Vandaag wordt Antwerpenaar Jan Vandeloo zestig jaar. Ik neem aan dat hij op die leeftijd niet meer zijn oorspronkelijke beroep, dat van balletdanser, uitoefent. Toen ik hem in 1996 ging interviewen, was hij al aan zijn reconversie naar musical bezig, ik neem aan dat hij daarin geslaagd is, ook al heb ik sindsdien bijna niets meer van hem gehoord. Maar dat heeft natuurlijk ook te maken met het feit dat ik al lang niet meer actief ben als professioneel journalist.

Is er nog voldoende belangstelling van jongens voor dansen? Op “Jeugd en Dans 1996” waren er op 2.200 kinderen 35 jongens, die dan nog voor het grootste gedeelte uit één Limburgse amateurgroep kwamen. Volgens Jeanne Brabants is dit, buiten de gekende vooroordelen, vooral te wijten aan het gebrek aan volksdanscultuur. Om dit te bewijzen verwijst ze naar Hongarije, waar de geslachten min of meer in evenwicht zijn.
“Toch is er nu juist méér belangstelling dan vroeger!” zegt Jan Vandeloo. “Vergeten we niet dat het ballet eigenlijk gegroeid is uit meisjes van lichte zeden.”
Het is waar dat de meisjes uit het ballet tijdens de rest van de opera vaak de toeschouwers ook op andere manier moesten “vermaken”. Daar vinden trouwens ook de “loges” in de opera hun oorsprong, want op tijd en stond schoof men daar dan het gordijntje dicht…
Vandaar ook dat zelfs na de oprichting van de Académie Royale de Danse de professionele beoefenaars niet kerkelijk mochten worden begraven en ook geen kerkelijk huwelijk konden aangaan.
Maar terug naar het verhaal van Jan…
“Op die manier had het ballet een slechte naam. Het is dan ook pas veel later dat bepaalde mannelijke dansers, zoals Nijinsky, de mannelijke danskunst in de kijker hebben geplaatst. En nog later was er Noerejev natuurlijk. Want, geef toe, we leven in een mannenmaatschappij en vroeger gingen de mensen dan ook alleen maar naar ballet om vrouwelijk schoon te zien. Maar ondertussen is dat geëvolueerd. Die mannelijke dansers hebben ook heel wat te bieden en de hedendaagse vrouwen willen ook wel wat moois zien… Dat is vooral sedert de seksuele revolutie van de jaren zestig het geval. Enerzijds lieten de vrouwen wat meer zien, door nauwsluitende tricots, maar de mannen konden nog verder gaan, die dansten in bloot bovenlijf. Eigenlijk een beetje als lustobject. Hier in Brussel waren we daar met Béjart zelfs een beetje een voorloper van. En nu is dat nog meer toegenomen. Vroeger was enkel de vrouw met haar lichaam bezig, maar nu is dat ook bij de man het geval. Denk maar aan Arnold Schwarzenegger of zo. Mannelijk bloot zie je genoeg tegenwoordig! De man is veel ijdeler geworden. De powertraining, de zonnebank… Het is helemaal anders dan vroeger. Toen was het altijd col-en-cravatte, terwijl de vrouwen een décolletée hadden tot op euh…”
Maatschappelijk gezien heeft hij zeker gelijk, maar weerspiegelt zich dat ook in het ballet? Als ik bij diezelfde manifestatie “Jeugd en Dans”, maar dan enkele jaren eerder, de optelsom maak, kom ik tot tien jongens tegenover 140 meisjes!
“Er zijn er nog altijd heel weinig, dat is waar. Maar vroeger werden mannelijke rollen vaak door vrouwen in travestie gedanst, omdat er gewoon geen mannen beschikbaar waren! Zelfs de mannen die konden dansen, waren wat we vandaag ‘karakterdansers’ noemen, d.w.z. atletische types die meisjes konden optillen en die een beetje mime kenden, maar die waren hoegenaamd niet verfijnd en hadden helemaal geen techniek. Die sprongen nooit b.v.”
Hoe is hij er eigenlijk zelf toe gekomen?
“Reeds als kind danste ik altijd op de muziek die ik hoorde. En mijn moeder vond dat ik daar dan maar beter iets mee kon doen en daarom is ze met mij naar de juffrouw van een balletschool gestapt. En die vrouw was heel verwonderd, inderdaad, want ik was de eerste jongen op die school.”
Ben je lange tijd de enige jongen geweest?
“Af en toe begon er wel eens eentje, maar die hielden dat niet vol, hé, die zaten daar tussen allemaal meisjes, die konden daar niet tegen. Ik heb daar geen problemen mee.”
Rudolf Noerejev en Ulysses Dove stierven aan aids en ze zijn zeker niet alleen in het balletwereldje. Er was ook sterdanser Jorge Donn en choreograaf Dominique Bagouet. Op korte tijd stierven ook nog twee choreografen van het BVV aan aids voor ze hun veertigste verjaardag konden vieren. Enerzijds was er Choo-San Goh en anderzijds Stuart Sebastian. Gaat het ballet nu opnieuw geen stigma krijgen?
“Dat je gaat sterven van aids, als je ballet danst?” (lacht cynisch)
Nee, maar ondanks het feit dat je zeker niet mag stellen dat aids een ziekte is die alleen maar homoseksuelen kan treffen…
“Maar zij waren het wel. Al mag men daaruit nu ook weer niet afleiden dat alle mannelijke dansers homoseksueel zouden zijn. Toch komt het vaak voor, dat is waar. Ergens is dat trouwens normaal. Want zoveel mogelijkheden heeft men als homoseksueel niet om ergens carrière te maken. En in het ballet kan dat wél. Zonder dat men het moet wegmoffelen.”
