De 24-jarige Christopher Vanderstraeten (foto Johan Martens) uit de Polderdreef in De Pinte heeft twintig jaar geleden zijn licentiaatsdiploma in de handelswetenschappen (specialisatie bedrijfsmanagement) behaald aan de Economische Hogeschool Sint-Aloysius te Brussel. Goed voor hem, zal u zeggen, maar wat hebben wij daarmee te maken? Er zijn immers jaarlijks duizenden jongeren die een universitair diploma mogen ophalen. Zijn eindwerk ging echter over “sponsoring en subsidiëring van muziekgezelschappen in Vlaanderen” en dan is onze aandacht gewekt natuurlijk.

Het met moeite zestig bladzijden tellende werk heeft de bedoeling te peilen naar de wensen/noden van de sponsors/subsidiënten enerzijds en de muziekgezelschappen anderzijds.

In het eerste hoofdstuk wordt het fenomeen sponsoring belicht. Hierin wordt de historische context van sponsoring omschreven (inclusief een korte biografie van de heer Maecenas) en de evolutie naar een moderne cultuursponsoring.

Achtereenvolgens worden de doelstellingen die de sponsor van muziekgezelschappen wenst na te streven en de prestaties van beide partijen (zowel sponsor als gesponsorde) toegelicht. Ook de criteria die de sponsor hanteert in de keuze van het muziekgezelschap worden kort aangehaald. Dit hoofdstuk wordt besloten met de voor- en nadelen van het fenomeen sponsoring.

In dit hoofdstuk zien we dat de sponsoring van muziekgezelschappen en de cultuur in het algemeen erin geslaagd is om op korte tijd uit te groeien van mecenaat naar een belangrijk marketing-communicatie-instrument. Het gaat zo ver dat over sponsoring niet meer gesproken wordt; in de meeste gevallen gaat het om partnerships, win-win-situaties waarin niet zozeer geld wordt toegestoken aan muziekgezelschappen, maar waar het muziekgezelschap mee aan de tafel zit en mee zoekt naar mogelijkheden om hun eigen belangen evenals de belangen van de sponsor te kunnen dienen. En precies dat laatste is volgens Chris Vanderstraeten een garantie tegen inmenging in de programmatie door de sponsor. “Dan stelt het ensemble zich bloot aan een eventuele kwaliteitsvermindering. Ongetwijfeld zal een dergelijke kwaliteitsvermindering de reputatie van het gezelschap schaden hetgeen de kans op financiering, hetzij van de overheid, hetzij vanwege de sponsors voor de toekomst onzeker maakt.” Bij nader toezien blijkt deze uitspraak echter van Rudolf Werthen te komen en men kan zich dan ook de vraag stellen in hoeverre het gezelschap zich niet reeds bij voorbaat aanpast aan de eisen van de sponsor, zodat een inmenging in het programma overbodig wordt. Dat geldt trouwens ook voor het andere geviseerde gezelschap, namelijk het Symfonieorkest van Vlaanderen. Dan is Jan Briers jr. misschien nog het eerlijkst: hij zou tegenover Chris Vanderstraeten toegegeven hebben dat af en toe wel degelijk aan de vraag van sponsors tegemoet wordt gekomen.

Het tweede hoofdstuk beschrijft de subsidiëring: welke overheden treden als subsidiënt op en wat zijn de voornaamste vormen van subsidie. Uit de criteria die door de overheden aan de gesubsidieerden worden gesteld, blijken de doelstellingen van de respectievelijke overheden.

Treffend bij het ganse subsidie-verhaal is dat de subsidiestromen steeds naar dezelfde muziekgezelschappen gaan die reeds door alle andere overheden rijkelijk worden betoelaagd. Er is geen contact tussen de verschillende overheden: noch op horizontaal vlak (tussen de gemeenten onderling of provincies onderling), noch op vertikaal vlak (van hoog naar laag en omgekeerd). Bij de lagere overheden, provincies en gemeenten, is, op enkele uitzonderingen na, geen beleidsvisie aanwezig.

Toch groeit het besef er dringend nood is aan een visie: de laatste jaren is duidelijk een stap in de goede richting te herkennen. De aandacht voor de populaire muziek, de grote inspanningen van de provincie Limburg, de visie in sommige steden, de wil om interdisciplinair samen te werken, enz. doen hoop rijzen voor de toekomst.

In het derde hoofdstuk worden vier topics behandeld.

Als eerste, lobbying met daaraan gekoppeld de vreemde houding in het dossier I Fiamminghi en het Symfonieorkest van Vlaanderen. Een tweede topic is de huidige subsidieregeling en de formulering van een mogelijk alternatief, ontleend aan een gesprek met de bekende heer Rudolf Werthen. Dat alternatief bestaat uit een commissie van buitenlandse experten die tijdens een weekend de dossiers behandelt. Maar een “geoefend oor” mag dan nog amper “tien seconden” nodig hebben om een CD te beoordelen, zoals de heer Werthen beweert, als ex-lid van de Adviesraad kan ik echter wel verzekeren dat een weekend niet volstaat om hele dossiers te beoordelen!

Een derde topic is de kwestie popmuziek die door het muziekdecreet plots nieuwe kansen krijgt, maar toch argwanend staat tegenover de administratieve rompslomp. Tenslotte wordt als vierde topic de bemiddeling tussen muziekgezelschappen en bedrijven toegelicht.

