Fons Mariën las Leopold II. Het hele verhaal door Johan Op de Beeck.

In de slipstream van BlackLivesMatter-demonstraties (na de moord op George Floyd in de VS) kwam er in 2020 plots een gelijkaardig protest in ons land. Standbeelden van Leopold II werden beklad en gevandaliseerd. Het koloniale verleden van België werd weer actueel in het maatschappelijk debat. Reden te meer om de dikke biografie van Leopold II, die Johan Op de Beeck eveneens vorig jaar uitgaf, te lezen om aldus meer te weten te komen over wie de vorst eigenlijk was. Voor de auteur van dit boek, waaraan hij ongetwijfeld lang gewerkt heeft, was dit een gunstige wending: plots werd het onderwerp van zijn boek weer brandend actueel.

Zoals algemeen geweten was Leopold II (1835-1909) een omstreden vorst, met name omdat hij niet alleen koning der Belgen was (vanaf 1865 tot zijn dood) maar eveneens de souverein van Congo-Vrijstaat (1885-1908). Zelf heeft hij nooit één voet aan land in Congo gezet, maar als politiek verantwoordelijke werd en wordt hij beschuldigd van talrijke misdaden in Congo, volgens sommige activisten zelfs van een ware genocide. Vandaar de acties tegen de standbeelden omdat ze een ‘moordenaar’ zouden vereren.
De biografie die Johan Op de Beeck schreef, gaat deze omstreden facetten van zijn koningschap geenszins uit de weg. Maar het boek schetst ook een veel ruimer beeld van wie hij was. Hij wordt hier beschreven als koning der Belgen, als echtgenoot en vader en als minnaar. Het is immers een publiek geheim dat Leopold II vaak minnaressen had. Ook zijn belangstelling voor architectuur en openbare werken komen aan bod, zo is het bekend dat de vorst een grote stempel heeft gedrukt op het uitzicht van Brussel en van Oostende. Leopold II heeft ook een oog voor de defensie van zijn land, in tegenstelling tot de politieke partijen. Prioritair zijn wel de politieke aspecten, zijn verhouding tot de Belgische regeringen (in die tijd van katholieken of liberalen, later komen ook de socialisten in het parlement). Maar ook zijn droom om voor België een kolonie of handelsposten in verre oorden te vinden. Het blijkt dat de jonge Leopold, al van voor zijn koningschap, een sterke belangstelling had voor het buitenland en vooral voor eventuele economische opportuniteiten voor België.
Het verwondert dan ook niet dat Leopold II zijn oog laat vallen op Afrika, een continent dat nog grotendeels onbekend en onontgonnen was. En dat in een tijd dat andere Europese mogendheden eveneens een koloniale politiek voerden. Leopold II, de vorst van een klein en ongebonden landje, moest schipperen om zijn droom te kunnen verwezenlijken. Hij ziet zijn kans schoon in de figuur van ontdekkingsreiziger Henri M.Stanley. Nauwgezet schetst Johan Op de Beeck de verschillende stappen, zowel op het terrein zelf als politiek en diplomatiek, om uiteindelijk tot een Congolese staat te komen. Belangrijk hierin is het congres van Berlijn (1884-1885) dat Leopold II groen licht geeft. Belangrijk om te weten is dat politiek België in het geheel geen zin had in een kolonie, maar wel aanvaardde dat de vorst de souverein werd van een ander land. Tot dan heeft hij zijn plannen goed verpakt in een humanitair kleedje: hij zou de Arabische slavenhandel bestrijden en de beschaving brengen naar primitieve mensen. Beide doelstellingen verloor hij niet uit het oog, maar in de praktijk ging zijn aandacht vooral naar de economische mogelijkheden van Congo. Hij zette daartoe talrijke constructies op . Aanvankelijk investeerde Leopold II zelf veel in zijn kolonie (hij betaalde ambtenaren en militairen) en was Congo alles behalve winstgevend. Maar dat veranderde eind negentiende eeuw met de automobiel en de nood aan rubber voor de banden. Het bleek dat er in Congo veel rubberbomen waren. De exploitatie hiervan bezorgde Leopold II veel inkomsten, maar het was ook de bron van ellende. Het waren de Afrikaanse bewoners die bij wijze van “belastingen” gedwongen werden in de rubberplantages te werken. Begin twintigste eeuw kwamen steeds meer verhalen over misdaden, onderdrukking en ellende van de zwarte arbeiders aan het licht. Vooral in de Angelsaksische pers verschenen verhalen, getuigenissen en cartoons waarin de koning als een monster afgebeeld werd. Zelf was de vorst op de hoogte van getuigenissen over misbruik en misdadige behandeling en hij probeerde hier iets aan te doen door verordeningen allerhande. Maar op het terrein zelf veranderde niet veel. Uiteindelijk liet Leopold II de betichtingen door een internationale commissie onderzoeken. Dat leidde vervolgens tot de overdracht van Congo aan België (1908).

Johan Op de Beeck heeft zich grondig gedocumenteerd, niet alleen door historische boeken maar ook door talrijke archieven te raadplegen. Het resultaat is dan ook een zeer genuanceerd portret van Leopold II. Hij komt hier niet naar voren als een monster dat mensen uitbuitte en liet vermoorden, maar evenmin wordt zijn verantwoordelijkheid voor mistoestanden onder de mat geveegd. Het is belangrijk dat hier alles tot in de puntjes verhaald wordt, zodat alle nuances tot hun recht komen. Voor wie een historische belangstelling heeft en zeker voor wie nu wil weten wat er echt gebeurd is in Congo-Vrijstaat is dit boek een ‘must read’.

Fons Mariën

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.