V.S.Naipaul (°Trinidad 17.8.1932 – +London 11.8.2018), van Indische afkomst, schreef met ‘A house for Mr.Biswas’ (1961), zijn vierde roman in een rij van vijftien – evenveel als hij non-fictie (vooral reisverhalen) publiceerde – zijn wellicht meest prominente boek. En dat om meerdere redenen.

De winnaar van de Nobelprijs (in 2001) verhaalt hier hoofdzakelijk het weinig glorierijke leven van zijn vader, en zodoende zijdelings ook hoe hij opgroeide in het (post-)koloniale Trinidad. Het is het semitragische relaas van Mohun Biswas die reeds bij zijn geboorte getekend lijkt – bijgeloof uiteraard – tot mislukking en om iedereen die met hem in aanraking komt ongeluk te brengen. Net als de vader van Viadiadhar S.Naipaul is Mr Mohun Biswas ambitieus. Reeds snel ontdekt hij zijn talent tot tekenen en schilderen; hij gaat aan de slag als raamschilder op handelspanden. En belandt zo in de grote winkel, het Hanuman House, van de familie Tulsi. Of zeg maar de clan Tulsi. Die net als de ouders van Naipaul en talloze andere Indiërs emigreerden naar Trinidad en inmiddels met dédain neerkijken op hun afkomst. Als een rode draad doorheen het boek lezen we de dubbelheid: het verlangen naar het moederland tegenover de afkeer van de Indiërs die als onderontwikkeld, inferieur beschouwd worden. Meteen speelt ook de religie een belangrijke rol: het oude geloof dat nog steeds in uiterlijkheden beleden wordt, rituelen die dagelijks volvoerd worden, ‘bijgeloof’, de invloed van het katholicisme, geloof in de wetenschap, het belang van studie (en meteen de hang om de jeugd naar Engeland te sturen). Dat laatste zal ook gebeuren met o.m. de oudste zoon van Mr Biswas, Anand, die zoals Naipaul dankzij een beurs zelf in Oxford gaat studeren. Het is de familie Tulsi die de doem van het leven van Biswas zal worden: hij trapt in de val wanneer hij één der dochters, Shama, huwt. Zo komt hij terecht in een gezin dat bestaat uit een hele rits vrouwen, mannen en een onoverzichtelijk aantal kinderen, met strenge hand geleid door de matriarch Mrs.Tulsi. Naast de winkel bezitten ze een plantage. Mr.Biswas weigert vooralsnog zich in te lijven in de activiteiten van de clan, als verkoper noch als opzichter over de tientallen arbeiders die het veld bewerken. We volgen zijn levensloop, eerst als schilder, later als journalist bij het dagblad Sentinel – de vader van Naipaul oefende dit beroep uit bij de Trinidad Guardian. Voortdurend wil hij zich losmaken van de Tulsi’s, ontsnappen uit de gehate familie. Ontkomen aan de haat-liefde verhouding met Shama, aan de dubbelzinnige relatie met zijn vier kinderen. En zijn droom, die tot een obsessie uitgroeit, verwezenlijken: een eigen huis bezitten. Waar hij stapsgewijs in zal lukken, al zullen zijn opeenvolgende onderkomens steevast veelal bouwvallen lijken en zijn laatste bezit onder een schuldenlast bedolven zijn. Terwijl hij zijn povere, krakkemikkige meubelstukken, van her en der afkomstig, als een schouderbult steeds meezeult, van de ene hut naar de volgende bouwval. Dit alles, de haat tegenover de schoonfamilie en hun dominantie, problemen met de eigen familie, beroepsmoeilijkheden, de huisvesting en vooral zijn eigen dwarse karakter… nee, Mr.Biswas heeft bepaald geen vrolijk leven.

Dit zou zelfs een tragisch en triest boek kunnen worden. Maar het is zo doorspekt met humor, zo uitvergroot. De gebeurtenissen zijn zo grotesk, de relaties vaak zo buitenissig, de personages bijna (let wel, bijna!) uitgegroeid tot karikaturen maar nog steeds heel geloofwaardig in hun kleinmenselijkheid en zo verfijnd geschetst dat ze nooit aan geloofwaardigheid inboeten hoe bijna Dicksensiaans ze ook lijken. Dat is het meesterschap van Naipaul. Een spannend verhaal, een meeslepende vertelling van zo’n 600 pagina’s bevolken met echte mensen die allen hun drama meevoeren, en dit dankzij een dosis verfijnde humor toch heel licht houden. Maar meteen wel het drama meegeven, het drama van de ontheemden, de ontwortelden, de ontgoochelden. Mensen vergeefs op zoek. Naar wat? Met welk doel? Een eigen woning bijvoorbeeld – hét ideaal van een mensenleven. Of een vage droom: dat ene kind dat het verder zal schoppen, ginds in die andere wereld… zoals Anand Biswas, zoals Viadiadhar Naipaul die freelance voor de BBC kon gaan werken en in 1957 zijn eerste roman publiceerde ‘The Mystic Masseur’.

Onderhuids is het werk ook een kritiek op de kolonisatie, vermits hij her en der de kwalijke – maar ook de komische – gevolgen (na-aperij, commercieel, religieus, heldenverering in film en literatuur) in de plot smokkelt. En commentaar op de mens, allen zijn ontheemd en bevinden zich in een minderwaardige positie, maar ook daar bestaat de hiërarchie: de familie Tulsi schopt met genoegen naar beneden, naar hen die nog minder hebben, wier kansen minimaal zijn. Het levert geen fraai beeld van de mensheid op. Dat Mr.Biswas in deze een uitzondering is (hij is empathisch, zijn inleving met de minderbedeelden faalt nooit) mag tenslotte veelbetekenend zijn en hem als tragi-komisch personage een ereplaats in de literatuur gunnen, hém en V.S. Naipaul. De roman werd tot een musical bewerkt voor de bühne en de BBC maakte er een luisterspelversie van.    

Johan de Belie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.