Christopher Vanderstraeten studeert op dit moment voor EMBIS (European Master in Business Information Systems), opnieuw aan de EHSAL te Brussel, waar hij “met diverse projecten” bezig is. We hebben dus de kerstvakantie uitgekozen om met hem af te spreken in Vooruit, omdat het een symbool is voor de interdisciplinaire aanpak die ook Vanderstraeten zelf voorstaat. In zijn conclusies spreekt hij immers met lof over de visie die in steden als Gent ontwikkeld wordt op het vlak van muziekbeleid. Het blijkt echter dat hij deze vaststelling enkel heeft gedaan op basis van wat… schepen Eric Anthonis (1941-2014) van Antwerpen hem heeft verteld!

Maar hij heeft wel Gentenaars geïnterviewd. Hier in Vooruit bijvoorbeeld programmator Wim Wabbes en zijn allereerste interview was met Rudolf Werthen van I Fiamminghi. “Dat was een meevaller dat ik daarmee begonnen ben,” aldus Chris, “op die manier kon ik zijn visie toetsen aan mijn andere gesprekspartners. En dan moest ik vaststellen dat hij door ongeveer iedereen werd afgevallen als zijnde te populistisch. Zelf zie ik er echter wel wat in.” Vandaar allicht dat Chris zijn “alternatief” op het oorspronkelijke idee van Werthen entte. Ook Bert Anciaux kan op zijn steun rekenen: “De cultuur moet dichter bij het volk, maar kwaliteit moet blijven primeren.”

Sinds de voorganger van cultuurminister Anciaux, de CVP’er Luc Martens, komt nu ook popmuziek in aanmerking voor betoelaging. Niet iedereen is daarmee echter gediend, ook sommige popliefhebbers zelf niet eens. Daar kan Chris Vanderstraeten inkomen: “De sector zelf vraagt ook geen subsidies, zij vragen alleen een betere accomodatie, repetitielokalen en dergelijke. Bovendien geldt altijd de regel: wat op zichzelf kan draaien, daarvan moet je afblijven.”

Waarom heeft hij eigenlijk voor deze studierichting gekozen, willen we weten. “Ik wil afwisseling in mijn job, onder andere door af en toe opdrachten in het buitenland te krijgen, en een opleiding die economie en informatica combineert, is daarvoor ideaal,” zegt Chris.

“En waarom dan precies in de muziekwereld?” dringen we aan, want op basis van zijn verhandeling nemen we aan dat hij daar toch vooral in geïnteresseerd is?

“Helemaal niet,” is het ontwapenende antwoord, waardoor het gesprek een totaal andere, maar daarom niet minder boeiende wending krijgt.

Zelden iemand meegemaakt die zo ongegeneerd eerlijk is en dan nog een businessmanager in spe! Want het hele verhaal dat hij doet hoe hij eigenlijk tot dit onderwerp is gekomen staat effectief ook in zijn inleiding: “Reeds jaren ben ik bevriend met een groot aantal spelende leden van het Harmonieorkest De Pinte en volg ik hun werking van nabij. Hierbij zag ik hen groeien van een dorpsfanfare tot een harmonie die een zeer gevarieerd repertoire brengt, verschillende provinciale prijzen wegkaapte, een CD opnam en steeds hogerop wou. Ik zag hen de weg zoeken naar Vlaams niveau en was getuige van de moeilijkheden die zij daarbij ondervonden om bij de juiste personen te geraken: een afdoende hulp voor dit soort muziekgezelschappen om te groeien en de juiste personen te contacteren was onbestaande.”

Chris zelf wist wél welke personen hij moest contacteren. Zijn vader namelijk. “Een bijkomende motivatie was de functie van mijn vader: hij is ambtenaar bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap bij het departement WVC (Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, RDS); ik heb de perikelen omtrent de eerste vierjaarlijkse erkenningsronde van het Muziekdecreet van dichtbij kunnen volgen en was dadelijk geboeid door de reacties van de betrokken partijen en de mogelijkheid die het Muziekdecreet bood om alle muziekgenres te betoelagen.”

In zijn bibliografie vinden we bij de vele “mondelinge mededelingen en interviews” onder de naam Lieven Vanderstraeten dan ook geen specifieke datum, zoals dat bij de andere geïnterviewden het geval is, maar gewoon drie jaartallen: 1998, 1999, 2000. Hopelijk werd er al die tijd ten huize Vanderstraeten in de Polderdreef toch af en toe ook nog over wat anders gepraat dan over het Muziekdecreet!

Maar waarom moest Chris als geboren en getogen Gentenaar zo nodig in Brussel gaan studeren? “Omdat het in Gent niet wilde lukken.” Weer die charmante eerlijkheid. Waarmee we ook op Chris zijn grote liefde stoten: de dieren.

“Mijn grote droom is diergeneeskunde studeren. Ik was amper vier jaar oud toen ik besloot veearts te worden en ik ben vast van plan het ooit nog eens opnieuw te proberen. Ik ben trouwens al mijn hele leven actief als vrijwilliger in een dierenasiel. Maar voorlopig wil het dus niet lukken. Na dat mislukte jaar in de veeartsenij ben ik hier in Gent totaal ongeïnteresseerd aan toegepaste economische wetenschappen begonnen. Tegen dat het onderwerp me wél begon te interesseren, was het jaar reeds te ver gevorderd en liep ik ook hier tegen de lamp. Dan ben ik in Brussel op een propere lei begonnen en ziedaar.”

Maar waarom probeert hij dan zijn grote passie niet te combineren met zijn opleiding? Ongetwijfeld hebben ook vzw’s die opkomen voor dierenwelzijn nood aan een stevig bedrijfsmanagement?

Chris schudt ontkennend het hoofd: “Dierenwelzijn betekent geld toesteken, economie betekent er geld uithalen,” vat hij het kapitalistische systeem in één zin samen en hij besluit: “Het is dus aan elkaar tegengesteld.”

Dit is dus alvast iemand die we voor 2001 iets heel concreets kunnen toewensen, namelijk het verwezenlijken van zijn échte dromen.

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.