Dat ik de dood van componist Luc Brewaeys meer dan anderhalf jaar later moest vernemen uit een artikel van Karel Van Keymeulen over het Symfonieorkest Vlaanderen is wel een beetje te begrijpen: hedendaagse componisten halen nu eenmaal het nieuws niet. Maar hier zijn het de omstandigheden die de nalatigheid zo tragisch maken. Brewaeys was immers pas 56. Hij verloor een jarenlange strijd tegen de kanker.

Brewaeys studeerde compositie te Brussel (bij André Laporte), in Sienna (bij Franco Donatoni) en in Darmstadt (bij Brian Ferneyhough). In de jaren tachtig werkte hij geregeld samen met Iannis Xenakis in Parijs. Brewaeys was (gast)professor aan de conservatoria van Gent (1998-2000), Rotterdam (2009) en aan de universiteit van Aveiro (1998). “Met de spectralistische muziek van Tristan Murail en Jonathan Harvey voelde hij zich het meest verwant,” schrijft Wikipedia. Zelf heb ik ooit gelezen dat hij ook een fan was van Frank Zappa.
Frits Celis (zelf componist) verklaarde over hem: “Een vakman, maar het beluisteren van zijn werk roept bij mij geen emotie op. Ik voel mij het meest aangesproken wanneer het intellect de emotionaliteit niet in de weg staat.” (GVA, 13/12/1997)
Zelf hoord ik van Brewaeys zijn derde symfonie (“Hommage”), uitgevoerd door het BRTN-Filharmonisch Orkest o.l.v. David Porcelijn in de BRTN-studio op het Flageyplein op 19/03/1992. Deze symfonie vertoont geen merkbaar verschil met zijn eerste symfonie, die destijds in de Gentse opera werd gecreëerd. Hij heeft wel het enorme voordeel dat hij zichzelf kan relativeren. Toen Claude Coppens hem kwam feliciteren, repliceerde Brewaeys (terecht): “Heb je geen pijn gehad aan je oren?” Zijn vijfde symfonie kreeg de titel “Laphroaig” mee, de naam van een whisky-merk, net als twee andere composities van Brewaeys, “Konckando” en “Talisker” (het openingsstuk van Antwerpen ’93). Deze heeft immers de gewoonte om zijn composities, of het nu symfonieën of strijkkwartetten betreft, telkens de naam van een whisky-merk mee te geven. “Ook in de muziek ben ik een levensgenieter,” zegt Brewaeys, “ik hou van leuk klinkende exuberante dingen.” En dat bewijst hij met deze vijfde symfonie, een huwelijksgeschenk voor zijn vrouw, die wel een merkwaardige bezetting meekreeg: naast het “gewone” orkest (wat heet “gewoon”: 120 slaginstrumenten – waaronder een badkuip – worden bediend door tien musici) zijn er nog twee baritonsaxofoons links en rechts in de zaal en een klein “Fernorchester” op het balcon. Bij de slaginstrumenten ook drie metalen buizen waarin een contactmicrofoon is bevestigd. Deze worden “gestuurd” door een mengtafel, waaraan bij de creatie (door Muhai Tang en Robert Casteels als dirigenten van resp. het “grote” en het “kleine” orkest) Brewaeys zelf zat: “Een groot stuk speelgoed,” aldus de componist. Op dat moment bestond zijn vierde symfonie nog niet: “De opdrachtgever wou perse een vijfde. Dat zal wel iets te maken hebben met andere beroemde vijfdes, zeker?” Luc Brewaeys was tenslotte ook de opnameleider van Chant d’Adieu, de CD van Paul Klinck.

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.