Het kan een triest gebeuren zijn. Soms een feestje. Vaak iets van beide, zo’n beetje tussenin, weifelend, of in twee delen zich splitsend. Het hangt van de omstandigheden af. En vooral van de hoofdrolspeler. Van het lijdend voorwerp. Over een meewerkend voorwerp kan men nog bezwaarlijk spreken in dit geval. Gezien de toestand waarin hij of zij zich bevindt. Die is behoorlijk roerloos. Veel beweging zit er niet meer in. Bovendien is betrokkene meestal op dit hoogtepunt reeds aan ons oog onttrokken. Werd hij ingekapseld zodat zijn of haar, weliswaar bleke maar toch mooi aangeklede verschijning, ons niet meer aan het schrikken kan brengen. Of erger: hij is inmiddels reeds herleid tot een minimaal volume, gereduceerd tot een verwaarloosbare hoeveelheid poeder die je met één forse ademstoot wegblaast met achterlating van enkele hardnekkige stukjes die hopen de eeuwigheid in te gaan, tegen beter weten in.

Droef gebeuren of feest. Voor het genoegen ga je er zelden heen. De begrafenis, een sociaal gebeuren, een verplichting. Je moet je neus tonen en meteen je medeleven – liefst zo oprecht mogelijk. Mee-leven. In het aanschijn van de dood. Geen pretje. Het is eerder uitzondering dat een begrafenis voor de betrokken ruime familie of vriendenkring een volledig tranerig iets is. Natuurlijk, de eventuele huisgenoten, partner, descendanten indien voorhanden, zij beleven zo’n dag niet bepaald als een festijn. Maar reken je enkele verwantschapsgraden verder, en heeft de hoofdrolspeler-tegen-wil-en-dank een acceptabele leeftijd bereikt (aanvaardbaar voor de rol die hij hic et nunc vertolkt), dan eindigt het grote verdriet meestal reeds bij het verlaten van de kerk of de aula waar afscheid genomen werd van zijn povere restanten. Of met een opflakkering nog bij het even later heel definitieve vaarwel en nooit meer tot ziens op het kerkhof: een intermezzo van droefenis want de lange trage weg naar deze plaats des onheils werd reeds aangenaam bekort met small talk en uitwisseling van nieuwtjes en roddels. Toch gebeurt het dat er geen ruimte is voor enige frivoliteit. Dat de uren gereserveerd blijven voor smart, pijn en tranen. Dat is dan vooral wanneer de orde der dingen verstoord wordt, de wereld op zijn kop staat, de mens ziet dat het niet altijd klopt in het leven. Dat er niet steeds logica schuilt in het heelal. Of dat wij geen vat hebben op het begrip logica. Dat er iets als chaos bestaat, met zijn eigen wetten. Zodat ook kinderen, jonge mensen sterven. Tegen de orde van de natuur in, onze bekrompen visie op die orde. Heel nabij heb ik als tiener tweemaal zo’n afscheid meebeleefd. Een neef die aan kanker bezweek, een broer die verongelukte. Van die eerste begrafenis bewaar ik nog veel indrukken, maar frappant: vooral de sfeer bij de koffietafel heeft mij geraakt – die was uitzonderlijk, geladen. De pijn bleef aanwezig, het verdriet wou niet wijken. Al die loodzware triestheid die als een deken over ons lag in de kerk, domineerde ook hier. De andere begrafenis, staat daarvan het ganse rituele gebeuren mij nog voor de geest dan is nu net het sociale vervolg uit mijn geest gewist – er bestaat geen herinnering meer aan. Vreemd. 
