“Ik moet de stilte beschrijven. Mijn paradoxale opdracht is een dagboek bij te houden over een periode waarin alle dagen eender zijn.” Zo noteerde Ilja Leonard Pfeijffer op maandag 20 april 2020 te Genua in zijn dagboek dat nu gepubliceerd is als ‘Dagboek in tijden van besmetting’ (Privé-Domein 313, Arbeiderspers, 2020*). Daarin volgen we van 9 maart tot 26 juni 2020 het dagelijks wel maar vooral wee dat covid 19 en corona hem, zijn partner Stella, hun vrienden, hun kring van geliefden en bekenden, de Genuese bevolking en de ganse wereld berokkent. Telkens vastgelegd in 300 woorden.

Het kleine en het grote gebeuren. Wat zich in de wereld, het verre buiten, afspeelt. De horribele cijfers die via de media arriveren en steeds abstracter worden. Cijfers die al te concreet worden wanneer vrienden of familie van vrienden getroffen worden. Quarantaine waarmee hij en Stella van dag tot dag geconfronteerd worden. Het besmettingsgevaar dat vooral zij ducht (“Paranoïde en psychopathisch moeten we zijn in deze tijd” zegt zij) zodat hij, Ilja, de belangrijkste link met de buitenwereld is. Hij doet de boodschappen, ook voor haar geïsoleerde moeder. Wat hem in de gelegenheid stelt van de vrije lucht – met mondkapje – te genieten; of een espresso te slurpen, weliswaar niet in maar buiten de bar op het plein en niet in een kopje maar in een kartonnen beker (voor stijl, decorum is geen plaats meer in deze tijd). Of bijna stiekem, met schuldgevoel, van een ijsje te genieten, geleund tegen een gevel, zijn dolende medeburgers aanschouwend – toeristen zijn er niet… 

En toch gaat het leven door. De verbouwing van hun recent gekochte woning… al die paperassen. En de koelkast die het begeeft. De noodzaak van de voeding, zij die hoofdzakelijk van restaurant naar restaurant dwaalden, zelden zelf kokkerelden. Het gemis van de kleine geneugten is soms prangend; terwijl ook de galerij van Stella gesloten is en zij werkloos blijft met een staatstoelage die uitblijft. En hijzelf, de schrijver, die in deze omstandigheden plots schrijflam blijkt – geen gedicht, geen roman, slechts dagelijks deze woorden die het dagboek vullen, dit verslag van een opgesloten leven. Waarin hij het ook heeft over de impact van de politiek, zeg maar het misbruik dat opduikt wanneer men zelfs electoraal voordeel wil plukken in dit land waar regionale besturen eigen beslissingen willen en kunnen doordrukken.

Hij filosofeert eveneens over de in Italië nog zo belangrijke religie, gaat een kerk binnen, mediteert er, beschouwt, concludeert… Met allen, vooral met de zelfstandigen, ondergaat hij – net als wij hier – de steeds wisselende data van nieuwe maatregelen, versoepeling, verstrenging. De praktische en emotionele impact. De kleine vreugde van het beperkte samenzijn dat tot een absurde euforie uitgroeit. “Wie niet ziek wordt, wordt langzaam gek. Bij mij is het volgens mij al begonnen.” schreef hij op donderdag 14 mei, feestdag van Sint Matthias (vaak noteerde hij feestdagen van heiligen of kerkelijke hoogdagen bij de datumaanduiding!). Dit dagboek getuigt dat die gekte tenslotte toch niet doorzette. Een vrolijk verslag is het niet. Maar het is wel Ilja Pfeijffer. Zijn stijl. Zijn woordgebruik. Zijn filosofie. Zijn inzichten. Wat wel ontbreekt is de vleug ironie die de lezer van hem gewoon is – de omstandigheden leenden zich er niet toe. Maar het blijft literatuur! 

Johan de Belie

(*) De meeste teksten werden gepubliceerd in de dagbladen De Standaard en NRC Handelsblad.     

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.