250 jaar geleden ging in Milaan “Mitridate, re di Ponto” in première. Op 12 maart 1770 had de veertienjarige Mozart daar een concert gegeven bij graaf Carl Joseph Firmian (of: Carlo di Firmian) thuis, voor een gezelschap van 150 leden van de Milanese adel. Daarbij werden drie nieuwe aria’s en een recitatief van Mozart uitgevoerd. De compositie en uitvoering van deze werken was waarschijnlijk een test en een demonstratie van zijn talenten om een Italiaanse opera seria te componeren. Mozart ontving vervolgens de opdracht om een opera te schrijven voor het volgende seizoen, voor een honorarium van 100 Goldgulden met een vrije woning gedurende het verblijf in Milaan.

Het libretto van de opera was een bewerking van het stuk van Racine door Vittorio Amedeo Cigna-Santi (1725-1785). Het gaat terug op de historische figuur van Mithridates VI Eupator (111-63 B.C.), die Cappadocië en andere provincies tot aan de Krim had veroverd, maar uiteindelijk werd verslagen door de Romeinen, aangevoerd door Sulla en Pompeius, zodat hij terugkeerde naar zijn koninkrijk Pontus aan de Bosporus, waar hij zelfmoord pleegde in de veronderstelling dat zijn vrouw Aspasia en zijn zonen hem hadden verraden, de ene (Farnace) omdat hij met de Romeinen heulde, nadat Aspasia hem had afgewezen (zijn vader die hem Ismene als oorlogsbuit meebracht staat dus mooi voor aap), de andere (Sifare) omdat die wél de liefde van zijn stiefmoeder opwekt. Toch laat Mozart (in tegenstelling tot Racine) het stuk nog op een verzoening rond het sterfbed eindigen, doordat Sifare de Romeinen verslaat en Farnace wroeging krijgt.
“Mitridate” is één van de eerste “opera seria”, die de barokopera met zijn vele personages moest vervangen. De personages worden nu doorgaans herleid tot zes en aria’s en recitatieven worden heel duidelijk gescheiden. Die aria’s waren voornamelijk “da capo aria’s”, driedelige aria’s, waarbij het derde deel een versierde herhaling is van het eerste. Inhoudelijk moest zo’n aria een “affect” oproepen of vaak ook een vergelijking (de zgn. “simile-aria”), waarbij de zanger zich vergelijkt met een dier. In de barok moest de componist zich tot één affect per muziekstuk beperken en zelfs Mozart houdt zich hieraan nog in zijn aria’s van zijn ernstige opera’s (elders doorbreekt hij dat). Nadien volgt steevast een muzikaal naspel dat de zanger van zo’n bravoure-aria in staat moet stellen het podium te verlaten en tegelijk het applaus in ontvangst te nemen.

In de eerste week van december 1770 vonden de eerste recitatiefrepetities plaats. Op 17 december volgde de repetitie met volledig orkest en tussen 19 en 24 december de repetities in het theater. De première volgde op 26 december 1770, met Mozart dirigerend vanaf het klavecimbel. De opera was een groot succes, en de componist werd beloond met uitroepen van het publiek: “Viva il Maestro, viva il Maestrino”. Men liet ook een aria herhalen als bisnummer, wat zeer ongebruikelijk was bij een première. Mitridate werd gedurende het seizoen 20 maal uitgevoerd, maar daarna werd de opera tot de heruitvoering in 1971 in Salzburg niet meer te zijn opgevoerd. Na de première keerden de Mozarts naar Salzburg terug. Ondanks het succes van Mitridate had de reis niet gebracht waar Leopold op had gehoopt: een aanstelling in Italië voor Mozart.