Nochtans, aangezien er zo’n ‘vrouwenoverschot’ is, kun je als hetero misschien bij het ballet eens proberen als je elders niet aan de bak komt…
“Zo zijn er ook hé! Die volgen alleen maar balletles om bij de meisjes te kunnen zijn. Maar ook dat zijn dan geen volhouders natuurlijk. Het is nu eenmaal een verfijnde kunst en sommigen vinden dat niet ‘mannelijk’ genoeg.”
Dat voortdurend bezig zijn met je lichaam werpt bij dansers echt vruchten af. Maar anderzijds kan men moeilijk ontkennen dat Jan toen reeds langs de verkeerde kant van de dertig stond. Dat beseft hij ook, wat o.m. blijkt uit het feit dat hij voor het interview een zangles moet laten schieten. Zoals de meeste lezers wel weten, was aan het Ballet van Vlaanderen in die tijd ook een musical-afdeling verbonden en Jan heeft de ambitie zich daarin te bekwamen. In “The sound of music” (najaar 1995) was het zo ver: hij debuteerde als de fascistische butler van de Trapp-familie, Franz. Hij moest niet zingen, niet dansen, zelfs amper iets zeggen. Hij schrijdt enkel waardig over het podium. Hij struikelt niet. Niet over zijn voeten en niet over zijn tong.
“Ik was op zoek naar een beroep waar ik de ervaring die ik als danser heb opgedaan toch nog kon gebruiken. En dat is op het toneel en dan nog vooral in de musical.”
Ondertussen is het hem wel niet aan te zien dat hij reeds aan de toekomst zit te denken. Net zoals de meeste jongens en meisjes van het ballet ziet hij er onwelvoeglijk goed uit.
“Er wordt ontzettend geselecteerd in ballet, hé, wie een lichaam heeft dat niet sterk en niet soepel genoeg is, waaraan constant dient te worden gewrongen om zelfs maar de normale techniek te kunnen toepassen, voor die mensen is het ontzettend moeilijk. En wat dat betreft heb ik geluk gehad. Voor mannen is de kracht meestal geen probleem, maar de soepelheid wel. En ik heb op dat vlak van de natuur heel wat meegekregen. Ik heb mijn lichaam dus nooit geweld moeten aandoen. En verder moet je gewoon zorgen dat je regelmatig aan het werk blijft, dan blijf je in conditie. Je mag alleen geen te grote tijdsspannes hebben waarin je niet actief bent. Dat is in mijn geval bijna enkel van belang tijdens de grote vakantie. Vooral in de inloopperiode, dus de laatste periode van de vakantie, doe ik dan aan powertraining of ga ik wat zwemmen. En balletlessen natuurlijk. Als je een degelijke opleiding hebt gehad en je werkt verstandig, wat ook wil zeggen niet boven je niveau, dan zijn er eigenlijk geen problemen.
Als lezers door dit artikel zouden geïnteresseerd raken in ballet, dan is het helaas te laat om zich nog in de technieken voor klassiek ballet te bekwamen, maar je kan ook op andere manieren met je lichaam bezig zijn: jazzballet of bewegingstheater of zo. Maar een late klassieke training kan toch ook een zeker nut hebben. Als je graag samenwerkt met een pianist, dan kan je je toch ontplooien, ook al kan je er niet direct iets mee doen. Bovendien word je beter in de andere vormen van dansen. Je hebt meer coördinatie, kortom het is gezonder voor je lichaam. Je houding wordt gecorrigeerd enz. Je mag alleen niet te ver gaan. Maar dat hangt natuurlijk veel van de leraar af. Dat geldt trouwens ook voor beroepsdansers. Als je van in het begin goed begeleid wordt, dan kan je het heel lang volhouden. Maar er zijn ook mensen die geen goede opleiding hebben gehad, maar toch professioneel aan het werk gaan. En die kunnen ook goed zijn, maar omdat die beginfouten er nooit zijn uitgehaald, wreekt zich dat op de duur.
Ikzelf ben heel vroeg begonnen. Ik was zes, zeven jaar toen ik in een amateurschool begon in Genk en dat was het Engelse systeem van The Academy of Dancing. Tot mijn vijftiende heb ik daar lessen gevolgd en dat was heel verantwoord. Maar dat was dus wel buiten de school. Ondertussen deed ik dus gewoon lagere school en lager middelbaar. Pas voor het hoger middelbaar ben ik overgeschakeld naar het Stedelijk Instituut voor Ballet in Antwerpen. Dat was echter wel heel laat. Ideaal is dat je zeker op twaalf met een professionele opleiding begint. Gelukkig was die amateurschool heel fatsoenlijk geweest. Jeanne Brabants baseerde zich echter wel op het Russische systeem, zodat er mij werd gezegd toen ik begon: vergeet alles wat je tot nu toe hebt geleerd. Dat heb ik ook geprobeerd en dat is me ook wel gelukt, maar toch kunnen ze me niet meer afnemen wat ik als kind heb geleerd. En daarom is het wél belangrijk om vroeg te beginnen met ballet. Dat hoeft niet meteen klassiek ballet te zijn, dat kan ook dans, beweging of zelfs turnen zijn. Na de balletschool ben ik onder Jeanne Brabants op mijn 19de bij het BVV gekomen, maar toen Panov overnam ben ik voor drie jaar naar Berlijn gegaan, naar de Deutsche Oper, en nu ben ik al sedert vier seizoenen opnieuw terug. Waarom ik ben weggegaan? Ten eerste omdat ik nieuwe horizonten nodig had, maar ten tweede ook omwille van het feit dat Panov de dansers wou betrekken in de problemen die hijzelf had met de directie.”