Meestal zijn we gelukkig niet zo nauw betrokken en veroorloven we ons de begrafenis te assisteren met een voorzichtige afstandelijkheid. Meer betrokken bij, en bekommerd om, de nabestaanden omwille van wie we een uurtje van onze o zo kostbare tijd offeren. Meteen een gelegenheid om te filosoferen hoe kostbaar die tijd werkelijk is – of net niet; hoe relatief het begrip tijd is. Het begint al wanneer ik voor dit imposante kerkgebouw sta. Een pand dat ik sinds mijn jeugd nog slechts met mijn bezoek vereer bij gelegenheden die een hoogtepunt in des mensens leven betekenen, eerste en plechtige communie van nakomelingen, huwelijken, of zoals nu de beëindiging. Ook wel eens uit culturele interesse. Met schroom en met loden benen overschrijd ik de drempel, een aangenaam uurtje ligt niet in het verschiet. Gebonden aan de traditie en om van mijn lijfelijke aanwezigheid een tastbaar spoor na te laten, duw ik een condoleancekaartje in de handen van de daartoe klaarstaande lijkbidder. Sluit aan bij de rij die zich langzaam voorbij de nauw betrokken familieleden voortbeweegt. Ze staan gegroepeerd omheen de kist waarin hij – zo mag ik toch vermoeden – zich bevindt. Als ik met de stoet ter hoogte van het obscure object kom is een huiver moeilijk te bedwingen. Voort moet ik, telkens een gemeenplaats mompelend, een bemoedigende handdruk – van deze veertien rouwenden ken ik er slechts twee, mijn medeleven beperkt zich tot een dochter en de weduwe. Hier passen enkele meer persoonlijke, verstaanbare woorden van troost. Zelfs, voor de kersverse weeuw een omarming en een wangkus; wat ik niet zou gewaagd hebben mocht hij daar enig teken van leven in zich herbergen, ik heb hem altijd als onvoorstelbaar jaloers en opvliegend gekend, geen gemakkelijk seigneur. Deze pijnlijke klus is geklaard, plaatsje zoeken dan maar. De aanvoerder van het viertal dat de festiviteiten in goede banen moet leiden informeert gedempt of ik deel uitmaak van de horde der familieleden. Nee. Ik ben gewoon plebs. Geen bevoorrecht treurende, dus geen zitje vooraan – ik zoek het zelf maar uit. Ergens neutraal, waar ik weliswaar iéts zie maar zelf niet teveel gezien word. Natuurlijk start de ceremonie met tien minuten vertraging. In het aanschijn van de eeuwigheid letten we niet zo op de tijd. Ik heb wel over een uur een afspraak maar daar hoeft de vriend in zijn houten bedje zich niet om te bekommeren, hij telt de seconden niet meer. 
Ah de plechtstatigheid waarmee de priester zich richting het cruciale voorwerp beweegt, teneinde het te begeleiden naar de voorbehouden centrale plaats, daarin schuilt toch de ganse roeping van de dienaar des heren. Even later, het lijkt alsof hij het gewicht van kist met inhoud benevens de eeuwigheid op de schouders torst, schrijdt de sacerdos in omgekeerde richting voorbij het verzameld publiek. Klaar voor een uur droef entertainment. Dat grotendeels aan mij zal voorbijgaan. Al moet ik toegeven, het heeft wel iets, afscheid nemen met zo’n reeks rituelen. Het is niet een haast-je rep-je en wegwezen jij. Het is toch een beetje aarzelend dag zeggen, met enige tegenzin, het verleent er kleur aan. Of het werkelijk zinvol is uiteindelijk? Tenslotte belandt het slachtoffer, of de gevierde (het hangt er maar vanaf hoe je hem wil noemen in dit stadium) toch waar hij wezen moet, op het knekelhof. En daar is voor hem niks plechtstatigs meer aan vrees ik; nu we kunnen zijn opinie niet meer vragen. Ik tracht de verveling die mij overvalt, ondanks het feit dat ik nog enkele seconden wijd aan mooie herinneringen aan de betreurde of bij gebrek daaraan aan souvenirs van die hem voorgingen op het duister pad dat hij momenteel bewandelt, te bestrijden met rondneuzen. Niet te opvallend. Kijken naar de medemens, de treurende, de onverschillige, de zich ergerende, de ongeduldige… heerlijk wat al emoties er te plukken vallen in zo’n ratjetoe. Dan zijn er nog de glasramen en de beelden, soms zeer intrigerend en bereid om inspirerend te werken, het fantaseren van menig verhaal. Zo’n eredienst kan een creatieve stimulans zijn. Een dienst waarbij steevast door de voorzitter gemeld wordt dat hij ook voor niet-gelovigen betekenis kan hebben en dat ze welkom zijn. Het blijft een open huis en straks mogen we rinkelende munt in het schaaltje werpen, of we nu geloven of niet, het wordt aanvaard. 
