, dat is het enige wat ik daarover kan zeggen.
– De Gentse veiligheidscommissaris Desmet meent dat fan-coaching niet de juiste oplossing is. Aangezien hooliganisme nauw verbonden is met het succes van een ploeg is het nauwer bij de clubwerking betrekken juist een versterking ervan. Als voorbeeld geeft hij F.C.Antwerp dat het op een bepaald moment niet zo goed deed, waardoor men zou kunnen verwachten dat het hooliganisme zou teruglopen maar “dankzij” het fan-coaching project was dit niet zo.
L.B.:
“Kijk, dat is een visie, hé. Door het feit dat het supportershome in het stadion is gelegen blijven ze ook na het voetbal daar rondhangen, ondanks het feit dat de supporters zich voor een gedeelte schaamden voor hun club omdat ze op dit moment niet zo goed speelt. Ik kan me daar niet over uitspreken of dat inderdaad zo is. Hier in Gent kan ik wel zeggen dat, ook als de club slecht speelt, er een zeer sterke groep is die desondanks blijft supporteren. Er zullen er inderdaad wel heel wat zijn die afhaken en voor een andere ploeg gaan supporteren, maar dat zijn dan toch geen mensen die van jongsaf aan voor A.A.Gent hebben gesupporterd.”
De triomf van Lieve Bogaert bestond er dan ook in dat zij er in maart 1993 in slaagde een voetbalwedstrijd te organiseren tussen de Gentse Rebel Side en de rijkswacht, net op het moment dat er in Antwerpen zeer zware rellen waren ter gelegenheid van de wedstrijd Antwerp-Anderlecht. Kort daarop hield ze het wel voor bekeken. Voor de parlementsverkiezingen van 1995 duikt ze echter plotseling weer op en wel op de SP-lijst…
Nawoord
“Ach, hooligans, zal ik eens wat vertellen? In 1968 hadden we in Amsterdam een hele hoop problemen met die nep-provo’s. Ze hadden geen politieke ideeën, maar lagen op de Dam dag en nacht te blowen. Heel de stad zag blauw van de marihuana. Weet je wat we toen gedaan hebben? We hebben de mariniers erop afgestuurd. Nou, op 20 minuten tijd was die hele Dam schoon geveegd. Achteraf durfde niemand luidop zeggen dat die actie oké was, want dat was niet politiek correct. Maar iedereen dacht wel hetzelfde. Misschien moeten we dat met die hooligans ook een keertje doen, wat denk je?” (Mart Smeets in GVA 3/6/2000)

Referentie
Ronny De Schepper, Makkers staakt uw wild geraas, hier komt de fan coach!, Graffiti, juli 1991

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.