De ouverture van “Mitridate” wordt ook wel eens uitgevoerd als symfonie (door Christopher Hogwood en de Academy of Ancient Music b.v.). Met deze symfonie zit Mozart dan wel in het “traditionele” genre, want de Italiaanse theaters speelden volop in op de smaak van het publiek en gingen alle vernieuwing uit de weg. Voor muzikale vernieuwingen moest men dan paradoxaal genoeg op het oksaal van de kerk zijn, want hier was het dat werd geëxperimenteerd met dubbele en “triple” fuga’s, met twee koren en zelfs met twee orkesten. Vandaar dat de Duitse school met Gluck, Stamitz en de zonen van Bach de Italianen voorbijstak. Zelfs Gossec had in Duitsland gestudeerd!
Al de symfonieën, die Mozart op reis componeerde, worden dan ook “Italiaanse” symfonieën genoemd, maar dat betekent daarom niet dat ze geen menuet hebben, zoals dat inderdaad bij symfonieën die doorgaans “Italiaans” worden genoemd het geval is. Bij Mozart betekent het eerder dat ze in Italië werden geschreven, want hij wilde juist het menuet introduceren bij de Italianen. Typisch is ook dat concerten in Italië meestal in “arenavorm” werden gegeven, m.a.w. het publiek zat helemaal rond het orkest, dat ook groter was dan elders.
Op 28 maart 1771 is hij opnieuw in Salzburg, waar hij “La Betulia liberata” schrijft (KV.118), geen echte opera maar een “action sacrée”, op een tekst van Metastasio uit 1734, waarvan de ouverture in d (KV.74c) door Hogwood als symfonie wordt geteld. Het gekke is dat alhoewel Mozart aan dit werk was begonnen op vraag van Don Giuseppe Ximenes Prins van Aragon in Padua op 13 maart, zijn versie nooit in Padua werd uitgevoerd (wel die van een lokale componist, Giuseppe Calegari). Niet toevallig is de ouverture in dezelfde toonaard geschreven als die van “Alceste” (1767) van Gluck. Sedert februari 1768 voerden de Mozarts immers correspondentie met deze componist.
Hogwood telt ook de “54ste” in Bes (KV.74g), en de “42ste” in F (KV.75) als een symfonie, maar alleen de twaalfde in G (KV.75b) is een “officiële”. Terwijl de eerste en de derde beweging duidelijk de invloed dragen van Joseph Haydn, is de tweede beweging een “romance”, nogal in de stijl van de symfonie van Gossec uit 1761. Het slot is zoals gewoonlijk een exotisch dansje (een gavotte of een contredanse).
In die tijd waren symfonieën zeker geen “ernstige” werken. Ze dienden bij concerten gewoon als “opwarmer” voor de vocale stukken, waar het publiek op uit was. Vandaar dat het onderscheid met een opera-ouverture zo gering is.
Op 13 augustus 1771 is hij opnieuw in Milaan, waar hij “Ascanio in Alba” schrijft, waarvan de ouverture in D (KV.111) door Hogwood als een symfonie wordt geteld. “Ascanio” werd geschreven t.g.v. het huwelijk van de Oostenrijkse aartshertog Ferdinand met prinses Maria Ricciarda Beatrice van Modena. Toch ging hij dus in Milaan in première op 17 oktober, in een choreografie van Noverre, dé grote naam uit die tijd. Daarom dat het andante eigenlijk als het ballet van de Gratiën is bedoeld. In de finale werden ze zelfs verondersteld van te zingen, samen met de Geesten, zodat de negende symfonie van Beethoven toch ook weer niet zo origineel is. Trouwens, mindere goden als Winter en Machek hadden ook reeds vocale muziek in hun symfonieën verwerkt.
In Milaan schrijft Mozart ook zijn “46ste” symfonie in C (KV.111b), de 13de in F (KV.112) en het divertimento nr.1 in Es (KV.113). De eerste twee bestaan in een uitvoering van Hogwood, het divertimento door de Camerata Academica uit Salzburg op de gelijknamige CD.

Ronny De Schepper

(*) Italiaans ernstig operagenre dat zich aan het einde van de 17e eeuw uit diverse stijlelementen ontwikkelde tot een theatergenre met een verheven karakter. De onderwerpen voor deze opera werden ontleend aan de mythologie, aan historische bronnen en aan de klassieke heldendrama’s uit de Griekse Oudheid en gingen meestal over hooggeplaatste personages. (Encyclo – Hoorn)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.