Jaja, dat brengt mij bij de voorstellingen die gehouden worden in de aula van de begrafenisondernemer of in een annex van de begraafplaats. Die ogen heel wat moderner. Strakker. Rustiger voor het oog. Serener. De ontvangst is minder pompeus. Het gebeuren meestal ook korter en niet aan een strak schema onderworpen. Er kan evenmin ritueel geconsumeerd worden van bloed en lichaam wat ik vooral in deze context tamelijk luguber vind, het heeft iets vampierachtigs. Als in de kerk een preek galmt die meestal terloops de deugden van de schavuit belicht en het verder hoofdzakelijk over het eeuwig leven heeft waarin het merendeel van de toehoorders wel wil maar niet kan geloven, krijgt het gesproken woord hier een meer persoonlijke toets. De levenswandel van de sloeber, althans het deel dat het zonlicht verdraagt, wordt overlopen. Enkele verwanten doen hun trieste zegje. Misschien heeft men zelfs een fotomontage, een filmpje geknutseld en zien we datgene wat daar stom en stijf of verpoederd niks meer in de pap te brokken heeft, tegen zijn wil en dank nog een laatste maal verjaardagskaarsen uitblazen, met de kinderen in de tuin stoeien, over zijn ski’s struikelen in Graubünden, pootjebaden in Torremolinos. Oh wat zou hij zich ergeren aan deze beelden en aan het feit dat ze aan de openbaarheid worden prijsgegeven. Hij zou zich in zijn graf omdraaien; bij wijze van spreken – nog heel even geduld beste vriend! Luister ondertussen nog naar de exclusief op jouw smaak afgestemde muziek. Een streepje klassiek toen de genodigden arriveerden – noodzakelijk voor de sfeer en de cello van Bach gaat er altijd wel in toch? En iets uit de 70-er jaren, er bestond enige discussie of deze groep wel jouw favoriet was of… nu protesteren doe je toch niet… Ja, we kozen ook voor een Nederlands muziekje, omwille van de tekst – ja we weten het, je hebt een hekel aan zo’n levensding, te zoeterig, maar op een begrafenis hoort enig sentiment. Ook in de kerk dreunt het orgel. En indien het meer mag kosten komt daar zelfs het koor opdraven. Maar uitgeleide doen we de dierbare met zijn lievelingslied, op cd jawel, dat kan. Nu is het werkelijk tijd voor een schietgebed: laat het niet ‘Leef’ van André Hazes zijn noch ‘Hoop doet leven’ van Will Tura waarmee hij het kerkportaal wordt uitgewalst. Eer we konden afronden was er nog het hoogtepunt, de climax waar iedereen zozeer naar uitkeek dat velen onmiddellijk daarna het pand verlieten, hun bezielende aanwezigheid was inmiddels voldoende gezien en bevestigd. Het betreft de laatste begroeting van het corpus delicti met aansluitend de uitreiking van de fel begeerde doodsprentjes. Langzaam schuifel je, plechtig, je bewust van de intense emotionaliteit van het moment, rij per rij (stel je voor dat dit in een chaos zou ontaarden, een bestorming van kist of urne, van de priester die het kruis ter kussing aanbiedt), waardig richting aflijvige. Je houdt even halt, aanschouwt de foto die op de kist prijkt. Ja dat is hem; dertig jaren geleden. Met photoshop verrichten ze wonderen bedenk ik nog. Laat deze laag bij de grondse gedachte waar zij hoort en ik concentreer me op het verhevene. Enfin, op wie zich als enige veroorlooft in horizontale positie aanwezig te zijn in dit sacrale gebouw waar velen reeds het verlangen koesterden een weliswaar minder definitief dutje aan te vatten. Klankloos spreek ik hem toe. Wel, beste, dit was het nu. Was het nu werkelijk de moeite waard. Al dat gedoe. Die pijn, dat getob, het treuren, de ruzies, de zorgen, de strijd. Om tenslotte hier te belanden. Hoop je op weg te zijn naar de plaats die je herkent; van decennia geleden in embryonale toestand. “Là, tout n’est qu’ordre et beauté, luxe, calme et volupté” zoals Baudelaire schreef. Of is jouw schoongewassen zieltje al vervluchtigd en opgegaan in het eeuwige niets. Is het nog de moeite om terug te blikken op de decennia die jij hier doorbracht, die vluchtige ademtocht van jou die over ons heen streek. Maak je geen illusies, veel meer dan een rimpel op het water van de moeraspoel die het leven is heb je niet betekend. Al die fraaie woorden die recent aan jou de aflijvige gespendeerd werden, de mortuis nil nisi bene nietwaar. Je zal best niet teveel achterom blikken, zo fraai was het allemaal niet. Wat stelden die zogenaamde gelukkige momenten voor. Die relaties. Alles zo vluchtig. Zelfbedrog. De genietingen oppervlakkig. En toch bleef je steeds op zoek naar het onvindbare, het onbestaande. Het geluk najagen – zoals wij allemaal. Om tenslotte die vergeefse laatste adem uit te zuchten. Nee vriend, je hebt gekropen, gestapt, gehinkeld, gesprongen, gehold en duizend wegen bewandeld, aan talloze kruispunten geaarzeld, maar gevonden wat je zocht? Hou er dus nu maar mee op. Rust in peis en vree, dat is dubbelop.   