Maar toen Denvers is gekomen, ben jij ook teruggekomen?
“Zeker. Het is voor een klassiek danser niet gemakkelijk om een gezelschap te vinden, waar je je techniek ten volle kunt benutten. En daarnaast brengt Robert ook modernere werken en dat vind ik heel boeiend. Ik wil immers niet énkel klassiek brengen en ook niet énkel modern. Dat is dus helemaal in tegenstrijd met huizen die een echte school hebben, zoals de Parijse opera of het Kirov, waarvan niet wordt afgeweken. Bij ons heb je dansers van verschillende scholen, waarbij per productie wordt bekeken hoe je ze kunt harmoniseren. Ik geef toe, het vergt wel veel meer repetitie en je moet echt detaillistisch gaan werken. Je kan alleen maar homogeniteit krijgen door werken en door afspraken maken.”
Dans je ook graag op feestjes en zo?
“Oh ja, ik laat me wel graag gaan. Altijd gedaan trouwens. Maar ik begrijp je vraag wel, want er zijn inderdaad klassieke dansers die op zo’n feestje liever niet uit de bol gaan. Maar ik wel.”
Probeer je dan ook de show te stelen?
“Vroeger zeker wel. Je bent nog volop op zoek naar je eigen identiteit, je wil jezelf bewijzen en zo. En nu? Nou, ik heb er geen schrik van om aandacht te krijgen, laat ik het zo zeggen. Ik ga me dus zeker niet wegsteken. Maar het hoeft niet meer zo nodig. We krijgen aandacht genoeg op het toneel. Maar ik sta wel graag in de kijker, jaja.”
Hou je ook van ballet dat je zelf niet onmiddellijk zou dansen. Anne Teresa b.v.?
“Heel zeker. Ik vind dat interessant en boeiend, maar ik moet zeggen dat we door onze opleiding wel een bepaalde vorm van conditionering krijgen. Wij moeten zoveel moeite doen om een bepaalde lijn te creëren die, klassiek gezien, esthetisch is. Ons ideaal is dus een klassiek ideaal. En wij zijn er alle dagen mee bezig om in de spiegel te zien of wij dat ideaal kunnen waarmaken. Ik volg die ontwikkelingen dan ook niet echt. Het is voor een klassiek danser niet uitdagend genoeg. We kunnen onze volledige klassieke techniek daarvoor niet gebruiken. Ik denk zelfs dat ze die conditionering niet op prijs stelt. Als ik mij zou aanbieden, denk ik niet dat zij geïnteresseerd zou zijn, omdat ik op een gepolijste, klassieke manier beweeg, terwijl zij meer bezig is met een natuurlijke beweging. Dat is een andere esthetiek en ik denk niet dat ik daaraan beantwoord. Het is te vergelijken met jazz tegenover klassiek. Het zijn dingen die naast elkaar kunnen staan en die geen concurrentie voor elkaar zijn. Wij interpreteren een werk, wij creëren er geen. Maar er moet natuurlijk wel een evolutie in de creativiteit zijn, dat wel.”
Toen hij al volop in het musicalwereldje actief was, maakte Jan Vandeloo eind 2005 wel een comeback bij het “echte” Ballet van Vlaanderen. Daar had Kathrynn Bennett inmiddels de fakkel overgenomen en als de vroegere assistente van Robert Forsythe, was het uiteraard niet te verwonderen dat ze met een werk van deze, het in moeilijkheden verkerende BVV weer op de sporen wilde zetten. In “Impressing the Czar” was er ook een rappende danser nodig en op die manier kwamen ze opnieuw bij Jan Vandeloo uit. Ik gun het hem van harte.

Referentie
Ronny De Schepper, “Alleen als jongetje tussen meisjes? Ik heb daar geen problemen mee”, Graffiti, juni 1993

26-jan-vandeloo

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.