Het is vandaag ook al vijftien jaar geleden dat Leopold Vermeiren is gestorven (foto Schrijversgewijs). Leopold Vermeiren is de geschiedenis ingegaan als de oorspronkelijke auteur van De Rode Ridder (nog vóór de stripverhalen van Studio Vandersteen), maar misschien is zelfs dat niet meer geweten bij het jonge volkje (“Da’s van vóór mijnen tijd“). Maar wat vast en zeker helemààl niet meer geweten is, dat is dat onze Leopold onder de naam Paul Ticher ook wel eens erotische verhalen durfde te plegen. Hierbij mijn recensie van één van zijn boeken in De Rode Vaan van 1984.

50 de rode ridder


« De Rode Ridder in mijn broek is niet meer klein te krijgen », zong Urbanus ooit eens en menig lid van het Davidsfonds ontstak in toorn omdat de voorvechter van geloof en celibaat met een onrein lichaamsdeel werd vergeleken. We hebben het dan natuurlijk over de échte Rode Ridder, die van Leopold Vermeiren, want zijn bastaardbroer die onder de vleugels van Willy Vandersteen opereert, die wordt door zovele bovenaardse schoonheden omringd dat hij althans in piratenuitgaven niet langer aan zijn kuisheidsideaal is trouw gebleven. Maar in de gegeven omstandigheden moet het voor de uitverkorenen van ons volk des te harder zijn aangekomen dat er nu een bundel van « licht erotische » verhalen op de markt is die naar alle waarschijnlijkheid van de hand van de meester zelf zijn (*). Naar alle waarschijnlijkheid, want de auteur is ene Paul Ticher maar de recensenten krijgen van de uitgever de wenk mee : « Indien u op de achterflap van het boek “De dans van de dromer” de eerste letters samenvoegt bekomt u de naam van de auteur ». Maar wat blijkt ? Samengevoegd komt de naam van De Rode Ridder te voorschijn. Aangezien een personage wellicht niet in staat is om zelf tot productie over te gaan, nemen we gemakkelijkheidshalve maar aan dat het hier inderdaad zijn schepper Leopold Vermeiren betreft. Dat is trouwens ook te merken aan de nogal oubollige stijl, die volgens de auteur voor poëtisch moet doorgaan. Het gegeven zelf is ontleend aan de « Decamerone ». Een « dichter » (help !) moet op aanstichten van zijne vrouwe telkens een erotische verhaal vertellen om haar op temperatuur te brengen. Zijzelf geeft daarvoor drie themawoorden op. Al zijn deze natuurlijk steeds aangepast aan de omstandigheden (want we nemen aan dat de dichter het nogal moeilijk zou hebben om iets erotisch te brouwen rond b.v. « knoflook — afvloeiing — stagflatie », alhoewel…), toch komt er nooit iets echt prikkelends uit voort, tenzij wat goedaardig bloot daar moet voor doorgaan. Kortom, als Pol door zijn achterban in de steek wordt gelaten, zal hij helaas niet op onze steun kunnen rekenen.
Maar misschien is er in de gegeven omstandigheden niets om zich over op te winden ?

Ronny De Schepper

(*) Vele jaren later werd mijn vermoeden bevestigd door niemand minder dan… Paul Jambers: “In de winter was het nog les tot zaterdagmiddag vier uur en het laatste uur las de onderwijzer spannende verhalen voor, onder meer de avonturen van de Rode Ridder.
Op een dag kwam Leopold Vermeiren, de schrijver van de boekenreeks De Rode Ridder op schoolbezoek. Ik was verzot op zijn boeken en hing aan de lippen van de auteur wanneer hij een stukje voorlas. ‘De zon lag rood en nog jong in het oosten, zuidwaarts doomde het vette polderland, in het westen vloeide de stroom, met aan de overzijde het geweldige grote Dagonwoud, dat het laagland in tweeën snijdt’, enzovoort.
Wie nu de avonturen van de Rode Ridder leest, staat versteld van de onaantastbare heldenstatus van de Rode Ridder, de belerende sfeer en de afkeer van al wat vreemd is. Maar toen werden die boeken verslonden door mijn leeftijdgenoten. Vermeiren was een van de meet succesvolle jeugdauteurs in die tijd.
Vele jaren later ging ik op bezoek bij Leopold Vermeiren om hem te interviewen voor het televisieprogramma Jambers. De man was een eind in de tachtig maar zat nog altijd iedere dag uren aan zijn schrijftafel. Hij schreef evenwel geen kinderverhalen meer, maar wel erotische romans voor volwassenen. Hij vertelde mij dat hij gewacht had tot zijn ouders overleden waren om zijn fantasie in zijn schrijfsels de vrije loop te laten. Hij gaf me een aantal van zijn erotische romans mee naar huis, maar het viel me moeilijk om er meer dan twee bladzijden uit te lezen.”

Referenties
Paul Ticher, De dans van de dromer, uitgeverij De Dageraad, 163 blz., 345 fr.
Ronny De Schepper, De Rode Ridder uit de broek, De Rode Vaan nr.9 van 1984
Paul Jambers, Ik heb het gedaan, Meulenhoff/Manteau, 2009, p.28-29

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.