Het is vandaag ook 45 jaar geleden dat de Amerikaanse blueszanger en -gitarist Chester Arthur Bennett, beter gekend als Howlin’ Wolf, is gestorven.

Howlin’ Wolf was dé grote concurrent van Muddy Waters. Hij was iets ouder en kwam eveneens uit de staat Mississippi, maar werd pas in 1948 ontdekt door niemand minder dan Ike Turner, die toen nog voor Modern Records uit Memphis werkte. In 1951 kocht Chess hem daar weg om “Moanin’ at midnight” op te nemen, maar Howlin’ Wolf is pas écht van de grond gekomen wanneer Willie Dixon zich met hem is gaan bezighouden.
De legende wil dat Waters en Wolf nooit elkaar de hand hebben gegeven. Toch wordt dit vooral in de schoenen van Howlin’ Wolf geschoven, die “jaloers” en “gierig” zou zijn geweest, in die mate zelfs dat hij weigerde te spreken met muzikanten die zijn band verlieten. In tegenstelling tot Muddy Waters, die o.m. een grote fan was van Fats Waller, hield Howlin’ Wolf ook helemaal niet van jazz. Hij ontsloeg zelfs muzikanten die hij betrapte op het spelen ervan!
De afhankelijkheid van het werk van anderen is het zwakke punt van Howlin’ Wolf, die voor de rest een présence heeft die nauwelijks moet onderdoen voor die welke zijn epigonen als Stones of Cream tot superstars maakte. Zo heeft hij o.m. ook een merkwaardige versie van “Dust my broom” opgenomen, maar dit is natuurlijk een nummer dat in de eerste plaats Elmore James tot eer strekt.

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.