Met enige moeite ruk ik me los van de laatste behuizing van deze dierbare, waarvoor alweer een eik  of populier gesneuveld is, al is er toch al vaak eco-materiaal in gebruik, karton, bamboe. Bij Ikea vind je zelfs een bouwpakket, momenteel alleen leverbaar in Italië vrees ik. Ingetogen concentreer ik me op de ongemeen boeiende lectuur van het prentje. Heel prettig dat men nu meestal een foto van het subject afdrukt zodat zijn jeugdige trekken zoals je hem nog nauwelijks herkent je de rest van jouw dagen kunnen vergezellen. De tekst is een laatste geschreven ode. Een bitterzoet afscheid. Een laatste (en vaak ook eerste) geschreven hulde en eerbetoon. Dat niet voor enig relativeren vatbaar is. De lezer weze gewaarschuwd! Het feest voor de spilfiguur loopt nu op zijn laatste beentjes. Hijzelf niet. Terwijl de genodigden zich moeizaam richting begraafplaats slepen, indien deze zich binnen stapafstand bevindt, geniet hij de luxe van geruisloos vervoer in een Cadillac Fleetwood, liggend. Hoe het hem daarna vergaat, het aanhoren van enige gestamelde afscheidswoorden, andere bizarre geluiden die hij detecteert als het gooien van bloemen (het ultieme wat men aan hem verspilt) of kluiten aarde die reeds oneerbiedig naar hem geworpen worden, we gaan er niet te diep op in. Richten we liever, eventueel behorend tot familie of intimi, onze schreden naar de after party. Tegenwoordig bestaan er soms moderne varianten die swingen, of die op een brunch lijken, maar meestal opteert men toch voor de Oervlaamse versie. We schuiven dus aan voor pistolets met kaas en hesp, koffie en als kers op de taart (want taart is er niet – je moet niet overdrijven, het is geen verjaardag of huwelijk) koffiekoeken. Die zijn geteld. In de light version, de goedkope, één per persoon, mocht het wat meer kosten dan heb je recht op twee zulke versnaperingen. Ieders ogen flitsen derhalve over de betreffende schotel, tellen, rekenen… en kiezen: hopelijk sleep ik die crèmekoek met chocolade in de wacht. Snel wezen straks is de boodschap! Wanneer de buiken rond staan, de kruimels uit de mondhoeken verwijderd, kan de drank aanrukken. Ook hier speelt het klassenverschil. Of er sterke drank zal verschijnen of men zich zal moeten beperken tot ordinair gerstenat. In het tweede geval zal het vermoedelijk een kwartier langer duren eer het jolijt volop losbarst. Hoewel de tongen, enigszins gehinderd door de kauw- en slikbewegingen, reeds fraai in beweging waren tijdens het vullen der magen. Wat men al niet aan nieuwtjes te vertellen heeft na een jaar; schandelijk dat het steeds zo lang duurt eer er iemand wil sterven, zo verliest men elkaar uit het oog! Inmiddels is de essentie verhaald, de promille stijgt, enkele hoofden worden al roder en tongen raken verknoopt… na enige komische herinneringen als overgang verschijnen de grapjes ter tafel. Eerst de onschuldige à la de Druivelaar, na het nuttigen van voldoende aantallen 33cl.’s mag het al eens ietwat gekleurder zijn. Dan krijgt de verteller een verwijtende blik van zijn eega terwijl de andere dames verholen giechelen; verholen… hopen ze maar ook bij hen deed de porto of Elixir d’Anvers die ze toch buit wisten te maken zijn werk. Zodat enkele uren later het gezelschap in volle tevredenheid met vele klapzoenen afscheid neemt met de woorden “dit moeten we vaker doen”, “hopelijk duurt het deze keer niet zo lang meer” en “tot volgende keer”. Ja, hoop doet leven.
Dat laatste denk je dan. Tot het leven jou persoonlijk bij het nekvel grijpt. En je nog eens een wat al te betrokken tekst voor een prentje mag schrijven. En de wereld niet wil blijven stilstaan terwijl je zelf gestruikeld bent, gevloerd ligt. En er je niet veel anders rest dan na al het voorgaande – dat met de nodige afstand een tijd geleden gepend werd – te besluiten met wat jouw kleindochter Brechtje schreef (en las) voor haar oma bij het afscheid:
De wind waait,/het struikgewas ritselt./De zon schijnt,/de vogels fluiten./Het voelt anders/zonder jou./De deur sluit./Ik klap het boek dicht./Ik sluit mijn ogen./Het voelt anders/zonder jou. (Brechtje De Landtsheer)

Johan de Belie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.